60 jaar Israël, maar hoe verder ...?

Profetisch Woord Tekst, Piet van der Lugt

We hebben dit jaar uitgebreid stilgestaan bij de zestigste verjaardag van de staat Israël. Diverse aspecten van het bestaan van de staat sinds 1948 zijn belicht en verschillende zienswijzen ten aanzien van het ontstaan en voortbestaan zijn aan de orde gekomen. In dit laatste deel van de serie willen we vooral stilstaan bij de vraag hoe het met de staat Israël verder zal gaan. Te midden van de verschillende zienswijzen en verwachtingen die er over dit onderwerp bestaan, willen we vooral ingaan op wat de Bijbel zegt over de toekomst van Israël.

Verwachting

Als het gaat om de toekomst van het volk van God, is het heel belangrijk dat we onze visies en verwachtingen toetsen aan het Woord van God. We horen en lezen namelijk vaak visies die slechts gegrond zijn op emotionele argumenten. Sommigen menen dat Israël nu wel genoeg heeft geleden en dus in de toekomst zondermeer op Gods bescherming en genade kan rekenen. Vanuit deze redenatie worden soms teksten uit hun verband gelicht en de (nabije) toekomst van Israël rooskleuriger voorgesteld dan de Bijbel feitelijk leert. Natuurlijk is liefde voor de HEERE en Zijn volk verbonden met emotie, maar emotie alleen mag nooit onze leidraad zijn.

Daniël geeft een prachtig voorbeeld hoe om te gaan met emotie en Gods openbaring. In Daniël 8:27 lezen wij bijvoorbeeld dat de profeet enige dagen zwak, ziek en verbijsterd was over hetgeen God hem had laten zien. In het daarop volgende hoofdstuk zien we hoe hij opnieuw geroerd reageert als Hij in Gods Woord leest over de verwoesting van Jeruzalem. Hij bidt een aangrijpend, emotioneel en toch zeer Schriftuurlijk gebed.

Gods tijdschema

Nog in gebed verzonken krijgt de profeet antwoord, waaruit blijkt dat de HEERE anders rekent dan Daniël in eerste instantie had verwacht. De boodschap die Gabriël brengt, bevat een tijdschema met een beschrijving van gebeurtenissen die binnen dat schema zullen plaatsvinden.
Het belangrijkste onderdeel van het tijdschema vinden we in hoofdstuk 9:24-27. We kennen dit gedeelte als de zeventig jaarweken1, een periode die betrekking heeft op ‘uw volk en uw heilige stad’ (vs. 24a). De HEERE heeft in totaal 70 x 7 = 490 jaar bestemd om met Zijn volk en de stad Jeruzalem tot Zijn doel te komen (vs. 24b).
De perioden en gebeurtenissen tot en met vers 26a zijn verleden tijd en geëindigd bij de kruisiging van de Messias Jezus. We lezen: “En na die twee en zestig weken zal de Messías uitgeroeid worden, maar het zal niet voor Hemzelf zijn”.
De vervulling van het tweede deel van vers 26 wordt vaak gezien in de inname en de verwoesting van Jeruzalem door Titus in 70 na Chr.: “en een volk van de vorst, dat komen zal, zal de stad en het heiligdom verderven, en zijn einde zal zijn met een overstromende vloed, en tot het einde toe zal er krijg zijn, en vastbesloten verwoestingen”. Maar is die interpretatie juist?

Een vorst die komen zal

In het genoemde vers 26 wordt gesproken over een vorst die komen zal. Daar ligt iets in van verwachting. Die vorst was bij Daniël al bekend uit eerdere openbaringen zoals beschreven in de hoofdstukken 7 en 8. Het gaat om een vorst die elders als de kleine hoorn wordt aangeduid (7:8, 11, 21, 24-26 en 8:9 en 23-25). Deze vorst is nog niet aan de wereld geopenbaard, maar hij zal zeker komen. Daar is het wachten op. Hij is dezelfde als de koning van het Noorden uit Daniël 11:21-45, de mens der zonde uit 2 Thessalonicenzen 2:3 en het beest uit de zee (Opb. 13:1-8). Het woord ‘vorst’ in Daniël 9:26 is de vertaling van het Hebreeuwse woord ‘nagid’ dat komt van het werkwoord ‘nagad’, dat met ‘vertellen’, ‘verklaren’, of ‘bekendmaken’ kan worden vertaald. Vorst betekent niet zozeer iemand van koninklijke bloede, dan wel een leider in algemene zin. Zo wordt het woord bijvoorbeeld gebruikt om de hogepriester aan te duiden.
In Daniël 11:21 staat “dat men hem (de vorst) de koninklijke waardigheid niet zal geven”. Hij bezit die koninklijke waardigheid dus niet, maar eigent deze zichzelf toe. En dat doet hij door vleierijen, d.w.z.: door mooi praten.
Hij is de wereldleider die m.i. komt uit het voormalig noordelijke deel van het rijk van Alexander de Grote, dus uit de regio Syrië, Irak en Jordanië. Hij is de toekomstige koning van Babel. Hij is mogelijk een moslim die zich in eerste instantie als een vredesduif zal voordoen. Als voorbeeld hiervan zag ik onlangs een reportage over het Hashemitisch koningshuis van Jordanië waar men als moslims opvallend mild en mooi (!) sprak over andere godsdiensten zoals het christendom. Ook las ik een artikel uit diezelfde hoek, waarin gewezen wordt op Abraham, als de gezamenlijke wortel voor moslims, Joden en christenen, met als conclusie dat we allemaal dezelfde God dienen. Vleiende woorden, maar ook woorden die rechtstreeks ingaan tegen de waarheid van Gods Woord.

De komende antichrist

Naast de vorst die zal komen, spreekt de Bijbel ook over de antichrist. Het valt me op dat de antichrist en de vorst door velen als een en dezelfde persoon worden gezien. Maar naar mijn inzicht maakt Openbaring 13 ons duidelijk dat er twee personen zullen komen. Het eerste gedeelte spreekt over een beest uit de zee, dat zoals we hierboven al hebben laten zien, de wereldleider, de kleine hoorn, de vorst2 is. Daarna wordt er in Openbaring 13 gesproken over een ander beest. Het woord ‘ander’ is de vertaling van het Griekse ‘hetero’ dat ‘andersoortig’ betekent. Dit beest is anders dan het eerstgenoemde. Het eerste beest komt uit de zee, een beeld van de volken/heidenen en heeft mogelijk een islamitische achtergrond. Het tweede beest komt uit de aarde en dat wijst mijns inziens op het volk Israël en misschien in het bijzonder dat deel van het volk dat in het land is. Hij is de antichrist. Het woord ‘antichrist’ komen we alleen tegen in de brieven van Johannes, waarin vooral Joodse gelovigen worden aangesproken. De betekenis van het woord ‘antichrist’ wordt vaak uitgelegd als ‘tegen Christus’ omdat in onze taal ‘anti’ deze betekenis heeft. In het Grieks echter komt ‘anti’ in het Nieuwe Testament twintig keer voor en wordt het altijd vertaald in de zin van ‘in de plaats van’ (vgl. Matt. 2:22; 5:38; Luk. 1:20; 1 Pet. 3:9). Dus ‘antichrist’ betekent eigenlijk ‘in de plaats van Christus’, oftewel een pseudo Christus.
Het beest uit de aarde heeft horens als het Lam, dus lijkt op Christus maar spreekt als de draak, de satan. In vers 13 staat dat het grote tekenen doet om mensen op aarde te verleiden. Zo probeert hij zich als messias voor te doen en imiteert hij de Heere Jezus, Wiens tekenen naar waarheid van Hem getuigden dat Hij door God gezonden was (vgl. Joh. 3:2).
Voor deze valse christus heeft de Heere gewaarschuwd met de woorden: “Ik ben gekomen in de Naam van Mijn Vader, en gij neemt Mij niet aan; zo een ander komt in zijn eigen naam, die zult gij aannemen” (Joh. 5:43, zie ook Matt. 24:11 en 24).
In Openbaring 19:20 wordt dit beest uit de aarde de valse profeet genoemd! Het is degene die komt in zijn eigen naam en door (het merendeel van) het Joodse volk aangenomen zal worden. Misschien draagt hij zelfs óók de naam Jezus?!
Johannes zegt: “Kinderkens, het is de laatste ure; en gelijk gij gehoord hebt, dat de antichrist komt” (1 Joh. 2:18). Het kenmerk van de (geest van de) antichrist is dat hij de Vader en de Zoon loochent (vers 22). In 1 Johannes 4:3 staat: “En alle geest, die niet belijdt dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, die is uit God niet; maar dit is de geest van de antichrist, van welke gij gehoord hebt, dat hij komen zal, en hij is nu reeds in de wereld”. Het ontkennen van de Vader en de Zoon duidt m.i. op het ontkennen van de Drie-eenheid. We vinden deze gedachte binnen de islam maar ook binnen het Jodendom. Dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, betekent dat God Mens werd en dat is binnen deze godsdiensten ondenkbaar. Vooral in het Johannesevangelie wordt duidelijk hoe de tijdgenoten van de Heere Jezus tegenover deze waarheid al stonden (Joh. 5:16-47; 6:22-71; 7:10-53 enz.).

Toekomstverwachting binnen de islam

Vooral binnen de Sjiitische tak van de islam is er een zeer sterke toekomstverwachting. De president van Iran spreekt daar regelmatig over en verwacht dat de verborgen Imam of Mahdi (de islamitische messias) zich spoedig zal openbaren. Hij zal over de hele wereld regeren en de mensen tot de islam doen bekeren. Het is frappant te zien dat men ook gelooft dat ‘Jezus’ de zoon van Maria zich gelijktijdig zal openbaren. Deze verwachting past helemaal bij wat we tot hiertoe vanuit de Schrift hebben gezien. De Mahdi of verborgen Imam kunnen we dan duiden als de wereldleider en de zogenaamde ‘Jezus’ als de antichrist waar de Bijbel over spreekt. Als er werkelijk zulke verschijningen komen, dan zullen veel moslims ze met open armen ontvangen.

De tempel en offerdienst

In Daniël 9:26 wordt gezegd dat de vorst het heiligdom en de stad zal verderven. Dat betekent dat het heiligdom er dus zal zijn. Dat kan niets anders betekenen dan dat de tempel herbouwd moet worden. Het Hebreeuwse woord voor ‘verderven’ wordt in Genesis 6:11 en 12 genoemd, waar het de betekenis heeft van ontheiligen (zie ook Mal. 1:14 en 2:8). In Mattheüs 24:15 spreekt de Heere Jezus over de oprichting van ‘de gruwel der verwoesting’ op de heilige plaats en sluit daarbij aan bij Daniël 11:31 en 12:11. Het duidt op de ontheiliging van de (herbouwde) tempel te Jeruzalem. De vorst wordt in 2 Thessalonicenzen 2:3 ook ‘de zoon des verderfs’ genoemd!
De tempel zal waarschijnlijk herbouwd worden op grond van een verbond dat in Daniël 9:27 wordt genoemd. In het Hebreeuws staat voor ‘verbond’ geen lidwoord, dus we kunnen ook lezen een verbond. Dit verbond wordt trouwens niet gesloten door ‘de vorst’, maar versterkt! Er bestaat dus op dat moment blijkbaar al een verbond dat alleen maar bekrachtigd/bevestigd hoeft te worden. Het Hashemitisch koningshuis van Jordanië is nauw betrokken bij diverse vredes-akkoorden met Israël en is in feite nog steeds de bewaarder van de heilige plaatsen ook in Oost-Jeruzalem. Zal vanuit dit koningshuis iemand opstaan die het voor de Joden mogelijk maakt om de tempel te herbouwen?
Het genoemde verbond zal bekrachtigd worden voor een week (Dan. 9:27a). Deze week betekent een periode van 7 jaar en is de laatste fase van Gods tijdrekening die Daniël ontvangt. Doordat de tempel herbouwd zal zijn, kunnen er ook weer offers worden gebracht. Daniël 9:27 laat zien dat de vorst de offerdienst op de helft van de week zal doen ophouden. Er zal blijkbaar een grote ommezwaai komen in de houding van de wereldleider ten aanzien van het Joodse volk. Satan zal vanaf dat moment van deze man volledig bezit nemen en hem zijn kracht, gezag en troon geven. Hij zal zich tegen het Joodse volk keren en met een leger uit alle volken naar Jeruzalem trekken om de stad te belegeren en in te nemen (Zie Dan. 9:26; 11:31; Zach. 14:1, 2; Luk. 21:20-24). De stad zal door deze heidenen vertreden worden gedurende een periode van 42 maanden of wel 3 ½ jaar (zie Opb. 11:2).
Als de offerdienst moet worden gestaakt, zal de antichrist er voor zorgen dat er in de tempel een beeld van de wereldleider wordt opgericht dat door iedereen moet worden aanbeden (zie Opb. 13:14-18 en Dan. 3). Dit beeld is de gruwel der verwoesting, een afgodsbeeld dat uiteindelijk verwoesting tot gevolg zal hebben. In die tijd zal iedereen het merkteken van de wereldleider moeten dragen op voorhoofd of rechterhand. Het schijnt dat er binnen de islam ook een teken (Shahadatan genoemd) bestaat dat op deze plaatsen wordt gedragen. Het wijst op trouw en dienst aan Allah en Mohammed!3 Wie het teken niet draagt, kan niet kopen of verkopen. Voor hem of haar dreigt de dood door onthoofding4 (Opb. 13:17 en 20:4).

De stad ingenomen

Als de vorst de stad inneemt, zullen de huizen worden geplunderd en de vrouwen verkracht (Zach. 14:2). ‘Normale zaken’ in tijden van oorlog en geweld. Frappant dat altijd vrouwen de dupe zijn en zeker ook als je binnen de islam naar de plaats van de vrouw kijkt5. Daarnaast wordt in Zacharia gezegd dat de helft van de stad in gevangenschap zal uitgaan. Dit wijst naar een wegvoering als ballingen. Het Hebreeuwse woord vertaald met ballingschap lezen we voor het eerst in 2 Koningen 24:15 waar koning Jojachin van Jeruzalem naar Babel wordt weggevoerd! Ook de vorst, de koning van Babel, zal mogelijk weer ballingen naar Babel voeren (vgl. Opb. 18:4). Als de stad wordt ingenomen en het afgodsbeeld is opgericht in de tempel begint de Grote Verdrukking (zie Matt. 24:15). Het zwaartepunt van deze verdrukking ligt in Jeruzalem, maar zal ook in de rest van de wereld worden ervaren. Deze verdrukking zal ongekend zwaar zijn (Matt. 24:15-21) en een gigantisch lijden tot gevolg hebben voor het volk van God en ook voor allen die het getuigenis van Jezus hebben, m.a.w. die in Hem geloven. Bij de belegering zullen degenen die Gods Woord geloven het advies opvolgen om de bergen in (lett.) te vluchten. Ik denk hierbij aan Petra in Jordanië (Zie ook Opb. 12:14-16).

De bevrijding

Direct na de verdrukking zullen er allerlei tekenen aan de hemel zijn en zal de Zoon des mensen verschijnen, Die tevens de HEERE blijkt te zijn zoals beschreven in Mattheus 24:29-31 en Zacharia 14:3-5. Als Hij Zijn voeten op de Olijfberg zet, zal deze middendoor splijten en zal er een vluchtweg ontstaan voor de overgebleven Joden in Jeruzalem. Zij zullen vluchten uit de stad die geestelijk genoemd wordt Sodom en Egypte (Opb. 11:8). Hun vlucht zal lijken op de vlucht van Lot uit Sodom en op de vlucht van het volk uit Egypte door de gespleten wateren van de Schelfzee! Dan zal Jeruzalem verwoest zijn/worden o.a. door de aardbeving die plaatsvindt (vgl. ook Opb. 6:12-17). Zo komt er een eind aan de staat Israël!

Alle in de wereld nog levende Joden zullen vanuit de hele wereld door de engelen worden verzameld en volgens Ezechiël 20:33-38 naar ‘de woestijn van de volken’ worden gebracht. Deze woestijn is naar mijn inzicht de woestijn van Zuid-Jordanië. In Jordanië woonden immers diverse volken zoals de Ammonieten, Moabieten en Edomieten. Deze volken zullen trouwens ontkomen aan de wereldleider (Dan. 11:41)! In die woestijn, waar ook Petra zich bevindt, zal een zuivering plaatsvinden, waarna alleen de gelovigen met de Koning van Israël, de Messias Jezus, het land van Israël zullen binnengaan. De Messias zal plaatsnemen op de troon van David en vervolgens zal het Koninkrijk van God worden opgericht vanuit Jeruzalem en over de gehele aarde worden uitgebreid. God bereikt Zijn doel met Zijn volk. Dan zal, op grond van het kruis en de opstanding van de Messias, de overtreding zijn gesloten, de zonden zijn verzegeld en de ongerechtigheid verzoend. Dan zal een eeuwige gerechtigheid zijn aangebracht en het gezicht en de profeet zijn verzegeld en de heiligheid der heiligheden gezalfd (Dan. 9:24). Wat een toekomst!

Voetnoten:
1. Zie voor meer informatie de brochure: ‘De zeventig jaarweken’, van Harry Honigh, te bestellen via ons kantoor (prijs: € 2,20).
2. Let in het bijzonder op vers 5 waar godslasteringen worden genoemd en vergelijk dat met Daniël 7 en 8.
3 Volgens het boek ‘Why I left Jihad’ van Walid Shoebat
4. Een typische executie binnen de islam.
5. Wijst Daniël 11:37 wellicht ook op de beschouwing van de vrouw binnen de islam?

Sluiten