Adam, een type van Christus

Bijbelse personen | Christologie | Typologie en beelden Tekst, Hans van de Lagemaat

Toch heeft de dood geregeerd van Adam tot Mozes toe, ook over hen die niet gezondigd hadden met eenzelfde overtreding als Adam, die een voorbeeld is van Hem Die komen zou” (Rom 5:14). Het Griekse woord voor ‘voorbeeld’ is hier tupos, waaraan ons woord ‘type’ is ontleend. Paulus schrijft hier dus dat Adam een type is van “Hem (Christus), Die komen zou”. Wat kunnen we hieruit leren?

Tegenstelling en overeenkomst

In Romeinen 5 is Adam meer een type door tegenstelling dan door overeenkomst. “Daarom, zoals door één mens de zonde in de wereld is gekomen, en door de zonde de dood, en zo de dood over alle mensen is gekomen … Opdat, evenals de zonde geregeerd heeft tot de dood, zo ook de genade zou regeren door gerechtigheid tot het eeuwige leven, door Jezus Christus, onze Heere” (Rom. 5:12, 21). Hoewel Romeinen 5:12–21, niet overal even eenvoudig is, is de boodschap duidelijk: de zonde en de dood zijn door Adam; de rechtvaardigheid en het eeuwige leven zijn door Jezus Christus.

De eerste Adam en de laatste Adam

Hiermee is het type van Adam in de Schrift nog lang niet uitgeput. In 1 Korinthe 15:42–49 stelt Paulus de eerste mens en de tweede Mens, de eerste mens Adam en de laatste Adam tegenover elkaar in het kader van de opstanding. Ook hier weer een type door tegenstelling. “Een natuurlijk lichaam (ons ‘Adamlichaam’) wordt gezaaid, een geestelijk lichaam (ons Christuslichaam) wordt opgewekt.”
“Alzo staat er ook geschreven: De eerste mens Adam is geworden tot een levend wezen” (vs. 45; Gen. 2:7). Adam werd een levend wezen, maar was niet in staat om leven te geven. Hij kon slechts nakomelingen verwekken die evenals hij, door de zonde de dood moesten sterven. Maar “de laatste Adam is geworden tot een levendmakende Geest”. Hij schonk eeuwig leven door Zelf onverdiend en plaatsvervangend de dood te sterven en daaruit op te staan. “De eerste mens is uit de aarde, stoffelijk; de tweede Mens is de Heere uit de Hemel” (vs. 47). “En zoals wij het beeld van de stoffelijke gedragen hebben, zo zullen wij ook het beeld van de Hemelse dragen” (vs. 49). Hoe wonderlijk en hoopgevend is dit onderwijs door tegenstellingen tussen Adam en de Heere Jezus.

Gods doel met de schepping van de mens

Hiermee zijn we echter nog niet klaar met Adam als een type van Christus. Welk doel had God met de schepping van de mens? Het zullen er ongetwijfeld vele zijn geweest. Maar één doel is ons duidelijk geopenbaard. “En God zei: Laten Wij mensen maken naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en laten zij heersen over de vissen van de zee, over de vogels in de lucht, over het vee, over heel de aarde en over al de kruipende dieren die over de aarde kruipen!” (Gen. 1:26). “En God zegende hen en God zei tegen hen: Wees vruchtbaar, word talrijk, vervul de aarde en onderwerp haar, en heers over de vissen van de zee, over de vogels in de lucht en over al de dieren die over de aarde kruipen!” (Gen. 1:28). Een paar woorden die er hier uitspringen zijn ‘heerschappij’ en ‘onderwerpen’. De mens werd werkelijk de kroon op Gods schepping. En hij kreeg een kroon te dragen. Als regent onder God zou Adam het aardrijk bewaken, regeren en beheersen. Uiteraard was dit niet bedoeld als tirannie. “God zegende hen.” En onder Gods zegen kan er onmogelijk sprake zijn van lijden, noch onder mensen, noch onder dier. Maar die zegen verviel tot een vloek. Genesis 3 spreekt hierover klare taal. Er was iemand die de mens zijn heerschappij misgunde. De boze, de grote tegenstrever van God wilde die heerschappij voor zichzelf. En hij slaagde. De slang verleidde Eva. En Adam volgde haar in haar val. Ongehoorzaamheid aan Gods Woord werd gehoorzaamheid aan de satan, de overste van deze wereld. Nog steeds is de mens zich bewust van zijn hoge roeping. Ter goeder of ter kwader trouw probeert hij de aarde te beheersen en aan zich te onderwerpen. Het resultaat is echter een steeds groter wordende chaos, ver verwijderd van Gods oorspronkelijke doel.

Gods plan gedwarsboomd?

Is hiermee Gods werk tenietgedaan? Is Zijn plan gedwarsboomd? Moet Hij Zich gewonnen geven en overgaan op een andere lijn? Natuurlijk niet. God laat niet varen de werken Zijner handen (Ps. 138:8) en dat geldt ook voor Zijn schepping en Zijn doel met de mens. Hoe zal Hij dan Zijn oorspronkelijke plan voltooien? Ook dit alles ligt vervat in dat machtige verlossingswerk van de tweede Mens, de laatste Adam. Let wel op het woordje ‘laatste’. Na Hem komt er geen ander. Na Hem is er ook geen ander meer nodig. Zijn werk rust op Zijn volbrachte werk; Zijn dood en opstanding. Geen satan die daar bij kan. Niemand zal dat ooit kunnen verstoren. De gehele schepping strekt zich dan ook naar Hem en Zijn komst uit. “Met reikhalzend verlangen immers verwacht de schepping het openbaar worden van de kinderen van God. Want de schepping is aan de zinloosheid onderworpen, niet vrijwillig, maar door hem die haar daaraan onderworpen heeft, in de hoop dat ook de schepping zelf zal bevrijd worden van de slavernij van het verderf om te komen tot de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van God. Want wij weten dat heel de schepping gezamenlijk zucht en gezamenlijk in barensnood verkeert tot nu toe” (Rom. 8:19-22). Dat zuchten zal overgaan in gejuich. Maar niet eerder dan dat De Mens, de schepping zal hebben vrijgemaakt. Niet eerder dan dat Hij Zijn losprijs op zal komen eisen.

Hebreeën 2

“Want Hij heeft de komende wereld, waarover wij spreken, niet onderworpen aan de engelen, maar iemand heeft ergens getuigd: Wat is de mens, dat U aan hem denkt, of de mensenzoon, dat U naar hem omziet? U hebt hem voor korte tijd minder gemaakt dan de engelen; met heerlijkheid en eer hebt U hem gekroond. U hebt hem gesteld over de werken van Uw handen; alle dingen hebt U onder zijn voeten onderworpen. Want bij het onderwerpen van alle dingen aan Hem heeft Hij niets uitgezonderd dat Hem niet onderworpen is. Nu zien wij echter nog niet dat Hem alle dingen onderworpen zijn” (Heb. 2:5-8). De verwijzing is hier onmiskenbaar naar Psalm 8. Maar over wie gaat het hier en in Psalm 8? Let op het woordje ‘onderworpen’. Het gaat hier over de laatste Adam, de Heere Jezus Christus. Terecht is nu de vraag: Waarom zien we er zo weinig van dat de gehele schepping aan Hem is onderworpen? Het antwoord luidt: “Nu zien wij echter nog niet dat Hem alle dingen onderworpen zijn” (Heb. 2:8). Die heerschappij vindt namelijk pas plaats in “de toekomende wereld” (Heb. 2:5). En die zien wij nu nog niet, behalve dan door het geloof. Psalm 8 en Hebreeën 2 zien profetisch op Hem, Die komen zal. Hij is de ware ‘Zoon des Mensen’, een titel, die altijd in relatie staat tot de aarde. Hoe zien wij Hem dan wel? “Wij zien Jezus met heerlijkheid en eer gekroond, Die voor korte tijd minder dan de engelen geworden was, vanwege het lijden van de dood, opdat Hij door de genade van God voor allen de dood zou proeven.” Hij, Die is gestorven en opgestaan, zien wij door het geloof, met heerlijkheid en eer gekroond. Hij heeft de Kroon verdiend. Alleen de uitvoering van Zijn heerschappij, waartoe Adam ooit was bestemd, moet nog komen. In Hem komt God tot Zijn doel en in Hem wordt ook Genesis 1:26 vervuld: “Laten Wij mensen maken naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en laten zij heersen…”.

Zie, Hij komt

Het zuchten van de schepping zal overgaan in gejuich. Niet door de activiteiten van mensen, die wanhopig proberen te redden wat er te redden valt. Vergeefse moeite. “Laat de hemel zich verblijden en de aarde zich verheugen, laat de zee bulderen met al wat ze bevat. Laat het veld van vreugde opspringen met al wat erin is; dan zullen al de bomen van het woud vrolijk zingen” (Ps. 96:11, 12). Dit is geen loze beeldrijke taal, maar een heerlijke werkelijkheid die komen zal. De Psalm kondigt namelijk de regering van de HEERE aan: “Zeg onder de heidenvolken: De HEERE regeert; ja, vast staat de wereld, ze zal niet wankelen; Hij zal over de volken op billijke wijze rechtspreken” (vs. 10). In vers 13 lezen we wanneer dat zal gebeuren: “want Hij komt, want Hij komt om de aarde te oordelen”. Wie zou er niet verlangen om te mogen delen in deze wonderschone toekomst? Ons past geen pessimisme, geen getob over de politiek, het onrecht en de leugen in deze wereld. We weten wel beter. Hij heeft een rijke toekomst beloofd aan allen die Hem vrezen. Ja, allen delen we in die verschrikkelijke val van Adam, maar Hij heeft ons niet zonder hoop gelaten. Door het geloof mogen we delen in die wonderlijke verhoging van de laatste Adam. Nee, we zien nog niet. Maar God is een God, Die niet liegen kan. Zijn Woord is waarheid. Hij is de Waarheid.

Sluiten