Betekenis en typologie van Soekot

Feesten en offers | Typologie en beelden Tekst, Hans van de Lagemaat

Soekot, Hebreeuws voor ‘loofhutten’, is het laatste van de zeven hoogtijden in het Joods-kerkelijke jaar. Het eerste is Pesach in de eerste maand, Nisan. Samen met Sjawoe’ot (Wekenfeest), zijn het de drie grote feesten waarop het volk zich naar Jeruzalem moest begeven. We zullen in deze studie vooral de typologische en geestelijke betekenis van Soekot proberen te doorgronden.

Oogst

Net als het feest der eerstelingen en het Wekenfeest (Pinksteren) is Soekot een echt oogstfeest. Daar verwijst het eerste vers van de instelling van dit feest in Leviticus 23 al naar.
“Maar vanaf de vijftiende dag van de zevende maand, wanneer u de opbrengst van het land ingezameld hebt, moet u het feest van de HEERE zeven dagen lang vieren” (Lev. 23:39).

Loofhutten

Het is dus een feest dat gevierd wordt om de inzameling van de oogst te vieren. Gedurende deze week moeten de inwoners van Israël in loofhutten (soekot) wonen. De reden daarvoor staat in vers 43: “zodat de generaties na u weten dat Ik de Israëlieten in loofhutten liet wonen, toen Ik hen uit het land Egypte geleid heb. Ik ben de HEERE, uw God” (Lev. 23:43).

Schepping, Verlossing en Voleinding

De oogst verwijst naar God de Schepper; de loofhutten naar God, de Verlosser van Israël. Beide eigenschappen van God vinden we ook terug in de instelling van de Sabbat. De feesten des HEEREN in Leviticus 23 eindigen met Soekot en beginnen met de Sabbat. In Exodus 20 en Deuteronomium 5 voert de HEERE ook twee redenen aan om de Sabbat te vieren.
“Want in zes dagen heeft de HEERE de hemel en de aarde gemaakt, de zee, en al wat erin is, en Hij rustte op de zevende dag. Daarom zegende de HEERE de sabbatdag, en heiligde die” (Exod. 20:11).
“Want u zult in gedachten houden dat u slaaf geweest bent in het land Egypte en dat de HEERE, uw God, u vandaar uitgeleid heeft met sterke hand en uitgestrekte arm. Daarom heeft de HEERE, uw God, u geboden de dag van de sabbat te houden” (Deut. 5:15). Dus in feite begint en eindigt Leviticus 23 met een gedenken van Israëls verlossing uit Egypte. Als we ons realiseren dat deze verlossing een type is van een veel grotere verlossing in de toekomst, dan blijven we niet staan bij Schepping en Verlossing, maar zien we uit naar de Voleinding. Deze voleinding wordt prachtig verwoord in Jeremia 23 vers 7 en 8: “Daarom zie, er komen dagen, spreekt de HEERE, dat men niet meer zal zeggen: Zo waar de HEERE leeft, Die de Israëlieten geleid heeft uit het land Egypte, maar: Zo waar de HEERE leeft, Die het nageslacht van het huis van Israël geleid heeft en Die het gebracht heeft uit het land in het noorden en uit al de landen waarheen Ik hen verdreven had: zij zullen wonen in hun eigen land”.

Tabernakel

We zagen dat het Loofhuttenfeest naar huisvesting van de Israëlieten in de woestijn verwijst. Het ging hier om tenten. De Griekse vertaling voor loofhut is ook skènè, tent. Dit woord wordt ook gebruikt voor Gods woonplaats onder Israël in de woestijn, de tabernakel. God is als het ware solidair met Zijn volk en wilde onder hen ook in een tent wonen. En hier hebben we onmiskenbaar een ander aspect van het Loofhuttenfeest: God woont te midden van Zijn volk. In de eerste plaats denken we dan aan Christus Jezus. In Johannes 1 lezen we over de vleeswording van het Woord. “Hij kwam tot het Zijne, maar de Zijnen hebben Hem niet aangenomen” (Joh. 1:11). ‘Het Zijne’ verwijst naar Zijn volk, Israël. Heel mooi lezen we dat Hij ‘onder ons gewoond’ (vers 14) heeft. Hij heeft onder ons gewoond, als in een tent, als in de tabernakel, zoals het Griekse Woord aangeeft. Hij heeft onder Israël getaberna- keld. Het volk heeft Hem die eerste keer niet aangeno- men. Dat is echter niet het einde. Als het volk zal zijn teruggekeerd uit alle landen waarheen zij gedreven waren, zal God in hun midden wonen; opnieuw in een tabernakel! “En ik hoorde een luide stem uit de hemel zeggen: Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen (hetzelfde woord als in Johannes 1:14), en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen zijn en hun God zijn” (Opb. 21:3).

Wandelen in het Licht van het Lam

Dat is de uiteindelijke vervulling van het Loofhuttenfeest. En het zal niet beperkt blijven tot Israël. “En de naties die zalig worden, zullen in haar licht wandelen, en de koningen van de aarde brengen hun heerlijkheid en eer erin” (Opb. 21:24). Dat licht is de heerlijkheid Gods, het Lam, dat opnieuw in het midden van Zijn volk woont (vs. 3). Deze passage is de vervulling van de profetieën van Zacharia 14. Zie bijvoorbeeld de verzen 6, 7 en 16. Het is dan ook niet verwonderlijk dat we juist in dat hoofdstuk drie maal lezen over de viering van het Loofhuttenfeest (vs. 16, 18, 19).

Levend water

In de Evangeliën lezen we één maal dat de Heere Jezus op het Loofhuttenfeest in Jeruzalem was (Joh. 7). Op de laatste dag van dat feest spreekt Hij die wonderlijke woorden: “Als iemand dorst heeft, laat hij tot Mij komen en drinken. Wie in Mij gelooft, zoals de Schrift zegt: Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien” (vs. 37, 38). Opnieuw vinden we hier, in het leven- de water, een verwijzing naar Zacharia 14. “Op die dag zal het geschieden dat er levend water vanuit Jeruzalem zal stromen, de ene helft ervan naar de zee in het oosten en de andere helft ervan naar de zee in het westen” (vs. 8, zie ook Ezech. 47:1-12, Joël 3:18).

Vreugde

Als we al deze zaken overdenken, hoeft het ons niet meer te verwonderen dat Soekot bij uitstek het feest van vreugde is. Drie maal vinden we in verband met dit feest de opdracht aan Israël om zich te verheugen, vrolijk te zijn (Lev. 23:40; Deut. 16:14, 15).
In Nehemia 8 lezen we een bijzondere viering van het Loofhuttenfeest. Een deel van het volk is teruggekeerd uit de ballingschap in Jeruzalem. En op de eerste dag van de zevende maand lezen Ezra en andere Levieten hen de wet, de eerste vijf boeken van Mozes voor. “Zij lazen, duidelijk, en de zin verklarende” (vs. 9). Daarin lazen ze ook over het Loofhuttenfeest. En toen werd dat feest groots gevierd. Opmerkelijk is om te lezen dat dit kennelijk sinds de dagen van Jozua niet meer gebeurd was. Althans, ze hadden sinds die tijd geen loofhutten meer gebouwd om op de dagen van het feest in te wonen. “Er was zeer grote blijdschap” (vs. 18). Iedere dag werd de Schrift gelezen en verklaard. En het volk begreep de woorden. Dat veroor- zaakte de blijdschap. Vreugde in de wet (vs. 13).
Op zich leenden de omstandigheden waarin de teruggekeer- de ballingen zich bevonden, zich helemaal niet voor vreugde. De stad lag nog grotendeels in puin en ook de tempel was nog niet herbouwd. Bovendien werden ze omringd door vijandige volkeren, die het maar niets vonden dat het volk was teruggekeerd, en kennelijk grote plannen had met Jeruzalem. Maar toch was er grote vreugde! Blijdschap des HEEREN. En dat is juist wat we nodig hebben in de moeilijk- ste omstandigheden van ons leven.

“Wees niet bedroefd, want de vreugde van de HEERE, dat is uw kracht” (vs. 11). Daarom vermaant Paulus ook om ons ‘altijd’ te verblijden. En dan niet in de voorbijgaande dingen van deze wereld; ook niet in eigen wijsheid of kracht, maar ‘in de Heere’ (Fil. 4:4).

Danklied der verlosten

In Jesaja 12 komen alle bovenstaande lijnen in de Schrift, die ik maar heel in het kort heb kunnen schetsen, samen. ‘Op die dag’ (vs. 1), is de dag van de terugkeer van het overblijfsel van Israël (11:10-16). Er zal blijdschap zijn (vs. 6); geen gewone blijdschap, maar blijdschap in de HEERE. Daarom is Hij ook ‘mijn kracht’ (vs. 2).
We lezen opnieuw van water. “U zult met vreugde water scheppen uit de bronnen van het heil” (vers 3). Ook de volkeren zullen delen in de vreugde van Israël. “Dank de HEERE, roep Zijn Naam aan, maak Zijn daden bekend onder de volken!” Maar het mooiste van alles is dat we weer lezen dat God in het midden van Zijn volk zal wonen. “Juich en zing vrolijk, inwoonster van Sion, want groot in uw midden is de Heilige van Israël” (vs. 6).
Dat is de grote les van Soekot. God in het midden van u! Op Grote Verzoendag hebben we een type van de vergeving van de zonden van het volk, en de wederkomst van de Heere Jezus. Maar vijf dagen later begint dat feest van blijdschap, dat als het eenmaal werkelijkheid wordt, nooit meer zal eindigen en nooit meer door dood of zonde verstoord zal kunnen worden. “Groot in uw midden is de Heilige van Israël.” Alleen al het uitzien naar die dag, verwekt een vreugde die nergens in de wereld te vinden is. Een blijdschap in de HEERE. Die is onze kracht.

Sluiten