Bezorgdheid

Nieuw Testament | Geloofsopbouw Tekst, Hans van de Lagemaat

“Wie toch van u kan met bezorgd te zijn één el aan zijn lengte toevoegen?” (Matt. 6:27).
Deze woorden van de Heere Jezus vinden we in een gedeelte dat we Bergrede noemen. Ze komen wat vreemd over. Waarom zou iemand één el aan zijn lengte toegevoegd willen hebben? Zelfs als je volgroeide lengte een bron van frustratie is, dan is een el (ongeveer 50 cm) toch wel erg veel.

Bezorgdheid

De context waarin deze tekst staat, is de waarschuwing tegen bezorgdheid (vs. 25-34).
“Daarom zeg Ik u: Wees niet bezorgd over uw leven, over wat u eten en wat u drinken zult; ook niet over uw lichaam, namelijk waarmee u zich kleden zult. Is het leven niet meer dan het voedsel en het lichaam meer dan de kleding?” (vs. 25).
“Wie toch van u kan met bezorgd te zijn één el aan zijn lengte toevoegen? En wat bent u bezorgd over de kleding?” (vs. 27, 28).
“Wees daarom niet bezorgd en zeg niet: Wat zullen wij eten? of: Wat zullen wij drinken? of: Waarmee zullen wij ons kleden?” (vs. 31).
“Wees dan niet bezorgd over de dag van morgen, want de dag van morgen zal voor zichzelf zorgen; elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad” (vs. 34).
Bezorgdheid draagt het woord ‘zorg’ in zich mee. ‘Zorg dragen voor’, daar is natuurlijk niets mis mee. Dat is aan leden van de Gemeente zelfs een opdracht. Maar ‘bezorgdheid’ is iets waar de Heere wel tegen waarschuwt. En dan meer in de zin waarin Hij Martha aansprak. “En Jezus, antwoordende, zeide tot haar: Martha, Martha, gij bekommert en ontrust u over vele dingen” (Luk. 10:41 SV). Martha bekommerde zich (was bezorgd) over vele dingen. Dat bracht onrust in haar. Het trok haar af van het onderwijs van de Heere. Terwijl Maria aan de voeten van Jezus zat, was Martha druk met allerlei zaken. Ze had misschien ondertussen kunnen luisteren naar wat de Heere zei, maar ze was te verontrust, te bezorgd om Zijn Woord tot zich te laten doordringen. Daarom zegt Hij: “Maria heeft het goede deel uitgekozen, dat niet van haar zal worden afgenomen”.

Bezorgdheid leidt ons af. Het woord waar het werkwoord van is afgeleid, komen we ook tegen in de uitleg van de gelijkenis van het zaad (Matt. 13:18-23). Het deel van het zaad dat tussen de doornen terecht komt en verstikt wordt, staat voor hen die Gods Woord horen, maar door de zorgen van de wereld ervan worden afgetrokken. Deze ‘zorgen van de wereld’ wordt verder toegelicht door ‘de verleiding van de rijkdom’ (vs. 22). Het Woord wordt verstikt en het draagt geen vrucht. Bezorgdheid geeft onrust. Bezorgdheid leidt af en verleidt.

Voedsel en kleding

Dit alles heeft ons nog niet veel dichter gebracht bij de betekenis van het bezorgd zijn over je lengte in Mattheüs 6.
Laten we eerst vers 25 wat nader onderzoeken.
“Daarom zeg Ik u: Wees niet bezorgd over uw leven, over wat u eten en wat u drinken zult; ook niet over uw lichaam, namelijk waarmee u zich kleden zult. Is het leven niet meer dan het voedsel en het lichaam meer dan de kleding?”

Dit vers kunnen we als volgt ontleden.
A.              Bezorgdheid over het leven
                                    Voedsel en drank
B.              Bezorgdheid over het lichaam
                                    Kleding
A.              Het leven meer dan het voedsel
B.              Het lichaam meer dan de kleding.

Vers 26 is een aansporing om naar de vogels in de hemel te kijken. Zij dragen geen zorg voor hun eigen voedsel en drank. Ze zaaien niet. Ze maaien niet. En ze bewaren ook geen graan in schuren. En toch worden zij gevoed door onze hemelse Vader.
Vers 26 is dus een uitweiding en een voorbeeld bij het eerste deel van vers 25: bezorgdheid over het leven. En dat wordt afgesloten met de vraag: “Wie toch van u kan met bezorgd te zijn één el aan zijn lengte toevoegen?”

Vers 28 is vervolgens een aansporing om naar de leliën van het veld te kijken. Ze werken niet en zij spinnen niet. En toch is Salomo in al zijn heerlijkheid niet bekleed geweest als een van de leliën van het veld (vs. 29).
Vers 28 is dus een uitweiding en een voorbeeld bij het tweede deel van vers 25: bezorgdheid over het lichaam. En dat wordt ook afgesloten met een vraag: “Als God nu het gras op het veld, dat er vandaag is en morgen in de oven geworpen wordt, zo bekleedt, zal Hij u niet veel meer kleden, kleingelovigen?” (vs. 30).

Vervolgens sluit vers 31 af met een samenvatting waarin dezelfde elementen weer terugkomen.
“Wees daarom niet bezorgd en zeg niet: Wat zullen wij eten? of: Wat zullen wij drinken? of: Waarmee zullen wij ons kleden?” Eten en drinken en kleden.

Een el aan onze lengte toedoen

Vers 27 staat dus geheel en al in de context van bezorgdheid over het leven. En daar verwijst het ook naar! We kunnen door ons zorgen te maken nog geen centimeter aan ons levenspad toevoegen. Dat is overigens iets anders dan een aansporing tot volledige zorgeloosheid. We moeten wel zorg dragen voor ons levensonderhoud en dat van de onzen. Zorgvuldig omgaan met wat en hoeveel we eten en drinken kan in menig leven wel degelijk bijdragen aan de lengte ervan! Maar dat is niet de boodschap hier.
Lengte, hèlikia, heeft in Lukas 19:3 weliswaar duidelijk de betekenis van de lengte van het lichaam. Zo was Zacheüs ‘klein van persoon’ (hèlikia). Maar in het geval van de blindgeborene gaat het duidelijk om zijn leeftijd. “Zijn ouders antwoordden hun en zeiden: Wij weten dat dit onze zoon is en dat hij blindgeboren is, maar hoe hij nu ziet, weten wij niet, of wie zijn ogen geopend heeft, weten wij niet. Hij is volwassen, vraag het hemzelf, hij zal voor zichzelf spreken” (Joh. 9:20, 21).
‘Hij is volwassen’, betekent: hij is oud genoeg om voor zichzelf te spreken. Dat is hier de betekenis van het woordje hèlikia (zie ook vs. 23). Een ander voorbeeld is Efeze 4:13. “Totdat wij allen komen tot de eenheid van het geloof en van de kennis van de Zoon van God, tot een volwassen man, tot de maat van de grootte van de volheid van Christus.” ‘Grootte’ duidt hier niet zozeer op lengte als wel volwassenheid, volgroeidheid. Bij een volwassen man of vrouw neemt de lengte van het lichaam niet meer toe. Die lengte van het lichaam is een gevolg van het volgroeid zijn. De grondbetekenis zit hem in de leeftijd.
“Wie toch van u kan met bezorgd te zijn één el aan zijn lengte toevoegen?”
Het antwoord is duidelijk. Niemand. Bezorgdheid brengt ons geen voedsel. Het voegt geen el toe aan ons levenspad. Ze trekt ons af van het Woord van God. Ze werkt verstikkend. Het brengt ons niet tot de geestelijke volwassenheid en volgroeidheid, zoals God die in ons leven wil bewerken.

Voedsel en kleding

“Maar”, leert Paulus, “de godsvrucht is inderdaad een bron van grote winst, vergezeld van tevredenheid. Want wij hebben niets de wereld ingedragen, het is duidelijk dat wij ook niets daaruit kunnen wegdragen. Als wij echter voedsel en kleding hebben, zullen wij daarmee tevreden zijn. “Maar wie rijk willen worden, vallen in verzoeking en in een strik en in veel dwaze en schadelijke begeerten, die de mensen doen wegzinken in verderf en ondergang. Want geldzucht is een wortel van alle kwaad. Door daarnaar te verlangen, zijn sommigen afgedwaald van het geloof, en hebben zich met vele smarten doorstoken” (1 Tim. 6:9-10).
Godsvrucht, gepaard aan tevredenheid met de dingen die God ons geeft, dat is rijkdom die ons bewaart voor verzoeking en de strik die ons doen afdwalen van het geloof en ons doen wegzinken in verderf en ondergang.

Bezorgdheid en Vrede

Natuurlijk worden we vroeg of laat in ons leven allemaal een keer overvallen door gevoelens van bezorgdheid. Het zal je maar gebeuren dat je in deze dagen een gezin hebt en je baan verliest zonder uitzicht op een nieuwe. Het zal je gebeuren als je geliefde kind plotseling ernstig ziek wordt en je niet weet of het leven of sterven wordt. Het zal je gebeuren dat je zo vervuld raakt van de kromme wegen in je levensweg, dat een grauwe sluier alle vreugde uit je leven lijkt te hebben weggenomen.
Dat is allemaal bezorgdheid en hoort bij ons zondig menselijke bestaan. We krijgen er allemaal mee te maken. We zullen dus geoefend moeten worden ermee om te gaan.
Paulus kon daarover meepraten. Hij had veel bezorgdheid, met name om de nieuw gestichte gemeenten. Maar terwijl hij in de gevangenis zit, houdt hij ons een les voor: “Wees in geen ding bezorgd, maar laat uw verlangens in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God” (Fil. 4:6). En daar verbindt de Heere een belofte aan: “… en de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten bewaken in Christus Jezus” (vs. 7). 
Bezorgdheid maakt plaats voor vrede en te-vrede-nheid. Dat is de rijkdom waar we naar moeten streven.

 

Sluiten