Cursus Hebreeuws

Jodendom Tekst,

Na deze mini-cursus Hebreeuws kunt u de Hebreeuwse letters lezen en bouwt u een basiswoordenschat opbouwt op. Zo kunt u simpele zinnen vertalen aan de hand van een Hebreeuws woordenboek.

Les 1: Het Schrift

Het Hebreeuws is een medeklinkertaal. Dat betekent dat de tekst alleen uit medeklinkers bestaat. Dat betekent natuurlijk ook dat bepaalde woorden op verschillende manieren uitgesproken kunnen worden.


Les 2: Het alfabet

Onder het Hebreeuwse alfabet verstaan we alleen de medeklinkers. Het streepjes- en puntensysteem leren we apart.


Les 3: De klinkertekens

In deze les gaan we de klinkertekens leren. Zoals we al eerder hebben gezien behoren deze tekens niet tot de originele tekst. Deze tekens zijn in de 9e of 10e eeuw door de Masoreten aan de tekst toegevoegd.


Les 4: Lidwoord - dagesh forte - dagesh lene

Nu we de basis van het Hebreeuwse schrift te pakken hebben, kunnen we aan de grammatica gaan werken. We beginnen met het lidwoord. In het Nederlands kennen we het bepaalde lidwoord en het onbepaalde lidwoord.


Les 5: Sjewa - mater lectionis - leesmoeder

Naast de klinkertekens die we al geleerd hebben in les 3, is er nog een teken dat veel voorkomt, met de naam sjewa.


Les 6: Voorzetsel - maggeef

Aan het eind van deze les moet u kennen:
- de drie verschillende soorten voorzetsels met van elk een paar voorbeelden
- maqqeef


Les 7: Zelfstandig naamwoord

Aan het eind van deze les moet u kennen:
- Het zelfstandig naamwoord, mannelijk en vrouwelijk


Les 8: Regels voor het meervouw van een zelfstandig naamwoord

Aan het eind van deze les moet u kennen:
- Een aantal regels voor het meervoud van een zelfstandig naamwoord


Les 9: Veel voorkomende vorm van het meervoud en regels voor het lidwoord

Aan het eind van deze les moet u kennen:
- Nog een veel voorkomende vorm van het meervoud.
- Nog wat regels voor het lidwoord


Les 10: Bijzonderheden lidwoord - regels en vormen bijvoeglijke naamwoord

Aan het eind van deze les moet u kennen:
- Nog wat bijzonderheden over het lidwoord (slot)
- Een paar regels over en vormen van het bijvoeglijke naamwoord


Les 11: Bijvoeglijk naamwoord

Aan het eind van deze les moet u kennen:
- Het gebruik van het bijvoeglijke naamwoord


Les 12: Vertalen

In deze les behandelen we geen nieuwe grammatica. Lees de zinnetjes (leer ze uit uw hoofd), en vertaal ze.


Les 13: Genesis 1:1

Aan het eind van deze les moet u kennen:
- Nog wat bijzonderheden oever het meervoud van zelfstandige naamwoorden
- Genesis 1:1 lezen


Les 14: Participium actief

Aan het eind van deze les moet u kennen:
- Het participium actief


Les 15: Vergrotende trap - betrekkelijk voornaamwoord

Aan het eind van deze les moet u kennen:
- Nog wat meer over de verschillende voorzetsels
- De vergrotende trap
- Het betrekkelijk voornaamwoord (asjèr).


Les 16: Meervoud zelfstandige naamwoorden - deelwoorden

Aan het eind van deze les moet u kennen:
- Nog wat meer over het meervoud van zelfstandige naamwoorden
- Nog wat meer over participia (deelwoorden)


Les 17

Aan het eind van deze les moet u kennen:
- Het gebruik van de woordjes jeesj en één
- De voorzetsel be, le en et- met suffixen van de voornaamwoorden

Sluiten