De antichrist (dl. 2)

Profetisch Woord Tekst, Ton Stier

Luther noemde satan al treffend ‘de aap van God’. Hij is namelijk geniaal in het imiteren van de Heere God, zowel in Zijn Persoon als in Zijn werken. Geen wonder dat ook de antichrist als pseudo-messias in de toekomst velen zal verleiden.

Het woord ‘antichrist’

In ons spraakgebruik heeft ‘anti’ de betekenis van een tegenstelling of tegenpool. Denk aan woorden als antivries, antidotum, antidepressiva, enz. In het Grieks heeft ‘anti’ echter de betekenis van ‘in plaats van’. De antichrist komt als een pseudo-messias in plaats van Christus. Hij zal zich dus ook niet (zoals vaak in eindtijdfilms) presenteren als een afzichtelijk monster met horens en bloeddoorlopen ogen. In de eerste periode van zijn optreden zal hij als aimabele persoonlijkheid met uitzonderlijk charisma harten weten te winnen. Een echte ‘bruggenbouwer’, die past in het verwachtingspatroon dat velen van de messias als samenbindende factor zullen hebben. Op zich niet verwonderlijk als we bedenken dat deze ‘wolf in schaapsvacht’ diegene vertegenwoordigt, die van meet af aan optreedt als ‘een engel van het licht’ (2 Kor. 11:13).
In het volgende overzicht geven we een aantal andere voorbeelden van hoe satan en de antichrist op diverse terreinen de Persoon en het werk van God proberen te imiteren, maar ook openlijk te weerstaan.

Zaad
Christus is het Zaad van de vrouw, de antichrist is het zaad van de slang (Gen. 3:15). Zo letterlijk als Johannes Christus’ komst beschrijft als ‘het Woord dat is vlees geworden en onder ons heeft gewoond’ (Joh. 1:14), zo letterlijk zal ook de antichrist - als satanische vleeswording - in de tempel tijdelijk onder de mensen woonachtig zijn. 

De godheid
Christus is God, zo leert Paulus in Romeinen 9:5: “uit hen (Israël) is, wat het vlees betreft, de Christus voortgekomen, Die God is, boven alles, te prijzen tot in eeuwigheid. Amen!”.
Maar ten aanzien van de antichrist schrijft hij: “... de tegenstander, die zich ook verheft boven al wat god genoemd of als God vereerd wordt, zodat hij als God in de tempel van God gaat zitten en zichzelf als God voordoet” (2 Thess. 2:4).

De opstanding
Christus stond op uit de dood. In Openbaring 13:14 lezen we over “het beest dat de wond van het zwaard had en weer levend werd”.

Het Evangelie
Tegenover het Evangelie van Christus staat ‘een ander evangelie’, dat verwarring veroorzaakt. Over de verkondiger zegt Paulus tot twee maal: ‘die zij vervloekt’ (Gal. 1:6-9). 

Apostelen
Tegenover de apostelen van Christus staan de valse apostelen, bedrieglijke arbeiders, die zich voordoen als apostelen van Christus (2 Kor. 11:13-15). 

Viervoudige beschrijving
Christus wordt in de vier Evangeliën op viervoudige wijze beschreven als achtereenvolgens de Koning (Mattheüs evangelie); de Dienstknecht (Markus evangelie); de Zoon des Mensen (Lukas evangelie) en de Zoon van God (Johannes evangelie). 

In Openbaring 6 wordt ons een viervoudig beeld geschetst van de valse messias:

1. De ruiter op een wit paard met een kroon op zijn hoofd en een boog in zijn handen. We herkennen meteen de imitatie van Christus, ‘de Ruiter op het witte paard’, Die genoemd wordt ‘Getrouw en Rechtvaardig’ (Opb. 19:11).
2. De ruiter op een rossig paard, met een groot zwaard om de vrede op aarde weg te nemen. Het betreft hier het wegnemen van de valse vrede, die kenmerkend zal zijn voor de eerste 3,5 jaar van zijn optreden (vgl. Dan. 8:25; 9:17; 1 Thess. 5:3; Matt. 24:6).
3. De ruiter op een zwart paard met een weegschaal in zijn hand, als symbool voor voedselschaarste en hongersnood (vgl. Matt. 24:7).
4. De ruiter op een vaal paard, die het vierde deel van de aarde zal doden.
(Merk de toenemende druk op waarmee de antichrist zijn terreurregime zal uitoefenen.)

Licht der wereld
Christus is het Licht van de wereld (Joh. 8:12; 9:15), satan verandert zichzelf in een ‘engel van het licht’ (2 Kor. 11:14).1 

Verzegeling
God zal straks Zijn (144.000) dienaren verzegelen aan hun voorhoofd (Opb. 7:3). In navolging daarvan krijgen de aanbidders van het beest een merkteken op hun rechterhand of op hun voorhoofd (Opb. 13:16).

Citeren van de Schrift
Christus citeerde tijdens Zijn rondwandeling op aarde veelvuldig de Schrift. Satan doet dat ook, maar altijd onjuist, incompleet en/of in een verkeerde context (vgl. o.a. Gen. 3:1 en Matt. 4:3-7).

Geheimenis
Tegenover het ‘geheimenis van de godsvrucht’ (1 Tim. 3:16) staat het ‘geheimenis van de wetteloosheid’ (2 Thess. 2:7).

De troon
Tegenover de troon van God staat de troon van satan (Opb. 2:13)

Stad en bruid
Tegenover het aardse Jeruzalem, ‘de stad van de grote Koning’ en het hemelse Jeruzalem, dat straks getooid als een bruid zal nederdalen, staat satans ‘bruid’: Babylon. We lezen in Openbaring 17:4-5: “en de vrouw was bekleed met purper en scharlaken, en getooid met goud, edelgesteente en parels, en zij had een gouden drinkbeker in haar hand, vol van gruwelen en van onreinheid van haar hoererij. en op haar voorhoofd stond een naam geschreven: Geheimenis, het grote Babylon, de moeder van de hoeren en van de gruwelen van de aarde”.

Wonderen en tekenen
Christus deed wonderen en tekenen. Denk aan de woorden van Petrus in zijn Pinkstertoespraak: “Jezus de Nazarener, een Man Die u van Godswege aangewezen is door krachten, wonderen en tekenen, die God in uw midden door Hem gedaan heeft, zoals u ook zelf weet” (Hand. 2:22; zie ook Matt. 11:4, 5, Joh. 3:2).
Zo ook de antichrist, “wiens komst overeenkomstig de werking van de satan is, met allerlei kracht, tekenen en wonderen van de leugen, en met allerlei misleiding van de ongerechtigheid” (2 Thess. 2:9, 10).

Vuur uit de hemel
in Openbaring 13 lezen we over het beest uit de aarde dat grote tekenen doet door zelfs vuur uit de hemel op de aarde te laten neerkomen. ‘Vuur uit de hemel’ is enerzijds een imitatie van Gods oordeel(denk aan Sodom en Gomorra in Gen. 19), anderzijds is het een imitatie van Zijn almacht en heerlijkheid (denk aan de verbondsluiting op de berg Sinaï in Exod. 19). En tenslotte is vuur uit de hemel op het altaar, Gods erkenning en aanvaarding van het offer (zie Lev. 9:24; Richt. 6:21; 1 Kon. 18:24, 38).
Het is niet onwaarschijnlijk dat de offerdienst, die door de antichrist gedoogd zal worden (Dan. 8:13; 9:27; 12:1), ook met (vreemd)2 vuur uit de hemel bevestigd zal worden. “En het doet grote tekenen, zodat het zelfs vuur uit de hemel laat neerkomen op de aarde, voor de ogen van de mensen” (Opb. 13:13).

De drie-eenheid
De voor ons menselijk verstand ondoorgrondelijke drie-eenheid die de Schrift leert met betrekking tot de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, zien we door satan geïmiteerd. Een van de vele teksten omtrent de Goddelijke drie-eenheid is 1 Johannes 4:2: “Hieraan leert u de Geest van God kennen: elke geest die belijdt dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, is uit God”.

We zien hier de drie-eenheid in hun onderlinge samenhang tussen:
1.          de Geest,
2.          Die uit God is
3.          en Die Jezus Christus belijdt.

Daartegenover staat het volgende vers:
1.          elke geest die niet belijdt dat Jezus Christus in het vlees gekomen is,
2.          is niet uit God (dus uit satan);
3.          dat is de geest van de antichrist.

In Openbaring 13 zien we deze satanische drie-eenheid nader gespecificeerd als
1. het beest uit de zee, de antichrist, wiens dodelijke wond werd genezen, waardoor de hele aarde het beest met verwondering achterna ging (vs. 3);
2. de draak (satan), die wordt aanbeden, omdat hij aan het beest macht gegeven had (vs. 4);
3. het beest uit de aarde, die staat voor de valse profeet (of de geest van de antichrist), “en maakt dat de aarde en zij die er wonen het eerste beest (uit de zee) aanbidden (vs. 12)3.

Alle drie eindigen tenslotte in de poel van vuur: “En de duivel, die hen misleidde, werd in de poel van vuur en zwavel geworpen, waar ook het beest en de valse profeet reeds zijn” (Opb. 20:10).

Vader - Zoon
In Zijn optreden op aarde, verwijst de Heere Jezus vele malen naar Zijn volmaakte eenheid met de Vader, zoals in Johannes 5:19: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: de Zoon kan niets van Zichzelf doen, als Hij dat niet de Vader ziet doen, want al wat Deze doet, dat doet ook de Zoon op dezelfde wijze”.
Maar ook satan wordt in Johannes 8:44 tot drie keer toe als ‘vader’ beschreven: “U bent uit uw vader de duivel, en wilt de begeerten van uw vader doen; die was een mensenmoordenaar van het begin af, en staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij vanuit wat van hemzelf is, want hij is een leugenaar en de vader van de leugen”.
Satans zoon is ‘de zoon van het verderf’ (2 Thess. 2:3), een benaming die de Heere overigens ook voor Judas Iskariot gebruikt (Joh. 17:12).

We zagen reeds dat de Zoon niets kan doen zonder de Vader. De antichrist zal in navolging daarvan de kracht en de autoriteit van satan op aarde vertegenwoordigen. “En zij aanbaden de draak, omdat hij aan het beest macht gegeven had” (Opb. 13:4).
“Zijn kracht zal machtig worden, maar niet door eigen kracht” (Dan. 8:24).

Zoon - Geest
Zoals de derde Persoon in de drie-eenheid (de Heilige Geest) getuigt van de Persoon en het werk van Christus en Hem verheerlijkt, zal de derde persoon in de satanische drie-eenheid getuigen van de persoon en het werk van de antichrist en hem verheerlijken.
Vergelijk Johannes 16:13-14 met Openbaring 13:12: “Maar wanneer Die komt, de Geest van de waarheid, zal Hij u de weg wijzen in heel de waarheid, want Hij zal niet vanuit Zichzelf spreken, maar wat Hij gehoord zal hebben, zal Hij spreken, en de toekomstige dingen zal Hij u verkondigen. Die zal Mij verheerlijken, want Hij zal het uit het Mijne nemen en het u verkondigen”.
“En het (beest uit de aarde) oefent al de macht van het eerste beest voor zijn ogen uit, en het maakt dat de aarde en zij die er wonen het eerste beest aanbidden, waarvan de dodelijke wond genezen was”.

Drieënhalf jaar
Christus’ openbare optreden duurde drieënhalf jaar; de openbaring van de antichrist in zijn ware gedaante zal ook drieënhalf jaar duren (Opb. 13:5).

Schril contrast

Behalve het imiteren van Christus, kenmerkend voor de eerste periode van zijn optreden, zal zich geleidelijk aan ook een schril contrast tussen Christus en de antichrist aftekenen.

God gelijk
Christus was en is God gelijk en heeft Zijn positie niet als roof beschouwd. “Die, hoewel Hij in de gestalte van God was, het niet als roof beschouwd heeft aan God gelijk te zijn” (Fil. 2:6). De antichrist zal wel het ‘God gelijk zijn’ trachten te roven: “zodat hij als God in de tempel van God gaat zitten en zichzelf als god voordoet” (2 Thess. 2:4).

Vernedering en verheerlijking
Christus werd verheerlijkt als gevolg van Zijn vernedering en gehoorzaamheid. “En in gedaante als een mens bevonden, heeft Hij Zichzelf vernederd en is gehoorzaam geworden, tot de dood, ja, tot de kruisdood. Daarom (!) heeft God Hem ook bovenmate verhoogd...” (Fil. 2:8,9)
De antichrist begint volgens het boek Daniël klein om vervolgens uit te groeien tot een invloedrijk monster dat grote woorden spreekt tegen de hemel.
“Terwijl ik op de horens bleef letten, zie, een andere, kleine, horen rees daartussen op. Drie van de eerdere horens werden voor hem uitgerukt. en zie, in die horen waren ogen als mensenogen en een mond vol grootspraak” (Dan. 7:8).
“Uit één ervan kwam een kleine hoorn tevoorschijn, die uitzonderlijk groot werd, naar het zuiden toe, naar het oosten toe en naar het sieraadland toe. Hij werd groot, tot aan het leger van de hemel. Van dat leger, namelijk van de sterren, liet hij er sommige ter aarde vallen en vertrapte ze. Hij maakte zich groot tot aan de Vorst van dat leger. Het steeds terugkerende offer werd aan Hem ontnomen en Zijn heilige woning neergeworpen” (Dan. 8:9-11).  
Maar terwijl Christus’ vernedering leidde tot Zijn verhoging, leidt de verhoging van de antichrist tot zijn vernedering om vervolgens te eindigen in de poel van vuur.
“Toen keek ik, vanwege het geluid van de grote woorden die de horen sprak. Ik keek toe totdat het dier gedood werd en zijn lichaam vernietigd werd, en aan het laaiend vuur werd prijsgegeven” (Dan. 7:11; vgl. Opb. 19:20; 2 Thess. 2:8). Salomo’s woorden “hoogmoed komt voor de val” (Spr. 16:18) zijn op ultieme wijze dan ook op hem van toepassing.

Herder – dief en rover
Tegenover de goede Herder, Die Zijn leven geeft voor Zijn schapen opdat zij het leven hebben in overvloed, staat de dief en de rover, die steelt, slacht en verloren laat gaan (Joh. 10:1, 10, 11; zie ook Zach. 11:17: de ‘herder van niets’). Let op het tragische lot van de schapen, die door de vluchtende huurlingen in die tijd aan het geweld van de wolf (de antichrist) ten prooi zullen vallen.

Lam - beest
Christus is het Lam: de antichrist is het beest. Het Lam is de Zaligmaker van zondaren; het beest is daarentegen de vervolger en moordenaar van de heiligen.

Het lam getuigt van Christus’ nederigheid en zachtmoedigheid, die leiden tot rust. Zijn juk is zacht en Zijn last is licht (Matt. 11:29). Het beest daarentegen is een en al wreedheid. Hij bewerkt benauwdheid, onrust en onderdrukking (Dan. 7:7, 8).
Het Lam kwam om de zonde van de wereld weg te nemen (Joh. 1:29). Het beest is de wetteloze, draagt godslasterlijke namen, spreekt godslasteringen (Opb. 13:1, 5; 17:3); zal opstaan tegen de Vorst der vorsten (Dan. 8:25) en ongehoorde dingen spreken tegen de God der goden (Dan. 11:36).

Ware vrede – schijnvrede
Christus zal als Vredevorst op aarde terugkeren (Jes. 9:6-7); de antichrist zal schijnvrede brengen, om vervolgens elke vorm van vrede weg te nemen (1 Thess. 5:3).

Hij komt in zijn eigen naam

In de inleiding van zijn evangelie schrijft Johannes: “Hij kwam tot het Zijne, maar de Zijnen hebben hem niet aangenomen” (Joh. 1:11). Let nu op het verband met Jezus’ woorden in hoofdstuk 5:43: “Ik ben gekomen in de naam van Mijn vader maar u neemt Mij niet aan (met als consequentie:) als een ander komt, in zijn eigen naam, die zult u aannemen”. Het leidt geen twijfel wie die ‘ander’ is, die in zijn eigen naam komt: de antichrist. Het woord ‘ander’ is hier de vertaling van het Griekse woord ‘allos’ en betekent ‘ander’, maar wel van dezelfde soort of van hetzelfde geslacht. Het Griekse woord ‘heteros’, daarentegen dat ook ‘ander’ betekent, heeft meer de betekenis van ‘opponent’.
We vinden dus hier weer de bevestiging dat de antichrist als imitator in plaats van de Christus komt.4

De God van Israël en het volk van Israël

We lezen in Daniel 7:25 hoe de antichrist zich richt tegen de God van Israël en het volk van Israël: “Woorden tegen de Allerhoogste zal hij spreken, de heiligen van de Allerhoogste zal hij te gronde richten. Hij zal erop uit zijn bepaalde tijden en de wet te veranderen, en zij zullen in zijn hand worden overgegeven voor een tijd, tijden en een halve tijd”.
Wie die heiligen van de Allerhoogste zijn wordt duidelijk in het volgende vers als hem de heerschappij ontnomen zal worden en deze overgegeven zal worden aan ‘het volk van de heiligen van de Allerhoogste’. “Daarna zal het gerechtshof zitting houden: men zal hem zijn heerschappij ontnemen, hem verdelgen en volledig vernietigen. Maar het koningschap en de heerschappij en de grootheid van de koninkrijken onder heel de hemel zullen gegeven worden aan het volk van de heiligen van de Allerhoogste. Zijn koninkrijk zal een eeuwig koninkrijk zijn, en alles wat heerschappij heeft, zal Hem eren en gehoorzamen” (Dan. 7:26, 27).
Het mag duidelijk zijn dat het hier gaat om het volk Israël, dat elders in Daniël wordt geïdentificeerd als: ‘het volk van Daniël’ (Dan. 10:14; 11:14; 12:1); ‘het volk dat God met sterke hand uit het land Egypte geleid heeft …’ ‘het volk dat tot smaad is geworden voor de volken om hen heen’, maar ‘over wie (evenals Jeruzalem) de Naam van de Heere is uitgeroepen’ (Dan. 9:15, 16, 19). En die Naam van de ware Messias staat garant voor de glorieuze toekomst van het volk dat eens ‘een koninkrijk van priesters en een heilig volk’ zal worden (Exod. 19:6).

Ga naar deel 3 >

Voetnoten:
1. Het woord voor slang in Gen. 3:1 nachasj heeft de betekenis van ‘lichtgevende’.
2. Denk aan het vreemde vuur van Nadab en Abihu (Lev. 10:1).
3. Niet zelden wordt het beest uit de aarde gezien als ‘de antichrist’ vanwege zijn gedeeltelijke gelijkenis met het Lam. “… het had twee horens, als die van het Lam, maar het sprak als de draak” (Opb. 13: 11). Maar hoewel ook dit beest de gelijkenis van het Lam tracht weer te geven, is het beest uit de zee, degene die uit de dood opstaat en daarmee het bewijs van ‘de Messias’, als ‘Zoon van God’ probeert te leveren (vgl. Rom. 1:4).
4. Zie voor het woord ‘allos’ bijvoorbeeld: een ‘andere weg’ (Matt. 2:12); ‘twee andere broers’ (Matt. 4:21). Dus anders, maar wel van hetzelfde soort/familie.
Zie voor het woord ‘heteros’ bijvoorbeeld: ‘de ene heer haten, de andere heer liefhebben; de ene heer aanhangen, de andere heer verachten’ (Mat. 6:24). Dus een duidelijke tegenstelling.

 

Sluiten