De Gezalfde

Christologie Tekst, Redactie

De titel ‘Messias’ of ‘Christus’ komen we veelvuldig in de Bijbel tegen. Wat betekent die titel en op wie is hij van toepassing?

De Christus

Het is duidelijk vanuit het Nieuwe Testament dat het woord ‘Christus’ niet een naam, maar een titel is. Elk Evangelie spreekt namelijk over ‘de Christus’ (zie Matt. 16:20; Mark. 14:61; Luk. 3:15; Joh. 4:29). De eerste keer dat we de titel in het Lukasevangelie tegenkomen, is als Simeon het kind Jezus in de tempel ontmoet. We lezen dan dat hem "een Goddelijke openbaring was gegeven door de Heilige Geest dat hij de dood niet zien zou voordat hij de Gezalfde van de Heere zou zien" (Luk. 2:26). ‘Gezalfde’ is hier de letterlijke vertaling van het woord ‘Messias’. Dat de titels ‘Christus’ en ‘Messias’ een en dezelfde zijn, wordt ook expliciet door Johannes bevestigd. Als Andreas tegen zijn broeder Simon zegt: “Wij hebben de Messias gevonden”, verklaart Johannes: “wat vertaald wordt (vanuit het Hebreeuws in het Grieks1) als de Christus” (Joh. 1:41; vgl. Joh. 4:25).

De Christus van God

Als de Heere Jezus Zijn discipelen de vraag stelt: “Maar u, wie zegt u dat Ik ben?”, luidt het antwoord van Petrus: “De Christus van God” (Luk. 9:20). Evenals Lukas 2:26 waar we reeds lazen over ‘de Gezalfde van de Heere”, verbindt Petrus de titel ‘Christus’, rechtstreeks met God; de Christus van God. De Gezalfde staat namelijk allereerst in Zijn dienst. De betekenis ervan wordt met name in het Oude Testament nader verklaard. Er blijken daar drie groepen mensen - ter benoeming en bekrachtiging van hun door God gegeven ambt - met olie te worden gezalfd: priesters, koningen en profeten.

De priester

De eerste keer dat we de zalving van een priester tegenkomen is als Aäron en zijn zonen tot priester worden aangesteld. Mozes krijgt de opdracht: "U moet … hen zalven, wijden en heiligen, zodat zij Mij als priester kunnen dienen" (Exod. 28:41). Psalm 133:2 verwijst hiernaar met de woorden: "… de kostelijke olie op het hoofd, die neerdruipt op de baard, de baard van Aäron, die neerdruipt op de zoom van zijn priesterkleed". 

De koning

Saul, de eerste koning van Israël, wordt door Samuël gezalfd met de woorden: "Is het niet zo, dat de HEERE u tot een vorst over Zijn eigendom gezalfd heeft?" (1 Sam. 10:1). Vanwege Sauls ongehoorzaamheid, moest Samuël echter een andere koning zalven met de opdracht: “Vul uw hoorn met olie, en ga op weg; Ik zend u naar Isaï, de Bethlehemiet, want Ik heb een koning voor Mij gezien onder zijn zonen" (1 Sam. 16:1). Let op de woorden “voor Mij”. Saul was de koning van het volk, David was de koning van God.
Eenmaal voor David gebracht zegt de Heere: "Sta op, zalf hem, want deze is het". "Toen nam Samuël de oliehoorn en zalfde hem … En de Geest van de HEERE werd vaardig over David vanaf die dag en voortaan ... " (1 Sam. 16:12,13).

De profeet Elia krijgt in dit verband wel een hele bijzondere opdracht. Hij moet Hazaël tot koning over Syrië (Aram) zalven, Jehu tot koning over Israël en Elisa tot profeet in zijn plaats (1 Kon. 19:15-16).

De drie ambten vervuld in Christus

Het Nieuwe Testament laat zien dat de Heere Jezus alle drie ambten vervult.
De Hebreeënbrief noemt Hem onze ‘grote Hogepriester’ (Hebr. 4:14-15); de wijzen uit het Oosten noemen Hem ‘de Koning van de Joden’ (Matt. 2:2); in Openbaring lezen we over Hem als ‘Koning der koningen, en Heere der heren’ (Opb. 19:16); en bij het binnengaan van Jeruzalem zegt de menigte: "Dat is Jezus, de Profeet uit Nazareth in Galilea" (Matt. 21:11). Hoe volmaakt Hij het priesterambt vervulde, blijkt uit Zijn gebed tot de Vader: "Want de woorden die U Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven en zij hebben ze aangenomen, en zij hebben daadwerkelijk erkend dat Ik van U uitgegaan ben, en hebben geloofd dat U Mij gezonden hebt" (Joh. 17:8).

De unieke Gezalfde

Het Oude Testament spreekt op veel plaatsen over een unieke Gezalfde. Drie van zulke passages worden in het Nieuwe Testament toegepast op de Heere Jezus.

Psalm 2 zegt: “De koningen van de aarde stellen zich op en de vorsten spannen samen tegen de HEERE en tegen Zijn Gezalfde …". In Handelingen 4:24-27 citeren de apostelen deze passage in hun gebed: "Want, in waarheid, tegen Uw heilig Kind Jezus, Die U gezalfd hebt, zijn Herodes en Pontius Pilatus samen met de heidenen en de volken van Israël bijeengekomen …". De apostelen verklaren dus klip en klaar dat Jezus, de in Psalm 2 Gezalfde van de HEERE is.

In Hebreeën 1:8-9 citeert de schrijver Psalm 45 en past die toe op de Heere Jezus als de tot Koning gezalfde: "Uw troon, o God, bestaat eeuwig en altijd; de scepter van Uw Koninkrijk is een scepter van rechtvaardigheid. U hebt gerechtigheid lief en haat goddeloosheid; daarom heeft Uw God U gezalfd, o God, met vreugdeolie, boven Uw metgezellen" (Ps. 45:7-8).
Misschien wel de bekendste Oudtestamentische tekst, die verwijst naar de Heere Jezus als de Gezalfde is Jesaja 61:1-2: "De Geest van de Heere HEERE is op Mij, omdat de HEERE Mij gezalfd heeft om een blijde boodschap te brengen aan de zachtmoedigen …". Na het lezen van deze woorden in de synagoge van Nazareth, sluit Jezus het Boek, geeft het terug aan de dienaar en zegt: "Heden is deze Schrift in uw oren in vervulling gegaan" (Luk. 4:21). Zo verklaarde Hij Zichzelf onomwonden als de Gezalfde. Deze verklaring heeft mogelijk bijgedragen aan de extreme reactie van Zijn toehoorders, die Hem “op de top van de berg brachten waarop hun stad gebouwd was, om Hem van de steilte af te werpen" (Luk. 4:29). Hoe Hij vervolgens Zijn gezag als de Gezalfde zichtbaar maakt, bewijst het volgende vers: “Maar Hij liep midden tussen hen door en ging weg”.2

In de toekomst zal de strijd zich vooral op Zijn Messiasschap toespitsen, zo blijkt ook uit Johannes’ woorden: "Wie is de leugenaar anders dan hij die loochent dat Jezus de Christus is? Dat is de antichrist, die de Vader en de Zoon loochent" (1 Joh. 2:22). 

Voetnoten:
1. Meer nauwkeurige omzetting/transcriptie van deze woorden zou zijn: ‘Christos’ en ‘Maschiach’.
2. Zie voor Zijn eigen verklaring van het Messiasschap ook Joh. 4:25-26 en Mark. 14:61-62.

Sluiten