De HEERE regeert

Profetisch Woord Tekst, Hans van de Lagemaat

‘De HEERE regeert’ klinkt in het huidige tijdsgewricht wel als een heel pretentieuze uitspraak. De hele wereld lijkt zich in chaos en verwarring te storten. Zijn het niet de machtige natuurkrachten die hele landen letterlijk op hun grondvesten doen trillen en volkeren voor schier onoplosbare problemen stellen, dan zijn het wel burgeroorlogen en internationale twisten, die politieke leiders in het duister doen tasten.

Regeert de HEERE?

Tunesië, Egypte, Libië, het ene na het andere bewind valt om. Door zich ermee te bemoeien heeft ook de internationale gemeenschap zich in een wespennest begeven. En het eind is nog niet in zicht. Hoeveel Arabische landen zullen nog volgen? En om nog iets verder te kijken. Hoe lang zal de rust in onze eigen - door eurocrisis geplaagde - westerse samenleving, nog onaangetast blijven?
De HEERE regeert. Ja, dat is wat de Bijbel ons leert. Maar om de heerlijke waarheid ervan te kunnen zien en geloven, moeten we ons niet stellen op het standpunt van de al maar in beweging zijnde politiek van dezewereld. We moeten ook niet kijken door de bril van economen en filosofen. We moeten kijken met deogen van geloof. Met eerbied gezegd, we moeten kijken vanuit de positie van Christus Jezus zelf; aan Gods rechter- hand. Onderwezen door Gods Geest zeggen we dan van harte ‘amen’ op de stelling: De HEERE regeert.
In deze studie gaan we de Bijbel onderzoeken naar de betekenis van dit kleine, maar o zo belangrijke zinnetje: De HEERE regeert.

Het lied van Mozes

In Exodus 15 komen we deze woorden voor het eerst tegen.
“De HEERE zal regeren voor eeuwig en altijd” (vs. 18). En meteen al uit de plaats waar dit zinnetje voorkomt, kunnen we een hoop leren. Het woord ‘regeren’ is het werkwoord waarvan in het Hebreeuws het woord voor ‘koning’ is afgeleid. ‘Regeren’ betekent zo ‘koning zijn’. Je zou de tekst dus kunnen weer- geven met: ‘De HEERE zal in eeuwigheid en gedurig Koning zijn’. De verzen waarin we deze woorden vinden, vormen een loflied van Mozes en de kinderen Israëls. God had net een grote verlossing voor hen teweeggebracht. Ze stonden aan de overzijde van de Schelfzee, waarin hun vijanden ten onder waren gegaan. Het diensthuis Egypte was verleden tijd. Met harde, onmense- lijke slavendienst waren ze aan Farao en zijn volk onderworpen geweest. Maar nu was alles anders. Zij waren nu slaven, dienaren van een andere Koning geworden. En wat ze voor Farao nooit hadden gedaan, deden zij voor die nieuwe Koning. Zij zongen Hem een loflied. Zij verheerlijkten Zijn grote naam en stelden al hun vertrouwen in Hem alleen.
Het lied eindigt dan met “De HEERE zal regeren voor eeuwig en altijd” met als reden: “Want het paard van de farao, met zijn strijdwagen en zijn ruiters, waren in de zee gekomen, en de HEERE had het water van de zee over hen terug doen vloeien. Maar de Israëlieten gingen op het droge, midden in de zee”. Dus de aanleiding waarom Mozes en de Israëlieten deze woorden kunnen zingen, is de vernietiging van de vijanden van het volk van Israël en het behoud door een wonderlijke verlossing van Israël zelf. En die basisbetekenis moeten we vasthouden. De HEERE regeert. De HEERE is Koning. Hij behoudt Zijn volk. Hij verdelgt hun vijanden. De eerste keer dat we deze woorden tegenkomen, staan dus in direct verband met de verlossing van Israël.

Een nieuw lied

Als koning regeren is ook een thema in het Bijbelboek Openbaring. Zeven maal vinden we het woordje voor ‘heersen’ of ‘regeren’ hierin terug, in de SV steeds vertaald met ‘als koning regeren’. Het Griekse woord voor ‘koning’ is van dit werkwoord afgeleid. Hetzelfde als in het Hebreeuws dus.
Wonderlijk genoeg vinden we dit woord de eerste keer van de zeven terug in een nieuw lied. Dit lied wordt gezongen door de vierentwin- tig ouderlingen rondom de troon van het Lam. “En zij zongen een nieuw lied en zeiden: U bent het waard om de boekrol te nemen en zijn zegels te openen, want U bent geslacht en hebt ons voor God gekocht met Uw bloed, uit elke stam, taal, volk en natie” (Opb. 5:9).1
Er zijn een aantal opmerkelijke overeenkomsten in dit nieuwe lied, met het lied van Mozes.
Beide liederen spreken over een verlossing. In beide verlossingen zien we het bloed van een lam aan de basis ervan. In Exodus vond er geen verlossing plaats zonder het paaslam. De grote finale verlossing wordt bewerkstelligd door het bloed van het Lam. ‘Koningen en priesters’ is de benaming van het verloste volk in Openbaring. En dit is een directe verwijzing naar Exodus 19:6. “U dan, u zult voor Mij een koninkrijk van priesters en een heilig volk zijn.” Als we aandachtig de gehele Openbaring doorlezen, dan ontgaat het ons niet dat de grote verlossing waar dit lied van spreekt, ook gepaard gaat met de vernietiging van de vijand van de verlosten, ja van de vernietiging van de grote vijand, de satan.
In dit nieuwe lied – zo zullen sommigen tegenwerpen – staan toch niet de woorden “de HEERE regeert”? Nee, dat is waar. Maar het is wel zo dat de verlosten zullen regeren, omdat Hij zal regeren. In Openbaring 11 horen de vierentwin- tig ouderlingen grote stemmen, die zeggen: “De koninkrijken van de wereld zijn van onze Heere en van Zijn Christus geworden, en Hij zal Koning zijn in alle eeuwigheid” (vs. 15). En vol aanbidding zeggen zij: “Wij danken U, Heere, God de Almachtige, Die is en Die was en Die komt, omdat U Uw grote kracht ter hand hebt genomen en Koning geworden bent”.

Hij komt

“Zingt de HEERE een nieuw lied.” Dit is de aanvang van Psalm 96. Opnieuw ‘een nieuw lied’. En halverwege deze Psalm: “Zegt onder de heidenen (de volkeren): De HEERE regeert”. Deze Psalm is een grote aansporing aan de volkeren en de ganse schepping om de HEERE te loven en te prijzen. De toestand die beschre- ven wordt, staat in schril contrast met de huidige wereld. “De HEERE regeert; ook zal de wereld bevestigd worden, zij zal niet bewogen worden.”2 Nu schudt de wereld op haar grondvesten. Delen van onze aarde worden regelmatig aan het schudden gebracht, waardoor de schade en het aantal slachtoffers niet is te overzien. Waar is de mens? Wat kan hij doen bij zoveel natuur- geweld? De mens speelt met de basiselementen van de natuur. De ontwikkelingen van de wetenschap jagen maar door. Maar zoals een kind dat spelletjes met vuurwapens gaat spelen hoogst waarschijnlijk zichzelf of anderen ernstig verwondt, zo heeft dezelfde ogenschijnlijk zo machtige wetenschap haar eigen speeltjes niet meer onder controle. Kernrampen van ongekende grootte bedreigen de wereldbevolking. De mens wil regeren, maar moet er tot zijn grote schade achter komen, dat het alles uitloopt op een catastrofe. Maar wat een rust voor degenen, die het geloven kunnen: “De HEERE zal regeren”. En dan zal de wereld vaststaan, en niet bewogen worden. “Hij zal over de volken op billijke wijze rechtspreken” (vs. 10). Dat is de mens, zo moeten we erkennen, nog nooit gelukt. Er zijn mensen geweest met grote idealen. Zij dachten te weten hoe de wereld rechtmatig bestuurd kon worden. Een paradijs voor alle mensen. Hier en daar horen we van bevlogen politici die nog steeds hetzelfde doel voor ogen hebben. Nobel streven. Maar het is een droom en geen waarheid, omdat het een streven zonder de HEERE is. Het is een utopie, die nooit werkelijkheid zal worden en daarom onze krachten en inspanningen niet waard zijn. De HEERE zal regeren. Hij weet hoe Hij dat moet doen in rechtmatigheid. Wanneer wordt dit nieuwe lied gezongen? Wanneer zien we dit heil op aarde aanbreken? Wanneer houdt dit schudden op? Wanneer komt er een einde aan al deze chaos en verwarring? Als Hij komt! Want daarmee eindigt deze Psalm. “Want Hij komt, want Hij komt, om de aarde te oordelen; Hij zal de wereld oordelen met gerechtigheid, en de volken met Zijn waarheid” (vs. 13). Daar mag al ons verlangen zich naar uitstrekken. En daartoe mogen we al onze krachten gebruiken: om die heerlijke waarheid bekend te maken. Hij komt! En Hij zal regeren.3

Geweldiger dan het bruisen van grote wateren

Actueel is ook Psalm 93. Tegenover de macht van het water wordt Gods almacht gesteld. Zien we het geweld van de Tsunami’s in delen van onze wereld, dan rijst de vraag wie er bestand is tegen zoveel verwoesting. Het antwoord: De HEERE. “De HEERE regeert” (vs. 1)2. “De HEERE in de hoogte is machtiger dan het bruisen van machtige wateren, de machtige golven van de zee” (vs. 4).

Oordelen

Psalm 97 is de volgende Psalm na 93 en 96 die begint met de woorden “De HEERE regeert”3. Eerst be- schrijft deze Psalm de oordelen waarmee de komst van de grote Koning gepaard zal gaan. Hun beschrijving komt overeen met de gerichten in de Openbaring. Maar er is een volk dat zich zal verblijden ook tijdens die gerichten. “Sion heeft gehoord, en het heeft zich verblijd, en de dochteren van Juda hebben zich verheugd vanwege Uw oorde- len, o HEERE!” En dat is niet
verwonderlijk. De vromen in Israël hebben op dit moment gewacht. Hij is hun Koning. En zij weten dat Hij rechtvaardig is. Wie zou zich niet verblijden? De komst van de Messias luidt een nieuw tijdperk in. De Koning van Israël zal regeren. En alles zal anders worden. Het volk van de Koning dat zo lang veracht, bespot en vervolgd is, krijgt haar loon. Hun wachten wordt beloond. Hun Koning komt en zal regeren.

Groot in Sion

De verbinding tussen Sion en de regering van de HEERE vinden we ook in Psalm 994.
Deze Psalm begint eveneens met de majestueuze woorden “De HEERE regeert”.2 “De HEERE is groot in Sion, en Hij is hoog boven alle volken” (vs. 2). Sion is het centrum van Zijn regering. Dat is ook de plaats waar de volkeren naar toe zullen stromen om Hem hulde te betuigen. We moeten hier niet aan een of andere geestelijke regering in de hemelen denken. Johannes ziet het nieuwe Jeruzalem nederdalen uit de hemel van God (Opb. 21:2). De beschrijving van deze stad gaat onze verbeelding te boven. Maar dat betekent niet dat we het dan maar als fantasie moeten bestempelen. Het is een reden te meer om ons te verheugen in de waarheid ervan; ons in ons hart te verblijden over de rechtvaardige regering van Hem Die komen zal, en over de toekomst die deze door de mens getergde wereld nog wacht.

Heilig, heilig, heilig

Opvallend is dat de troon van God in Psalm 99 beschreven wordt als tussen de Cherubim (vs. 1). Meteen keren onze gedachten terug naar de plaats waar dat nieuwe lied gezongen werd. “En in het midden van de troon, en rondom de troon, vier dieren” (Opb. 4:6). De beschrijving
van deze dieren, of wellicht beter vertaald met ‘levende wezens’, vertoont een nauwkeurige overeen- komst met die van de Cherubs of Cherubim in Ezechiël 10. Deze vier wezens zijn dag en nacht rondom Gods troon. Zij verenigen zich in het gezang van het nieuwe lied samen met de vierentwintig ouderlingen rondom de troon (Opb. 5:9). Degene Die daar wordt aanbeden en toege- zongen is het Lam, Die gereed staat om de regering op Zich te nemen, en daartoe ook waardig is bevonden. Dag en nacht zeggen deze vier cherubs: “heilig, heilig, heilig, is de Heere God, de Almachtige, Die is en Die was, en Die komen zal”
(Opb. 4:8). Drie maal heilig. Wonderlijk genoeg vinden we dat ook in Psalm 99:
“Dat zij Uw grote en vreselijke Naam loven, Die heilig is” (vs. 3);
“Verheft de HEERE, onze God, en buigt u neder voor de voetbank Zijner voeten; Hij is heilig” (vs. 5);
“Verheft de HEERE, onze God, en buigt u voor de berg Zijner heilig- heid; want de HEERE onze God is heilig” (vs. 9).

De rechtvaardige Spruit

We hoeven ons niet meer af te vragen wie deze Koning is. Het is de HEERE. Hij is het Lam dat geslacht was. Hij is de Leeuw uit de stam van Juda, de Zoon van David. Over Hem profeteert Jeremia: “Ziet de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ikaan David een rechtvaardige Spruit zal verwekken; Die zal Koning zijnde regeren, en voorspoedig zijn, en recht en gerechtigheid doen op de aarde. In Zijn dagen zal Juda verlost worden, en Israël zeker wonen5; en dit zal Zijn naam zijn, waarmede men Hem zal noemen: De HEERE: Onze Gerechtigheid” (Jer. 23:5, 6). En met deze woorden zijn we weer terug bij het lied van Mozes. “Daarom, ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat zij niet meer zullen zeggen: Zo waarachtig als de HEERE leeft6, Die de kinderen Israëls uit Egypteland heeft opgevoerd. Maar: Zo waarachtig als de HEERE leeft, Die het zaad van het huis Israëls heeft opgevoerd, en Die het aangebracht heeft uit het land van het noorden, en uit al de landen, waarheen Ik ze gedreven had! Want zij zullen wonen in hun land” (vs. 7, 8). Let op het verband tussen de regering van de aan David verwekte Spruit en het terugbrengen door de HEERE van Zijn volk uit alle landen. Ook hier gaat dus ‘de HEERE regeert’ samen met de verlossing van Israël. Dan zal het uitverkoren volk tot zijn doel komen. Dan zal het tot een rijke zegen op aarde worden. Niet uit eigen verdienste, maar omwille van Hem die Zijn leven gegeven heeft voor de zonden der wereld.

De Heere regeert nu nog niet

Regeert de HEERE nu dan niet? Nee, niet zichtbaar, zoals de woorden in de Bijbel bedoeld zijn. We kunnen spreken van Gods regering in de harten van hen die zich tot Hem bekeerd hebben, maar dat wordt niet bedoeld met de woorden ‘De HEERE regeert’.
We zeggen niet dat God uiteindelijk niet alles in Zijn hand heeft en alles bestuurt naar de raad van Zijn wil. Maar ook dat wordt niet bedoeld met ‘de HEERE regeert’.
De mens regeert en hij doet dat onder aanvoering van de grote tegenstander. Het is nu niet de dag des Heeren (Opb. 1:10), maar de dag des mensen (1 Kor. 4:3)7. De mens oordeelt en regeert. Daar komt ook die overdreven roep om ‘democratie’ vandaan, regering van het volk?8 Alsof dat de oplossing is van alle wereldproblemen!
De HEERE regeert. Ja, maar nu nog niet. Versta me goed. Ik doe niets af aan Gods soevereiniteit, maar ik plaats de woorden in het kader van Gods heilshandelen door Israël. Ieder die tot Hem vlucht, vindt hulp en bijstand en wacht een grote verlossing in Christus Jezus onze Heere. Maar dat is niet de context van de woorden “De HEERE regeert”. De Heere zal Koning zijn. En dat is Hij maar van één volk: Israël. Hij is onze Heere. Hij is onze Verlosser. Hij is het Hoofd van Zijn Lichaam, de Gemeente. Maar dat is iets anders dan te zeggen, De HEERE regeert, volgens de Bijbelse betekenis van deze woorden.

Dat Zijn heerschappij nu nog niet zichtbaar is, wordt ook krachtig bevestigd door de woorden uit Hebreeën 2.
“Gij hebt hem een weinig minder gemaakt dan de engelen; met heerlijkheid en eer hebt Gij Hem gekroond, en Gij hebt Hem gesteld over de werken Uwer handen. Alle dingen hebt Gij onder Zijn voeten onderworpen. Want daarin, dat Hij hem alle dingen heeft onderworpen, heeft Hij niets uitgelaten, dat Hem niet onderworpen zij; doch nu zien wij nog niet, dat Hem alle dingen onderworpen zijn” (vs. 7, 8).
Maar wat zien we dan wel? “Wij zien Jezus met heerlijkheid en eer gekroond” (vs. 9). Hoe? Door de ogen des geloofs en met een brandend hart van verlangen in de verwachting van Zijn komst.

Voetnoten
1. Op grond van de Griekse handschriften
geven nieuwere vertalingen, bijvoorbeeld NBG’51, hier: ‘en hebt hen Gode gekocht’ en ‘hebt hen voor onze God gemaakt’ en ‘zij zullen als koningen heersen’.
2. Of zoals in Exodus: De HEERE zal regeren.
3. Zie voor verdere studie ook Psalm 98, en voor ‘een nieuw lied’ Psalm 33:3; 40:3; 96:1; 98:1; 144:9; Jes. 42:10.
4. Merk op dat we Sion geen ‘geestelijke’ of 'figuurlijke’ betekenis toekennen. De gehele Schrift door is Sion een zichtbare, herkenbare plaats op aarde. Zo ook in de Psalmen. Zo ook als we de profetieën bestuderen.
5. Wat we ook denken van de huidige staat Israël; ‘zeker wonen’ doet het niet. En de huidige staat Israël is dan ook geen vervulling van de beloften aan het volk.Die vervulling moet nog komen.
6. Ja, Hij is dood geweest, maar HIJ LEEFT. 
7. “Maar het betekent zeer weinig voor mij dat ik door u beoordeeld word of door enig menselijk oordeel.” Letterlijk: ‘dag van mensen’
8. Verg.: 1 Sam. 8:7; 12:12; 16:1; 1 Kon. 1:17, 30; 2:15; 3:7; 1 Kron. 16:31

Sluiten