De Mizrak Katan

Achtergronden Tekst, David van Wijck

Een stoet priesters in witte kleding loopt door het heuvellandschap van Israël. De twee vooraan blazen op zilveren trompetten, terwijl de andere priesters een lam dragen. Deze lammeren worden straks geslacht. We hebben het hier niet over een passage uit het boek Exodus, maar over een gebeurtenis van vorig jaar. Sinds 2012 houdt het Tempelinstituut jaarlijks ter voorbereiding op Pesach een oefening voor het brengen van het paasoffer. Het eerste doel van de oefening1  was om de gebeurtenis vast te leggen voor een educatieve dvd, maar daarnaast was het ook een serieuze oefening voor het geval het altaar met Pesach op zijn plek zou staan. Sinds de bouw van de Tempel van Salomo is het verboden om offers te brengen op een andere plaats dan de Tempelberg. Na de verwoesting van de tempel in het jaar 70 is er dus geen paasoffer meer gebracht. Strikt genomen hoeft er voor het paasoffer geen tempel te zijn, maar zeker wel een altaar. Het Tempelinstituut hoopt ooit dit altaar op de Tempelberg te mogen zetten, maar heeft daar tot op heden nog geen toestemming voor gekregen.

Mizrak Katan

Verder heeft het Instituut alles gereed om het paasoffer te brengen. Bekende voorwerpen als de zilveren trompetten en het altaar staan klaar. En dat geldt ook voor de minder bekende voorwerpen, zoals de mizrak katan . Mizrak katan  betekent letterlijk kleine kom of schaal. De Herziene Statenvertaling noemt het meestal een sprengbekken. Het is een kom om het bloed van een geslacht dier mee op te vangen. De mizrak katan  werd gebruikt voor kleine dieren. Voor grote dieren was er de mizrak gadol  (grote kom). Ten tijde van de tabernakel waren deze kommen van koper. Echter, de kommen in de tempel waren volgens het Tempelinstituut van zilver of goud. De onderkant van deze kom was rond, zodat een priester hem niet achteloos kon neerzetten en het bloed zou stollen. Met Pesach kwamen pelgrims vanuit heel Israël naar Jeruzalem om in de tempel hun paasoffer te brengen. Tijdens de uittocht uit Egypte werd het bloed van het paaslam aan de deurposten gesmeerd, maar in de tempel werd het bloed in de kom opgevangen door een van de priesters. Vervolgens stonden er twee rijen priesters klaar om de kommen door te geven. De ene rij gebruikte de zilveren  kommen en de andere rij de gouden. De laatste priester in de rij wierp de kom leeg tegen het altaar aan. De Herziene Statenvertaling gebruikt daarvoor het woord sprenkelen (zie bijv. 2 Kron. 35:11).

De noodzaak van bloedstroting

Bij de instelling van Pesach werd ook de noodzaak van het bloed duidelijk gemaakt. Het paasoffer is namelijk niet alleen een herinnering aan de bevrijding uit de Egyptische slavernij. Tijdens de uittocht was het ook een letterlijke bescherming. Exodus 12:23 zegt: “Want de HEERE zal het land doortrekken om Egypte te treffen, maar als Hij het bloed zal zien op de bovendorpel en op de beide deurposten, dan zal de HEERE de deur voorbijgaan en de verderver niet toestaan om uw huizen binnen te komen om u te treffen”. Het bloed van het paaslam nam dus tijdelijk de plek in van de eerstgeborene in het gezin. Daar ligt de noodzaak van het vloeien van bloed. Het is plaatsvervangend. Het oordeel treft het dier in plaats van de mens. “Want het leven van het vlees is in het bloed, en Ik heb dat Zelf voor u op het altaar gegeven om voor uw leven verzoening te doen. Want het is het bloed dat door middel van het leven verzoening bewerkt” (Lev. 17:11).

Geen offerdienst meer

Vandaag de dag kan de offerdienst echter alleen worden geoefend. Echte offers kunnen sinds de verwoesting van de tempel in het jaar 70 niet meer worden gebracht. Daar ligt tegelijk de grootste nood van het Joodse volk. Aangezien er geen bloedstorting is, is er geen plaatsvervanger voor het oordeel en dus geen verzoening met God. Dit probleem is misschien wel de belangrijkste oorzaak van het ontstaan van het rabbinale Jodendom. De tempel als centrum van de priesterdienst lag in puin. De rabbijnen zochten dus andere manieren om verzoening te verkrijgen bij God. Via interpretaties van het Oude Testament bedachten ze nieuwe regels en tradities. Vanaf het jaar 200 werden deze vastgelegd in de Talmoed. Vandaag vormt de Talmoed het centrum van het orthodox Joodse leven, maar er is géén bloedstorting meer. Zelfs niet op Pesach of Grote Verzoendag. Is er na de verwoesting van de tempel dan helemaal geen mogelijkheid meer voor verzoening? Gelukkig wel! De Heere heeft een betere weg tot verzoening gegeven.

Het bloed van de Messias

Jesaja 53 laat namelijk zien dat het bloed van het paaslam naast herdenken en beschermen nog een functie heeft. De uittocht uit Egypte was een voorafschaduwing van de definitieve verlossing door het bloed van de Messias: “Toen betaling geëist werd, werd Híj [de Knecht van de HEERE] verdrukt, maar Hij deed Zijn mond niet open. Als een lam werd Hij ter slachting geleid; als een schaap dat stom is voor zijn scheerders, zo deed Hij Zijn mond niet open” (Jes. 53:7). Tijdens Pesach werd al het bloed van het offerlam in de kom opgevangen en op het altaar uitgestort. Ook dat zien we duidelijk terug: “Daarom zal Ik Hem veel toedelen, en machtigen zal Hij verdelen als buit, omdat Hij Zijn ziel2 heeft uitgestort in de dood, onder de overtreders is geteld, omdat Hij de zonden van velen gedragen heeft en voor de overtreders gebeden heeft” (Jes. 53:12).

Het bloed in het Nieuwe Testament

Johannes de doper grijpt terug op deze profetie wanneer hij de Heere Jezus ziet en zegt: “Zie het Lam van God, Dat de zonde van de wereld wegneemt!” (Joh. 1:29). Tijdens de viering van Pesach moest iedere familie zelf een lam nemen, maar nu voorziet God in het Lam. Dit is niet het lam van mensen, maar het Lam van God. God heeft de uitweg gegeven in het bloed van de Messias. Vlak voor zijn sterven toont de Heere Jezus, tijdens de paasmaaltijd, als het ware een nieuwe mizrak katan. Geen kom waarin bloed wordt opgevangen, maar een drinkbeker met wijn die Zijn bloed verbeeldt. Ook deze beker wordt doorgegeven. De Heere Jezus Zelf geeft hem door aan Zijn discipelen met de woorden: “Want dit is Mijn bloed, het bloed van het nieuwe verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden” (Matt. 26:28).

Het Nieuwe Verbond

Het bloed is vergoten. Er is een mogelijkheid tot verzoening. Maar het resultaat van dit verbond is nog niet ten volle zichtbaar. De profeet Jeremia leert ons dat dat nog gaat komen. “Zie, er komen dagen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal sluiten, niet zoals het verbond dat Ik met hun vaderen gesloten heb op de dag dat Ik hun hand vastgreep om hen uit het land Egypte te leiden - Mijn verbond, dat zij verbroken hebben, hoewel Ík hen getrouwd had, spreekt de HEERE. Voorzeker, dit is het verbond dat Ik na die dagen met het huis van Israël sluiten zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven en zal die in hun hart schrijven. Ik zal hun tot een God zijn en zíj zullen Mij tot een volk zijn. […] Want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en aan hun zonde niet meer denken” (Jer. 31:31-34). Jeremia brengt het nieuwe verbond in direct verband met de uittocht uit Egypte. Bij de uittocht uit Egypte werd het bloed van een lam van mensen gestort. Gods wet werd in steen geschreven. Bij het nieuwe verbond is het bloed van het Lam van God gestort en wordt Gods wet in de harten van Zijn volk geschreven. Wat een dag zal dat zijn, wanneer Israël werkelijk zijn Messias ziet. Dan hoeven de priesters niet meer te oefenen voor het paasoffer, maar mogen ze het ware Paaslam dienen!

1. Bekijk een video van de oefening: www.tiny.cc/pesachoffer 2. Het woord ‘ziel’ (Hebr.: ‘nefesj’ is hetzelfde woord als in Leviticus 17:11, waar het in de HSV met ‘leven’ wordt vertaald: “Want het leven (nefesj) van het vlees is in het bloed”.

Sluiten