De Tabernakel, meer dan een ritueel centrum

Oud Testament | Feesten en offers | Typologie en beelden Tekst, Hans van de Lagemaat

Een van de meest unieke aspecten van de relatie tussen de Heere en Israël is dat Hij te midden van Zijn verloste volk wilde wonen. Een prachtige afschaduwing van allerlei rijke geestelijke waarheden.

Nadat Israël slavendienst in Egypte had verricht, werd het verlost door te schuilen achter het bloed van het paaslam (type van Christus). Verlossing is niet het enige waar een gelovige bij stil moet staan. Feitelijk is het slechts het begin. De Heere zegt: “Gijlieden hebt gezien, wat Ik de Egyptenaren gedaan heb; hoe Ik u op vleugelen der arenden gedragen, en u tot Mij gebracht heb” (Ex. 19:4). Dat laatste is de kern. Na de verlossing begint er een nieuw leven. Een leven met de HEERE.

God woont te midden van Zijn volk

Waarom moest Israël de Tabernakel bouwen? Het antwoord op die vraag is niet hetzelfde als de reden waarom de heidenen hun tempels bouwden. De Tabernakel was er niet om een nieuwe godsdienst te stichten. Ook niet om tot centrum van allerlei nieuwe rituelen te worden, maar: “zij zullen Mij een heiligdom maken, dat Ik in het midden van hen wone” (Ex. 25:8). God voorzag Zichzelf van een woonplaats in het midden van Zijn volk. Een willekeurige buitenstaander zal zich afvragen hoe het mogelijk is dat een heilig en rechtvaardig God wil wonen te midden van een weerspannig volk. Het antwoord is: door de Tabernakel. Ook hierin zien we een type van Christus. Immers, hoe kan een verloste zondaar leven met God? Het antwoord is, door Christus Jezus. Hij is Gods voorziening, niet alleen voor de verlossing, maar ook voor het dagelijks leven daarna. Veel van Gods kinderen kennen na hun verlossing een wettische periode of een tijd die gekenmerkt wordt door werkheiligheid. Het is een vaak moeilijke les om te leren dat Christus ook gekomen is om (door het geloof) in onze harten te wonen. Wat een genade!

Ik zal met u spreken

Een tweede doel van de Tabernakel is dat God daar Zijn wil voor Israël aan Mozes bekend maakte. “En aldaar zal Ik bij u komen, en Ik zal met u spreken van boven het verzoendeksel af, van tussen de twee cherubim, die op de ark der getuigenis zijn zullen, alles, wat Ik u gebieden zal aan de kinderen Israëls” (Ex. 25:22).
Het tegenbeeld vinden we in Hebreeën 1:1:“God, voortijds veelmaal en op velerlei wijze gesproken hebbende door de profeten, heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon”. Als gelovigen vernemen we Gods wil in Christus en nergens anders.

Door heerlijkheid geheiligd

Behalve dat God er te midden van Zijn volk woont en er tot Zijn volk spreekt, is er nog een derde aspect van de Tabernakel. Het is ook de plaats waar Hij Zijn volk heiligt. “En daar zal Ik komen tot de kinderen Israëls; opdat zij geheiligd worden door Mijn heerlijkheid” (Ex. 29:43). We zullen in het midden laten wat ‘geheiligd worden’ precies betekent, maar duidelijk is dat het volk apart werd gezet en iets van de heerlijkheid van de HEERE op hen werd afgestraald. Dat maakte Israël anders dan alle andere volken. Een veelvuldige omgang met de Schriften en daarmee met de Christus der Schriften bewerkt hetzelfde doel in ons. Als we door het geloof zien op de heerlijkheid van Christus, bewerkt dat onze heiliging.

Gesteldheid van hart

Dat de Tabernakel meer was dan het centrum van een zichtbare godsdienst blijkt uit de hartsgesteldheid die voor de bouw vereist was. Men moest maar liefst drie kwaliteiten hebben, namelijk een wijs hart, een vrijwillig hart en een bewogen hart. Bezaleël, de zoon van Uri, de zoon van Hur, uit de stam van Juda (merk op: de stam waaruit de Heere Jezus is voortgekomen) werd door de Geest van God vervuld met wijsheid, verstand en wetenschap in alle soorten handwerk van goud, zilver, koper, steen en hout. En dat niet alleen, hij kreeg ook de wijsheid om anderen te onderwijzen. In dit alles werd hij bijgestaan door Aholiab uit de stam van Dan (Ex. 35:30-35). Zo moest alles gemaakt worden zoals de HEERE het geboden had (Ex. 35:10). Ook vrouwen hadden hun plaats in deze bediening (vs. 25).
Vrijwilligheid was een ander kenmerk van het hart in de bouw van de tabernakel. “Neemt van hetgeen gijlieden hebt, een hefoffer voor de HEERE; een ieder wiens hart vrijwillig is, zal het brengen, ten hefoffer des HEEREN: goud, en zilver, en koper” (Ex. 35:5; zie ook vs. 22 en 29).
Tenslotte was ook een bewogen hart een voorwaarde (Ex. 35:21, 26; 36:2). De dienst werd niet verricht als een koude plicht. De hele mens was er volkomen bij betrokken, door de bewogenheid van het hart.

Hoe gepast zijn deze drie kwaliteiten van het hart als we denken van Wie de tabernakel een afschaduwing is.
Wijsheid: “Christus Jezus, Die ons is geworden wijsheid van God ...” (1 Kor. 1:30).
Vrijwilligheid: Nergens lezen we dwang met betrekking tot de komst van de Heere Jezus naar de aarde. “Zie Ik kom om Uw wil te doen, o God” (Hebr. 10:7, 9). Dus niet uit plicht maar uit verlangen van het hart.
Bewogenheid: Hoe was Hij bewogen over de scharen, als schapen die geen Herder hadden, over de zieken, de treurenden en de armen.
Hoe zit het met ons? Paulus zegt: “Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was” (Fil. 2:5 NBG).

Sluiten