De Tabernakel

Oud Testament | Feesten en offers | Typologie en beelden Tekst, Hans van de Lagemaat

Als we de Bijbel lezen, komen we gedeelten tegen die we geneigd zijn over te slaan. Exodus 25-40 is zo’n gedeelte. Bij het lezen ervan zou de verveling kunnen toeslaan. Toch is de bestudering van zulke gedeelten de moeite waard en uiterst leerzaam!

Nuttig tot lering

Staat er niet: “Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering…” (2 Tim. 3:16). “Want al wat te voren geschreven is, dat is tot onze lering te voren geschreven,…” (Rom. 15:4). En daarom moet “al de Schrift” en “al wat te voren geschreven is” ook onze bron van studie zijn.
Wat we er van leren kunnen, lezen we in Psalm 40:8 “in de rol des boeks is van Mij geschreven”. En dat het daar over Christus gaat kunnen we afleiden uit Hebreeën 10:7. Christus is het begin en het einde van al onze schriftstudies.

We proberen ons in dit artikel bezig te houden met wat we kunnen leren van Israëls godsdienst in de woestijn. Een godsdienst, geheel en al geconcentreerd in en rond de tabernakel.
Hoewel de dienst in de tabernakel een tijdelijke instelling was, hebben de tabernakel en al zijn voorwerpen een voor afschaduwende betekenis. Ze zeggen ons iets van ‘toekomende zaken’, die groter dan zij zelf zijn.

Drie aspecten

In de eerste plaats is de tabernakel een voorbeeld van die hemelse plaats waar God Zelf woont.
In de tweede plaats is de tabernakel een type van de Heere Jezus Christus.
En in de derde plaats vinden we de tabernakel als type van Gods ontmoetingsplaats met mensen. En natuurlijk vloeien deze drie op een hele mooie wijze ineen. Laten we elk aspect afzonderlijk bekijken.

Voorbeeld van Gods hemelse woonplaats

“Zo was het dan noodzaak, dat wel de voorbeeldingen der dingen, die in de hemelen zijn, door deze dingen (besprengingen met bloed) gereinigd werden, maar de hemelse dingen zelf door betere offeranden dan deze. Want Christus is niet ingegaan in het heiligdom, dat met handen gemaakt is, hetwelk is een tegenbeeld van het ware, maar in de hemel zelf, om nu te verschijnen voor het aangezicht van God voor ons” (Hebr. 9:23,24). De tabernakel, en al zijn voorwerpen worden in vers 21 van dit hoofdstuk genoemd. En in vers 23 worden deze dus “de voorbeeldingen van de dingen die in de hemelen zijn” genoemd. Een bevestiging van deze gedachte vinden we in Openbaring 15:5: “En na dezen zag ik, en ziet, de tempel van de tabernakel der getuigenis in de hemel werd geopend.” De tabernakel is dus een voorbeeld van die hemelse plaats waar God Zelf woont.

Type van Christus

Zoals de tabernakel Gods woonplaats was voor Israël tijdens hun woestijnreis (zie Exodus 25:8), zo was de Heere in Zijn tijd op aarde Gods woonplaats in het midden van datzelfde volk. “En gij zult Zijn naam heten Emmanuël; hetwelk is, overgezet zijnde, God met ons” (Matt. 1:23).
De tabernakel was geen verzinsel van Israël of Mozes. Het was alles uit God. En niets minder kunnen we van Christus zeggen, ook waar het Zijn menszijn betreft: “Gij hebt Mij het lichaam toebereid.” (Hebr. 10:5).
Dit vinden we ook verborgen in Johannes 1:14. “En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond.” Het Grieks zegt meer. Daarin lezen we dat Hij onder ons heeft gewoond als in een tent, een tabernakel. De Leidse vertaling heeft dat letterlijk weergegeven: “Het Woord werd vlees en sloeg Zijn tent onder ons op.”

Overeenkomsten tussen de tabernakel en de Heere

  1. De tabernakel was duidelijk slechts een tijdelijke inzetting. De tempel van Salomo zou later zijn plaats innemen. En die tempel had een permanent karakter. De Heere verbleef niet meer dan 33 jaar in Zijn ‘tabernakel’ onder Zijn volk. In Zijn opstandingslichaam zal Hij als Koning heersen, waarmee Hij het tegenbeeld van Salomo’s tempel wordt.
  2. De tabernakel moest voortdurend verplaatst worden. En zo reisde de Heere ook van de ene plaats naar de andere. Voortdurend was Hij onderweg.
  3. De tabernakel was er voor het gebruik in de woestijn. En weerspiegelde de woestijn niet de omstandigheden waarin de Heere Zijn leven op aarde leidde? Denk aan Zijn geboorte in een kribbe. Hij groeide op als een timmermanszoon. Hij had geen plaats waar Hij Zijn hoofd kon neerleggen. Ook Zijn graf was niet het Zijne. En dan nog maar niet te spreken van de vijandschap die Hij Zijn leven lang moest verduren.
  4. Volgens veel getuigenissen verrees de tempel in al zijn heerlijkheid. Dat kunnen we van de tabernakel niet zeggen. Die zag er, van buitenaf, niet bijzonder mooi uit. Dassenvellen bedekten de hele constructie. Voor het oog was er aan de buitenkant weinig aantrekkelijks aan. Lezen we zoiets ook niet van de Heere Jezus toen Hij op aarde was? Jesaja schreef : “Hij had geen gedaante noch heerlijkheid; als wij Hem aanzagen, zo was er geen gestalte, dat wij Hem zouden begeerd hebben.” (Jes. 53:2).

Type van Gods ontmoetingsplaats met mensen

De tabernakel was de manifestatie van Gods woonplaats in het midden van het volk Israël. Daar bracht men zijn offers. Daar betoonde God Zijn rechtvaardigheid met betrekking tot de zonde en Zijn barmhartigheid ten aanzien van de zondaar. Daar toonde Hij Israël Zijn heerlijkheid. Het voert te ver nu in te gaan op alle aspecten van de offerdienst en de priesters. Maar elk van deze offers is weer een heenwijzing naar Christus. Dat leert ons weer dat we op één wijze toegang hebben tot en gemeenschap hebben met God, namelijk door Christus Jezus de Heere.

Sluiten