De Talliet

Jodendom Tekst, Alfred Esch

De talliet (Hebr.: ‘kleed’) of wel de gebedssjaal,had oorspronkelijk meer weg van een mantel dan de tegenwoordige sjaal. Die ‘mantel’ omhulde het hele lichaam, zoals de gelovige, symbolisch, omhuld wordt door Gods liefde.

Bar Mitswa

Bij de Bar Mitswa is het de gewoonte dat Joodse vaders hun dertienjarige zonen een talliet schenken. Vanaf die dag zal de gelovige jongeman zijn gebedssjaal elke morgen omslaan voor het ochtendgebed. Alléén op Jom Kippoer (Grote Verzoendag) wordt de sjaal de hele dag gedragen. In Numeri 15:37-41 lezen we de opdracht: “...dat zij zich gedenkkwasten maken aan de hoeken van hun klederen...en dat zij in de gedenkkwasten aan de hoeken een blauwpurperen (SV: hemelsblauwe) draad verwerken...als gij daarnaar ziet, dan zult gij al de geboden des Heren gedenken en volbrengen...”(NBG).

Zo was het in lang vervlogen tijden heel gewoon dat Joodse mannen aan hun dagelijkse kleding gedenkkwasten (Tzitzit) droegen. Die Tzitzit (=kwasten) dienden als zichtbare herinnering aan de plicht om alle 613 geboden van de Thora trouw na te komen.

Van sjaal tot vlag

Hoewel er geen strikte voorschriften voor de talliet bestaan, zien we meestal een wollen of zijden rechthoekige doek. Omgeslagen over de schouders (en evt. over het hoofd) reikt de talliet tot aan de enkels. De bovenrand wordt versierd met een atarah: een breed lint, waarop met zilver- of gouddraad de zegenbede geborduurd staat, die uitgesproken wordt bij het omslaan van de talliet: ‘Gezegend zijt Gij, O Heere onze God, Koning van het heelal, Die ons heeft gezegend met Zijn geboden en opgedragen ons in de tzitzit te wikkelen’. Verder zijn karakteristiek, de zwarte of blauwe strepen, overdwars aan beide uiteinden. Daarbij zou zwart gedragen worden als teken van rouw om de verwoesting van de Tempel. Blauwe strepen werden gemaakt van hetzelfde hemelsblauw als in de gedenkkwasten verwerkt was. In 1948 kreeg de staat Israël als vlag een talliet met blauwe strepen en een, eveneens blauwe, Davidsster in het midden.

Kleine talliet

Toen, als gevolg van Jodenvervolging, het verboden werd een talliet, als zichtbaar symbool van het Joodse geloof in het openbaar te dragen, ging de talliet ‘ondergronds’. Zo werd in 1350 voor ’t eerst de talliet katan (= kleine talliet) beschreven. Deze, eveneens rechthoekige sjaal meet slechts ongeveer 1m x 30cm, met een rechthoekige opening in het midden. Deze kleine talliet gaat over het hoofd en wordt, onder de kleren, op het blote lichaam gedragen. Een echt ‘onderkleed’ dus. In het Jiddisch, heel toepasselijk, een ‘leibzudekl’ genoemd. Het belangrijkste is echter dat ook aan de vier hoeken van deze talliet katan vier tzitzit bevestigd zijn. Bij de Oost-Europese Joden was het vroeger zelfs gewoonte dat de jongetjes, zodra zij zichzelf konden aan- en uitkleden, een kleine talliet droegen.

Gedenkkwasten

Waar alles om draait zijn de gedenkkwasten . Kwasten die de Heere Jezus trouwens ook droeg. Denk maar aan Matth. 9:20, waar we lezen van de bloedvloeiende vrouw, die van achteren tot Hem kwam en de kwast van Zijn kleed aanraakte. In Matth. 14:36 lezen we dat de mensen Hem smeekten, dat zij alleen maar de kwast van Zijn kleed mochten aanraken. Oorspronkelijk was in elke kwast een hemelsblauwe draad verwerkt. De blauwe kleurstof was, volgens voorschrift, afkomstig van de purperslak die in bijbelse tijden gevonden werd langs de Middellandse Zeekust. De toch al zeldzame slak is echter, halverwege de eerste eeuw na Christus, totaal verdwenen! De rabbijnen moesten genoegen nemen met tzitzit zonder blauwe draad. Na bijna twee eeuwen, is onlangs die zeldzame purperslak weer aan Israëls kust gesignaleerd. Eindelijk kan de voorgeschreven kleurstof (chèlèd) weer gebruikt worden . Een ‘teken van de eindtijd’? 

Sluiten