De Tefillien

Jodendom Tekst, Alfred Esch

Op elke Klaagmuurfoto zijn ze te zien: biddende Joodse mannen, getooid met zwarte gebedsriemen en kleine kubusjes op het voorhoofd, de tefillien.

Afkomstig van het Hebreeuwse woord ‘tefillah’ (= gebed), hebben de tefillien het doel de gedachten (het gebed) te richten op God. Zoals Maimonides al in de 12e eeuw schreef: ‘zolang de tefillien op het hoofd en om de arm gebonden zijn, is de man nederig en godvrezend en richt zijn hart zich uitsluitend op woorden van waarheid en gerechtigheid.’

De bijbelse oorsprong van dit gebruik vinden we in Deuteronomium 6:4-9, waar we het Sjema (Hoor, Israël!) vinden, met in vers 8: “Ook zult gij ze tot een teken binden op uw hand, en zij zullen u tot voorhoofdspanselen zijn tussen uw ogen”. Hetzelfde lezen we in Exodus 13:9 en 16.

Er zijn dus twee tefillien: voor het hoofd en voor de hand/arm. Zij bestaan uit leren doosjes (circa 4x4x4 cm), bevestigd aan leren riemen. In de hoofdtefillien vinden we vier aparte vakjes, met in elk vakje een op perkament geschreven Hebreeuwse tekst:

  1. Ex. 13:1-10, dat herinnert aan de bevrijding uit de Egyptische slavernij en Pesach.
  2. Ex. 13:11-16, dat herinnert aan de redding van Israëls eerstgeborenen.
  3. Deut. 6:4-7, het Sjema: Hoor, Israël! enz.
  4. Deut. 11:13-21, waarin het volk wordt opgeroepen naarstiglijk naar Mijn geboden te horen en er voor te waken dat gij niet afwijkt, en andere goden dient.

De hand/arm-tefillien bestaan uit een zwart leren doosje met een even zwarte riem. De bovengenoemde teksten staan hierbij samen op één strookje perkament geschreven. Op elk doosje staan de Hebreeuwse letters: Sjin, Daled en Yod, samen vormend: Sjaddai (= Almachtige). Bij het bereiken van de godsdienstige volwassenheid (13 jaar) doen de Joodse jongens voor ’t eerst de gebedsriemen om. Beter gezegd, (groot)vader leert zijn (klein)zoon de tefillien op de voorgeschreven manier aan te leggen.

De tefillien voor het hoofd worden zo bevestigd dat het doosje op het voorhoofd (‘tussen de ogen’) rust, dicht bij de hersenen (verstand). De banden worden op het achterhoofd geknoopt en de beide uiteinden hangen over de schouders naar voren.
De hand/arm-tefillien worden met de rechter hand om de linker arm (dicht bij het hart) gebonden. Het doosje zit net boven de elleboog, op de biceps (kracht uit het Woord); van daar draait men de riem, minimaal zeven keer, om de onderarm. Het uiteinde van de riem wordt (3 keer) om de linker middelvinger, ringvinger en hand gewikkeld. Hierdoor vormt de riem als het ware de letter Sjin in de hand, weer verwijzend naar de Almachtige (= Sjaddai).

Orthodoxe Joodse mannen leggen, bij het ochtend gebed, de gebedsriemen aan; alle dagen, behalve op sabbat en de andere feestdagen. De tefillien zijn immers ter herinnering! Zowel de sabbat als de Joodse feesten herinneren vanzelf al aan het Verbond. Dat de tefillien als zeer belangrijk worden gezien, blijkt wel uit de Talmoed. Daarin staat te lezen dat de wijze rabbi Eliëzer het volgende vertelde:
Toen de Israëlieten voor God hun beklag deden dat zij begerig waren om dag en nacht bezig te zijn met de bestudering van de Torah, maar daar helaas niet genoeg tijd voor konden vrijmaken, antwoordde God hen met de woorden: “leef nauwgezet de inzettingen van de tefillien na, dan zal ik dat beschouwen alsof je dag en nacht de Torah bestudeert.”

Andere wijze rabbijnen zeiden dat, als een Joodse man de tefillien op het hoofd draagt, het een teken is dat de Sjechina (= Gods aanwezigheid) op hem rust en hem beschermt tegen alle kwaad. Al in de eerste eeuw schreef de bekende Joodse geschiedschrijver Josephus, over de ‘eeuwenoude’ gewoonte der tefillien. Ook dit Joodse gebruik heeft de millennia getrotseerd!

Sluiten