De berg Moriah

Profetisch Woord | Oud Testament Tekst, Piet van der Lugt

We leven in enerverende tijden en dat is ook duidelijk te merken in Israël. Een van de knelpunten in de relatie tussen de Joden en de Palestijnen is de Tempelberg. In 2000 was het bezoek van wijlen Ariël Sharon (destijds Knessetlid) aan deze plaats de aanleiding voor een nieuwe intifada. Daarna is het relatief rustig geweest, maar het laatste half jaar staat deze heilige plaats weer volop in de schijnwerpers. Bij een groeiend aantal Joden leeft het verlangen om de tempel te herbouwen, wat stuit op groot verzet van moslims. In dit artikel kijken we naar de informatie die de Bijbel geeft over deze plaats.

Tempelberg

Als we de Bijbel lezen dan valt het op dat het woord ´tempelberg´ in de HSV niet te vinden is en in de NBG´51 vertaling slechts tweemaal voorkomt, en wel in Jeremia 26:18 en Micha 3:12. De HSV vertaalt daar terecht met “de berg van dit (=het) huis”, waar de Tempelberg mee wordt bedoeld. Het gaat dus om de berg van het huis van de HEERE, de tempel. Het is nodig en interessant om te zien hoe die bepaalde berg zo’n verheven status heeft verkregen.

Berg en huis

Als Salomo nog maar vier jaar koning is, begint hij aan de bouw van het huis van de HEERE. We lezen in 2 Kronieken 3:1 over de locatie: “in Jeruzalem, op de berg Moria, waar de HEERE aan zijn vader David verschenen was, op de plaats die David bepaald had, op de dorsvloer van Ornan, de Jebusiet”. We krijgen hier veel informatie aangereikt. De plaats waar de tempel wordt gebouwd: Jeruzalem, op de berg Moria, op de door David gekochte plaats: de dorsvloer van de Jebusiet Ornan. De bijzondere geschiedenis van deze plek vinden we in 2 Samuel 24:16-25. David heeft een volkstelling gehouden en wordt daarvoor door de HEERE bestraft. Uit de drie voorgestelde mogelijkheden kiest hij de pest, waarna er een grote slachting onder het volk plaatsvindt. De engel, die het oordeel uitvoert, wordt door de HEERE tot stoppen gemaand op het moment dat David juist bij de dorsvloer van Arauna is aangekomen. Daar eindigt dus het oordeel en geeft de profeet Gad David opdracht om op die dorsvloer een altaar voor de HEERE te bouwen. David koopt de dorsvloer met de runderen en dorsslede voor 50 sikkel zilver van Arauna. In 1 Kronieken 21:25 lezen we dat David voor de plaats 600 sikkel goud betaalde. We kunnen deze schijnbare tegenstrijdigheid verklaren door te stellen dat hij eerst de dorsvloer met de runderen kocht én later het omliggende terrein waar de tempel is gebouwd. Misschien is de dorsvloer de plek waar in de voorhof het altaar stond (zie 1 Kron. 21:26-22:1)? De HEERE God heeft dus Zelf de plaats duidelijk aangewezen. Deze locatie is daarom ontegenzeggelijk het eigendom van het huis van David; hij heeft het officieel gekocht van de heiden Arauna!

Berg en altaar

We hebben gezien dat de bredere locatie als de berg Moriah wordt aangeduid. Ik schrijf vanaf nu bewust de ´h´ achter Moria, omdat dit zo in de grondtekst staat. De naam betekent: ´Mijn leraar is JaH’ of ‘gezien door JaH´ en nu ziet u ook waarom die ´h´ zo belangrijk is. Deze berg wordt in de Tenach nog slechts één keer genoemd en wel in Genesis 22. We lezen daar de aangrijpende geschiedenis van het offer van Abraham. Hij krijgt de opdracht van de HEERE om Izak te offeren in het land Moriah, op een van de bergen die de HEERE zal noemen. Dit wordt een heel belangrijke les, die de HEERE als Leraar aan Abraham gaat onderwijzen. Het is bijzonder om te lezen hoe de HEERE reageert nadat Hij heeft gezien dat Abraham in alles gehoorzaam wil zijn. Hij benadrukt de zegen die Hij al gaf door een eed! De HEERE heeft de plaats aan Abraham gewezen, net zoals later bij David. Het is ook frappant te zien dat bij deze twee Godsmannen de berg Moriah wordt genoemd. Bij Abraham, aan wie het land is beloofd, en bij David, aan wie de troon is beloofd. We moeten dan wel denken aan de woorden uit Mattheüs 1:1: “het geslachtsregister van Jezus Christus, de Zoon van David, de Zoon van Abraham”.

Het land Moriah

Zoals we reeds lazen, krijgt Abraham de opdracht om naar het land Moriah te gaan. Waarschijnlijk moeten we denken aan een landstreek of bergland die bij Abraham bekend was. Binnen die streek wordt door de HEERE een berg aangewezen waar het offer gebracht moet worden. Uit de beschrijving van de tempelbouw blijkt dat Jeruzalem ook in dat land Moriah ligt. Het is niet met zekerheid te zeggen of het offer van Izak op precies dezelfde plek plaatsvond waar David later het altaar bouwde. Het is wel zeker dat Moriah de plaats is die door de HEERE is uitgekozen voor het offer. Dit betekent dat, toen de HEERE Jezus op Golgotha Zijn leven gaf, deze plaats ook onderdeel was van het land Moriah en dat de offers van Abraham en David al naar dat ultieme offer verwezen.

De plaats door de HEERE uitgekozen

Deze berg is de plaats die JHWH heeft verkozen om Zijn Naam aldaar te doen wonen. We lezen dat voor het eerst in Deuteronomium 12:5-7: “Maar naar de plaats die de HEERE, uw God, uit al uw stammen zal uitkiezen om Zijn Naam daar te vestigen, naar Zijn woning moet u vragen en daarheen komen. Daarheen moet u uw brandoffers brengen, uw slachtoffers, uw tienden, de hefoffers van uw hand, uw gelofteoffers, uw vrijwillige gaven en de eerstgeborenen van uw runderen en van uw kleinvee. En daar moet u voor het aangezicht van de HEERE, uw God, eten en u verblijden, u en uw gezinnen, over alles wat u ter hand genomen hebt en waarin de HEERE, uw God, u gezegend heeft”. De plaats waar de tempel is gebouwd is door de HEERE uitgekozen uit alle stammen om Zijn Naam daar te vestigen. Daarom is het ook een ´heilige´, een door en voor de HEERE apart gezette plaats. Dat blijkt ook uit Psalm 24:3: “Wie zal de berg van de HEERE beklimmen? Wie zal staan in Zijn heilige plaats?” De Heere Jezus noemt dezelfde plaats ook heilig als Hij in Mattheüs 24:15 en 16 zegt: “Wanneer u dan de gruwel van de verwoesting, waarvan gesproken is door de profeet Daniël, zult zien staan op de heilige plaats – laat hij die het leest, daarop letten! – laten dan zij die in Judea zijn, vluchten naar de bergen”. De Heere spreekt hier over de aanvang van de nog toekomstige Grote Verdrukking. Dat betekent dat het terrein van de tempel, ofwel de Tempelberg, een heilige plaats was, is en zal zijn.

Verwoesting en herbouw

Als Nebukadnezar Jeruzalem inneemt, wordt ook de tempel een prooi van het vuur (2 Kron. 36:19 en Jer. 52:13 en 17-23). Na een periode van 70 jaar zijn het de teruggekeerde ballingen onder Zerubbabel die de tempel herbouwen. Deze wordt later door koning Herodes in 46 jaar verder verfraaid (Joh. 2:19 en 20). De tempel speelt in het leven van de Heere Jezus een belangrijke rol en Hij is vele malen in de voorhof te vinden. Ook bij de apostelen zien we dat de tempel een grote plaats inneemt en zij vooral in de eerste periode van Handelingen samenkomen in de zuilengang van Salomo. Maar de Heere Jezus heeft voor Zijn lijden en sterven Zijn discipelen er ook op gewezen dat Jeruzalem en de tempel verwoest zullen worden (Matt. 24:1, 2). In Mattheüs 23:37-39 had Hij al gesproken tot de inwoners van Jeruzalem en in het bijzonder tot de leiders van het volk: “Jeruzalem, Jeruzalem, u die de profeten doodt en stenigt wie naar u toe gezonden zijn! Hoe vaak heb Ik uw kinderen bijeen willen brengen, op de wijze waarop een hen haar kuikens bijeenbrengt onder haar vleugels; maar u hebt niet gewild! Zie, uw huis wordt als een woestenij voor u achtergelaten. Want Ik zeg u: U zult Mij van nu af aan niet zien, totdat u zegt: Gezegend is Hij Die komt in de Naam van de Heere!” Over de verwoesting van Jeruzalem en de tempel door de Romeinen wordt in de Bijbel niets meegedeeld. Misschien dat we een hint vinden in de woorden van de Heere Jezus in Lukas 21:20-24, hoewel ook deze woorden mijn inziens uiteindelijk over de periode van Grote Verdrukking gaan.1

Cruciale rol

De berg van het Huis van de HEERE speelt in de Bijbelse geschiedenis een heel belangrijke rol en is vandaag het twistpunt tussen Joden en moslims. Ook voor de nabije toekomst is er voor deze berg een cruciale rol weggelegd. Immers op deze plaats zal de tempel worden herbouwd en de offerdienst plaatsvinden. Daarvoor is al heel veel klaar. Maar ook zal op deze berg de gruwel van de verwoesting staan, waar de Heere Jezus over sprak (Matt. 24:15). Ook in die tijd zal er vanwege deze Tempelberg een geweldige spanning tussen Joden en moslims zijn.

 

1. Misschien zien we ook nog een toespeling in Hebr. 8:13.

Sluiten