De dag des HEEREN

Profetisch Woord Tekst, Jakob Klein Haneveld

Jezus heeft gezegd dat er een nieuwe 'eeuw' zal aanbreken, zodra het Evangelie verkondigd is over de ganse aarde (Matt. 24:14). De overgangstijd van onze 'eeuw' naar de volgende zal onder heerschappij van de antichrist kort maar vreselijk zijn (Matt. 24:15-30).

De dag des HEEREN

In de Bijbel heeft deze 'dag van Gods wrake' (Jes. 61:2) verschillende namen: de dag des HEEREN (Zefanja, Joël, 2 Thess. 2:2), de dag van benauwdheid voor Jakob (Jer. 30:7; Dan. 12:1), de grote verdrukking voor Israël (Matt. 24:21). Door de profeet Zacharia weten we dat God door de Messias Zijn uitverkoren volk wonderlijk zal bevrijden. Wij lezen: “Ziet, Ik zal Jeruzalem stellen toteen drinkschaal der zwijmeling voor alle volken rondom; ja, ook zal zij zijn over Juda, in de belegering tegen Jeruzalem. En het zal te dien dage geschieden, dat Ik Jeruzalem stellen zal tot een lastige steen voor alle volken; allen, die zich daarmee beladen, zullen gewis doorsneden worden; en al de volken der aarde zullen zich ertegen verzamelen” (Zach. 12:2, 3). Dan zal de Heere uittrekken om tegen die volken te strijden. Zijn voeten zullen te dien dage staan op de Olijfberg, die middendoor zal splijten, oostwaarts en westwaarts. Te dien dage zullen levende wateren uit Jeruzalem vlieten, de helft naar de Dode Zee, de helft naar de Middellandse Zee (vgl. Zach. 14:2-8). Dit laatste heeft ook Ezechiël ten dele gezien (Ezech. 47).
Deze grote aardbeving die het heilige land een heel ander aanzien zal geven, vindt dus plaats bij de wederkomst van de Zoon des mensen (Matt. 24:30), de Koning der koningen (Opb. 19:11-21). Door Hem zullen alle profetieën van het Oude en van het Nieuwe Testament in vervulling gaan. Het is daarom zo belangrijk dat wij alles geloven wat de profeten gesproken hebben (Luk. 24:25-27).

Jeruzalem, centrum van de wereld

Christus, Die van de Olijfberg ten hemel voer (Hand. 1:11), zal met heerlijkheid daar wederkomen om de algehele uitroeiing van Zijn volk te verhinderen en Jeruzalem te maken tot het centrum van de wereld. Ezechiël, die tot zijn grote wanhoop bij de verwoesting van de tempel door Nebukadnezar, Gods heerlijkheid, de Schechina, had zien wegtrekken naar de Olijfberg (Ezech. 11), profeteerde van het glorierijke ogenblik, dat in de Messias Gods heerlijkheid Jeruzalem zal vervullen (Ezech. 43). Springt ons hart niet op van vreugde bij de gedachte hoe snel dit ogenblik nadert?
In Zacharia 14 lezen we dat als Hij zal verschijnen met al Zijn heiligen 'Er niet zal zijn het kostbare licht, en de dikke duisternis’ (vs. 6). In de Franse en Duitse vertaling lezen we: 'geen licht, maar koude en vorst'. Dit doet ons denken aan de woorden van Job: “Zijt gij gekomen tot de schatkamers van de sneeuw, en hebt gij de schatkamers van de hagel gezien? Die Ik ophoud tot de tijd der benauwdheid, tot de dag van de strijd en van de oorlog!” (Job 38:22, 23). Israël zal bevrijd worden door stortbuien en hagelstenen (Jes. 30:30), van een talent (ruim veertig kilo) zwaar (Opb. 16:21).

En wij?

Wij leven in een hoogst merkwaardige tijd, waarin eeuwenoude profetieën in snel tempo in vervulling zullen gaan. Velen in het Midden-Oosten willen niets liever dan Israëls vernietiging. Zacharia zag hoe de Messias door Zijn volkerengericht (14:12-15) Zijn Vrederijk zal vestigen (14:9), waarin zij die overbleven jaarlijks naar Jeruzalem moeten komen om daar het Loofhuttenfeest te vieren. Zij zullen zich voor Jezus buigen, van harte of geveinsd (14:16-19). En wij? Nu wij zo dicht staan voor onze vereniging met Hem, Die ons lief is boven alles, hoe is het met onze toewijding aan Hem?

Sluiten