De giftige wortels van het antisemitisme

Antisemitisme Tekst, Ton Stier

Over antisemitisme zijn talloze grote boekwerken geschreven. In dit artikel willen we vooral ingaan op de oorsprong en de bron van antisemitisme.

Die bron kan alleen verklaard worden vanuit het Woord van God. Immers de eeuwenlange hardnekkigheid en bitterheid die het antisemitisme eigen is, kent zo’n immense omvang, dat elke menselijke verklaring in termen van oorzaak en gevolg ontoereikend is. We komen dan al snel terecht bij satan, ‘de mensenmoordenaar van den beginne’ en ‘de vader der leugen’ (Joh. 8:44).

Anti-Sjem

De kernbetekenis van ‘antisemitisme’ ligt eigenlijk in de benaming zelf opgesloten. Het is feitelijk ‘anti-sjem’, oftewel ‘anti-naam’. Letterlijk is antisemitisme dus niet slechts vijandschap tegen de nakomelingen van Sem, maar tegen Naam van God. Uit ontzag voor de Godsnaam spreken Joden over ‘Ha Sjem’, ‘de Naam’. Aäron en zijn zonen moesten die Naam op de kinderen Israëls leggen met de bekende woorden: “De HEERE zegene u, en behoede u! De HEERE doe Zijn aangezicht over u lichten, en zij u genadig! De HEERE verheffe Zijn aangezicht over u, en geve u vrede! Alzo zullen zij Mijn Naam op de kinderen Israëls leggen; en Ik zal hen zegenen (Num. 6:24-27).
God heeft Zich met Zijn Naam en dus met Zijn wezen onlosmakelijk met Israël verbonden, zo blijkt ook uit andere namen die we in de Bijbel van Hem tegenkomen, zoals:

de Machtige Jakobs (Gen. 49:24);
de Rotssteen Israëls (2 Sam. 23:3);
de Heilige Israëls (o.a. Ps. 71:22);
de Herder Israëls (Ps. 80:2);
de Bewaarder Israëls (Ps. 121:4);
de Hope Israëls (Jer. 14:8) en
de Koning Israëls (Zef. 3:15).
Het is vanuit dit perspectief begrijpelijk dat de tegenstander van God zijn pijlen richt op het volk met wie Hij Zijn wezen heeft verbonden. Hypothetisch gesteld, als satan Gods plan met Israël zou kunnen verijdelen, zou God geen God meer zijn. Maar Israël kan niet vernietigd worden, omdat de God van Israël niet te vernietigen is!

Het zaad van de vrouw

Een ander belangrijk argument voor ‘de moordenaar van den beginne’ om het volk te vernietigen, was dat zij het beloofde Zaad van de vrouw zouden voortbrengen dat de kop van de slang zou vermorzelen. We zien een poging tot uitroeiing bij Farao, die bevel gaf aan de vroedvrouwen om alle Joodse jongens die geboren werden te doden. Later zien we Haman, die “al de Joden, van den jonge tot den oude toe, de kleine kinderen en de vrouwen wilde verdelgen, doden en verdoen” (Esther 3:13). Een derde duidelijk voorbeeld is de kindermoord in Bethlehem op last van Herodes.

Het Woord

Een andere reden van satans vijandschap jegens Israël, is dat zij Gods Woord hebben voortgebracht en door de eeuwen hebben bewaard en overgeleverd. Het Woord is, als ‘Zwaard des Geestes’, ook het enige offensieve wapen dat ons tegen hem ter beschikking staat (Ef. 6); het wapen dat de Heere Jezus Zelf gebruikte tijdens de verzoekingen in de woestijn met ‘er staat geschreven’.

Bovennatuurlijke dimensies

Vooral in de oorlog van Amalek tegen Israël in Exodus 17, zien we de bovennatuurlijke dimensies van de strijd. Geen militair overwicht bracht de oorlog in het voordeel van Israël, maar de handen van Mozes, die ten hemel werden geheven. Die aardse oorlogvoering, was een weerspiegeling van de strijd in de hemelse gewesten.
Dat de strijd tegen het volk van Israël, in feite de strijd tegen de God van Israël is, komt ook tot uitdrukking in Psalm 83:2-5, waar Asaf zegt: “Want zie, Uw vijanden maken getier, en Uw haters steken het hoofd op”. Maar hoe die vijandschap jegens God tot uitdrukking komt, lezen we in de volgende verzen: “Zij maken listig een heimelijke aanslag tegen Uw volk, en beraadslagen tegen Uw verborgenen. Zij hebben gezegd: Komt, en laat ons hen uitroeien, dat zij geen volk meer zijn; dat aan de naam van Israël niet meer gedacht worde”.
Ter onderstreping dat het gaat om de strijd tegen de HEERE, herhaalt het volgende vers: “Want zij hebben in het hart te zamen beraadslaagd; tegen U hebben zij een verbond gemaakt”.

Christus’ wederkomst

Antisemitisme heeft ongetwijfeld ook te maken met de wederkomst van Christus. Zijn komst zal namelijk de inleiding zijn op satans geleidelijke, maar definitieve ondergang. Eerst wordt hij met zijn engelen uit de hemel geworpen (Op. 12:9); daarna wordt hij voor 1000 jaar gebonden (Op. 20:2), om vervolgens zijn sinistere ‘carrière’ te eindigen in de ‘poel des vuurs’ (Op. 20:10). De waarschuwing in Openbaring 12:12 is dan ook: “Wee hun, die de aarde en de zee bewonen, want de duivel is tot u afgekomen, en heeft grote toorn, wetende, dat hij een kleinen tijd heeft”. De wat cryptische omschrijving van degene op wie hij zijn woede bekoelt, doet vermoeden dat het hier gaat om Israël: ‘de vrouw, met de zon bekleed, met de maan onder haar voeten en een krans van 12 sterren om haar hoofd’ en ‘haar zaad’ (Op. 12:1, 17). Een ander argument voor de verklaring dat het hier om Gods oude verbondsvolk gaat, blijkt mede uit de eindtijdrede van de Heere Jezus, waarin Hij verwijst naar de vervulling van de profetie van Daniël over de gruwel der verwoesting (een afgodsbeeld) op de heilige plaats (de tempel) (vgl. Matt. 24:15; Dan.9:27; 11:31; 12:11; 2 Thes. 2:4). Opnieuw zal satan de aanleiding zijn voor de verdrukking die over Israël komen zal. “Want alsdan zal grote verdrukking wezen, hoedanige niet is geweest van het begin der wereld tot nu toe, en ook niet zijn zal.” Het epicentrum van die verdrukking is Jeruzalem en Judea, zo blijkt uit Mattheüs 24:15 en 16 (NBG): “wie het leest, geve er acht op, laten dan wie in Judea zijn, vluchten naar de bergen, wie op het dak is, ga niet naar beneden om zijn huisraad mede te nemen, en wie in het veld is, kere niet terug om zijn kleed mede te neme”.
De giftige wortel (enkelvoud) van antisemitisme is dus satan zelf. Maar hij heeft daarvoor heel wat pijlen op zijn boog, die elk als giftige wortel beschouwd kunnen worden.

De hoogmoed van de mens

Spreuken 16:18 (NBG) zegt: “Hovaardij gaat vooraf aan het verderf, en hoogmoed komt voor de val”.
Satan is zelf door hoogmoed ten val gekomen. Als we het boek Esther lezen dan zien wij dat het de hoogmoed van Haman is geweest die diep gefrustreerd raakte door het feit dat de Jood Mordechai niet voor hem wilde buigen. In feite het enige ‘incident’ op basis waarvan Haman alle Joden wilde vermoorden. Het is een algemeen bekend gegeven dat Joden op alle terreinen van wetenschap, literatuur, politiek en kunst, verhoudingsgewijs enorm veel hebben bereikt.
Meer dan 150 Joodse wetenschappers ontvingen vanaf 1901 een Nobelprijs.
Uitgaande van een geschatte populatie van 15 miljoen Joden (ong. een kwart procent van de totale wereldbevolking), is dat goed voor 20 procent van de Nobelprijzen.
Jaloezie en afgunst vinden we vooral terug in het Midden-Oosten, waarbij men het niet kan verkroppen dat een volk, dat binnen de islam een dhimmi-rol (tweederangs burger) is toebedeeld, op talloze terreinen zijn broedervolken overtreft.

Strijd tussen Izak en Ismaël

En dan komen we vanzelf bij de islam die claimt dat niet Izak de zoon der belofte is, maar dat Ismaël, de zoon van Abraham en Hagar, als oudste zoon het erfrecht toekomt.
Het zionisme wordt in Arabische geschriften dan ook afgeschilderd als bolwerk van het anti-islamitisch Westers imperialisme. Zionisten zouden maar één streven hebben: via de verovering van het Midden-Oosten uiteindelijk de wereldheerschappij in handen krijgen.

De oude vervangingsleer

Eigenlijk is de constatering dat giftige wortels van het antisemitisme juist binnen het christendom te vinden zijn nog dramatischer. Het schisma tussen kerk en synagoge heeft ondermeer geleid tot de claim van de kerk, dat zij de plaats van Israël heeft ingenomen en er voor de Joden niets anders overblijft dan het eeuwige oordeel van God. Israël is in deze visie niet veel meer dan een fossiel uit een ver verleden. Geen wonder dat de vervangingstheologie, waarbij Gods beloften en zegeningen voor Israël door de kerk werden geannexeerd, maar de oordelen voor de Joden golden, veel kwaad bloed bij hen heeft gezet. Het doet denken aan de aanklacht in Ezechiël 34:18, 19 (NBG): “Is het u niet genoeg, dat gij de beste weide afweidt en de rest van de weiden met uw hoeven vertreedt; dat gij het helderste water drinkt en wat overblijft met uw hoeven vertroebelt? Moeten mijn schapen dan afweiden wat uw hoeven hebben vertreden en drinken wat uw hoeven hebben vertroebeld?”
Origenes (185-254) formuleert voor de eerste maal de vervangingstheologie: "Wij mogen er vertrouwen in hebben dat de Joden niet naar hun eerdere situatie terugkeren, want zij hebben de meest verschrikkelijke van alle misdaden begaan, door een samenzwering te beginnen tegen de Redder van het menselijke ras. Daarom moest de stad waar Jezus leed wel worden verwoest, moest de Joodse natie uit haar land worden verdreven en moest een ander volk door God worden geroepen voor de gezegende uitverkiezing".
Maarten Luther, teleurgesteld over het feit dat de Joden niet tot het door hem vormgegeven protestantisme wilden overgaan, publiceerde zijn geschrift: 'Over de Joden en hun Leugens'. Hierin wordt onder andere gepleit voor het in brand steken van synagogen en Joodse woningen, het in beslag nemen van gebedenboeken en het verbieden van Joods religieus onderwijs.
We weten dat deze antisemitische wortels binnen het christendom mede de vruchtbare voedingsbodem is geweest waarop nazi-Duitsland zijn gruwelijke ideologie heeft kunnen uitwerken.

Vervangingsleer en Statenvertaling

Ik ben een overtuigd gebruiker van de Statenvertaling en vind persoonlijk dat moderne geparafraseerde vertalingen afbreuk doen aan Gods Woord en geen recht doen aan de enorme inzet van de Joodse geleerden (denk aan o.a. de Masoreten) die er zorg voor hebben gedragen dat elke ‘jota en tittel’ (Mat. 5:18) bewaard zou blijven. Maar is het niet krenkend voor Joden om in onze vertrouwde Statenvertaling kopjes te lezen als:

  • ‘De verdelging der vijanden van Gods Kerk’ (Jes. 27);
  • ‘Een triomfpsalm der Kerk’ (Psalm 47);
  • ‘Heerlijkheid der Gemeente Gods’ (Psalm 87);
  • ‘De gemeente Gods vervolgd, maar niet uitgeroeid’ (Psalm 129).

En dan spreken we nog maar niet over kanttekeningen, die de vervangingstheologie vaak breed ondersteunen.

De nieuwe vervangingstheologie

Maar er is nog een andere vorm van christelijk antisemitisme, die veel subtieler is, maar qua uitwerking desastreus. Ik doel op de vele pogingen om Joden buiten het bereik van het Evangelie te houden. De ‘oude’ vervangingstheologie verwacht geen bekering van Joden, ervan uitgaande dat zij allen met blindheid geslagen zijn. Maar de nieuwe vervangingstheologie, die ogenschijnlijk veel Joods-vriendelijker is, leert dat de prediking van het Evangelie van Jezus Christus heilzaam is voor heidenen, maar dat je daar Joden niet mee moet ‘lastig vallen’. De woorden van de Heere Jezus tot Zijn volksgenoten: “Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven. Niemand komt tot den Vader, dan door Mij”, zouden niet langer op Israël van toepassing zijn. Romeinen 1:16, waar Paulus uitdrukkelijk de volgorde van de Evangelieverkondiging leert (door hem zelf ook altijd zo toegepast): ‘eerst de Jood en ook de Griek’, zou nu worden: ‘eerst de Griek en niet de Jood’. Paulus’ “grote droefheid en gedurige smart” als gevolg van de verlorenheid van zijn volk (Rom. 9:2), maakt plaats voor euforie over de terugkeer van Joden naar het land.

Focus op de landsbelofte

Hoe belangrijk is het land Israël? Heel belangrijk. Na Christus’ wederkomst, zullen alle landsbeloften door Hem op heerlijke wijze worden ingelost. Maar we moeten oppassen om de oprichting van de staat Israël in 1948 zonder meer te duiden als vervulling van Gods beloften van herstel aan Israël en met een grote boog om de profetieën heen gaan die nog spreken van de moeilijke tijd die er voor land en volk gaat komen.
Ik herinner mij jaren geleden een ontmoeting met een Joodse vrouw die op aanbeveling van christenen Sint Petersburg had verlaten om Aliya te maken naar het ‘beloofde land’, waar God nu bezig zou zijn om Zijn volk de beloofde verlossing en zegen te schenken. Radeloos van angst door aanslagen en oorlogsdreiging, wilde ze zo spoedig mogelijk terug naar Rusland. Verwachtingen die christenen hadden gewekt op basis van beloften die niet eerder dan na de wederkomst van de Messias in vervulling zullen gaan, hadden haar in een diepe geloofscrisis gebracht.
Laten we op onze hoede zijn voor allerlei leringen, die de verbreiding van het Evangelie onder Israël vervangt door puur menselijke activiteiten. Bij de bedoeïenen is de ergste zonde: weten waar de bron is en het verzwijgen. Laten we dus ook waken voor die vorm van antisemitisme, die Joden het Evangelie onthoudt.

Sluiten