De komende Koning – Jeremia 23:5-8

Overzichtsstudies Tekst, Pieter A. Siebesma

Jer. 23:5-8 (Eigen letterlijke vertaling)

5 Zie de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik uit David een rechtvaardige Spruit zal oprichten en Hij zal als koning regeren en met verstand handelen, en Hij zal recht en gerechtigheid uitoefenen in het land.
6 In Zijn dagen zal Juda heil vinden (letterlijk: gered worden) en Israël zal veilig wonen en dit is Zijn naam, waarmee men Hem zal noemen: ‘De HEERE is onze gerechtigheid’.

7 Daarom zie de dagen komen, spreekt de HEERE, dat men niet meer zal zeggen: “Zowaar de HEERE leeft, Die de Israëlieten uit het land Egypte heeft gevoerd”, 8 maar “Zowaar de HEERE leeft, Die de nakomelingen van het huis van Israël heeft uitgevoerd en heeft gebracht uit het Noorderland en uit alle landen waarheen Ik hen heb verdreven, en zij zullen in hun land wonen.

Zowel Joden als christenen laten deze bekende tekstgedeelten slaan op de Messias. Immers, het gaat hier om een toekomstige nakomeling van David, Die als koning zal regeren in het land van Israël. Onder Zijn regering zal recht en gerechtigheid heersen, de verstrooide afstammelingen van Israël en Juda zullen terugkeren en veilig in hun eigen land wonen. Jeremia profeteerde dit in een tijd dat het noordelijk rijk Israël al door de Assyriërs in ballingschap was gevoerd. Het koninkrijk Juda zou tijdens het leven van Jeremia in ballingschap naar Babel gaan.

Op het eerste gezicht lijkt dit een duidelijk Bijbelgedeelte. Maar als je vertalingen met elkaar vergelijkt, roept het toch wel een aantal vragen op. Zal de Messias recht doen in het land (NBG of NBV) of op de aarde (HSV)? Wat wil het zeggen dat Juda gered zal worden. Refereert Paulus aan deze tekst in Romeinen 11:26 als hij zegt dat heel Israël behouden zal worden? Sinds de stichting van de staat Israël in 1948 zijn al heel veel Joden teruggekeerd naar het beloofde land. Is dit de vervulling van deze profetie van Jeremia?

De tijd van Jeremia

Jeremia, afkomstig uit een priesterfamilie, profeteerde gedurende veertig jaar in de nadagen van het rijk van Juda, tijdens de laatste vijf koningen van Juda. Hij moest een boodschap brengen die hem niet in dank werd afgenomen. Als Juda zich niet bekeerde van zijn zonden, dan zou het zijn land verliezen en in ballingschap gaan. Jeremia’s leven is een illustratie van het feit dat gehoor- zaamheid aan God lijden en vervolging met zich mee kan brengen. Vanwege zijn prediking werd hij van godslastering beschuldigd, kwam hij in de gevangenis terecht (Jer. 26:1-8)

en werd hij in een put geworpen (Jer. 38:6-13). Ook ontving hij de opdracht om niet te trouwen en heeft hij nooit kinderen gekregen (Jer. 16:1-2). Deze vorm van celibaat is voor oudtestamentische begrippen uitzonder- lijk. Immers de norm was trouwen en nageslacht verwek- ken. Maar zo stonden Jeremia’s persoonlijke omstandig- heden symbool voor wat Juda te wachten stond. Er was voor kinderen geen toekomst.

Rechtvaardige Spruit

Ondanks de zonden van het volk, blijft God trouw. Hij belooft dat er in de toekomst een rechtvaardige Spruit zal komen, Die in recht en gerechtigheid zal regeren in het land van Israël. Men zal Hem noemen ‘de HEERE is onze gerechtigheid’ (Hebreeuws: ‘Adonai Tsidkenoe’). Mogelijk is hier een zinspeling op de naam van de laatste koning van Juda, Zedekia (de HEERE is gerechtigheid). Een koning die zijn naam geen eer aandeed. Hij deed wat kwaad was in Gods ogen, kwam in opstand tegen Nebu- kadnezar dat het einde van zijn koningschap en van Juda tot gevolg had.

In het verleden hebben christenen deze teksten vooral geestelijk uitgelegd. De Heere Jezus Christus, omdat Hij rechtvaardig is, heeft door Zijn lijden, dood en opstanding verzoening gebracht. Als we in Hem geloven, mogen we weer in een rechte verhouding met God staan. Zo kan de naam ‘De HEERE is onze gerechtigheid’ ook op Christus Zelf betrokken worden.

Dat Hij koning behoort te zijn in ons hart en ons leven, is juist, maar het Oude Testament benadrukt ook andere aspecten. Vlak voor Jezus’ hemelvaart vragen Zijn discipelen Hem: “Heere, zult U in deze tijd voor Israël het Koninkrijk weer herstellen?” (Hand. 1:6). Zijn antwoord is opmerkelijk. Hij zegt niet dat hun vraag verkeerd is of dat het Koninkrijk niet zal komen. Maar dat het tijdstip waarop het Koninkrijk zal komen en de tijd dat het tekstgedeelte van Jeremia 23:5-8 vervuld zal worden, alleen bij God bekend is. Hij bepaalt wanneer dat gaat gebeuren.

Koning van Israël´

Wat we wel weten, is dat in de toekomst, na de weder- komst van Christus, Hij op de troon van Zijn voorvader David gaat zitten en zal regeren over het land van Israël. Het Hebreeuwse woord voor land ‘erets’, dat gebruikt wordt in Jeremia 23:5 kan zowel met aarde (zoals in Gen. 1:1) als met land vertaald worden. Gezien de context, waarin het specifiek gaat over het volk van Juda en het volk van Israël, kies ik voor de vertaling ‘land’.

Met de regering van de Messias worden twee andere aspecten verbonden.
Onder Zijn regering zullen de verstrooide ballingen terugkeren. Dat impliceert dat de huidige terugkeer van het Joodse volk naar de staat Israël niet dé vervulling is van deze profetie.

Dat wil niet zeggen dat God niet Zijn hand heeft in de hedendaagse terugkeer van de Joden naar de staat Israël. Maar mensen die nu naar Israël emigreren, komen in een land terecht dat door een seculiere regering wordt bestuurd, dat in oorlog leeft met de buurlanden en door het grootste deel van de wereld negatief wordt bejegend. Pas onder de regering van de Messias “zal Juda verlost worden en Israël onbezorgd wonen” (Jer. 23:6).

Het tweede aspect is dat Juda gered zal worden. Het Hebreeuwse woord voor ‘redden’ is hetzelfde woord dat we ook in de naam Jezus tegenkomen. Het kan zowel vertaald worden met ‘geholpen, gered worden’ uit een concrete nood of situatie, als met ‘heil vinden’, dat wil zeggen: gered worden uit de geestelijke nood.

Gelet op de context kies ik voor de tweede betekenis. Het is opmerkelijk dat van Israël, dat zich op dat moment in ballingschap in Assyrië bevond, wordt gezegd dat ze veilig in hun land zullen wonen, in plaats van in onzekerheid in een hun vijandig gezind land.

Van Juda, dat door Jeremia voortdurend wordt aange- klaagd voor hun zonden, wordt gezegd dat ze heil zullen vinden. Daarom is het mogelijk dat Paulus ook dacht aan deze tekst uit Jeremia, toen hij in Romeinen 11:26 schreef dat heel Israël behouden zal worden. Ook de toekomstige bekering van het Joodse volk wordt verbonden met de komst van de Messias (Zach. 12:10).

Als gelovigen worden we opgeroepen de wederkomst van de Heere Jezus te verwachten. Laten we ook in dit nieuwe jaar niet ons vertrouwen stellen op regeringen of macht- hebbers, maar uitzien naar de komst van de komende Koning.

Sluiten