De mezoeza

Jodendom Tekst, Alfred Esch

De Joodse gewoonte een mezoeza aan de deurpost te bevestigen vindt zijn oorsprong in de Bijbel zelf. In Deut. 6:9 staat namelijk: “En gij zult ze (= de woorden van vers 4 en 5) op de posten van uw huis, en aan de poorten schrijven.” Deut. 11:20 herhaalt nog eens: “En schrijf ze op de posten van uw huis, en aan uw poorten.” Juist deze herhaling onderstreept het belang van dit gebod, weten de rabbijnen.

Wellicht werden de woorden van Deuteronomium in Mozes’ dagen letterlijk op de deurposten geschreven. Sinds eeuwen is het echter traditie de teksten uitgeschreven, in een kokertje aan de deurpost te bevestigen.

Sjema

Het Hebreeuwse woord mezoeza betekent letterlijk ‘deurpost’, maar duidt zowel het kokertje als de opgerolde tekst aan.

Het schriftgedeelte, Deut. 6:4-9, wordt wel het ‘wachtwoord’ van het Joodse geloof genoemd, ook wel aangeduid als het ‘Sjema’. Sjema betekent ‘hoor’ en daarmee beginnen deze verzen:

“Hoor, Israël! De HEERE, onze God, is een enig HEERE! Zo zult gij den HEERE, uw God liefhebben, met uw ganse hart, en met uw ganse ziel, en met al uw vermogen. En deze woorden, die ik u heden gebiede, zullen in uw hart zijn. En gij zult ze uw kinderen inscherpen, en daarvan spreken, als gij in uw huis zit, en als gij op den weg gaat, en als gij nederligt, en als gij opstaat. Ook zult gij ze tot een teken binden op uw hand, en zij zullen u tot voorhoofdspanselen zijn tussen uw ogen. En gij zult ze op de posten van uw huis, en aan uw poorten schrijven.”

Vormen en maten

Loop je door een willekeurige straat in Israël, dan zie je ze – huis aan huis – mezoezot (= meervoud) van de meest uiteenlopende vormen en materialen. Er zijn er van koper, zilver, glas, keramiek of zelfs plastic; sommige zijn eenvoudig van vorm, andere ware kunstwerkjes.

Hoewel er geen strikte regels bestaan voor vorm en materiaal, zien we wel steeds – op z’n minst – de Hebreeuwse letter sjin (ש) op de kokertjes, de eerste letter van ‘Sjaddai’ (= Almachtige). Soms staat er voluit Sjaddai op, gespeld: sjin (ש), daled (ד), yod (י). Deze drie letters staan dan ook voor: Sjome D’latat Yisrael = de Bewaarder van de poorten van Israël.

De klassieke mezoezakoker had vaak een opening of luikje, waardoor de achterzijde van het perkamentrolletje zichtbaar werd, met daarop geschreven ‘Sjaddai’.

Hoewel de orthodoxe Joden alleen tevreden zullen zijn met een echt perkamenten rolletje, waarop de Hebreeuwse tekst door een officiële schrijver is geschreven, zijn vele mezoezot tegenwoordig voorzien van een stukje bedrukt papier. Hoe het ook zij, het stukje tekst moet wel goed worden opgerold: van links naar rechts! Zo wordt, bij het afrollen, direct het begin van de tekst gelezen.

Het Hebreeuws wordt immers van rechts naar links geschreven en gelezen.

Bevestiging

De mezoezot worden, zoals voorgeschreven, bevestigd aan de deurposten van de huizen en de (stads-)poorten, maar ook binnenshuis. In Joodse woningen vinden we de kokertjes eigenlijk bij alle deuren, die toegang geven tot kamers waarin normaal gewoond wordt. Dat wil zeggen dat er géén mezoezot zijn aangebracht bij de deuren van zolders, kelders, toiletten of badkamers. Ook b.v. pakhuizen hebben geen mezoeza. Wat misschien vreemd lijkt: er is ook geen mezoeza te zien bij de ingang van de synagoge! De mezoeza is bedoeld als een symbolisch herinnerings-teken, dat voortdurend oproept ‘uw huis te heiligen’. Daarom is dit niet van toepassing op het, reeds heilige, godshuis zelf.

Ter herinnering

Kort na het betrekken van een nieuwe woning wordt, in de orthodoxe traditie, de mezoeza aan de deurpost gespijkerd. Deze ‘godsdienstige handeling’ maakt deel uit van de plechtige inwijding van het huis. Daarbij wordt een speciale zegen uitgesproken: ‘Gezegend zij Gij, O HEERE onze God, Koning van het heelal, Die ons heeft gezegend met Zijn geboden en ons heeft opgedragen een mezoeza te bevestigen.’

Vanouds wordt de mezoeza aan de binnenzijde van de deurstijl bevestigd, ongeveer op ooghoogte, aan de rechterzijde. Het kokertje wordt altijd iets schuin aangebracht, waarbij de bovenkant meer naar binnen neigt.

Traditiegetrouw raakt de gelovige Jood, bij het passeren van de deur, de mezoeza even aan. Het herinnert hem aan het Sjema. Velen raken daarna met dezelfde vingers hun mond aan, ten teken het Woord van God op hun lippen te willen houden.

Elke inzetting, hoe goed ook, kan tot een gewoonte worden. Hoewel kleine mezoezot, vandaag de dag, als sieraad gedragen worden, ja zelfs aan sleutelhangers als talisman dienst doen, zal geen orthodoxe Jood de heiligende en zegenrijke invloed van de mezoeza aan de deurpost ontkennen. Bij zijn ingaan en uitgaan wordt hij steeds herinnerd aan Shaddai, de Almachtige!

Sluiten