De perfecte Amerikaanse Jood

Evangelie voor Israël Tekst, Bob Mendelsohn

Bob Mendelsohn (1951) is directeur van de Australische tak van de Joodse organisatie ‘Jews for Jesus’. Vanaf dat hij tot geloof in de Messias kwam, is zijn verlangen om iedereen over Jezus te vertellen, in het bijzonder zijn eigen volksgenoten. Als Jood weet hij hoe moeilijk het is om zelfs maar over Jezus na te denken.

Jood-zijn betekende voor mij meer dan alleen afkomst. Het was een roeping. Ik zat in de jeugdgroep van de synagoge, was redactielid van onze krant en lid van de regionale planningscommissie voor conferenties. Kortom, de perfecte Amerikaanse Jood.
Hoewel ik op mijn 13e Bar mitswa deed en officieel ‘zoon der wet’ werd, duurde het nog een paar jaar voordat ik me serieus aan de wet ging houden. Ik deed mijn uiterste best, maar hoe hard ik het ook probeerde, altijd schoot ik wel ergens tekort. Toen ik door een ongelukkige samenloop van omstandigheden een klein verbod verbrak, knapte er iets. Ik schaamde me, voelde me schuldig. Ik verliet vroegtijdig de universiteit, werd een hippie en zwierf rond op zoek naar vrede en de zin van het leven.
Ik kreeg een relatie, maar die liep stuk. Na een jaar was ik een emotioneel wrak en had geen antwoord gevonden op mijn vragen. Tijdens de seideravond bij de familie verliet ik gefrustreerd de maaltijd. Ik had nog nooit echt tot God gebeden, maar nu zei ik: “HEERE, hier ben ik. Mijn familie zit nog steeds binnen het boekje af te werken. Is er een andere manier?” 

Een maand later riepen twee jongeren in een park naar me: “Weet je dat de Heere Jezus met je is?” “Ik ben Joods; ga verder”, daagde ik hen uit. Ze begonnen me rechtstreeks uit de Bijbel over Jezus te vertellen. Toen ik hen vroeg over vrede op aarde, antwoordden ze me dat zij persoonlijk vrede hadden. Het klonk best aantrekkelijk, maar als Jood voelde ik mij verplicht met tegenargumenten te komen. Ik won de discussie met gemak, maar zij raakten mij door hun nederigheid. Deze christenen zeiden eerlijk dat ze niet alles wisten en dat leek ze niet eens van streek te maken. Ze adviseerden me om zelf aan God de antwoorden te vragen, die zij niet konden geven. Dat was nieuw voor mij.

Ik wilde meer over Jezus te weten komen en besloot het Nieuwe Testament te gaan lezen. Ik voelde me erg tot Jezus aangetrokken en het leek heel aannemelijk. Maar ik kon als Jood toch niet in Jezus gaan geloven? Hoewel, uit wat ik had gelezen, begreep ik dat áls Jezus de Messias was, ik juist in Hem moeten geloven! Jezus volgen betekende alleen ook dat ik mijn familie pijn zou doen en een buitenstaander zou worden. Toch, als het de Waarheid was, moest ik de consequenties aanvaarden.
Ik vroeg aan God om mij te vergeven, op grond van Jezus’ sterven aan het kruis voor mijn zonden en mij een nieuw leven te geven. En dat deed Hij! Nu kan ik over Hem niet meer zwijgen!

Sluiten