Elisa en de 42 gedode 'kinderen'

Bijbelse personen | Oud Testament Tekst, Hans van de Lagemaat

De geschiedenis van Elisa en de 42 gedode kinderen lijkt een wrede geschiedenis, waar sommigen veel moeite mee hebben. Maar is dat terecht?

Is dit de God van liefde?

“En hij ging vandaar naar Bethel. Toen hij langs de weg omhoog ging, kwamen er kleine jongens uit de stad. Die dreven de spot met hem en zeiden tegen hem: Kaalkop, ga op, kaalkop, ga op!Hij keerde zich om, zag hen en vervloekte hen in de Naam van de HEERE. Toen kwamen er twee beren uit het woud en verscheurden tweeënveertig van die kinderen” (2 Kon. 2: 24).

Het is een overbekend gedeelte. Toch voelen veel christenen zich wat ongemakkelijk bij het lezen van deze verzen. Sommigen zullen zich ervoor wachten deze geschiedenis over Elisa aan hun kinderen te vertellen. Voor de vijanden van de Bijbel is het een geliefkoosd onderwerp om het ware karakter van de God van Israël ter discussie te stellen.

Is dit nu die God van liefde? Gaat Zijn rechtvaardigheid en strengheid niet erg ver, dat een groepje kwajongens zo zwaar gestraft moet worden voor het bespotten van de profeet? Het was toch niet meer dan een streek van kinderen die ook niet beter wisten? Waar is nu Gods lankmoedigheid?
Wij hoeven God en Zijn Woord en daden niet te beoordelen. We mogen het zelfs niet. Wij kunnen Hem niet voor de rechtbank dagen. Wij hoeven Zijn daden niet te verdedigen of te rechtvaardigen. Hij is God en niemand minder. We gaan niet over Hem in debat.
Maar een paar woorden van uitleg zijn bij dit stukje wel op hun plaats. Wellicht om de verlegenheid die sommigen bekruipt weg te nemen. Of anders wel om een al te goedkoop geschetter tegen de Almachtige te stoppen.

Kleine jongens?

Zoals we de tekst in de HSV lezen, geeft het ons de indruk dat het om een paar onwetende kinderen ging, niet ouder dan een jaar of tien. Maar klopt dit wel?
De Hebreeuwse woorden die hier gebruikt worden, kunnen daar wel op duiden, maar we mogen dat er niet zonder meer uit afleiden. Salomo noemde zich bijvoorbeeld “een jonge man” toen hij zijn vader David al was opgevolgd. Daarmee wilde hij bij de HEERE aangeven dat hij zich niet opgewassen voelde tegen de taak die op zijn schouders rustte. En hij vroeg de Heere om een verstandig hart (1 Kon. 3:7-9).
Dat de tekst spreekt over 42 kinderen is ook niet doorslaggevend. Jozef was toch geen kind meer toen hij naar Egypte werd verkocht. Hij had de leeftijd van zeventien jaar. En daarom vertaalt de HSV hetzelfde woord voor kind daar met ‘jongen’ (Gen. 37:30), hetzelfde kunnen we zeggen bij Genesis 42:22. Degenen die met Rehabeam opgroeiden en hem van advies dienden toen hij koning was geworden waren ook geen kleine kinderen meer. Toch vinden we in 1 Koningen 12:8,10 en 14 in het Hebreeuws hetzelfde woord waarmee de spottende ‘kinderen’ rondom Elisa worden aangeduid. En wat te denken van Daniël en zijn vrienden. Ook zij voldeden niet meer aan onze beschrijving van ‘kinderen’ (Dan. 1:4, 10, 13, 15, 17). Toch ook hier weer hetzelfde woord.

Tweeënveertig

Behalve dat we hier niet met een paar kleine jongetjes te maken hebben, maar waarschijnlijk met een groep opgeschoten jongelui, misschien wel een jeugdbende, moet u ook letten op het aantal. Van hen (!) werden er 42 gedood. Dat betekent dat dit niet eens het volledige aantal was. Voor Elisa moest de sfeer ronduit bedreigend geweest zijn. Hij werd hier gevolgd door een grote groep jongeren, die bepaald geen goede bedoelingen in de zin hadden.

Kaalkop

Elisa zal geen grote haardos hebben gehad. En dat nodigde deze jongens uit om hem uit te schelden voor kaalkop. Maar waarschijnlijk had het woord een diepere lading. Mensen die melaats waren, schoren zich kaal. En als Elisa hiermee vergeleken werd, kwam het erop neer dat ze hem op gelijke voet met hen stelden. Melaatsen waren verbannen uit de samenleving. Levend waren zij al dood. Alleen een Godswonder kon hen van de afschuwelijke ziekte redden.

Ga op

Wat zij hem verder toeriepen, heeft direct te maken met het voorafgaande. “Ga op.”
Wat was er gebeurd? Elia en Elisa waren samen de Jordaan overgetrokken. En na enige tijd kwam er een vurige wagen met vurige paarden die Elia ten hemel voerden. Elisa keerde alleen terug naar Jericho. Op de vraag waar Elia gebleven was, zal hij naar waarheid hebben geantwoord. Maar blijkbaar werden zijn woorden met argwaan beantwoord. “Zie toch, er zijn bij uw dienaren vijftig dappere mannen. Laat hen toch uw meester gaan zoeken, of de Geest van de HEERE hem misschien niet heeft opgenomen en op een van de bergen of in een van de dalen geworpen heeft” (2 Kon. 2:16). Het is netjes verwoord; maar feitelijk zeiden ze dat ze het niet vertrouwden en zelf een onderzoek wilden instellen. Elisa wist dat het een nutteloze expeditie zou worden, dus antwoordde hij negatief. Pas na lang aandringen gaf hij de jonge profeten toestemming om te gaan zoeken. Maar natuurlijk komen zij na drie dagen onverrichter zake terug. Elia was nergens te vinden.

Vanzelfsprekend werd hierover gesproken in de families van Jericho. En stellig zal er bij velen nog twijfel en wantrouwen aan de woorden van Elisa hebben geleefd. Het klonk door in de woorden waarmee men erover sprak. Het was op de gezichten af te lezen. Maar bewijs was er niet.
En als Elisa de stad dan verlaat, ondergaat hij het wrange gevolg van dat gekonkel in de stad. “Kaalkop, ga op.” Oftewel: ‘Ga Elia achterna’. ‘Vaar ook ten hemel.’ Dat is de betekenis van die scherpe woorden, van deze ‘kleine jongens’.

Zelfs als het inderdaad nog maar kleine kinderen zouden zijn, dan worden de ouders hier direct gestraft voor hun respectloosheid jegens deze man van God. Als zij geloof gehecht zouden hebben aan de woorden van Elisa, als zij daarover met eerbied en ontzag hadden gesproken, dan zouden er nooit meer dan vijftig van hun kinderen de profeet scheldend achterna gelopen zijn.

Jericho

Het is nog opmerkenswaardig dat dit incident zich afspeelt in Jericho. Het is de stad die ondanks een vloek van Jozua (Joz. 6:26) weer is opgebouwd.
Ook getuigen de inwoners van de stad van grove ondankbaarheid. Elisa had daar zijn eerste wonder verricht. Het was goed toeven in de stad, maar het water was er bedorven, en het land was daardoor onvruchtbaar. Door Gods kracht maakte hij het water weer gezond door zout in een bron te werpen. Hoe duidelijk gaf hij daarmee getuigenis van zijn Goddelijke roeping als opvolger van Elia! Maar de dank die hij kreeg, was het valse geschimp van een groep jongeren, die uiting gaven aan het wantrouwen en ongeloof van de stad.

Een ernstige les

De daad van deze jongeren was geen onschuldig vermaak ten koste van een oude man. Het was een boze bespotting van de God van Israël. En die God laat Zich niet bespotten. Laat dat een ernstige les zijn voor een ieder van ons, in het meest voor hen, die de God van de Bijbel willen beschuldigen van liefdeloosheid en onrechtvaardigheid.

Sluiten