Gebed en Hebreeuwse christenen in de 19e eeuw

Achtergronden | Jodendom | Evangelie voor Israël Tekst, Pieter Siebesma

In de tijd van de apostelen en in de tweede eeuw zijn er veel Joden zowel in het land Israël als daarbuiten tot het geloof in de Messias gekomen. Vanaf de derde eeuw, als de overgrote meerderheid van de christelijke gemeenten uit niet-Joden bestaat en het christendom vanaf Constantijn de Grote de staatsgodsdienst in Europa wordt, verandert dat. Tot aan de negentiende eeuw zijn het vooral individuele Joden die in de Heere Jezus als Messias geloven. Het antisemitisme en de daarmee gepaard gaande discriminatie en achterstelling van Joden maken het christelijk geloof niet aantrekkelijk.

Het wonder van de negentiende eeuw

Maar in de negentiende eeuw verandert dat. Een relatief grote groep Joden komt tot een persoonlijk geloof in de Messias. Dit is een verschijnsel dat je in heel Europa en ook in de Verenigde Staten aantreft. Tot deze gelovigen behoren tientallen rabbijnen, waaronder zelfs een opperrabbijn (die van Bulgarije), en nog veel meer studenten, die op een rabbijnenseminarie hadden gezeten. Deze Hebreeuwse christenen, zoals ze zichzelf noemden, worden tot grote zegen voor de kerken waarbij ze zich aansluiten.

Om slechts enkele namen te noemen: in Duitsland Friedrich Julius Stahl (1802-1855) en de bekende kerkhistoricus Johann August Neander, die als David Mendel was geboren.

In Engeland komen we veel Hebreeuwse christenen tegen die oorspronkelijk uit Oost-Europa afkomstig waren, zoals de bijbelgeleerden Christian David Ginsburg, David Baron en Alfred Edersheim. Het laat ook zien dat de bekering van Isaac Da Costa en Abraham Capadose in Nederland geen geïsoleerd verschijnsel was, maar deel uitmaakte van een brede Europese ontwikkeling. Vooral in Engeland kozen veel Hebreeuwse christenen voor een opleiding tot voorganger. In 1890 wordt het aantal geestelijken binnen de Anglicaanse Kerk met een Joodse achtergrond op tweehonderd geschat. En dan rekenen we nog niet diegenen erbij die predikant werden in een van de andere Engelse kerkgenootschappen. Hoe valt deze ontwikkeling te verklaren? Hieronder wil ik ingaan op twee aspecten: de situatie van het Joodse volk in de negentiende eeuw en de plaats van het gebed.

Secularisatie

De negentiende eeuw is ook in andere opzichten anders dan de voorafgaande eeuwen. Wat als eerste opvalt, is de grote groei van het aantal Joden in deze eeuw. Waren er aan het begin van 1800 tweeëneenhalf miljoen Joden op de wereld, begin 1900 waren het er al meer dan tien en een half miljoen. Vanuit orthodox-Joods oogpunt bezien is de 19e eeuw veeleer de eeuw van de grote afval. Als gevolg van de Verlichting en de Franse revolutie krijgen Joden in Europa gelijke burgerrechten. De maatschappij staat voor hen open en ze kunnen nu alle gewenste beroepen gaan uitoefenen.

Daar maken veel Joden dan ook gretig gebruik van. Daarbij werpen ze de in hun gevoel knellende banden van de synagoge en van de Joodse godsdienst van zich af en proberen zo goed mogelijk in de westerse maatschappij te integreren. Om die reden kiezen velen ervoor zich te laten dopen of gaan een huwelijk aan met een niet Joodse partner. Voor alle duidelijkheid gaat het hier niet, zoals bij de Hebreeuwse christenen hierboven, om een bekering omdat ze in Jezus als Messias geloven, maar om bijvoorbeeld een bepaalde baan of positie te verwerven en daardoor beter te integreren in de niet-Joodse samenleving, oftewel het doopbewijs als paspoort tot de maatschappij. Illustratief is het voorbeeld van een zekere Victor Klemperer uit Duitsland die officier wilde worden in het Duitse reserveleger. Deze positie stond echter alleen open voor christenen. Hij besloot zich daarom te laten dopen, ondanks dat hij de doopplechtigheid nogal afstotend vond. Hoewel de predikant hem verzekerde dat beide godsdiensten dezelfde morele geboden hadden en de ceremonie maar enkele minuten duurde (hij hoefde naast de doop, ja te zeggen, handen te schudden en trouw aan de kerk te beloven), werd hem toen de rekening van 14 mark en 75 pfennig gepresenteerd. Achteraf bleek het niet nodig te zijn geweest, want hij werd afgekeurd voor militaire dienst!

Vele honderdduizenden Joden zijn in deze eeuw afgehaakt van de synagoge en van hun achtergrond. Maar ook voor hen die wel lid bleven van de synagoge, kreeg het Jood zijn steeds minder geestelijke inhoud. Opmerkelijk is dat het proces van secularisatie, dat we ook in christelijk Nederland zien, in feite het eerste is begonnen bij de Joden. Vanuit deze ontwikkelingen kunnen we begrijpen dat de meerderheid van de Joden vandaag de dag in bijvoorbeeld Nederland, Israël of de Verenigde Staten seculier is. Van de Joden in Nederland is hooguit tien procent aangesloten bij een synagoge. In Amerika is Jood zijn voor veel Joden niet meer dan kippensoep op vrijdagavond of een voorkeur voor Joodse humor. En in Israël bestaat er een groot verschil tussen het orthodoxe Jeruzalem en het seculiere Tel Aviv, dat weinig verschilt van Amsterdam of Parijs. Vanuit deze achtergrond bekeken, is het bijzonder dat er nog zoveel Joden bij de Messias Jezus zijn uitgekomen.

Gebed

Als je de geschiedenis bestudeert van de zendingsorganisaties die begin 1800 ontstonden en die zich met zendingswerk onder Joden bezighielden, valt op hoe belangrijk het gebed was. Niet alleen zijn deze organisaties ontstaan vanuit gebed, maar in hun werk nam gebed ook een voorname plaats in. Een kleine interkerkelijke groep Hebreeuwse christenen kwam eind 1700 wekelijks bij elkaar om te bidden voor de bekering van hun volksgenoten. Van daaruit ontstonden organisaties als de London Society for the promotion of Christianity Amongst the Jews (LSPCJ). Als je de verslagen leest van deze organisaties, blijkt gebed een belangrijk onderdeel. Daarom mag je ook wel een relatie leggen tussen het gebed en het feit dat eind 1900 zoveel predikanten in de Engelse kerken van Joodse komaf waren. Dat was in Duitsland anders. Daar was de Lutherse kerk in haar algemeenheid vrijzinnig en kozen maar relatief weinig bekeerde Joden voor een bediening als pastor in de Lutherse kerk. Wel waren er veel zendelingen die in dienst van een organisatie onder de Joden werkten.

Lessen voor vandaag

Ook nu leven we in een maatschappij die sterk geseculariseerd is. Veel mensen ervaren niet dat ze iets missen als ze niet in God geloven. Ze zijn tevreden met het leven dat ze leiden. Ook de Joodse bevolkingsgroep in Europa is zeer geseculariseerd. Velen van hen zijn niet eens geïnteresseerd in het orthodoxe Jodendom, laat staan in het christelijk geloof. Naar de mens gesproken kunnen ze niet bereikt worden. Alleen God kan hun harten openen als ze een Bijbel ontvangen en ze daarin gaan lezen. Daarom is ook gebed vandaag de dag belangrijker dan ooit. Als wij bidden, werkt God. Bidt u met ons mee?

Sluiten