Gods Woord in Auschwitz

Evangelie voor Israël Tekst, Rose Warmer

Voordat de Holocaust begon had de Joodse Rose Warmer haar Messias gevonden. Ondanks de verschrikkingen van Auschwitz, waar ze voortdurend oog in oog stond met de dood, verloor ze niet haar geloof in haar Messias. Integendeel, in de kampen getuigde ze onder haar volksgenoten en wees velen op het volbrachte werk van hun Messias.

Opkomend antisemitisme

Rose werd geboren in een welvarend Joods gezin in Hongarije. Ze studeerde kunst, muziek en dans en leidde een zwervend kunstenaarsbestaan in Wenen en Boedapest.Vanaf de jaren 30, toen het nazisme in Duitsland opkwam, nam het antisemitisme met de dag toe. Joden moesten de Davidsster dragen, hoogopgeleiden werden ontslagen om vervolgens als schoonmaker of vuilnisman misschien nog ergens aan de bak te kunnen komen.

Als het bericht komt dat Rose’ broer in Tsjecho-Slowakije naar een concentratiekamp is weggevoerd, is dat een enorme schok. Hoewel het gezin zich nog nauwelijks een concentratiekamp kan voorstellen, hebben ze er al wel verschrikkelijke verhalen over gehoord. Voor Rose’ vader wordt de spanning te veel. Hij overlijdt aan een hartaanval.
Zijn plotselinge dood is voor Rose een traumatische ervaring. In haar verdriet en haar vragen over het hiernamaals, komt ze op advies van haar man in het spiritisme terecht. In plaats van de gehoopte troost, wordt ze gekweld door boze geesten. En alsof dat nog niet erg genoeg is, wordt ze vernederd door haar man die haar openlijk ontrouw wordt.

Gevonden

Rouwend om haar overleden vader, zoekt Rose troost in haar Joodse Bijbel. Ze leest veel in Job en in de Psalmen, maar kan er geen touw aan vastknopen. Ze verlangt naar mensen die met haar over de betekenis van de Bijbel kunnen spreken. Als ze hoort over een kerk bij haar in de buurt, waar wekelijks Bijbelstudies worden gehouden, is haar besluit snel genomen. Ze gaat erheen en wordt onmiddellijk gegrepen door de boodschap van de Amerikaans Joodse evangelist, de heer Miller. Hij spreekt over de Joodse Messias! Maar ze was toch op een christelijke bijeenkomst? En hier sprak iemand over de Messias van de Joden! Hij legt uit hoe de profetieën van het Oude Testament hun vervulling vonden in Jezus van Nazareth. Na de samenkomst bestookt Rose hem met talloze vragen. Ze wordt door het echtpaar Miller uitgenodigd om samen met hen regelmatig over de Bijbel te komen praten.

Tijdens die bezoeken stelt Rose al haar vragen om vervolgens de verkregen antwoorden thuis in haar Bijbel na te gaan. Eenmaal bij het Johannesevangelie aangekomen, is het zover. Rose geeft haar hart volledig aan de Heere Jezus Christus, haar Messias. Haar, in eigen ogen waardeloze leven vertrouwt ze Hem toe. Ze wordt opnieuw geboren en raakt vervuld met diepe blijdschap!

Iedereen moet het weten!

Dolblij vertelt ze de familie Miller: “Ik ben nu een schaap in de kudde van de Goede Herder”. Ze kan het goede nieuws niet voor zichzelf houden en begint haar Joodse broers en zussen over de Messias van Israël te vertellen. “Jullie moeten maar meer stoelen voor de kerk kopen”, vertelt ze de Millers, “want ik ga het goede nieuws aan iedereen doorvertellen!”

Terwijl de situatie in Hongarije steeds dreigender wordt, verspreidt Rose in ijltempo het Evangelie. De Joden zijn inmiddels wanhopig. Steeds meer landen komen door militair geweld of overtuiging in Hitlers genadeloze greep. De Hongaarse premier pleegt zelfmoord en een nazi wordt in zijn plaats aangesteld.

De Millers weten dat ze als Amerikaanse staatsburgers misschien het land zullen worden uitgezet. De korte tijd die hun nog rest, zetten ze zich samen met Rose in voor de verkondiging van het Evangelie. Velen komen tot geloof, totdat de familie Miller gevangen wordt genomen. Ook christen-Joden ontkomen niet aan het lijden van hun volk. Rose roept alle gelovigen op tot een volhardend gebed. De familie Miller wordt door tussenkomst van de Amerikaanse regering vrijgelaten en onmiddellijk geëvacueerd.

Rose richt zich nu vooral op Joodse kinderen en vrouwen van wie de mannen zijn weggevoerd. In de bossen zwerven grote aantallen kinderen wiens beide ouders naar de kampen zijn gedeporteerd. En dan zijn er nog de vele vluchtelingen op zoek naar een schuilplaats. Rose bezoekt ziekenhuizen en geeft het Woord uit waar ze maar kan. Een Joodse moeder die daar door tuberculose op sterven ligt, vertrouwt de zorg van haar twee dochtertjes toe aan Rose. De meisjes komen tot geloof in de Heere Jezus. Door een wonder geneest de moeder en komt ook zij tot geloof. Terwijl Rose de meisjes in het ziekenhuis Bijbelstudie geeft, wordt er vaak aandachtig meegeluisterd door vrouwen uit de Joodse gemeenschap...

Wie vertelt hen het Goede Nieuws?

Het is 1940. Hoewel Hongarije lang neutraal probeerde te blijven, wordt het uiteindelijk door Hitler bezet. In mei 1944 begint Adolf Eichmann met de deportatie van Hongaarse Joden. Begin juli had hij al 437.000 Hongaarse Joden naar Auschwitz-Birkenau afgevoerd, waarvan 90% onmiddellijk in gaskamers werden omgebracht.

Aanvankelijk lijkt het voor Rose veiliger dan voor andere Joden. Ze heeft documenten van de Baptistengemeente dat ze als christelijke zendelinge is aangesteld. Ze moet zich echter wel gedeisd houden en gaat op zoek naar onderduikadressen. Eén familie wil haar vanwege de risico’s niet langer in huis hebben. Uiteindelijk vindt ze een schuilplaats bij een eenvoudige boerenvrouw, die vervuld is met de liefde van de Heere Jezus. Samen huilen ze om wat ze door het raam beneden in de straat zien gebeuren. Ze roepen het uit naar de Heere om Zijn volk te hulp te komen. Rose ziet vrienden en buren aan wie ze het Evangelie had verteld, bijeengedreven en in vrachtwagens weggereden worden. Wie zal hen over de Messias, de Hoop van Israël vertellen? Ze wil eigenlijk met hen mee.

Naar Auschwitz

Ze vertelt medegelovigen haar verlangen om met haar volk mee naar de kampen te gaan. Bezorgd over haar lot dringen ze er op aan ondergedoken te blijven. Rose weet dat als haar verlangen niet van God komt, ze nooit staande zal kunnen blijven in de verschrikkingen die haar dan te wachten staan. Na intensief gebed bemerkt ze dat ze zich alleen maar meer gedrongen voelt om zich bij haar volk te voegen. Het is geen gril, maar de wil van God. Nu ze dit zeker weet, gaat ze de straat op en geeft ze zich over in de handen van SS-officieren. Beschimpt door omstanders wordt ze samen met haar Joodse vrienden en buren in een veewagen geduwd om uiteindelijk naar Auschwitz te worden getransporteerd.

Gods vrede blijft

Te midden van de ellende, het urenlange appèl in de bittere kou, voortdurende mishandeling en zweepslagen, blijft Rose Gods vrede en nabijheid in haar hart voelen. Ze is niet bang voor de dood. Voor haar betekent sterven oog in oog met haar geliefde Heiland staan! Rose maakt van elke gelegenheid gebruik om te getuigen van de Joodse Messias, Die stierf om mensen van zonde en dood te redden en eeuwig leven te geven.

Opluchting en verdriet

Op een wonderlijke manier weet Rose met andere vrouwen aan de gaskamers te ontkomen. Ze wordt op transport gezet om in een fabriek in het Ruhrgebied te gaan werken. Als de trein Auschwitz verlaat, realiseert ze zich dat ze aan de klauwen van de dood is ontkomen.
Rose wordt te werk gesteld in een olieraffinaderij. De gevangenen worden ’s nachts opeengepakt in grote tenten en overdag mishandeld door hun opzichters. De omstandigheden zijn verschrikkelijk, maar ook in dit hol van haat en slechtheid deelt Rose de liefde van God. Ze is dankbaar als ze een paar geïnteresseerde luisteraars vindt. Ruby, een lief meisje, zegt zelfs dat ze Jezus heeft aangenomen en wordt als een dochter voor Rose. Maar een andere vrouw beschuldigt Ruby ervan een verraadster te zijn en kwelt haar onophoudelijk. Tot haar grote teleurstelling keert Ruby zich meer en meer van Rose af en uiteindelijk ook van het geloof in Jezus.
Rose wordt met 520 vrouwen meegenomen naar Essen om daar in een ijzerfabriek te werken. Zij moet grote ijzeren staven uithakken met een elektrische hamer die boven haar hoofd hangt. Elke onhandigheid of onbekwaamheid wordt bestraft met een verschrikkelijk pak slaag.

Verzoek om een Bijbel

Grote Verzoendag nadert. Rose heeft een sterk verlangen aan de SS-officier een Bijbel te vragen. Het ongevraagd aanspreken van een officier was strikt verboden. Maar Rose kan zich echter niet bedwingen en gooit haar verzoek eruit. De officier staart recht voor zich uit zonder een woord uit te kunnen brengen. De ‘belediging’ blijft niet onopgemerkt. Een kwaadaardige officier die Rose dagelijks slaat, beveelt haar bij het hek te gaan staan. Zou ze gedood worden? Bevend gaat ze bij het hek staan. Even later overhandigt de officier haar een papieren zak met de opdracht deze te verstoppen. Er blijkt een Bijbel in te zitten! Rose is overweldigd. Ze wist dat God haar niet vergat en haar gebeden hoorde. En nu deze wonderlijke gebedsverhoring. Zijn werk in het hart van deze SS-er is voor haar altijd een mysterie gebleven.

God zorgt

Op een dag wordt haar Bijbel echter in beslag genomen door de leider van het kamp. Hij slaat haar hard op het hoofd. Verdrietig vraagt Rose aan de Heere waarom Hij dit heeft toegestaan. Een uur later wordt het kamp door de geallieerden zwaar gebombardeerd. De houten barakken gaan in vlammen op. Als ze vanuit de armzalige schuilkelder te voorschijn komt, bidt ze of God het hart van de kampleider wil bewerken. De Heere geeft haar moed hem te benaderen. “Ik heb voor u gebeden”, wilt u me alstublieft mijn Bijbel teruggeven?” “Oké! Oké! Je mag hem hebben!”, antwoordt de man nors. De Bijbel die in een hut lag die tot de grond toe was afgebrand, was door een wonder intact gebleven!
Nu haar medegevangenen zien dat Rose meer waarde hecht aan het Woord van God dan aan haar eigen leven, luisteren ze aandachtig als ze uit de Bijbel voorleest. 

Buchenwald bevrijd

Nu de fabriek verwoest is, worden de gevangenen op transport naar Buchenwald gezet om daar vergast te worden. Maar omdat de ovens niet genoeg capaciteit hebben, worden de fabrieksarbeiders gespaard. In een veewagen worden ze naar Bergen Belsen getransporteerd. Daar worden alle 550 gevangenen, samen met politieke gevangenen in een kleine zaal gepropt. De SS-officieren weten dat hun tijd kort is. Duitsland ligt al voor het grootste deel in puin. De officieren willen alle bewijs van terreur uitwissen. De overlevenden worden gedwongen om de lijken te verslepen naar massagraven die ze zelf moeten uitgraven en dichtgooien. Met haar zieke pijnlijke lichaam moet ook Rose aan dit verschrikkelijke werk deelnemen.
Op een ochtend ligt Rose in haar barak te wachten op het signaal om wakker te worden en aan het werk te gaan. Als het signaal niet komt, blijken alle bewakers te zijn gevlucht. Het kamp is bevrijd.

Worsteling in gebed

Na de bevrijding van het concentratiekamp Bergen Belsen, ligt Rose ernstig verzwakt in het ziekenhuis. Ze weet haar naam niet meer en is af en toe haar geheugen kwijt. Maar één ding weet ze wel … ze vraagt om een Bijbel.
Als ze begint op te knappen en haar geheugen enigszins terugkomt, wil ze heel graag naar haar broers in Amerika. Maar die nacht hoort ze in haar hart de stem van de Heere: “Heb je het al aan Mij gevraagd?” Na een worsteling in het gebed geeft ze zich gewonnen. Ze zou tenslotte gaan in de weg die de Heere haar zou wijzen. Die weg leidt naar Tsjecho-Slowakije. 

Naar Tsjecho-Slowakije

Na een lange treinreis komt ze in Tsjecho-Slowakije aan. Met haar rare jurk, hangend om haar broodmagere gekneusde en zieke lichaam en haar nog hele korte kapsel, ziet ze er nogal wereldvreemd uit. Ze vraagt een voorbijganger of hij misschien de dichtstbijzijnde Baptistengemeente weet. “Hier om de hoek”, luidt het bevrijdende antwoord. Uitgeput komt ze binnen, net op tijd voor de dienst. Ontroerd door het horen van de eenvoudige lofliederen, breekt ze in tranen uit. Na de dienst wordt ze omringd door gelovigen die allemaal haar verhaal willen horen. Eigenlijk wil Rose maar één ding: haar familie vinden. Wanhopig noemt ze alle namen die ze maar kan bedenken. Misschien is er een aanknopingspunt te vinden. Namen van buren, vrienden, kennissen, gelovigen, een voorganger die haar zus gedoopt had ... “Ha”, roept iemand uit, “zijn dochter is hier in de gemeente!” Ze brengen Rose meteen naar het huis van de voorganger. Die kan vertellen dat Felice met haar man en twee kinderen de oorlog hebben overleefd. Ze brengen Rose meteen naar hen toe.
Felice overleefde de oorlog door zich in de bergen te verstoppen en van de ene naar de andere plaats te vluchten. Vaak met maar een haarlengte voorsprong op de Duitse soldaten. Tot voor kort had Rose in de veronderstelling geleefd dat zij als enige van haar familieleden zo geleden had. Nu krijgt ze tot haar ontsteltenis te horen dat de grote meerderheid is omgekomen.

God opent deuren … en voorziet

Terwijl Rose langzaam herstelt in de veilige omgeving van haar zusters huis, voelt ze zich gedrongen om haar lotgenoten die ook de gruwelen van de Holocaust hebben overleefd, op te zoeken. Te midden van de armoede die ze onder hen aantreft, voorziet de Heere in alles wat ze nodig heeft om hen terzijde te staan. Gebedsvrienden in Amerika sturen haar voedselpakketten en prachtige kleren om uit te delen. Maar behalve kleding wil ze hen ook graag met het Woord bereiken. Rose beschikt inmiddels over adreslijsten, maar niet over de middelen om Bijbels te kopen. Totdat blijkt dat vertrokken zendelingen van de Amerikaanse ‘Miljoen Testamenten Campagne’ dozen met Hebreeuwse Nieuwe Testamenten in een Baptistengemeente hebben achtergelaten. De dozen blijken zelfs nog onaangebroken. Op wonderlijke wijze voorziet de Heere behalve in de Bijbels, ook in financiën voor de verzendkosten en zelfs in een afgedankte maar bruikbare kinderwagen om de pakketten naar het postkantoor te brengen. Uiteindelijk krijgt ze zelfs een appartement. Daar biedt Rose gastvrijheid aan iedereen die de Heere op haar pad brengt, waaronder veel Joodse Holocaustoverlevenden.

Blijven vertrouwen

Niet lang na de communistische machtsovername in Tsjecho-Slowakije, bekruipt Rose het gevoel dat ze steeds meer in een net verstrikt raakt. Het verspreiden van christelijke lectuur wordt verboden. Als ze veel Joden om haar heen naar Israël ziet vertrekken, krijgt ze een diep verlangen om met hen mee te gaan. Het is hetzelfde verlangen, dat haar ooit deed besluiten om haar schuilplaats te verlaten en met haar volksgenoten mee te gaan op transport naar de kampen.

Ze stuit echter op een onvoorzien probleem. Rose is overal als zendelinge bekend en de autoriteiten die de visa voor Palestina verstrekken, zijn orthodoxe Joden. Keer op keer wordt haar verzoek voor een visum voor Palestina afgewezen. Door haar geloof in de Heere Jezus wordt ze niet langer als Joods erkend. Tegelijk zijn haar vrienden bezorgd dat ze met haar aanhoudende pogingen door de communistische overheid gearresteerd zou kunnen worden. Door haar verzwakte conditie zou ze niet nog een gevangenschap overleven. Als ze uiteindelijk een paspoort bemachtigt, kan ze daarmee Tsjecho-Slowakije verlaten, maar dan wel met verlies van haar nationaliteit. Pogingen van haar vrienden om voor Rose een visum voor de VS of Canada te bemachtigen blijken eveneens vruchteloos. Beide landen verstrekken geen visum aan iemand die geen land heeft om naar terug te keren. Opnieuw legt Rose alles in de handen van haar hemelse Vader.

De kracht van het gebed

Op een dag opent de Heere een deur. Via een vriend bij het Canadese Consulaat kan ze een visum voor Palestina bemachtigen. Omdat Palestina haar eindbestemming is, krijgt ze ook toegang tot Canada en de VS.
Nu kan ze in Amerika haar enige broer die nog in leven is bezoeken. Daar aangekomen spreekt ze regelmatig met hem over het Evangelie, maar tot haar grote verdriet sluit hij zijn hart. Gelukkig wordt ze wel herenigd met de Millers, met wie ze voor de oorlog veel evangelisatiewerk had gedaan. Samen met anderen hadden de Millers tijdens de oorlog voortdurend voor Rose gebeden. Als in die tijd de gedachte bij hen opkwam dat Rose allang in de kampen moest zijn omgebracht, ervoeren ze een aansporing van de Heilige Geest om in de gebeden te volharden. En nu stonden ze daar oog in oog met degene, voor wie ze gedurende al die vreselijke oorlogsjaren, trouw hadden gebeden.

Toch naar Israël …?

In Amerika ontvangt Rose een brief van haar zus Felice, die inmiddels met haar man en kinderen naar Israël was geëmigreerd. Ze raadt Rose ten sterkste af om ook naar Israël te komen. Door haar zwakke gezondheid zou ze de ontberingen door afwisselende hitte en kou in de tentenkampen niet kunnen doorstaan. Gebrek aan landbouw en industrie maakten in die tijd de omstandigheden extra zwaar. "Blijf in het welvarende en veilige Amerika", was hun uitdrukkelijk advies!
Gedreven door de overtuiging dat God haar roept, reist Rose desondanks in augustus 1950 naar Israël, waar ze velen tot zegen wordt. Door het hele land deelt ze Gods Woord uit in o.a. nieuw opgerichte scholen en Kibboetsim. Dat blijkt niet altijd gemakkelijk, want met de Holocaust nog zo vers in het geheugen, wordt ze door velen afgewezen. "Propaganda voor het ‘geloof van de Nazi’s’", klinkt het verwijt. De laatste negen jaar van haar leven brengt ze door in het bejaardentehuis Ebenezer in Haifa. Nu ze zelf niet meer in staat is om te werken, mag ze zien hoe het werk toch voortgang vindt. Zelfs tot op de dag van vandaag gaat Rose' verlangen in vervulling: Joden in Israël ontvangen het Woord des Levens.

Sluiten