Hebreeuws een heilige taal!?

Achtergronden Tekst, Pieter A. Siebesma

Het Oude Testament is in het Hebreeuws geschreven. Waarom zou God juist deze taal hebben gebruikt om daarin Zijn Woord aan het volk van Israël te geven? Zegt dat ook niet iets over de taal zelf?

Liever Jiddisch

Voor sommige orthodoxe Joden is het Hebreeuws daarom zo heilig dat zij het moderne Hebreeuws dat in Israël wordt gesproken afwijzen. Ze spreken liever Jiddisch en gebruiken Hebreeuws alleen voor het lezen en bestuderen van de Heilige Schrift. Er zijn orthodoxe Joden en christenen die ervan uitgaan dat God met Adam en Eva in het Paradijs Hebreeuws zou hebben gesproken en dat dit de reden is waarom het Oude Testament in het Hebreeuws is geschreven. Dat valt niet te bewijzen, maar de vraag blijft wel staan: Is het Hebreeuws inderdaad een heilige taal? En zo ja, wat houdt dan die heiligheid in?

De Hebreeuwse Bijbel

Nu is het Hebreeuwse Oude Testament als je er over nadenkt een bijzonder boek. Het bestaat uit een aantal kleinere geschriften die gedurende een lange tijd van bijna 1000 jaar zijn ontstaan. Terwijl het boek Ruth mogelijk uit de tijd van David stamt (ongeveer 1000 v. Chr.), is het boek Esther heel jong en geschreven in de Perzische tijd. Van andere Bijbelboeken zoals Joël of Job, lopen de meningen uiteen of ze nu oud dan wel jong zijn. Alleen het boek Psalmen bestaat al uit psalmen uit de meest uiteenlopende tijden, van David en Salomo tot na de Babylonische ballingschap. Probleem is ook dat buiten de Bijbel om nauwelijks andere teksten in het Hebreeuws zijn overgebleven, men heeft slechts enkele inscripties op potscherven of korte teksten op steen gevonden. Je kunt aannemen dat de geschiedenissen uit de Bijbel na het opschrijven zijn bewerkt of aangevuld onder de inspiratie van Gods Geest. Maar hoe dat precies in zijn werk is gegaan en wie dat dan hebben gedaan, weten we niet. Geleerden hebben veel theorieën daarover ontwikkeld, maar die vallen niet te bewijzen, omdat gegevens daarvoor ontbreken. Wat we wel weten is dat in de derde of tweede eeuw v. Chr. het Oude Testament zich in de vorm bevond, zoals we die nu ook nog hebben. Daarom was de vondst van de Hebreeuwse handschriften bij Qumran en de Dode Zee zo belangrijk. Ze lieten zien dat de tekst van de Bijbel meer dan 1000 jaar ouder was, dan de Hebreeuwse handschriften die tot dat moment beschikbaar waren.

De Masoreten

Om het nog ingewikkelder te maken, is het Oude Testament geschreven in het zogenaamde Hebreeuwse alfabet. Dit alfabet bestaat alleen uit medeklinkers, waarbij de klinkers niet werden geschreven. De Hebreeuwse handschriften van Qumran uit het begin van de jaartelling zijn in dit medeklinkerschrift geschreven. Maar na de verwoesting van Jeruzalem en de Tempel en de verstrooing van het Joodse volk over de gehele wereld, dreigde het Hebreeuws als spreektaal steeds meer in onbruik te raken. Daarom werd het noodzakelijk om ook klinkers aan de tekst toe te voegen en zo de juiste uitspraak vast te leggen en te bewaren. Dit enorme werk is gedaan door de Masoreten, Joodse schriftgeleerden, die in de 4e tot 6e eeuw in Galilea leefden. Nu spraken de Masoreten een vorm van Hebreeuws, dat zich had ontwikkeld uit het Hebreeuws dat in het zuidelijk koninkrijk Juda werd gesproken. We weten echter dat ten tijde van het Oude Testament niet iedereen op dezelfde wijze Hebreeuws sprak. Volgens Richteren 12:6 was er verschil in uitspraak tussen de stammen onderling. Jefta voerde oorlog tegen de stam Efraïm en wanneer vluchtelingen de doorwaadbare plaatsen van de Jordaan wilden oversteken, liet hij ze het woord sjibboleth uitspreken. Als ze dan sibboleth zeiden en de –sj niet konden uitspreken, wisten ze dat zij Efraïmieten waren. Als er in de tijd van de Richters al dialecten waren, mogen we aannemen dat na de splitsing van het rijk in twee delen Juda en Israël, het Hebreeuws zich ook op verschillende wijzen heeft ontwikkeld. Daarom wordt in het Oude Testament de taal der Israëlieten ook wel Judees genoemd (zie 2 Kon. 18:26,28 (= Jes. 36:11); Neh. 13:24; 2 Kron. 19:18). Dit zou ook kunnen verklaren, waarom bijvoorbeeld het boek Hosea zo moeilijk te vertalen is. De profeet Hosea was afkomstig uit het Noordrijk Israël en hij profeteerde tegen het Noordrijk Israël. Hij sprak waarschijnlijk een noordelijk dialect, terwijl dat later door de Masoreten wel als Judees Hebreeuws is gevocaliseerd.

Bijbels Hebreeuws een bijzondere taal

Het Hebreeuws van het Oude Testament is met recht een bijzondere taal te noemen. Dat ze op een aantal punten afwijkt van het huidige moderne Hebreeuws, dat nu in Israël wordt gesproken is duidelijk, maar of en in hoeverre ze ook afwijkt van het Hebreeuws dat bijvoorbeeld Jozef, David, Salomo of Mordechai en Esther spraken, is niet bekend. Je mag aannemen dat in de loop van 1000 jaar het Hebreeuws een aantal veranderingen heeft ondergaan. Vergelijk bijvoorbeeld het Nederlands dat we nu spreken en dat niet geheel identiek is aan het Nederlands van Vondel of van Willem van Oranje. Maar omdat gegevens ontbreken, weten we hier niets van. Dat is ook de reden dat als men het heeft over de heiligheid van het Hebreeuws, deze vaak wordt verbonden met de heiligheid van de Hebreeuwse tekst van de Bijbel zelf. Hierbij is niet zozeer de taal heilig, als wel de tekst van het Hebreeuwse Oude Testament heilig. Aan de hand van twee voorbeelden wil ik dit duidelijk maken.

De Messias in Genesis 1

In Genesis 1:1 lezen we: “In de beginne schiep God de hemel en de aarde”. De woorden ‘de hemel’ en ‘de aarde’ worden ingeleid door het Hebreeuws woordje ‘et’ dat verder niet vertaald wordt. Sommige christelijke uitleggers hebben daarom gemeend dat dit woordje ‘et’ een diepere betekenis zou moeten hebben.1  Omdat ‘et’ bestaat uit de eerste en laatste letter van het Hebreeuwse alfabet, de alef en de taw, verbinden ze dit met Openbaring 1: 11, waar Christus zegt: “Ik ben de Alfa en de Omega, de Eerste en de Laatste” (zie ook Opb. 1:8, 21:6; 22:13). Als dit klopt, zou iedere keer dat we ‘et’ in het Oude Testament tegenkomen, het een verwijzing kunnen of moeten zijn naar Christus en we Hem zo letterlijk duizenden keer in het Oude Testament tegenkomen. Wanneer je geen Hebreeuws kent, klinkt dit heel plausibel. Maar iedere Hebraist of spreker van het moderne Hebreeuws zal deze uitleg afwijzen. Immers bij ‘et’ is er sprake van een normaal grammaticaal verschijnsel, dat ook in het moderne Hebreeuws voorkomt. Een lijdend voorwerp (de vierde naamval) dient ingeleid te worden met ‘et’. Dit woordje ‘et’ wordt niet voor alle lijdende voorwerpen in het Hebreeuws geplaatst, maar alleen als ze een bepaald lidwoord (de of het) hebben of bij een persoonsnaam. Dus wel: “God schiep ‘et’ de aarde”, of: “God schiep ‘et’ Eva”, maar niet bij: “God schiep een mens”. Overigens kan het woordje ‘et’ ook andere betekenissen hebben. Vaak wordt het vertaald door ‘met’. We komen beide betekenissen bijvoorbeeld tegen in Richteren 8:7: “Toen zeide Gideon: “Daarom zal ik, waneer de HEERE Zebah en Zalmuna in mijn hand geeft, (’et’) uw lichamen dorsen met (=’et’) de dorens van de woestijn en met (= ‘et’) de distels.” De uitleg dat ‘et’ een aanduiding zou zijn van de Messias, vinden we dan ook niet bij Messiasbelijdende Joden terug, omdat zij over het geheel genomen Hebreeuws kennen. Openbaring 1:8 is geschreven in het Grieks en de alpha en de omega zijn de eerste en laatste letter van het Griekse alfabet. Sommige Messiasbelijdende Joden hebben wel geprobeerd een relatie te leggen met het Hebreeuws, maar komen tot een heel andere uitleg. Als je de woorden van Openbaring 1:11 letterlijk in het Hebreeuws zou weergeven, dan kun je van ‘alef’ en ‘taw’ het Hebreeuwse woord ‘oot’ maken, dat ‘teken’ betekent.

Woordpatronen in het Oude Testament

Een tweede voorbeeld betreft de woordpatronen in het Oude Testament2 . Dit noemt men met een Engels begrip ‘Equidestant Letter Sequence’ of ELS. Dat wil zeggen dat de tekst van het Oude Testament zo is geconstrueerd (hetzij bewust, hetzij door Goddelijke inspiratie), dat Hebreeuwse letters op een bepaalde vaste afstand achter elkaar zijn gezet, zodat verborgen woorden of boodschappen afgeleid kunnen worden. Met name op internet zijn veel websites te vinden, waar voorbeelden hiervan worden gegeven. Dit zou dan een bewijs zijn van de betrouwbaarheid van de Bijbel. Ook dit kan, als je er voor het eerst mee in aanraking komt, overtuigend klinken. Toch is dit niet het geval. Deze opvattingen gaan namelijk uit van de vooronderstelling dat er maar één Hebreeuws handschrift van het Oude Testament is. Er hoeft maar één letter meer of minder te zijn en de code klopt niet meer. Weliswaar zijn de verschillen tussen de diverse Hebreeuwse handschriften maar miniem, maar ze zijn er wel. Sommige Hebreeuwse woorden kunnen namelijk op twee verschillende manieren geschreven worden. HEILIGHEID  Wat houdt de heiligheid van het Hebreeuws of van de Bijbel in? Niet dat de taal Hebreeuws ‘an sich’ heilig zou zijn, of dat de tekst van de Bijbel heilig zou zijn. De Bijbel is heilig, omdat de Auteur heilig is. God heeft Zich door Zijn Woord aan ons geopenbaard en bekend gemaakt. Wanneer wij Zijn woord lezen, spreekt Hij tot ons door Zijn Woord en door Zijn Heilige Geest en verandert ons. Of in de woorden van Jesaja 55: 11 “Zo zal Mijn woord zijn dat uit Mijn mond uitgaat; het zal niet vruchteloos tot Mij terugkeren, maar het zal doen wat Mij behaagt, en het zal voorspoedig zijn in hetgeen waartoe Ik het zend.”

1. Zie bijv. Arno Lamm & Emile-Andre Vanbeckevoort, Wake up!, Gods profetische kalender in tijdslijnen en feesten, Het Zoeklicht, Doorn 2014, pag. 52 vlgg. 2. Zie bijv. Arno Lamm & Emile-Andre Vanbeckevoort, Wake up!, Gods profetische kalender in tijdslijnen en feesten, Het Zoeklicht, Doorn 2014, pag. 57 vlgg.

Sluiten