Het leven van Daniël

Bijbelse personen | Oud Testament Tekst, David van Cappeleveen

Rond de ballingschap in 586 v. Chr. schrijft de profeet Ezechiël al over de wijsheid van Daniël (Ezech. 28:3). De Judeeër, die rond 606 v. Chr. door Nebukadnezar naar Babel wordt gevoerd, heeft dan al een internationaal gerenommeerde naam. Het boek dat zijn naam draagt heeft door de eeuwen heen voortdurend tot de verbeelding gesproken. Tijd om het leven en het boek van de profeet eens onder de loep te nemen.

Is Daniël ook onder de profeten?

De Griekse Septuaginta en de Christelijke canon schaart het boek Daniël onder de profeten, terwijl de Tenach het werk in de Ketoeviem (de Geschriften) plaatst. Er is geen eenduidige verklaring voor dit verschil. In de Oudheid werd Daniël zeker als profeet beschouwd: zowel Josephus (Ant. 10.11.7), een Qumran fragment (4Q172) en enkele oude Rabbijnse bronnen (o.a. Mek. 1b; Pesiq. Rab. 14, 61; Pesiq. Rab. Kah. 4, 36b; S. Olam Rab. 20) identificeren hem als zodanig. Het is dus niet vreemd dat de Heere Jezus het heeft over de profeet Daniël, wanneer Hij spreekt over de gruwel van de verwoesting in Zijn eindtijdrede (Dan. 11:31; 12:1 cf. Matt. 24:15; Mark. 13:14). Het is echter niet met zekerheid te zeggen waarom het boek geen plaats inneemt in de Nevi’iem (profeten). Daarbij moet wel gezegd worden dat de divisie van het Oude Testament in Thora, Nevi’iem en Ketoeviem alleen wordt geattesteerd in de Masoretische geschriften. Hiervan stammen de vroegste getuigen uit de negende en tiende eeuw na Chr. en deze zijn dus vrij laat. Het is ook mogelijk dat de groep profetengeschriften al was vastgelegd voordat het boek Daniël zijn plek innam in de canon.

Daargelaten, wie kijkt naar de levensloop en het ambt van Daniël, ziet zowel verschillen als overeenkomsten tussen hem en meer traditionele profeten als Elia, Elisa en de schriftprofeten. Daniël had een politieke carrière als staatsman aan het hof van verschillende koningen en koninkrijken en wordt getypeerd door de wijsheid en het inzicht dat hij daarbij toont. Zijn profetische gave kenmerkt zich doordat hij zijn openbaringen alleen ontvangt in dromen en gezichten. Over Daniël bestaat ook geen beschrijving, waarin hij wordt aangesteld als profeet met een roeping, zoals gebruikelijk bij andere profeten. In de protestantse theologie wordt daarom weleens onderscheid gemaakt tussen een donum propheticum (een profetische gave, zoals bij Daniël) en een munus propheticum (een profetisch ambt, zoals bijvoorbeeld bij Jeremia). Typisch gebruikelijk voor een profeet zien we hem wel bij de Heere pleiten en bemiddelen voor zijn zondige volksgenoten (Dan. 9:1-19). Ook zijn profetisch-apocalyptische visioenen tonen verwantschap met die van andere profeten zoals Ezechiël (Ezech. 38-39), Zacharia (Zach. 9-14), Joël (Joël 3) en uiteraard de Openbaring van Johannes in het Nieuwe Testament.

Rijksaramees

Opvallend is dat het boek Daniël, samen met Ezra-Nehemia, de enige boeken van het Oude Testament zijn met langere passages geschreven in het Aramees. In Daniël loopt de Aramese sectie dwars door het boek heen, vanaf hoofdstuk 2:4 tot 7:28.
Er zijn door de eeuwen heen veel creatieve tekstkritische en theologische oplossingen bedacht voor dit fenomeen, maar hier geldt dat voorgestelde verklaringen vaak evenveel vragen als antwoorden opleveren. Relevant is in ieder geval dat Aramees de administratieve rijkstaal van het Perzische rijk was en dus wijdverspreid. De passages uit Daniël behoren ook tot de Aramese taalvariant uit die periode, gewoonlijk Midden- of Rijksaramees genoemd. In deze taal is ook de zeer bijzondere inhoud van hoofdstuk 4 geschreven door de hand van Nebukadnezar zelf. Hier doet de koning een persoonlijk relaas over de periode dat hij door de Heere tot waanzin werd gedreven om tot het inzicht te komen en te erkennen dat “de Allerhoogste Heerser is over het koningschap van de mensen en dat geeft aan wie Hij wil” (Dan. 4:25b). Dit is een belangrijk thema in het boek Daniël, waarin Israël voor een nieuwe situatie is komen te staan. Het volk is in ballingschap en wordt direct geconfronteerd met de heidense grootmachten. Hierbij wordt het geloof op de proef gesteld, maar het is de Heere Die dit alles bewerkstelligt en soeverein blijft over de hele situatie.

De hofgeschiedenissen

Selectieve passages uit het leven van Daniël (wiens naam betekent ‘God is mijn rechter’) vinden we voornamelijk in de eerste zes hoofdstukken van het boek. Het zijn de bekende geschiedenissen die zich afspelen aan het Babylonische hof, waarin Daniël en zijn drie vrienden Hananja, Misaël en Azarja een belangrijke positie zijn toebedeeld. Als jongelingen worden ze meegenomen om naar Babel, hoogstwaarschijnlijk als gijzelaars om de vazalstatus van Juda onder Babel te verstevigen. Daarom zijn de ballingen ook afkomstig uit “het koninklijk geslacht en uit de edelen” (Dan. 1:3). Daniël is dus sociaal gezien van zeer hoge komaf. Josephus vermeldt dat de vier vrienden uit de geslachtslijn van koning Hizkia kwamen (Ant. 10.10.1). Dit correspondeert goed met Jesaja 39:7, waar de profeet Jesaja aan Hizkia profeteert dat een gedeelte van zijn nageslacht zal dienen als hovelingen in het paleis van de koning van Babel. Daniël en zijn vrienden krijgen de opvoeding en onderwijs in de wegen van de Chaldeeën om de koning te dienen. Echter, door hun toewijding en trouw aan de God van Israël klimmen zij op tot bestuurders in het Babylonische rijk (Dan. 2:48-49).

Rijksbestuurder

Hoewel er in de hofgeschiedenissen van Daniël vier koningen figureren, (Nebukadnezar, Belsazar, Darius en Kores) zijn er tijdens zijn leven meer koningen aan de macht geweest in Babel die niet worden genoemd in het boek. Na de dood van Nebukadnezar in 562 v. Chr., regeerde opeenvolgend Amel-Marduk (562-560 v. Chr., Evil-Merodach in 2 Kon. 25:27-30), Neriglissar (562-556 v. Chr.) en Labaši-Marduk (556 v. Chr.). De zoon en mederegent van de daaropvolgende koning Nabonidus is de bekende Belsazar uit het boek Daniël. De notie dat Belsazar een zoon van Nebukadnezar wordt genoemd (Dan. 5:18) is hiermee niet in tegenspraak, daar deze aanduiding vaker voorkomt voor koningen in het Oude Nabij Oosten. Iemand is ‘zoon’ omdat hij in de lijn van opvolging in het koningsambt staat. Nabonidus had al vrij vroeg in zijn regering de stad Babel verlaten om zich te vestigen in Teima te Arabië en liet de regeringszaken over aan zijn zoon. Op de avond van 12 oktober 539 v. Chr. wordt de profeet Daniël door Belsazar aangesteld als derde man van het Babylonische rijk (Dan. 5:29). Een hogere functie is haast niet denkbaar, omdat Belsazar en zijn vader Nabonidus de eerste twee posities van het rijk innemen. De promotie is echter van korte duur. Belsazar wordt gedood en Babel valt nog dezelfde nacht. De Babylonische grootmacht maakt plaats voor het Perzische rijk.

Darius de Mediër en Kores

De Achaemenidische1 vorst Kores veroverde het koninkrijk van de Meden in 550 v. Chr. door met Nabonidus samen te spannen tegen haar laatste koning Astyages. Het zou de eerste belangrijke stap zijn in de totstand- koming van het grootste wereldrijk in de geschiedenis tot dan toe. In 539 v. Chr. valt ook Babel ten deel aan de Perzen. We lezen in Daniël 6:1 dat Darius de Mediër het koning- schap ontving op tweeënzestigjarige leeftijd. Er zijn helaas geen buiten-Bijbelse gegevens die hem noemen, maar toch zijn er twee goede opties om hem te identificeren: Eén mogelijkheid is om Darius te vereenzelvigen met Kores. Deze had een Medisch2 voorgeslacht van zijn moeders zijde en was ook rond de tweeënzestig jaar oud tijdens de val van Babel. Darius zou dan zijn Medische naam zijn. Een andere mogelijkheid is dat Darius één van Kores’ generaals was die een jaar als onderkoning regeerde in Babel. Darius ontving immers het koningschap, hetgeen wellicht impliceert dat er iemand boven hem stond. Gedacht wordt dan aan Gubaru of Ugbaru, de generaal die het Babylonische leger versloeg.

Ter wille van Jacob mijn dienaar

De opkomst van het Perzische rijk onder Kores was geen toeval. Twee eeuwen geleden werd het al aangekondigd door Jesaja (44:24-45:13). Kores wordt door de profeet bij naam genoemd en is een gezalfde van de Heere (Jes. 45:1). De macht die hij bekleedt is “ter wille van Jacob, Mijn dienaar” (Jes. 45:4) en “hij zal al Mijn welbehagen volbrengen, door tegen Jeruzalem te zeggen: Word gebouwd, en tegen de tempel: Word gegrondvest” (Jes. 44:28). Onder het koningschap van Kores komt er inderdaad een einde aan de ballingschap van de Israëlieten. In het bekende ‘decreet van Kores’ krijgen zij toestemming om terug te keren naar Juda (Ezra 1:1-4 cf. Jes. 44:28). Het Perzische rijk van de Acheameniden zou uiteindelijk meer dan twee eeuwen standhouden, totdat Alexander de Grote er in 330 v. Chr. een einde aan maakte. Daniël wordt één van drie rijksbestuurders (Dan. 6:3), hoewel het niet duidelijk is of dit voor het gehele Perzische rijk was of alleen de Babylonische gebieden. Hij is dan in ieder geval op hoge leeftijd gekomen en heeft wederom een belangrijke staatsfunctie. In deze periode vindt het bekende narratief plaats van de leeuwenkuil (Dan. 6:2-29). Dit is tevens de laatste canonieke hofgeschiedenis van het boek.

Toevoegingen aan Daniël

In de Septuaginta traditie vinden we echter toevoegingen aan de geschiedenissen van Daniël die niet in de Hebreeuws-Aramese tekst voorkomen en die in de protestantse canon apocrief worden beschouwd. In Daniël 3 is er een uitwijding in de geschiedenis van de vurige oven met het gebed van Azarja en de lofzang van de drie vrienden (de verzen worden tussen Dan. 3:23 en 24 geplaatst). Verder vinden we twee losse verhalen waarbij Daniëls wijsheid steeds ten toon wordt gesteld: In het verhaal Susana redt de profeet een godvrezende vrouw die ten onrechte ter dood wordt veroordeeld. In Bel en de Draak ontmaskert hij de godheid Bel als een valse god en doodt hij op listige wijze de draak die onterecht aanbeden wordt door de Babyloniërs. Ook in Qumran en in het vroege christendom vinden we niet-canonieke Daniëliti- sche literatuur.

De vier visioenen

Na de hofgeschiedenissen in Daniël 1-6 volgt de tweede helft van het boek Daniël. Dit deel bestaat uit vier visioe- nen die gedateerd worden tussen 553 en 536 v. Chr. De apocalyptisch getinte gezichten die de profeet ontvangt, behoren tot de meest indrukwekkende passages uit de Schrift. Zo beschrijft het visioen van de vier dieren de komst van de Messias en van het eeuwige Koninkrijk van God, dat zal triomferen over ieder - door mensenhanden gemaakt - koninkrijk (Dan. 7). Bijzonder is de prachtige fysieke beschrijving die Daniël hier geeft van de Heere Zelf: “Ik keek toe totdat er tronen werden geplaatst, en de Oude van dagen Zich neerzette. Zijn gewaad was wit als sneeuw en het haar van Zijn hoofd als zuivere wol.

Zijn troon waren vuurvlammen en de wielen ervan waren laaiend vuur” (Dan. 7:9). Ook vinden we een openbaring over de zeventig jaarweken die vastgesteld zijn voor het volk Israël (Dan. 9). We ontmoeten voor het eerst de engelen Gabriël en Michaël bij naam en er wordt een glimp gegund van een doorgaans niet waarneembare realiteit waarin zij opereren (10:20-11:1).

De laatste dagen

De opmerkelijke beelden uit de laatste drie hoofdstukken beschrijven o.a. een zware tijd van verdrukking voor Daniëls volk in de toekomst, waarna het zal worden gered (Dan. 12:1). De profeet zal het zelf echter niet meer meemaken. Aan hem wordt de rust gegeven om heen te gaan met de belofte dat hij aan het “einde van de dagen” zal opstaan (Dan. 12:13). Hoofdstuk 12 spreekt namelijk ondubbelzinnig over de opstanding van de doden (Dan. 12:2), hetgeen een zeldzaamheid is in het Oude Testament. Het visioen vindt plaats in 536 v. Chr. (Dan. 10:1). Het is de laatste datum die we hebben van de profeet. Daniël moet rond de tachtig jaar oud zijn geweest en het is zeer aannemelijk dat hij niet lang daarna overlijdt. Er zijn verschillende locaties genoemd waar zijn graf gevonden kan worden. Shushan, in het huidige Iran, is hiervan de meest aanvaarde en is vandaag de dag te bezoeken. Van deze plaats wordt voor het eerst melding gemaakt door de Joodse ontdekkingsreiziger Benjamin van Tudelo in de twaalfde eeuw n. Chr.

Voetnoten:
1. De Achaemeniden waren het koningshuis van het Oud-Perzische Rijk, zo genoemd naar hun voorouder Achaemenes
2. Bedoeld wordt: van de Meden afstammend

Sluiten