Het leven van Jesaja

Bijbelse personen | Oud Testament Tekst, David van Capelleveen

De stoutmoedigheid waarmee Israëls profeten zich hebben ingezet om het hardnekkige volk Israël terug te roepen tot het Verbond met de Heere, is volstrekt uniek. In dit artikel willen we daarom stilstaan bij de bijzondere leven van een van de grote schriftprofeten: Jesaja.

Een rumoerige eeuw

De achtste eeuw voor Christus is een periode vol beroering en onrust voor het volk Israël. Het opkomende en oorlogzuchtige neo-Assyrische rijk is zich agressief aan het uitbreiden in het gebied van de vruchtbare halve maan met uiteindelijk rampzalige gevolgen voor het Tienstammenrijk. Het gebied wordt in 722 v. Chr. geannexeerd en het volk wordt gedeporteerd door koning Sargon II van Assyrië. In Juda, dan al tien jaar een vazalstaat van Assyrië, is een profeet actief wiens Geschriften door velen worden gezien als het literaire en profetische hoogtepunt van de Bijbel: Jesaja, de zoon van Amoz.

Van koninklijken bloede?

Een volledige levensbeschrijving over de profeet Jesaja ontbreekt in de Schrift en canonieke gegevens over zijn leven zijn zeer schaars. Naast vermeldingen in 2 Koningen 18:13-19:37 (een passage die gelijk is aan Jes. 36-37) en 2 Kronieken (26:22;32:30-32) hebben we eigenlijk alleen de gegevens uit de weinige narratieve gedeelten in het profetenboek (die voorkomen in Jes. 7-9; 20 en 36-39). Algemeen wordt aangenomen dat Jesaja van hoge komaf was, mogelijk zelfs van koninklijken bloede. In het Oude Testament wordt hij dertien keer geïdentificeerd als ‘zoon van Amoz’, wat ten minste aangeeft dat Amoz een prominent figuur was. Verdere Bijbelse gegevens over Jesaja’s vader ontbreken, maar een vrij oude traditie, overgeleverd in de Babylonische Talmoed (traktaat Megilla 10b), verhaalt dat hij de broer was van koning Amasja (2 Kon. 14), de vader van Uzzia1. Jesaja was hierdoor mogelijk verwant aan het koningshuis en dit zou kunnen verklaren waarom hij in zijn profetische bediening zo makkelijk toegang had tot het koninklijke hof. Zijn verheven literaire stijl verraadt hoe dan ook een genoten opleiding die past bij de hogere klassen van de Israëlitische maatschappij. Jesaja was getrouwd met een profetes en kreeg twee kinderen die beiden een symbolische profetische naam droegen.2

Een overweldigende ontmoeting

Het opschrift van Jesaja 1:1 vermeldt ons dat de profeet actief was tijdens het bewind van de vier Judese koningen Uzzia, Jotham, Achaz en Hizkia, die opeenvolgend regeerden in de periode 792-686 v. Chr.3. Zijn geboortedatum is onbekend, maar dit moet ergens tijdens de regering van Uzzia zijn geweest. Jesaja’s bijzondere roeping (Jes. 6:1-13) vond plaats tijdens het sterfjaar van deze Judese koning en wordt rond 740 v. Chr. gedateerd.4 Hier beleeft Jesaja een overweldigende ontmoeting met de levende God en krijgt hij de opdracht om tot het volk een boodschap uit te spreken. Een boodschap die niet tot berouw zou leiden, maar juist tot verdere verharding en weerstand (Jes. 6:9-10). Een vreselijk oordeel van de Heere dat het einde van het nationale Israël zou betekenen met de imminente ballingschap van de tien stammen en de toekomstige Babylonische ballingschap van Juda in 586 v. Chr. (Jes. 39; 2 Kon. 25). Van laatstgenoemde zou slechts een restdeel overblijven. Jesaja moet het volk aanklagen vanwege haar gruwelijke godsdienstige afvallig- heid (Jes. 1:2;11-14; 2:6-9; 8:19-22) en zedelijke ontaarding (Jes. 3:1-5; 16-23; 5:8-24; 28:7-13). Daarnaast heeft hij vele gezichten over de omringende natiën, internationale betrekkingen en bedreigingen voor het land (Jes. 7-8:5; 13-23).

Redding van de Heere

Toch staat niet het onheil, maar juist het heil van de heilige God centraal in het boek Jesaja. God zou Israël niet volledig in de steek laten, maar hen verlossen. Deze belofte wordt al direct aan het begin van het boek duidelijk: ”Al waren uw zonden zo rood als scharlaken, ze zullen wit worden als sneeuw” (Jes. 1:18). De betekenis van Jesaja’s naam: ‘de Heere zal redden’ of ‘de redding van de Heere’ reflecteert dit. Het boek handelt nadrukkelijk over dit thema, voornamelijk in de hoofdstukken over Immanuël (Jes. 7-12) en in de liederen van de Knecht des HEEREN (Jes. 40-55). Hierin wordt de Messias beschreven door Wiens handelen Israël gered zal worden, maar door Wie Gods heil ook naar de heidenen zal gaan. In de opeenvolgende slothoofdstukken klinkt Gods belofte van herstel niet alleen voor Israël, maar krijgt het ook een kosmische dimensie. De profeet beschrijft een nieuwe hemel en een nieuwe aarde (Jes. 65).

Martelaar van het geloof?

Jesaja’s bijzondere beschrijvingen van Gods heilshandelen overschaduwen zijn eigen levensloop op aarde. Historische gegevens over hem houden namelijk op na hoofdstuk 39. Het laatste wat we van hem weten, is dat hij nog in leven is ten tijde van de dood van Sanherib in 681 v. Chr. Jesaja beschrijft deze gebeurtenis, nadat hijzelf het oordeel over de Assyrische koning (Jes. 37:21-38) had aangekondigd.
In de Joodse en christelijke overlevering vinden we meer gegevens. Jesaja’s martelaarschap onder het bewind van koning Manasse wordt genoemd in een aantal bronnen. De Babylonische Talmoed (traktaat Jevamot 49b) doet kleurrijk verslag over een genealogisch archiefstuk uit Jeruzalem waarin de dood van Jesaja wordt vermeld door de hand van deze wrede koning, die hem beschuldigde een valse profeet te zijn. Jesaja, die niet wenst in te gaan op de beschuldigin- gen, spreekt de naam van God uit en wordt opgeslokt door een cederboom. Manasse laat deze vervolgens doormidden zagen waardoor Jesaja sterft. Dergelijke verslagen vinden we ook in de Jeruzalemse Talmoed (Sanhedrin 10:2) en in het vroegchristelijke pseudepigrafische boek ‘De Hemelvaart van Jesaja’. Ook in het Nieuwe Testament wordt in Hebreeën 11:37 geschreven over de wijzen waarop de profeten zijn gedood, waarbij ook ‘doormidden zagen’ wordt genoemd. Mogelijk is dit een referentie naar het lot van Jesaja. Hoeveel waarheid er in deze bronnen zit, is echter moeilijk te zeggen. Wel wordt koning Manasse beoordeeld als de slechtste koning uit de geschiedenis van Juda en Israël. De Bijbel verhaalt zijn afgodsdienstige gruwelijkheden (2 Kon. 21:1-19; 2 Kron 33:1-20), terwijl de Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus schrijft over zijn gewelddadige bewind: “Manasse doodde alle rechtvaardige mannen onder de Hebreeërs op barbaarse wijze en spaarde de profeten niet, want elke dag vermoordde hij er enkele van hen, totdat Jeruzalem over- stroomde met bloed” (Antiquitates Judaicae 10:38). Het is in ieder geval vrij onwaarschijnlijk dat de grote profeet Jesaja zijn laatste dagen op aarde in vrede kon doorbrengen.

De Grote Jesaja rol

De grote Jesaja rol is ongetwijfeld de kroon op de collectie Dode-Zee rollen die gevonden zijn in Qumran
halverwege de twintigste eeuw (1947-1956). De op perkament beschreven rol bevat vrijwel de complete tekst van Jesaja en is met zijn datering van 150-100 v. Chr. op dit moment het oudste overgeleverde manuscript van het boek. De rol is te bezichtigen in het Israël Museum te Jeruzalem, dat tevens een zeer gedetailleerde digitale versie aanbiedt op het internet(www.imj.org.il/shrine_center/Isaiah_Scrolling/index.html).

Voetnoot
1. Uit 2 Kronieken 26:22 blijkt dat Jesaja een biografie schreef over koning Uzzia en 2 Kronieken 32:32 duidt mogelijk op een andere geschrift dan het boek Jesaja. Helaas zijn deze geschriften verloren gegaan.
2. Een fenomeen dat ook voorkomt bij de oudste schriftprofeet Hosea (Hos. 1:9).
3. Met co-regentschappen tussen Uzzia en Jotham, en Jotham en Achaz.
4. Hiermee is Jesaja een tijdgenoot van de profeet Micha en in dezelfde periode werkzaam in en rond Jeruzalem

Sluiten