Het licht verduisterd

Achtergronden Tekst, Mike Moore

Eeuwen geleden verwijderden de wijsgeren van Israël vrijwel elke Messiaanse profetie die in het Nieuwe Testament wordt aangehaald uit de wekelijkse synagogenlezingen. Schokkend als dit mag lijken, dit is geen samenzweringstheorie, maar een conclusie van Joodse Bijbelgeleerden.

Onwetend van Messiaanse profetieën

Ik werd eens voorgesteld aan Doris, een Joodse dame die bezorgd was over de vreselijke toestand waarin de wereld verkeert. Oorlogen, misdaad, immoraliteit en geweld lijken met de dag toe te nemen en dat verontrustte haar. Toen ik vroeg of er een oplossing was voor deze chaos, vertelde Doris me dat de Messias alles recht zou zetten. Ik vroeg Doris vervolgens hoe zij de Messias zou herkennen als Hij kwam. Ze vertelde dat ze dat niet wist. “Maar vertelt de Bijbel ons dan niet hoe we de Messias kunnen herkennen?”, vroeg ik. Haar gezicht lichtte op. De Bijbel was haar favoriete vak op school geweest, waarin ze de beste was van de klas. Toen ik antwoordde dat ze dan toch op zijn minst moest weten waar de Messias geboren zou worden, keek ze me ongelovig aan. En wat betreft Zijn maagdelijke geboorte? Of het feit dat de Messias zou sterven, Zijn handen en voeten doorboord zouden worden? Of dat God het lichaam van de Messias niet in het graf zou laten? Doris wist op al deze vragen geen antwoord. Wat ze wel wist was dat als de Messias zou komen, Hij Jeruzalem op ‘een groot wit paard’ zou binnenrijden. Ze was verbijsterd te ontdekken dat volgens Zacharia 9:9 de Messias Jeruzalem nederig zou binnengaan, rijdend op een ezel. Hoe kon een Joodse dame, die op school uitblonk in Bijbelkennis, niets weten over de Messiaanse profetieën die bij veel christenen zo bekend zijn?

Wereld congres van Joodse studies

Dezelfde vraag werd in 2013 nauwkeurig onderzocht op het 14e Wereld Congres van Joodse Studies in Jeruzalem. De Israëlische krant Ha’aretz drukte een lezing van dit congres af die antwoord gaf. Joodse geleerden, verantwoordelijk voor de samenstelling van de jaarlijkse leescyclus in de synagoge, hadden iedere christologische passage die in het Nieuwe Testament wordt geciteerd bewust weggelaten.

Christus in geen van de Schriften

Dit onderwerp raakte me zeer toen ik vorig jaar september ‘Light from the Sidra’ - mijn online commentaar op de synagogenlezingen (www.shalom.og.uk) - aan het voorbereiden was. Die week was Jesaja 61:10 - 63:9 aan de beurt. In dit hoofdstuk belooft God een toekomstige verlossing voor Israël. Maar waarom lieten de rabbijnen, die de lezingen uit de profeten hadden samengesteld, de cruciale eerste negen verzen uit Jesaja 61 weg? Het is een oude synagogale gewoonte om een hoofdstuk uit de profeten (de Haftara) samen te laten gaan met een lezing uit de Wet. Het is echter niet precies bekend wanneer dit is ingesteld, wie het heeft geïntroduceerd of wat de omstandigheden rondom de introductie hiervan waren. De aanwezigen op het Joodse Studie Congres werd echter verteld dat de eerste bron voor deze gewoonte het Nieuwe Testament is. In Lukas 4:16-21 keert Jezus terug naar Nazareth, de plaats waar Hij is opgegroeid en waar Hij op de sabbat naar de synagoge gaat. Wanneer Hem de Jesajarol wordt overhandigd, leest Jezus voor uit hoofdstuk 61:1: “De Geest van de Heere HEERE is op Mij, omdat de HEERE Mij gezalfd heeft om een blijde boodschap te brengen aan de zachtmoedigen …”. Volgend op de lezing, verklaart Hij dat deze passage over Hem gaat. Verondersteld wordt dat het de passage was die op die sabbat volgens het leesrooster aan de beurt was.

Eenmaal is toevallig...

In mijn losbandige jeugd las ik de meeste van Ian Fleming’s James Bond romans. Een van de uitspraken die ik mij herinner uit deze serie is het commentaar van de schurk in de naar hem genoemde film Goldfinger. “Mr. Bond, ze hebben in Chicago een gezegde: “Eenmaal is toeval. Tweemaal is een samenloop van omstandigheden. De derde maal is het een actie van de vijand”. De uitsluiting door rabbijnen van zekere passages van de profeten was geen toeval of samenloop van omstandigheden; het was een bewuste actie. Het zou blijken - zo werd de congresdeelnemers verteld - dat op zeker moment bewust het besluit was genomen om Jesaja 61:1 uit te sluiten van de Haftaralezingen. De leiders van de Joodse gemeenschappen, die bekend waren met het christelijke geloof en de christelijke literatuur, sloegen het hoofdstuk over waarin Jezus Zijn goddelijke missie bevestigde. Het besluit is vooral opmerkelijk, gegeven het feit dat de omringende hoofdstukken – Jesaja 60 en de hoofdstukken 62 en 63 op opeenvolgende weken gelezen worden. Het weglaten van profetische passages die in het Nieuwe Testament worden geciteerd, zou een bewust beleid van de samenstellers van de Haftara’s zijn. Zo werd verteld dat Jesaja 7:14 “Zie, de maagd zal zwanger worden. Zij zal een Zoon baren …” - bewust is vermeden, omdat het de basis is voor de nieuwtestamentische leer van de maagdelijke geboorte. Jesaja 42:1-4 “Zie, Mijn Knecht, Die Ik ondersteun, Mijn Uitverkorene, in Wie Mijn ziel een welbehagen heeft; Ik heb Mijn Geest op Hem gelegd. Hij zal tot de heidenvolken het recht doen uitgaan …” - dat geciteerd wordt in Mattheüs 12:18-21 - is ook afwezig evenals Jesaja 52:13 - 53:12, het gedeelte over de lijdende Knecht van de HEERE. Opmerkelijk daarentegen is dat Jesaja 52:1-12 en hoofdstuk 54 wel zijn opgenomen in de cyclus van lezingen. Op de vraag waarom dit hoofdstuk was weggelaten, antwoordde een rabbijn, dat als het hoofdstuk zou worden gelezen, ‘veel van onze mensen christenen zouden kunnen worden!’ 1  Als op de tweede dag van het Joodse Nieuwjaar Jeremia 31 wordt gelezen, stopt de lezing bij vers 20: “Is Efraïm voor Mij niet een dierbare zoon, is hij voor Mij niet een lievelingskind? Want zo dikwijls als Ik tot hem spreek, denk Ik nog voortdurend aan hem …”. Is het toeval dat de Haftara hier eindigt en niet de gelofte van het nieuwe Verbond opneemt, een van de meest geciteerde passages in het Nieuwe Testament? De Haftaralijst sluit ook Hosea 11:1 uit: “Toen Israël een jongen was, had Ik hem lief, en uit Egypte heb Ik Mijn zoon geroepen …”, een vers dat Mattheüs toepast op de terugkeer van het kind Jezus uit Egypte naar het land van Israël. Micha 5:1, dat verwijst naar de geboorteplaats van de Messias en waarnaar verwezen wordt in Mattheüs 2:6 en Johannes 7:42 is evenzo afwezig in de Haftara’s. Zacharia 9:9 “Zie, uw Koning zal tot u komen, rechtvaardig, en Hij is een Heiland, arm, en rijdend op een ezel … “ – haalt ook de Haftaralijst niet, net zo min als Zacharia 11:13, die de Evangeliën uitleggen als een profetie over de 30 zilverstukken waarvoor Judas Jezus verraadde (vergelijk Mattheüs 26:14-15; Marcus 14:10-11). Maleachi 3:1 “Zie, Ik zend Mijn engel, die voor Mij de weg bereiden zal …” (vergelijk Mattheüs 11:10; Marcus 1:2; Lukas 7:27; Johannes 3:28) – mist ook. Dat laatste is extra opmerkelijk, omdat op de sabbat voorafgaand aan Pesach, de meeste synagogen dit hoofdstuk wel lezen, maar dan beginnen bij vers 4: “Dan zal het graanoffer van Juda en Jeruzalem voor de HEERE aangenaam zijn …”.

Het licht verbergen

Joodse geleerden beginnen in te zien dat eeuwen geleden er een bewust beleid is gevoerd om in de jaarlijkse ronde van lezingen uit de profeten iedere passage buiten te sluiten die in het Nieuwe Testament verwijst naar Jezus of Met een eigen Tenach kunnen mensen zelf de profetieën lezen  het Evangelie. De enige uitzondering lijkt Jesaja 40:1-26 te zijn, dat begint met “Troost, troost Mijn volk …”. De strategie bleek opvallend succesvol in het onthouden van de waarheid over Jezus aan het Joodse volk onder wie zelfs goed onderlegde Joden. In de jaren negentig van de vorige eeuw daagde Richard Gibson openlijk een volgeling van de Lubavitcher rebbe – Menachem Mendel Schneerson – uit door erop te wijzen dat rabbi Schneerson niet de Messias kon zijn omdat hij in Rusland geboren was en niet in Bethlehem, zoals voorzegd in Micha 5. De man antwoordde dat het zinloos was dat Richard uit Micha citeerde, omdat ‘Joden het Nieuwe Testament niet aanvaarden’! Maar als Jezus een valse Messias was, zoals de rabbijnen geloven, en Hij Jesaja 61 op Hemzelf betrok, waarom die passage uit de synagogelezingen weglaten, omdat een veronderstelde ‘pseudo-Messias’ eens beweerde dat de profeet over hem sprak? Het rabbijnse beleid is in feite een duidelijk bewijs van de kracht van deze weggelaten Schriftgedeelten. Het maakt onze taak des te dringender het Licht terug te brengen naar de mensen aan wie het is onthouden. Bid alstublieft voor ons.

Met toestemming overgenomen uit de CWI Herald, een uitgave van Christian Witness for Israel, december 2014 

 

1. Het betreft hier een vraag van David Bond, voormalig CWI zendeling, aan een rabbijn.

Sluiten