Jeruzalem, hoofdstad van Israël

Achtergronden Tekst, Harry Honigh

Gedurende tientallen jaren was Israël het grote probleem in het Midden-Oosten. Dat was tenminste het overheersende geluid, niet alleen in de Arabische en de moslimwereld, maar ook onder westerse politici en media. Wat er ook aan ellende plaatsvond in het Midden-Oosten, het was altijd de schuld van Israël en van de Amerikanen. De conflicten in en tussen moslimstaten konden nog zo groot zijn, altijd vond men elkaar in de verklaring dat Israël de oorzaak ervan was en te vuur en te zwaard bestreden moest worden of op z’n minst de duimschroeven moest worden aangedraaid.

Vijand nummer één

Sinds de ‘Arabische lente’ het halve Midden-Oosten in brand heeft gezet, wordt het steeds duidelijker dat de werkelijke oorzaak niet het Palestijns-Israëlische conflict is, maar de interne verdeeldheid van de moslimwereld. Het is de verdeeldheid tussen soennieten en sjiieten, die elk weer in allerlei elkaar bestrijdende subgroepen zijn onder te verdelen, die de oorzaak is van de voortdurende ellende in de regio: honderdduizenden doden, miljoenen vluchtelingen, platgebombardeerde steden en verwoeste cultuur en infrastructuur. Ook de nucleaire aspiraties en de grootspraak van Iran maken duidelijk dat niet Israël, maar radicale moslims het grote gevaar zijn voor de regio en daarmee voor de hele wereld.

Ook de Verenigde Naties, die gegijzeld worden door de tientallen Arabische en islamitische staten, komen niet verder dan het voortdurend veroordelen van Israël. En Europa kiest, om wille van vriendschap met de Arabische landen, steeds openlijker voor een kritische koers ten aanzien van Israël. De beloften voor een veilig Joods nationaal tehuis in Palestina, die tijdens de eerste helft van de vorige eeuw zijn gedaan, zijn men allang vergeten. De aanwezigheid van miljoenen moslims binnen onze grenzen zal daar ongetwijfeld een rol in spelen; moslims waarvan er vele antisemitische gedachten koesteren.

Jeruzalem

Maar plotseling, sinds december vorig jaar, is alle aan- dacht in het Midden-Oosten weer gericht op Israël. Ineens staan alle neuzen weer dezelfde kant op, niet op Teheran, Ankara of Riyad, maar weer op Jeruzalem. Dat begon op 6 december 2017, toen president Trump (onder andere) in een ruim elf minuten durende toespraak verklaarde waarom hij Jeruzalem beschouwt als hoofdstad van Israël en dat hij het State Department opdracht heeft gegeven om voorbereidingen te treffen om in Jeruzalem een nieuwe ambassade te bouwen1.

Op zich bevat de verklaring van Trump niet veel nieuws. In 1990 had het Amerikaanse congres Jeruzalem al erkend als hoofdstad van Israël. In 1995 had het Congres al een wet aangenomen die de regering oproept om de Ameri- kaanse ambassade van Tel Aviv naar Jeruzalem te ver- plaatsen2. Dit had uiterlijk in 1999 al gebeurd moeten zijn. Maar waar achtereenvolgende presidenten het niet waagden om deze wet uit te voeren, lijkt Trump nu de daad bij het woord te hebben gevoegd.

Reacties

Zoals te verwachten was, greep de islamitische wereld deze gelegenheid aan om fel te protesteren en op te roepen tot geweld. Turkije kondigde aan dat het besluit van Trump “de wereld zou werpen in een vuur zonder een einde". Niet alleen Amerikaanse, maar ook Israëlische vlaggen werden verbrand. Plotseling wist men het weer: Israël was de kleine en Amerika de grote satan. Ook de rest van de wereld verdrong zich in de media om te protesteren: “Dit is niet het juiste moment, dit is een tijdbom onder het vredesproces, dit speelt de radicalen onder de moslims in de kaart, dit is weer eens zo’n loze actie van Trump...”

Wie Israël liefheeft, is al gauw geneigd om de toespraak van Trump met een krachtig “YES!” te begroeten. Eindelijk iemand die de moed heeft om tegen de heersende anti-Israëlstroom in te gaan. Eindelijk gerechtigheid! Eindelijk een wereldleider die ziet dat de Heere Jeruzalem aan het Joodse volk beloofd heeft!

Toch moeten we bij deze toespraak wel een paar kantteke- ningen plaatsen. Ik waag me daarbij maar niet aan een politieke beschouwing van de pro’s en contra’s van deze rede van Trump. De tijd zal leren of dit de goede woorden op het juiste moment waren. We gaan ook maar niet gissen naar zijn motieven. Die kunnen heel divers zijn en daar moet de Heere maar over oordelen. Het gaat mij er vooral om of er Bijbels gezien wel zoveel reden is om te juichen.

Trump bezoekt de Klaagmuur, mei 2017

1. van wie is Jeruzalem?

Het is verleidelijk om op de vraag “Van wie is Jeruzalem?” te roepen: “Van Israël natuurlijk!” In de Bijbel wordt de stad Jeruzalem immers 774 keer genoemd en daarnaast nog vele keren indirect, bijvoorbeeld 162 keer als Sion. In de Koran vinden we het woord ‘Jeruzalem’ niet één keer terug. Jeruzalem is al sinds koning David (circa 1600 jaar voordat de islam ontstond) de hoofdstad van Israël. Jeruzalem is zo nauw verbonden met het Joodse volk en haar godsdienst, dat Joden al sinds vele eeuwen van elkaar afscheid nemen, vooral op Jom Kippoer en Pesach, met de woorden “Volgend jaar in Jeruzalem!” Maar is Jeruzalem daarmee van Israël?

De Heere noemt Jeruzalem onder andere Zijn eeuwige woning (1 Kron. 23:25), Zijn rustplaats in eeuwigheid, Zijn woongebied (Ps. 132:13, 14), de berg van de HEERE van de legermachten, de heilige berg (Zach. 8:3), de stad van de grote Koning (Matt. 5:35), de stad van God (Ps. 87:3), het heiligdom, de woningen van de Allerhoogste

(Ps. 46:4). Woorden lijken Hem tekort te schieten om te vertellen van Zijn eeuwige liefde voor deze stad. Datzelfde geldt ook voor het land: het is van de Heere en Hij beslist wie er in zijn land en Zijn stad mogen wonen. En laten we over dat laatste duidelijk zijn, dat is Israël. Er staat immers:

“Want op Sion zal het volk wonen, in Jeruzalem, u hoeft nooit meer te wenen” (Jes. 30:19).

Hij geeft Zijn land Israël en Zijn stad Jeruzalem aan Zijn volk Israël. Israël mag wonen in deze stad en in dit land. Aan dit ‘wonen’ is echter wel een voorwaarde verbonden en die voorwaarde is: geloof. Zolang Israël als volk de Heere gelooft en gehoorzaamt, mag het in het land wonen. Zo niet, dan wordt het uit het land weggevoerd. Dat is precies wat er in de geschiedenis is gebeurd: zij zijn verdreven door ongeloof (1 Kon. 8:46-49) en zullen het land weer bewonen nadat zij tot geloof gekomen zijn. ‘Bewonen’ betekent dus niet alleen maar ‘aanwezig zijn in’, maar ook gezegend worden met veiligheid, rijke oogsten, rijkdom, gezondheid, hoofd zijn van de volkeren, het Koningschap van de Heere Jezus Christus en alles wat de Heere hen door de eeuwen heen allemaal beloofd heeft.

“Het zal gebeuren, wanneer al deze dingen, de zegen en de vervloeking die ik u voorgehouden heb, over u komen, dat u het weer ter harte zult nemen onder alle volken waarheen de HEERE, uw God, u verdreven heeft. En u zult zich bekeren tot de HEERE, uw God, en Zijn stem gehoorzaam zijn, u en uw kinderen, met heel uw hart en met heel uw ziel, overeenkomstig alles wat ik u heden gebied. Dan zal de HEERE, uw God, een omkeer brengen in uw gevangenschap en Zich over u ontfermen. Hij zal u weer bijeenbrengen uit al de volken waarheen de HEERE, uw God, u verspreid had.

Al bevonden uw verdrevenen zich aan het einde van de

hemel, toch zal de HEERE, uw God, u vandaar bijeenbren- gen en u vandaar weghalen. En de HEERE, uw God, zal u naar het land brengen dat uw vaderen in bezit hadden, en u zult het weer in bezit nemen; en Hij zal u goeddoen en u talrijker maken dan uw vaderen” (Deut. 30:1-5).

2. wat heeft Israël nodig?

Het grote wachten van de schepping is op de bekering van Israël. Dan zal de Heere Jezus terugkomen, dan zal het volk bevrijd worden van de vijanden en het Vrederijk binnengaan.

“Kom dus tot inkeer en bekeer u, opdat uw zonden uitgewist worden en er tijden van verkwikking zullen komen van het aangezicht van de Heere, en Hij Jezus Christus zal zenden” (Hand. 3:19-20).

Ook voor veel niet-Joden zal er plaats zijn in het Vrederijk. Het herstel van Israël, de wederkomst van de Heere Jezus Christus, Zijn koningschap en het herstel van de schep- ping wachten op de bekering van Israël.

Moeten we Israël dan maar links laten liggen, omdat zij de Heere Jezus nog niet als Messias erkend hebben? Nee, verre van dat. Wij, christenen uit de heidenen, moeten het Joodse volk liefhebben en ondersteunen, ongeacht waar het woont. We moeten hen het Evangelie brengen, want alleen als zij tot geloof komen, kan het volk de zegen ontvangen die de Heere hen beloofd heeft.

Komt de vrede voor Jeruzalem nu dichterbij?

Jeruzalem zal niet alleen de hoofdstad van Israël, maar van de hele wereld worden. Kunnen we dan verwachten dat deze toespraak van Trump een heel klein stapje is op weg naar die wereldwijde erkenning van Jeruzalem? Helaas niet. Voordat het zover is, zal de stad vooral negatief in het nieuws komen. Zacharia profeteert over de toekomst van Jeruzalem vóór de wederkomst: “Zie, Ik ga Jeruzalem maken tot een bedwelmende beker voor alle volken rondom, ja, ook tegen Juda zal het gaan bij de belegering van Jeruzalem. Op die dag zal het gebeuren dat Ik Jeruzalem zal maken tot een steen die moeilijk te tillen is voor al de volken. Allen die hem optillen, zullen zichzelf zeker diepe sneden toebrengen, en al de volken van de aarde zullen zich tegen haar verzamelen. Op die dag zal Ik de leiders van Juda maken als een vuurbekken in een stapel hout en als een brandende fakkel in een graanschoof. Rechts en links zullen zij al de volken rondom verteren en Jeruzalem zal nog op zijn plaats blijven, in Jeruzalem. Op die dag zal het gebeuren dat Ik

alle heidenvolken die tegen Jeruzalem oprukken, zal willen wegvagen” (Zach. 12: 2, 3, 6 en 9)3.

Op het moment dat Israël op het punt staat om verplet- terd te worden, zullen haar inwoners de handen ten hemel heffen om de Naam aan te roepen die zij tweedui- zend jaar lang niet hebben willen of kunnen noemen: Jesjoea.

“Zo zegt de HEERE van de legermachten: Keer terug naar Mij, spreekt de HEERE van de legermachten, dan zal Ik naar u terugkeren, zegt de HEERE van de legermachten”. (Zach. 1:3b).

De volkeren verblind

Jeruzalem zal dus een toetssteen worden voor Gods oordelen die zullen komen over deze goddeloze wereld. De volkeren zullen bedwelmd raken in hun haat tegenover Israël. Zij zullen zich in blinde woede op Israël storten, met als doel het te vernietigen. Volgens Gods Woord zal het hun eigen ondergang worden. Het is niet onmogelijk dat de toespraak van Trump dit proces van bedwelming juist zal versnellen.
Als de toespraak van Trump, of liever gezegd de reacties daarop, iets heeft duidelijk gemaakt, dan is het wel dat de wereld, als het om Israël gaat, de weg nu al behoorlijk kwijt is. Is het niet absurd om te beweren dat Jeruzalem niet de hoofdstad van Israël zou zijn? Even absurd als de uitspraak van de UNESCO dat er nooit een Joodse tempel op de Tempelberg heeft gestaan. En net zo absurd als de bewering dat het Palestijns-Israëlische conflict de oorzaak is van de enorme chaos in het Midden-Oosten. Met een kleine blik op de kaart van het Midden-Oosten kan elk weldenkend mens zien hoe onzinnig deze stellingen zijn. Als het om Jeruzalem gaat, zijn de meeste leiders van de wereld inderdaad al behoorlijk verblind.

Wat is onze taak hierin?

Moeten wij hierbij onze schouders ophalen? Zeker niet. Zoals gezegd, is het belangrijk om mee te werken aan de verkondiging van het Evangelie aan Joodse mensen. Maar daarnaast geeft deze commotie rondom Jeruzalem ons ook een geweldige kans om de mensen te vertellen wat Gods plan is met deze stad. We kunnen getuigen van de geweldige toekomst die deze stad, dit volk en dit land hebben. Tegenover Joden en niet-Joden.

“Hoor het woord van de HEERE, heidenvolken, verkondig het in de kustlanden van ver weg, en zeg: Hij Die Israël verstrooid heeft, zal het weer bijeenbrengen en het hoeden, zoals een herder zijn kudde hoedt” (Jer. 31:10).

Het is een belangrijke opdracht van de Heere om op die manier te wijzen op deze toetssteen Jeruzalem en te getuigen van de redding die er is in de Heere Jezus, de grote Herder van Israël (Ezech. 34). En dat niet alleen voor Israël, maar voor eenieder die het wil horen.

1. De toespraak van Trump is te beluisteren op https://www.youtube.com/ watch?v=d6GGA4UZ3D0)

2. https://www.jewishvirtuallibrary.org/jerusalem-embassy-relocation-act-october-1995) 3. Vergelijk dit gedeelte met Zach. 14:1-4 en Matt. 24:15-22.

 

 

Sluiten