Jom Kippoer (Grote Verzoendag)

Jodendom Tekst,

Jom Kippoer of Grote Verzoendag wordt in het Jodendom beschouwd als de belangrijkste dag van het jaar. Het was op deze ene dag dat de hogepriester jaarlijks het Heilige der Heilige in de Tempel te Jeruzalem betrad. Het feest wordt beschreven in Numeri 29:7 en Leviticus 16. Voluit heet het Jom ha-Kippoeriem, ofwel Dag van de Verzoeningen, in het meervoud dus.

Hoewel de Tempel niet meer bestaat, wordt Grote Verzoendag nog wel steeds gevierd. De dag valt op de 10e van de maand Tisjri van de Joodse kalender. Doordat dit een maankalender is, vallen Joodse feestdagen zoals Jom Kippoer steeds op data die verschillen van onze (Gregoriaanse) kalender. Het Joodse etmaal en dus ook iedere feest- en gedenkdag loopt van zonsondergang tot zonsondergang. Men houdt zich aan beperkingen zoals vasten en niet-werken van zonsondergang tot  zonsondergang (als drie sterren aan de hemel te onderscheiden zijn) op de volgende dag.

Op de avond van Jom Kippoer vindt de Kol Nidree-dienst plaats. In het Kol Nidree-gebed wordt spijt betuigd over de verkeerde daden die het voorgaande jaar ten opzichte van de Schepper zijn begaan. Het Aramese Kol Nidree betekent letterlijk: ‘al onze geloften’. Men bezint zich namelijk op alle eden en beloften die niet zijn nagekomen en vraagt God om deze nietig te verklaren. Dit betreft nooit geloften tussen mensen, zoals zaken die contractueel zijn vastgelegd, maar enkel zaken tussen de mens en de Schepper. Het besef en het bekennen van het eigen falen staan tijdens Jom Kippoer centraal.

In de Bijbel staat beschreven dat de hogepriester op deze dag een geit moest offeren, en dat het lot een tweede geit moest aanwijzen om (symbolisch) de zonden van het volk weg te dragen. Deze tweede geit werd de woestijn ingeleid en daar vrijgelaten. In het Nederlands herinnert het begrip ‘zondebok' nog aan dit ritueel.

Diensten of onderdelen van de dienst op de dag zelf zijn de Sjachariet (het Joodse ochtendgebed), de Moesaf (een Joodse gebedsdienst), de Mincha (het Joodse middaggebed) en de slotdienst, de Ne'ila (het afsluitende gebed op Jom Kippoer). Ook wordt het boek Jona gelezen. De profeet Jona probeerde immers ook tevergeefs onder zijn verplichtingen aan God uit te komen.

Op Jom Kippoer wordt niet gewerkt. Er wordt meer dan een etmaal gevast en men onthoudt zich van seksuele omgang. Het grootste deel van de dag brengt men door in de synagoge. Ook draagt men veelal witte kleding op deze dag, als symbool van onschuld en zuiverheid. Aan het einde van de dag is er een dodenherdenking, waarbij o.a. de slachtoffers van de Sjoa (Holocaust) worden herdacht.

De dienst wordt na het ne'ila-gebed afgesloten met de lang gerekte tekia (stoot) op de sjofar, die tevens een nieuw begin inluidt. Na verzoening met God kan men immers met een schone lei beginnen.

Sluiten