Joodse identiteit en christelijke identiteit

Achtergronden | Jodendom Tekst, Pieter A. Siebesma

Orthodoxe Joden moeten niets hebben van Joden die christen zijn (geworden). Illustratief is het volksgeloof dat vroeger onder Oost-Europese Joden voorkwam. Namelijk dat er een speciale plek is in de hel voor Joodse ouders waarvan een of meerdere kinderen zich hadden laten dopen. Het was (en is) soms gemakkelijker voor hen om te accepteren dat hun kinderen atheïst worden dan christen.

In historische studies van Joodse geleerden worden regelmatig de bekeringen van Joden tot het christelijk geloof in negatief daglicht gesteld. Zij kunnen zich niet goed voorstellen dat Joden vanuit oprechte motieven christen worden.

Nu is het een feit dat in het verleden Joden om zeer diverse redenen christen zijn geworden. Bijvoorbeeld om aan vervolging of dood te ontkomen óf omdat ze ertoe gedwongen werden. En vooral in de negentiende en begin twintigste eeuw kwam het vaak voor dat Joden om een bepaalde baan of positie te krijgen of om een huwelijk aan te gaan met een niet-Joodse partner overgingen tot het christendom. In de negentiende eeuw gold de doop om die reden vaak als het toegangsbewijs tot de westerse 'christelijke' maatschappij.

Oprechte bekering

Na een aantal biografieën te hebben gelezen van Joodse christenen uit de negentiende en twintigste eeuw is mij duidelijk geworden dat de stellingname dat Joden alleen vanuit oneigenlijke motieven christen zijn geworden, pertinent onjuist is. Velen hebben na een (al dan niet bijzondere) bekering Christus leren kennen. Ze kregen daardoor een sterke christelijke identiteit. Als hun bekering niet oprecht zou zijn, dan moet ik ook aan mijn eigen bekering twijfelen.

Laten we Polen als voorbeeld nemen. Vanaf het midden van de negentiende eeuw zijn in dit land een aantal Joodse individuen en families christen geworden. Een deel van hen aanwijsbaar om onzuivere redenen.

Opmerkelijk is dat zij dan ook vaak hun Joodse achter- naam in een Pools klinkende naam veranderden om zo helemaal op te gaan in de Poolse maatschappij.
Maar die Joodse families die vanuit overtuiging christen werden, behielden meestal hun Joodse achternaam, zoals Fuks, Landy, Hirszfeld, Ettinger, enzovoorts. Zij zagen geen reden om hun naam te veranderen. Hun identiteit was in de eerste plaats christen en als volgelingen van Jezus hadden ze soms weinig meer op met hun Joodse afkomst.

Ik kwam voorbeelden tegen van Joodse vrouwen die na hun bekering met Poolse mannen trouwden. Dat zij geen christen waren geworden om een huwelijk aan te gaan, blijkt al uit het feit dat hun echtgenoten veel minder positief gelovig waren dan zij. Daarom stemden deze vrouwen alleen toe in dit huwelijk, als hun mannen beloofden dat deze vrouwen hun eventuele kinderen een christelijke opvoeding zouden geven.

Toch stonden zij niet negatief ten opzichte van hun Joodse achtergrond. Veel van deze Joodse christenen in Polen waren de eersten die hulp boden aan de vervolgde Joden in de Tweede Wereldoorlog. Maar hun identiteit was in de eerste plaats christen.

Tweede wereldoorlog

Het grote verschil tussen de vervolging van de Joden in Europa onder Hitler en in de tijd ervoor, was de definitie van wie Jood is. In de middeleeuwen kon men aan vervolging ontsnappen als men zich bekeerde tot het christendom. Dan werd je niet meer als Jood beschouwd.

Hitler daarentegen ging ervan uit dat de Joden een ras vormden. Men kwam in aanmerking om naar Auschwitz gestuurd te worden als men drie of vier Joodse grootou- ders had (gedefinieerd als zij die lid waren (geweest) van een Joodse gemeente).

De vraag of zijzelf, hun ouders of grootouders van godsdienst waren veranderd en bijvoorbeeld christen waren geworden, was niet relevant. Niet je Joodse godsdienst, maar je ras bepaalde of je Jood was. De doop of het lidmaatschap van een kerk kon je niet redden.

De Duitsers trokken op 1 september 1939 Polen binnen. Een maand later begonnen ze met anti-Joodse maatrege- len, de registratie van de Joden en de vorming van een getto, dat pas in november 1940 werd afgesloten van de rest van Warschau.

In het voorjaar van 1940 werden in Warschau heel veel Poolse mannen opgepakt voor dwangarbeid in Duitsland. Daarom kozen christelijke gezinnen van Joodse komaf ervoor om zich in het getto te vestigen, zodat ze veilig waren voor dwangarbeid in Duitsland. Joden werden toen immers niet naar Duitsland gedeporteerd. Bovendien konden ze zich niet voorstellen dat ze in het getto niet veilig zouden zijn. Ze waren immers christen en lid van een kerk.

Hoe groot was de schok voor hen (en ook voor de andere Polen) toen ze erachter kwamen dat hun christelijke identiteit voor de nazi’s er niets toe deed!

Gevolgen van de holocaust

Dat na de Tweede Wereldoorlog christenen van Joodse komaf zich veel meer bewust werden van hun Joodse identiteit, spreekt vanzelf. Zij of hun ouders en familie hadden aan den lijve te maken gehad met de Jodenvervol- ging. Hoewel individuele christenen hulp hebben gebo- den, was de steun van de officiële kerk, vooral in Duits- land, Oostenrijk en Hongarije minimaal geweest.

Vanaf 1967 ontstond de Messiaanse beweging waarbij opnieuw veel (jonge) Joden tot geloof in de Messias kwamen. Ook binnen deze beweging werd meer dan vroeger nadruk gelegd op de Joodse identiteit. Dat blijkt alleen al uit de benaming. Voor de Tweede Wereldoorlog sprak men over Hebreeuwse of Joodse christenen, vandaag de dag over Messiaanse Joden.

In gesprekken met christenen valt het me op, dat zij zich moeilijk kunnen voorstellen dat christenen van Joodse komaf weinig of niets doen met hun Joodse identiteit. Zij vinden eigenlijk dat dat wel moet. Bijvoorbeeld dat zij de sabbat dienen te vieren of zich aan bepaalde Joodse gebruiken moeten houden.

Ik vraag me af, als je zo denkt, of je dan toch niet weer in de oude christelijke houding vervalt: dat wij gaan bepalen hoe Joden zich dienen te gedragen.

Als je christen wordt, dan wordt je identiteit in de eerste plaats - ongeacht je afkomst - bepaald door Christus. Dat is het belangrijkste.
Sommige Messiasbelijdende Joden sluiten zich aan bij een Messiaanse gemeente, anderen zijn tevreden in de christelijke kerk of gemeenschap waar ze deel van uitmaken. God gaat met ieder van ons een eigen weg. Laten we dat accepteren.

Gebruikte literatuur:
Peter F. Dembowski, Christians in the Warsaw Ghetto, An epitaph for the unremembered, Notre Dame, Indiana 2005.

 

Sluiten