Lag Ba’omer (33ste van de Omdertijd)

Jodendom Tekst,

Lag Ba’omer valt op de15e van de Joodse maand Ijar. Dat is tevens de 33ste dag van de Omertijd. De Omertijd is de periode tussen Pesach en Sjawoe'ot en is een rouwperiode. Juist in deze periode zijn, door de eeuwen heen, veel Joden slachtoffer geworden van vervolgingen, oorlogen en geweld.                             

Het is ook de overlijdensdag van Rabbi Shimon bar Yochai, de schrijver van het kabbalistische boek Zohar. Shimon bar Yochai had bij zijn leven bepaald dat zijn overlijdensdag als feestdag gevierd zou worden. Duizenden, vooral chassidische Joden, bezoeken op deze dag zijn graftombe in Miron, vlakbij Safed in het noorden van Israël.

In de rouwperiode wordt niet getrouwd, gefeest, of naar de kapper gegaan. Maar op Lag Ba’omer mag juist niet gerouwd worden. Het is namelijk ook de dag waarop in de tweede eeuw na Chr. een einde kwam aan de geheimzinnige massale sterfte van de leerlingen van Rabbi Akiva.

In Israël worden dan vaak vreugdevuren ontstoken. De hele nacht door wordt gezongen en gedanst. Er worden volop huwelijken gesloten, want Lag Ba’omer is de enige dag in de 49 dagen durende Omertijd waarop getrouwd mag worden. In Oost Europa was het vroeger de gewoonte dat de leerlingen van de Joodse scholen in optocht, met hun leraren de bossen introkken.

Sluiten