Nieuw of vernieuwd verbond

Oud Testament | Nieuw Testament Tekst, Hans van de Lagemaat

Vraag: In een brochure kwam ik laatst tegen dat het beter is om te spreken van een vernieuwd verbond in plaats van het nieuwe verbond. Dat zou beter bij de grondtekst passen. Kunt u hier enige duidelijkheid over geven?

Inleiding

Op zich lijkt er weinig verschil. Nieuw of vernieuwd; waarom zouden we ons daar druk om maken? De gedachte die erachter zit, is echter wel degelijk van belang. Het is niet zomaar een vertaalkwestie.
Zij die willen spreken van een vernieuwd verbond zien dit verbond op een of andere manier als een voortzetting van het oude of ‘verouderde verbond’. Het nieuwe verbond is in zekere zin gebouwd op het oude. Dit is niet zomaar een onschuldige gedachte of een speels woordenspelletje. In zijn brief aan de Galaten spreekt Paulus over dit onderwerp in ferme taal. Er waren na zijn vertrek bij de Galaten leraars gekomen die zeiden dat de gelovigen uit de heidenen zich ook moesten laten besnijden. Geen zaligheid voor hen als zij zich ook niet de leefregels van de wet eigen zouden maken. Zij moesten zich laten inlijven bij Israël.
Dat is ten diepste ook de gedachte van de zogeheten Brits-Israël stroming. En het is dan ook niet verwonderlijk dat men juist in die richting wil spreken van ‘een vernieuwd verbond’.

Oud en nieuw verbond

De Bijbel spreekt over meerdere verbonden, maar we bepalen ons nu alleen tot het oude en het nieuwe verbond.
Ten eerste is het belangrijk om op te merken dat beide verbonden worden opgericht met Israël. Niet alleen het oude verbond, de wet, maar ook het nieuwe verbond. “Immers, als dat eerste verbond onberispelijk geweest was, zou er voor een tweede geen plaats zijn gezocht.
Want berispend zegt Hij tegen hen: Zie, de dagen komen, spreekt de Heere, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal sluiten, niet overeenkomstig het verbond dat Ik met hun vaderen gesloten heb, op de dag toen Ik hen bij de hand nam om hen uit het land Egypte uit te leiden. Want zij bleven niet in Mijn verbond en Ik heb geen acht meer op hen geslagen, zegt de Heere.” (Heb. 8:7-9). Het is met Israël, dat de Heere dit verbond heeft opgericht en met geen enkel ander volk, noch met een andere groep mensen (zie o.a. ook Jer. 31:31). Ten tweede zijn er een aantal Schriftplaatsen waar Paulus de beide verbonden naast, of beter gezegd tegenover elkaar zet. We noemen de belangrijkste. “Als Hij spreekt van een nieuw verbond, heeft Hij daarmee het eerste voor verouderd verklaard. En wat oud is verklaard en wat veroudert, staat op het punt te verdwijnen” (Heb. 8:13). Het is wel aardig om op te merken dat de apostel ‘oud’ en ‘verouderd’ hier naast elkaar zet. Niet als synoniemen, met wel met elkaar verwant. En hoe we het ook lezen, ‘oud’ of ‘verouderd’ het is ‘nabij de verdwijning’. En ‘verdwijning’ betekent verdwijning. Het is er niet meer. Ook niet in een ander jasje van het nieuwe verbond. Dat lezen we nog duidelijker in 2 Korinthe 3. In dat hoofdstuk zet Paulus ook het oude en het nieuwe verbond naast elkaar. Het oude verbond zien we daar onder de benamingen van ‘bediening van de dood’ (vs. 7), ‘bediening van de verdoemenis’ (vs. 9), ‘hetgeen tenietgedaan wordt’ (vs. 7, 13, 14) en ‘Mozes’ (vs. 15). Het oude verbond is tenietgedaan. Hoe kunnen we dan van het nieuwe verbond spreken als een vernieuwd verbond? Iets wat verdwijnt, teniet wordt gedaan, wordt toch niet vernieuwd? Ten slotte noemen we in dit verband Galaten 4. In de verzen 20 t/m 31 worden Hagar en Sara gebruikt als beelden van respectievelijk het oude en het nieuwe verbond. Dat gedeelte zit vol met prachtig onderwijs, maar waar we nu de nadruk opleggen, is dat Hagar niet vernieuwd werd. Hagar was een dienstmaagd. En de zoon die bij haar verwekt was “is naar het vlees geboren geweest” (vs. 23). En deze dienstmaagd en haar zoon werden uitgeworpen. “Want de zoon van de slavin zal beslist niet erven met de zoon van de vrije” (vs. 30). Kan het nog duidelijker? Hier is toch geen sprake van voortzetting van, of bouwen op het oude? Deze Schriftgedeelten worden toch volstrekt onduidelijk als het Nieuwe op welke manier dan ook een voortzetting van het Oude zou betekenen!

Kainos, nieuw

Hetzelfde gedeelte in de brochure, die me met de vraag is meegestuurd, geeft aan dat het woord kainos vanuit het Grieks beter vertaald kan worden met ‘vernieuwd’. Als het onderzoek van de grondtekst ons nieuwe inzichten oplevert, is dit alleen maar mooi en verrijkend. Maar het moet wel eerlijk blijven. Nieuwe ‘inzichten’ moeten ons niet tot nieuwe vertalingen van de grondtekst brengen! We zullen een paar Schriftplaatsen onderzoeken waar het woordje in het Nieuwe Testament gebruikt wordt, en waar het in het Oude Testament als een vertaling van het Hebreeuws wordt gebruikt.
Het woordje zien we voor het eerst in Mattheüs 9:17: “Ook doet men geen nieuwe wijn in oude leren zakken; anders barsten de zakken, en de wijn stroomt eruit, en de zakken gaan verloren; maar men doet nieuwe wijn in nieuwe zakken, en beide blijven behouden”. Gaat het hier nu echt om vernieuwde lederzakken? Oude zakken die door een of ander proces vernieuwd zijn, en zo wel geschikt gemaakt om de nieuwe wijn te bevatten zonder te scheuren?
De nieuwe dingen die de Schriftgeleerde in Mattheüs 13:52 voortbrengt, zijn dit alleen maar vernieuwde dingen? En wat zijn dan wel de oude dingen, die kennelijk nog niet vernieuwd zijn? Het nieuwe verbond zou niet iets volkomen nieuws zijn? De grondslag in elk geval wel: het bloed dat de Heere Jezus heeft vergoten. Of is dit ook alleen maar vernieuwd bloed (Matt. 26:29)?
Het graf waarin de Heere Jezus gelegd werd, was echt een nieuw graf. Niks 'vernieuwd'. Het was speciaal uitgehouwen uit de rots (Matt. 27:60).
Was er zoveel verbazing onder de Joden over een 'vernieuwde' leer (Mark. 1:27)? Nee, de krachten die de Heere liet zien bij Zijn onderwijs, waren echt nog nooit eerder vertoond.
Is de lap in Markus 2:21 een vernieuwde lap? Dat ontkracht toch het gehele onderwijs in die tekst?
Voor de filosofen in Griekenland preekte Paulus echt geen 'vernieuwde' leer (Hand. 17:19, 21). De leer van de opstanding was voor hun volkomen nieuw.
Spreekt Openbaring 21:2 over het vernieuwde Jeruzalem? Zo zouden we kunnen spreken over de huidige stad, maar niet over een stad die uit de hemel nederdaalt.
Zie Ik maak alle dingen nieuw! (Opb. 21:5). Hij vernieuwt het oude niet. Vernieuwen is mensenwerk. Oude dingen oplappen. Hij maakt alle dingen nieuw. En Gode zij dank dat we dit aan Hem over kunnen laten.

Kainos in de Septuaginta

De Septuaginta, de oude Griekse vertaling van het Oude Testament, spreekt op dezelfde manier over kainos. “Wie is de man, die een nieuw huis heeft gebouwd, en het niet in gebruik genomen heeft?” (Deut. 20:5). Hoe zou je hier de tekst kunnen lezen als ‘Wie is de man die een vernieuwd huis kan bouwen?’
Het nieuwe hart in Ezechiël 36:26 is echt een nieuw hart en geen vernieuwd hart. Het stenen hart wordt nota bene weggenomen. En zo kunnen we nog even doorgaan.
We vertrouwen erop dat we genoeg voorbeelden hebben gegeven om aan te tonen dat we kainos niet klakkeloos de vertaling ‘vernieuwd’ mee kunnen geven. ‘Een vernieuwd verbond’ zou een volledig op zichzelf staande uitdrukking zijn, die elke grond in de Schrift mist. Het is niet meer dan de plicht, ook van dit magazine, om daar ernstig tegen te waarschuwen.

Kainos in het Nieuwe Testament

Voor hen die dit onderwerp verder willen uitdiepen, geven we alle Schriftplaatsen in het Nieuwe Testament waar we het woordje kainos tegenkomen:
Mattheüs 9:17; 13:52; 26:28, 29; 27:60.
Markus 1:27; 2:21, 22; 14:24, 25; 16:17.
Lukas 5:36, 38; 22:20.
Johannes 13:34; 19:41.
Handelingen 17:19, 21.
1 Korinthe 11:25.
2 Korinthe 3:6; 5:17.
Galaten 6:15.
Efeze 2:15; 4:24.
Hebreeën 8:8, 13; 9:15.
2 Petrus 3:13.
1 Johannes 2:7, 8.
2 Johannes 1:5.
Openbaring 2:17; 3:12; 5:9; 14:3; 21:1, 2, 5.

Sluiten