Ontkrachten de Dode Zeerollen de Bijbel?

Achtergronden Tekst, Gábor Locht

Weinig vondsten hebben zoveel teweeg gebracht als de Dode-Zeerollen. Deze spectaculaire ontdekking heeft aanleiding gegeven tot de meest wilde verhalen. Niet zelden denken mensen dat de Dode-Zeerollen de Bijbel hebben ontkracht. Wat is daarvan waar?

De ontdekking

Stel, je loopt in de duinen in de buurt van Leiden en je prikt wat met een stok in de grond. Je stuit op iets hards. Gewoon een steen waarschijnlijk en zonder dat je er eigenlijk zo over nadenkt, haal je wat zand weg. Er glinstert iets en als je nog wat verder graaft, vind je daar een gouden Romeinse helm … Je graaft nog wat verder en wat blijkt? Hier liggen allerlei Romeinse schatten verborgen! Iets dergelijks overkwam een jonge bedoeïenenherder in 1947 bij Qumran, in de buurt van de Dode Zee. Hij was op zoek naar een weggelopen geit en keek daarom in een grot. Daar vond hij een kruik met daarin een aantal oude perkamentrollen. Het bleek voor bijbelgeleerden dé vondst van de eeuw te zijn. In de jaren die volgden, werden nog vele rollen opgegraven, die bekend zijn geworden als de Dode-Zeerollen. Ze werden geschreven door mensen uit een Joodse sekte en bevatten een groot deel van de tekst van het Oude Testament (OT), plus nog vele andere Joodse geschriften. De handschriften zijn opgeschreven tussen ongeveer 250 vóór en het midden van de eerste eeuw ná Christus. Rond 68 n.Chr. werden ze in kruiken verstopt toen de Romeinen de opstand in Judea neersloegen. Over de publicatie van wat er precies op de rollen staat, is veel getouwtrek geweest. Verschillende wetenschappers wilden met de eer strijken en gunden elkaar geen inzage in de perkamenten. Daarom duurde het tientallen jaren voordat het grootste deel van de inhoud werd gepubliceerd. Dit lange wachten leidde vervolgens weer tot allerlei complottheorieën: De CIA en het Vaticaan zouden de rollen willen doen verdwijnen. De leider van het onderzoeksteam was niet voor niets een Rooms-Katholiek … De paus zou er alles aan willen doen om te voorkomen dat de ‘Dode-Zee bom’ onder het christendom zou ontploffen. De Dode-Zeerollen zouden namelijk het ‘ware verhaal’ van het christendom laten zien en dat was natuurlijk héél anders dan wat de kerk altijd had voorgespiegeld … Door dit soort rellen rond de Dode-Zeerollen is bij sommigen het beeld blijven hangen dat de vondst zou aantonen dat de tekst van de Bijbel niet zou kloppen. Daar is echter geen sprake van.

Nauwgezette overlevering van Bijbelteksten

De tekst van het OT is vele malen door priesters en schriftgeleerden overgeschreven. De kopieën werden gebruikt om in de tempel of in synagogen uit voor te lezen. In de middeleeuwen was de kennis over de juiste manier van lezen van deze Hebreeuwse teksten niet meer bij iedereen aanwezig. Het Hebreeuws werd oorspronkelijk met alleen medeklinkers geschreven. Zodoende kon er twijfel rijzen over de vraag hoe een woord bedoeld was. Stel je bijvoorbeeld voor dat het Nederlands met alleen medeklinkers geschreven zou worden. Je zou dan met gtr  ‘gitaar’ of ‘gieter’ kunnen bedoelen. In de loop van de middeleeuwen hebben Joodse schriftgeleerden (de zogenaamde Masoreten) daarom klinkertekens aan de tekst toegevoegd, zodat de lezing duidelijker werd. Welnu, vóórdat de Dode-Zeerollen waren ontdekt, waren deze Masoretische kopieën de oudste teksten die er van het OT bewaard waren gebleven. Die oudste kopieën kwamen uit de negende en tiende eeuw ná Christus. Door de Dode-Zeerollen waren er nu echter opeens kopieën van ruim duizend jaar ouder! Nu is wel eens gedacht dat de tekst van de Bijbel door al dat overschrijven zou zijn veranderd: wanneer een kopiist Bijbelteksten niet zo mooi vond, zou hij ze hebben veranderd en zelf stukken hebben toegevoegd. Wij zouden daarom niet meer dezelfde tekst lezen als wanneer de Heere Jezus uit de Bijbel las. Maar wat blijkt, wanneer je de Masoretische tekst vergelijkt met die van de Dode-Zeerollen? De tekst is in die duizend jaar nagenoeg hetzelfde gebleven. De kopiisten hadden blijkbaar de overtuiging dat ze niet zomaar dingen mochten veranderen. Die zorgvuldige manier van kopiëren blijkt ook wel uit rabbijnse regels die voor het overschrijven van de Heilige Schriften golden. W.J. Ouweneel en W.J.J. Glashouwer geven hiervan een opsomming: ‘(…) als voorbeeld moest een authentiek manuscript gebruikt worden, waarvan de overschrijver niet in het minst mocht afwijken; (…) geen woorden of letters mochten uit het geheugen opgeschreven worden, dus zonder dat de overschrijver eerst naar het voorbeeld gekeken had; (…) hij mocht niet beginnen de naam van God te schrijven met een opnieuw in de inkt gedoopte pen; (…) als een koning hem aansprak terwijl hij die heilige naam schreef, mocht hij geen aandacht aan hem schenken’. Kortom: door de Dode-Zeerollen is het mogelijk om te controleren of de rabbijnen de tekst van de Bijbel nauwkeurig hebben overgeleverd. We kunnen met behulp van de Dode-Zeerollen vaststellen dat zij dat inderdaad zeer nauwgezet hebben gedaan.

Dode-zeerollen in andere tekstversies

Nu is het bovenstaande niet het enige dat je over de Dode-Zeerollen kunt zeggen. Een groot deel van de oudtestamentische teksten is in de Dode-Zeerollen bewaard in een tekstversie die nauwkeurig overeenkomt met de latere Masoretische teksten. Daarom wordt deze tekstversie ook wel de ‘proto-Masoretische tekst’ genoemd. (‘Proto’ betekent ‘voorafgaand aan’.) Deze proto-Masoretische tekst is dus sinds het begin van de jaartelling heel nauwkeurig overgeleverd. In een ander deel van de Dode-Zeerollen staan echter Bijbelse teksten die verschillen van de proto-Masoretische tekstversie. Dit geeft bijbelkritische geleerden aanleiding om te denken dat de tekst van het OT nog helemaal niet vaststond rond het begin van de jaartelling: er zouden volgens hen allerlei tekstversies van het OT in omloop zijn geweest die toen allemaal nog even gezaghebbend waren. Met de helft van wat deze bijbelkritische geleerden stellen, kan ik het eens zijn: er waren rond het begin van de jaartelling inderdaad allerlei verschillende tekstversies in gebruik. Dat deze tekstversies echter allemaal even gezaghebbend waren, is niet waarschijnlijk. Ik zal toelichten waarom dat zo is. Dat verschillende mensen rond het begin van de jaartelling verschillende tekstversies van de Bijbel gebruikten is een feit. Een aantal bijbelboeken, die in het Hebreeuws zijn geschreven, werd in de derde eeuw v.Chr. bijvoorbeeld in het Grieks vertaald. Veel mensen lazen deze boeken sinds die tijd in het Grieks. Sommige Bijbelboeken zijn daarbij behoorlijk vrij vertaald en wijken zodoende soms af van de Hebreeuwse tekst. Daarnaast lazen sommige mensen Aramese hervertellingen van de Bijbelse geschiedenissen (zogenaamde targums). Die teksten zijn enigszins vergelijkbaar met Het Boek in onze tijd (al hadden ze een heel ander doel), waarin de bijbelteksten op een vrije manier, in gemakkelijk te begrijpen zinnen zijn weergegeven. Zodoende waren er rond het begin van de jaartelling heel wat verschillende tekstversies van bijbelboeken in gebruik. Oudtestamentische citaten in het Nieuwe Testament (NT) laten bijvoorbeeld zien dat de eerste christenen verschillende tekstversies van het OT kenden en gebruikten.

Eén gezaghebbende tekstversie

De vraag is nu natuurlijk: hadden al deze verschillende versies evenveel gezag? De Nederlandse bijbelgeleerde, wijlen professor A.S. van der Woude denkt van niet. Volgens hem waren er wel verschillende tekstversies in gebruik, maar was de proto-Masoretische tekst de belangrijkste en meest gezaghebbende tekst. Dit was ook de tekst die in de tempel bewaard werd. De proto-Masoretische tekst was waarschijnlijk de meest gebruikte tekst. Het is namelijk opvallend dat in andere archeologische vondsten óók teksten aan het licht zijn gekomen die nauwkeurig overeenkomen met de latere Masoretische tekst. Bij Masada (dat in 73 n.Chr. door de Romeinen werd ingenomen) zijn bijvoorbeeld delen van verschillende bijbelboeken gevonden die de tekst allemaal in de proto-Masoretische versie hebben. De proto-Masoretische versie is ook de enige tekstversie die door Joodse opstandelingen werd achtergelaten bij wadi Murabba`at  (eveneens in de woestijn van Judea) bij de opstand van Bar Kochba (132-135 n.Chr.). Het bestaan van een vaststaande tekst, die in de tempel bewaard werd, verklaart ook hoe de Joodse historicus Josephus in de eerste eeuw n.Chr. kan opmerken dat de tekst van de Heilige Schriften zeer nauwkeurig werd overgeleverd. Josephus’ bewering komt overeen met een oude rabbijnse traditie waarin gezegd wordt dat schriftgeleerden met behulp van drie rollen, die in de tempel bewaard werden, vaststelden wat de juiste lezing van de bijbeltekst was. Naast deze gegevens is misschien wel het belangrijkste argument: in de geschriften van rabbijnen vanaf de tweede eeuw n.Chr. is er geen enkele discussie bekend over de vraag welke tekstversie gebruikt moest worden. En dat, terwijl deze rabbijnen wel heel gedetailleerde discussies hielden over de vraag hoe de teksten uitgelegd moesten worden. In de rabbijnse traditie werd zonder dat dit ter discussie stond, steeds uitgegaan van de proto- Masoretische tekst. Blijkbaar was het voor deze rabbijnen vanzelfsprekend om van die tekst uit te gaan.

Dode-zeerollen met buiten-Bijbelse boeken

Een groot deel van de Dode-Zeerollen bestaat uit kopieën van de oudtestamentische geschriften. Een ander deel bestaat echter uit andere geschriften (zoals de boeken Jubileeën en Henoch). Sommige van die andere geschriften zijn in behoorlijk grote aantallen gevonden. Dat zou kunnen betekenen dat deze geschriften bij de Qumran gemeenschap (de schrijvers van de Dode-Zeerollen) erg gezaghebbend waren. Er zijn dan ook geleerden die denken dat in het Jodendom van de eerste eeuw n.Chr. veel méér boeken gezaghebbend waren dan er nu in het OT staan. Die conclusie is echter niet erg overtuigend en wel om twee redenen. Ten eerste verschilde de Qumran gemeenschap in veel opzichten van mening met haar volksgeno ten. Een belangrijk verschilpunt was dat de Qumran gemeenschap de priesters, die dienden in de tempel in Jeruzalem géén gezag toekende. Dat is vermoedelijk zelfs de reden geweest waarom deze Joden als afgescheiden sekte een gemeenschap in de woestijn hadden gevormd: dáár wilden zij een nieuw, zuiver priesterschap vormen. Maar zoals we hebben gezien, bewaarden nu juist de priesters in Jeruzalem de Heilige Schriften. Afwijkende opvattingen over bijbelboeken zijn bij de Qumran gemeenschap dan ook te verwachten. Ten tweede is het opvallend dat van de Dode-Zeerollen de oudtestamentische boeken vrijwel altijd zijn geschreven op duur perkament, terwijl het merendeel van de buitenbijbelse boeken ook op rollen van het goedkopere papyrus is gevonden. Het lijkt er daarom op dat óók de Qumran gemeenschap oudtestamentische teksten belangrijker vond dan andere geschriften. Je kunt ook nog op een andere manier onderbouwen, dat de Qumran gemeenschap oudtestamentische teksten waarschijnlijk belangrijker vond dan andere teksten. Wanneer mensen in een religieuze gemeenschap (bijvoorbeeld een kerk) nieuwe teksten schrijven, verwerken zij daar vaak citaten of teksten in die voor hen belangrijk zijn. Als je de gezangen uit het Liedboek voor de Kerken  of uit de Opwekkingsbundel  onder de loep zou nemen, zul je bijvoorbeeld zien dat bijbelteksten voor de schrijvers van deze liederen erg belangrijk zijn. Die gebruiken ze namelijk veel als ‘grondstof’ om hun liederen uit ‘op te bouwen’. Wanneer je nu naar de geschriften van de Qumran gemeenschap kijkt, dan blijkt dat de leden van deze sekte de oudtestamentische teksten heel belangrijk vonden: oudtestamentische teksten worden erg vaak gebruikt als gezaghebbende geschriften, maar andere geschriften vrijwel niet (een enkele uitzondering daargelaten). Dat wijst erop dat de oudtestamentische boeken, óók onder de Joden bij de Dode Zee, een hogere status hadden dan andere boeken.

Conclusies

In het dagelijks leven werden in de eerste eeuw n.Chr. verschillende tekstversies van het OT gebruikt. (Net zoals er tegenwoordig verschillende hervertellingen van de Bijbel in omloop zijn, zoals kinderbijbels of Het Boek.) Daarnaast lijkt er in de tempel in Jeruzalem een nauwkeurig overgeleverde tekst van het OT te hebben bestaan. Die tekst is na de verwoesting van de tempel door de Romeinen vervolgens eeuwenlang zeer secuur door rabbijnen gekopieerd. Sinds het begin van deze jaartelling is die nauwkeurige overlevering aantoonbaar, dankzij de mogelijkheid om latere teksten met de Dode-Zeerollen te vergelijken. Voor de periode daarvóór is een nauwkeurige overlevering heel waarschijnlijk, maar niet te bewijzen. Het is in ieder geval aannemelijk dat het huidige OT vrijwel identiek was aan de teksten in de tempel, uit de tijd van de Heere Jezus. Er was in de tijd van de Heere Jezus geen breed gedragen overtuiging om boeken buiten het OT als ‘Heilige Schrift’ te zien. Ook de Joden bij de Dode Zee hadden zo’n overtuiging waarschijnlijk niet. Áls ze die overtuiging wel hebben gehad, vormden ze hierin waarschijnlijk een uitzondering.

Het artikel is met voetnoten te lezen op www.ibstudiehuis.nl.

Sluiten