Poeriem bij Starbucks

Achtergronden | Antisemitisme Tekst, Joop Akker

De economische boycot waar Israël op dit moment mee wordt geconfronteerd kent een lange geschiedenis. Officieel begon deze in 1922 met de oprichting van het Central Boycott Office (CBO) in Damascus, dus nog lang voordat er sprake was van de staat Israël en van Palestijnen.

Het CBO opereert ook vandaag nog, naar men aanneemt vanuit Cairo, en staat onder verantwoordelijkheid van de Arabische Liga, het verbond van 22 landen in het Midden-Oosten en Afrika. Behalve dat het voor burgers uit deze landen verboden is zaken te doen met Israël worden ook bedrijven wereldwijd die zaken doen met Israël geboycot. Van deze bedrijven wordt een zwarte lijst bijgehouden. Zelfs bedrijven die zelf geen zaken doen met Israël maar met bedrijven die op de lijst voorkomen, komen op de lijst.

Hoewel de schade die de boycot Israël berokkend heeft onbekend is (er is niet bijgehouden welke handelscontacten niet tot stand zijn gekomen, welke kennis niet gedeeld en welke investeringen niet gedaan zijn), kan gesteld worden dat het doel, de vernietiging van Israël’s economie, niet bereikt is. Als er bedrijven meewerkten aan de boycot, waren er vaak andere bedrijven die wél bereid waren zaken te doen met Israël. Bovendien zijn regeringen en bedrijven vaak niet gezwicht voor deze vorm van chantage. En tenslotte is er door de landen van de liga en Arabische bedrijven regelmatig creatief omgegaan met de zwarte lijst wanneer het eigenbelang in het geding was.

Een van de bedrijven op de lijst is Starbucks, de internationale keten van koffiehuizen uit de Verenigde Staten. Er zijn maar liefst drie redenen waarom vanuit Arabische landen in het verleden opgeroepen is tot de boycot van Starbucks. Allereerst komt het bedrijf uit Amerika; ten tweede laat haar Joodse directeur Howard Shultz zich positief uit over Israël. Een derde reden openbaarde de moslim-geestelijke Safwat Higazi in 2009 in een oproep aan de islamitische en Arabische wereld om Starbucks te boycotten. Tzvi Ben Gedalyahu berichtte destijds op de nieuwssite Arutz Sheva:

“Onlangs verklaarde Safwat Higazi op de Egyptische televisie dat het meisje in het Starbucks-logo koningin Esther is. Higazi stelde daarbij de retorische vraag: “Weet u wie koningin Esther was en wat de betekenis is van de kroon op haar hoofd? Dit is de kroon van het Perzische koninkrijk. De koningin is de koningin van de Joden. Ze wordt genoemd in de Torah, in het boek Esther.” Hij gaf aan dat er Starbucks koffiezaken gevestigd zijn in Mecca, de heiligste stad van de islam, en ook in Cairo. “U moet dit bedrijf boycotten”, zo verklaarde hij. “U moet niet alleen vermijden ernaar binnen te gaan en u te onthouden van deze koffie. U moet er bij mensen op aandringen daar nooit naar toe te gaan.” De geestelijke legde uit dat de kroon op het hoofd van de vrouw in het logo de kroon van het koninkrijk van Xerxes is, die “opdracht gaf de zeven mooiste meisjes van zijn koninkrijk bij hem te brengen. En een van hen was de Joodse Esther, wier oom Mordechai, maar feitelijk was het haar neefs broer, een schurk was. Het was Mordechai die dit complot had gesmeed. En zo gebeurde het dat, toen Esther aan koning Xerxes getoond werd, zij zijn hart veroverde en hij haar als zijn koningin koos.”

“Wij willen dat Starbucks gesloten wordt, overal in de Arabische en islamitische wereld. Kunt u zich voorstellen dat in Mekka, Al-Medina, Cairo, Damascus, Koeweit en overal in de islamitische wereld het portret van de prachtige koningin Esther hangt, met een kroon op het hoofd, terwijl wij haar producten kopen?”


Bronnen: Arab League Boycott of Israël, Martin A. Weiss (2013); Encyclopedia Judaica; www.israelnationalnews.com

Artikel is met toestemming overgenomen uit Haderech.

Sluiten