Rondom de dood

Jodendom Tekst, Alfred Esch

De Joodse visie op leven en dood heeft geleid tot bijzondere gebruiken, ook bij ’t eind van dit aardse leven. Leven heeft altijd voorrang boven de dood. Als een leven echter niet meer te redden is, moet een mens ook waardig kunnen sterven. Verzachten van het lijden is een plicht. Euthanasie ten enen male verboden.

Sterfbed

Indien mogelijk wordt een stervende omringd door naaste verwanten, die hem bijstaan in de laatste levensuren. Bij herhaling wordt het Sjema Israël zachtjes uitgesproken:
“Hoor Israël, de Eeuwige is onze God, de Eeuwige is Een”. Met de herhaling van deze woorden hoopt men het woord Echad (=Een) uit te spreken als de laatste adem wordt uitgeblazen. Met deze belijdenis wordt dan de ziel a.h.w. de eeuwigheid in gedragen. De Doodsengel (Malach hammawet) heeft de ziel naar het dodenrijk (gehinnom) gevoerd.

Heilig genootschap

Een groep vrijwilligers, het ‘heilig genootschap’ (chewra kadiesja) verzorgt het lichaam van de overledene. Het lichaam wordt direct geheel bedekt met een wit laken. Uit respect voor de ontslapene kijkt men niet meer. Juist omdat de mens naar Gods beeld en gelijkenis geschapen is – naar lichaam èn ziel – zou het de Schepper onteren naar een ontzield lichaam te kijken. Er vindt een rituele reiniging plaats, waarbij driemaal water over het lichaam wordt gegoten. Daarbij spreekt men de woorden uit van Lev. 16:30 : “Want op deze dag zal hij voor u verzoening doen, om u te reinigen; van al uw zonden zult gij voor het aangezicht des HEEREN gereinigd worden.” Een eenvoudig wit linnen doodskleed (voor rijk en arm gelijk) wordt aangedaan.

Kist

Ook rijk en arm worden in een zelfde eenvoudige, ongeschaafd, blankhouten kist gelegd. De dood kent immers geen onderscheid. Mannen worden vaak gehuld in hun gebedskleed (talliet) nadat één van de schouwdraden (tsietsiet) afgeknipt is. De dode kan de Wet niet meer nakomen (waaraan de tsietsiet herinneren). Opmerkelijk is het van David te lezen (1 Sam. 24:5) dat hij een ‘slip’ van Sauls mantel sneed; hem dus eigenlijk ‘dood verklaarde’.

Begrafenis

De begrafenis moet zo snel mogelijk plaats vinden (in Nederland wettelijk na 36 uur). Nog voor de kist het sterfhuis verlaat, wordt ten teken van rouw, een scheur (keria) in de kleding aangebracht van de naaste familieleden (vg. Gen. 37:29). Bij de korte lijkrede (hesped) mag een ieder het woord voeren, maar bloemen of kransen ontbreken. Het graf moet dezelfde dag gegraven zijn; beslist niet eerder. De kist wordt, zomogelijk, op de schouders gedragen (zoals de Heilige Ark). Stapvoets trekt de stoet naar het graf. Daarbij wordt Psalm 91, bij herhaling, geciteerd. Bij het graf worden enkele gebeden en citaten uit de Talmoed uitgesproken. De aanwezigen scheppen aarde op en om de kist. Meestal is, al eerder, ín de kist en op het lichaam wat zand uit het Heilige Land gestrooid. Bij het verlaten van de begraafplaats wast men de handen onder aanhaling van Jes. 25:8: “Hij zal den dood verslinden tot overwinning, en de Heere HEERE zal de tranen van alle aangezichten afwissen...”

Rouw

De Joodse traditie zegt: “Troost uw vriend niet, zolang zijn dode voor hem ligt.” Direct na de begrafenis krijgen de nabestaanden wél alle aandacht. Tijdens een week van rouw (sjiwwe zitten) komen vrienden en familie troost bieden. De naasten zitten op lage krukjes of bankjes, verlaten het huis niet, verzorgen hun uiterlijk niet (niet scheren of opmaken) en alle spiegels in huis worden afgedekt. Er is alle gelegenheid uiting te geven aan het verdriet. Na die eerste week volgen nog 23 dagen van minder zware rouw, waarin alle amusement wordt gemeden. Samen dus 30 dagen rouw: sjelosjiem (=dertig).

Kaddiesj

In de rouwperiode wordt driemaal per dag ‘kaddiesj gezegd’. Het caddies is een oud Aramees gebed, waarin de Naam des HEEREN wordt geheiligd. Het is ook een lofzang op God en op het leven en een bede om de vestiging van Gods Koninkrijk. Ondanks het eigen verdriet wordt Gods Naam verheerlijkt. Daarmee laat men zien de dood te accepteren als beslissing van de rechtvaardige Opperste Rechter. “De HEERE heeft gegeven, en de HEERE heeft genomen; de Naam des HEEREN zij geloofd! 

Sluiten