Sabbat: Gods werk voltooid

Feesten en offers Tekst, Anton van de Haar

Wie aan de sabbat denkt, denkt onwillekeurig aan het Joodse volk. De sabbat is immers als teken tussen de HEERE en Zijn volk door de eeuwen onlosmakelijk met hen verbonden geweest (Exod. 31:13-18). Net zoals de Tempel met Jeruzalem verbonden is, zo is ook de sabbat met Israël verbonden. Maar meer nog dan met Israël is de sabbat met de Messias verbonden.

De sabbat en de Messias

Van deze verbondenheid getuigt de Kolossenzenbrief: “Laat dan niemand u blijven oordelen inzake eten en drinken of op het stuk van een feestdag, nieuwe maan of sabbat, dingen, die slechts een schaduw zijn van hetgeen komen moest, terwijl de werkelijkheid van Christus is” (Kol. 2:16, 17)NBG.
Volgens deze passage is de sabbat een schaduwbeeld van een werkelijkheid die in Christus wordt gevonden. God richt onze blik door de sabbat primair op een realiteit in Christus. Daarbij gaat het niet om een onbeduidend detail. Immers, alleen al de woorden ‘sabbat’ en ‘sabbatdag’ staan bijna tachtig keer in het Oude Testament opgetekend. Ongetwijfeld is dat aanzienlijke aantal een afspiegeling van het grote belang van de door de sabbat uitgebeelde realiteit. Anders gezegd: blijkbaar typeert de sabbat een essentiële realiteit. Vanuit enkele passages zullen we bij deze belangrijke geestelijke betekenis van de sabbat stilstaan. Daarbij houden we in gedachten dat de sabbat, zoals we gezien hebben, naar een werkelijkheid in Christus heen wijst. Welke waarheid nu stond God nu voor ogen bij het instellen van de sabbat?

Rust vanwege voltooid werk

“Zo zijn de hemel en de aarde voltooid (SV: volbracht), en heel hun legermacht. Toen God op de zevende dag Zijn werk, dat Hij gemaakt had, voltooid (SV: volbracht) had, rustte Hij op de zevende dag van al Zijn werk, dat Hij gemaakt had. En God zegende de zevende dag en heiligde die, want daarop rustte Hij van al Zijn werk, dat God schiep door het te maken” (Gen. 2:1-3).
Tweemaal lezen we hier dat God rustte op de zevende dag van de scheppingsweek. Immers, de schepping was af, het werk was voltooid. Daarom en daarin kon God rusten. Brengt dit ons niet bij het zesde kruiswoord? “Toen Jezus dan de zure wijn genomen had,zei Hij: Het is volbracht!” Joh. 19:301. De lijdensprofetieën waren vervuld, het verzoeningswerk was voltooid. Daarom en daarin kon God voor eeuwig rusten.

Het Hemelbrood

Enkele eeuwen na de voltooiing van de schepping ontvingen de uit Egypte verloste Israëlieten tijdens hun woestijnreis een beperkt sabbatsgebod.
“En heel de gemeenschap van de Israëlieten morde tegen Mozes en tegen Aäron in de woestijn. De Israëlieten zeiden tegen hen: Och, waren wij maar door de hand van de HEERE gestorven in het land Egypte, toen wij bij de vleespotten zaten en brood aten tot verzadiging toe! Want u hebt ons uitgeleid naar deze woestijn om heel deze gemeente van honger te laten sterven. Toen zei de HEERE tegen Mozes: Zie, Ik zal voor u brood uit de hemel laten regenen. Het volk moet eropuit gaan en de per dag benodigde hoeveelheid verzamelen, zodat Ik het op de proef kan stellen of het naar Mijn wet wandelt of niet. En op de zesde dag moet het zó zijn dat zij bereiden wat zij binnenbrengen, en dat zal het dubbele zijn van wat zij dagelijks verzamelen (...) Op de zesde dag gebeurde het dat zij een dubbele hoeveelheid brood verzamelden, twee gomers voor één persoon. Al de leiders van de gemeenschap kwamen dat aan Mozes vertellen. Hij zei toen tegen hen: Dat is het wat de HEERE gesproken heeft. Morgen is het de rustdag, de heilige sabbat voor de HEERE! Wat u bakken wilt, bak het, en kook wat u koken wilt, en laat alles wat er overblijft voor uzelf liggen om het tot de volgende morgen te bewaren. Zij lieten het staan tot de volgende morgen, zoals Mozes geboden had, en nu stonk het niet en waren er geen maden in. Toen zei Mozes: Eet dit vandaag, want vandaag is het de sabbat voor de HEERE. U zult het vandaag niet vinden. Zes dagen moet u het verzamelen, maar op de zevende dag is het de sabbat. Dan zal het er niet zijn. Het gebeurde echter op de zevende dag dat sommigen van het volk eropuit gingen om brood te verzamelen, maar zij vonden niets. Toen zei de HEERE tegen Mozes: Hoelang weigert u nog Mijn geboden en Mijn wetten in acht te nemen? Zie, omdat de HEERE u de sabbat gegeven heeft, daarom geeft Hij u op de zesde dag brood voor twee dagen. Ieder moet op zijn plaats blijven! Niemand mag er op de zevende dag vanuit zijn verblijfplaats opuit gaan! Zo rustte het volk op de zevende dag”. (Exod. 16:2-5, 22-30)

In dit gedeelte, waar we het woord ‘sabbat’ overigens voor de eerste keer in de Schrift tegenkomen, zien we de zevende dag opnieuw in verband gebracht met rust. De dag waarin God kon rusten, (b)lijkt ook de rustdag voor de mens te zijn.
Veelzeggend is de gelegenheid waarbij Israël dit beperkte sabbatsgebod ontving: Gods voorziening van het manna, het ‘hemelbrood’. Tot het eind van de tocht door de woestijn viel dat manna zes dagen per week uit de hemel, waarna het door de Israëlieten werd verzameld en verpulverd2 om er voedsel van te bereiden. Zo voorzag God in Israëls levensbehoefte. Maar was dat manna niet een type van de Messias? De Heere Jezus zegt in Johannes 6:33: “Want het brood van God is Hij Die uit de hemel neerdaalt en aan de wereld het leven geeft”. Door Zijn neerdaling uit de hemel en verbrijzeling3 op Golgotha heeft God in onze eeuwige levensbehoefte voorzien. Opnieuw zien we een verband tussen de sabbat en het volbrachte verzoeningswerk van Christus.

Het sabbatsgebod bij Horeb

Zoals u weet, bleef het niet bij een beperkt sabbatsgebod. Bij de berg Horeb ontving het volk Israël een volledig en algeheel sabbatsgebod. Mens en dier werd bij de sabbat betrokken. “Want”, luidt de reden, “in zes dagen heeft de HEERE de hemel en de aarde gemaakt, de zee, en al wat erin is, en Hij rustte op de zevende dag. Daarom zegende de HEERE de sabbatdag, en heiligde die” (Exod. 20:11).

Sabbatsgebod aan het einde van de woestijnreis

Als het einde van de woestijntocht is bereikt en Israël op de drempel van het beloofde Land staat, geeft Mozes in Deuteronomium een terugblik. Daarbij worden ook de Tien Woorden, waaronder het sabbatsgebod herhaald. Maar naast de in Exodus vermelde reden, wordt nu een tweede reden voor het sabbatsgebod gegeven: “Want u zult in gedachten houden dat u slaaf geweest bent in het land Egypte en dat de HEERE, uw God, u vandaar uitgeleid heeft met een sterke hand en uitgestrekte arm. Daarom heeft de HEERE, uw God, u geboden de dag van de sabbat te houden” (Deut. 5:15).
Het sabbatsgebod wordt hier dus rechtstreeks aan Israëls verlossing uit de Egyptische slavernij gekoppeld. In Egypte kende Israël geen rustdag. Maar nu, verlost op grond van het bloed van het paaslam, wordt het volk gemaand de laatste dag van elke week het werk neer te leggen. Rusten hoort bij verlossing. Nieuwtestamentisch gezegd steunen gelovigen niet langer op eigen werken maar rusten in Christus’ volbrachte werk waaraan niets kan worden toegevoegd. Verlossing is enkel en alleen op het volbrachte werk van Christus gegrond. Wie meent zichzelf door werken van de wet te kunnen verlossen of iets aan de verlossing te kunnen bijdragen, blijft tragisch genoeg onverlost. Verlossing ligt geheel en exclusief in Christus’ volbrachte werk besloten.
Typeert het schaduwbeeld van de sabbat niet op treffende wijze de werkelijkheid in Christus’ volbrachte werk op Golgotha? Het verzoeningswerk is door Zijn offer volkomen voltooid. Daarin kon en kan God rusten. Daarin vond en vindt God volledige genoegdoening. Daarin zag en ziet God een rechtvaardige grond voor de eeuwige behoudenis van goddeloze zondaren. Daarom kan ook de mens daarin rusten.

Licht op de sabbatswetten

Dit werpt een helder licht op de achterliggende betekenis van de sabbatswetten en verklaart de zware sanctie (doodstraf) die de overtreding van het gebod tot gevolg had4. Immers, nieuwtestamentisch gezien staat het gelijk aan toevoegen aan of zelfs loochening van het volbrachte werk van Christus. Net zoals degenen die op de sabbat werkten des doods schuldig waren, net zo zullen degenen die weigeren te rusten in het volbrachte werk van de Heere Jezus Christus de eeuwige dood sterven. “Bij hem echter die niet werkt, maar gelooft in Hem Die de goddeloze rechtvaardigt wordt zijn geloof gerekend tot gerechtigheid” (Rom. 4:5)5 .


Naast het verbod om werk te verrichten was het op de sabbat voor de Israëlieten ook verboden vuur in hun woningen te ontsteken6. In het licht van het volbrachte werk van Christus was de diepere zin van deze inzetting misschien de volgende. Vuur is door heel de Schrift heen een beeld van oordeel. Tijdens de uren van duisternis onderging Christus plaatsvervangend Gods oordeel over de zonden van de gelovigen in alle bedelingen. Aansluitend op Christus’ verzoenend lijden en sterven brak de sabbat aan. Sabbat, zowel in letterlijk als in geestelijk opzicht. Het werk was volbracht, het oordeel was geweken. Christus’ offer had het vuur van Gods oordeel gedoofd – voor wie gelooft. Eer aan het Lam!

Door het geloof alleen

Is het (even los van de vraag of de sabbat in onze bedeling onderhouden moet worden) niet prachtig dat de Joodse gemeenschap door het vieren van de sabbat zonder woorden nog wekelijks getuigenis van het volbrachte werk van haar Messias aflegt?
“Kom naar Mij toe”, nodigt de Messias, “en Ik zal u rust geven” (Matth. 11:28). Heeft u deze rust reeds ontvangen? Gelooft u in het volbrachte werk van Christus? Weet dat uw antwoord uw bestemming bepaalt ...!

Voetnoten:
1. Het is veelzeggend dat deze uitroep alleen in het Johannesevangelie staat opgetekend. Mattheüs, Markus, Lukas en Johannes belichten de Heere Jezus respectievelijk als Koning, Knecht, Mens en God. Net zoals het scheppingswerk alleen door God kon worden volbracht, zo kon ook het verzoeningswerk alleen door God worden volbracht. Daarom vinden we deze uitroep uitsluitend in het Johannesevangelie, dat de Godheid van de Heere Jezus benadrukt.
2. Numeri 11:8.
3. Jesaja 53:5a, 10a.
4. Exodus 31:14-15; 35:2b; Numeri 15:32-36.
5. Een vergelijkbaar principe zien we bij Jezus’ bezoek aan Maria en Martha. Terwijl Martha, zwoegend voor haar Gast wordt berispt, wordt Maria, zittend aan Zijn voeten ‘zaligverklaard’. Wat overigens hier niet wil zeggen dat Martha niet behouden zou zijn (zie Lukas 10:38-42).
6. Exodus 35:3.

Sluiten