Soekot (Loofhuttenfeest)

Jodendom | Feesten en offers Tekst,

Bij het Loofhuttenfeest (Soekot) wordt allereerst aan de doortocht van het bevrijde volk door de woestijn gedacht. Daarom moet men tijdens dit feest zeven dagen in een hut van bladeren wonen, een zogenaamde soeka (= hut; meervoud: soekot). In Leviticus 23:39-43 lezen we hoe dit Feest des HEEREN gevierd moest worden. Door een week in zo'n loofhut, ervaart de mens opnieuw zijn kwetsbaarheid en zijn behoefte aan bescherming. Het Loofhuttenfeest is tegelijk een oogstfeest. Om de herfstoogst tijdig binnen te halen, brachten de boeren in warme streken de nacht vaak ook door in hutten, op het land.

Het feest wordt gevierd in september/oktober en begint op de 15e van de maand Tisjri van de Joodse kalender. De twee dagen die volgen op Soekot zijn ook feestdagen: Sjemini Atseret (Slot feest van Soekot met gebed om regen en een vruchtbaar jaar) en Simchat Tora (Vreugde der Wet). Vaak worden deze twee dagen nog tot Soekot gerekend.

De loofhutten worden gemaakt in de tuin, op het (platte)dak of op het balkon. Het dak van de hut moet van takken en gebladerte van bomen worden gemaakt. We lezen in de Staten Vertaling o.a. van palmtakken en beekwilgen. Door het dak heen moeten 's nachts de sterren te zien zijn. Verder wordt de hut versierd met vruchten en groenten, die verwijzen naar de oogst.

Ook moeten er vier producten van bomen, arba'a miniem genoemd, worden gebruikt om daarmee zeven dagen vreugdevol voor God te zijn. De vier boomproducten vormen samen de zogenaamde loelav. Die bestaat uit:

hadassiem - drie mirtetakken
arawot - twee beekwilgtakjes
loelav - een palmtak
etrog - een grote, geurige citrusvrucht

Deze plantenbundel, de loelav, symboliseert de vreugde. Loelav betekent palmtak. Deze is nog groen en is het grootst. Daarnaast zijn er drie geurende mirtetakken en twee wilgentakjes. Dan is er nog de etrog, een vrucht die lijkt op een citroen en heerlijk ruikt. Terwijl de vrucht en de bundel in de hand worden gehouden zegt men in de soeka de bijbehorende zegenspreuk (beracha), waarna ermee in de zes richtingen van de schepping wordt gezwaaid: naar het oosten, zuiden, westen, noorden, naar de hemel omhoog en naar de aarde omlaag. Dit wordt ‘sjokkelen' genoemd.

In de diensten wordt de loelav in de hand meegenomen tijdens de dagelijkse rondgangen om het spreekgestoelte en tijdens het reciteren van de Hallel (de lofpsalmen: Psalm 113-118).  Tijdens het lezen van Psalm 118 wordt met de loelav gezwaaid als het hosja na (hosanna= 'red ons toch' of 'geef nu heil' ) wordt gelezen (vers 25).

Vóór de verwoesting van de Tempel, vond deze dagelijkse rondgang plaats om het brandofferaltaar. De laatste dag liep men dan zevenmaal om het altaar. Er werden op die dag veel offers gebracht, Levitische gezangen gezongen en overal werd het plechtige geschal van de zilveren trompetten van de priesters gehoord. 's Avonds werd het indrukwekkende schouwspel van de Tempel, met zijn drommen pelgrims, schitterend verlicht door de grote kandelaars in de voorhof der vrouwen en door de gloed van talloze fakkels die rondom in de voorhoven van de Tempel waren geplaatst. Daarmee was het Loofhuttenfeest ook een waar  lichtfeest.

In later tijden is in Jeruzalem een uitbundig 'waterschepfeest' aan het Loofhuttenfeest toegevoegd. In een plechtige processie werd water, dat uit de Siloam-bron geschept was, naar het tempelplein gebracht om daar uitgegoten te worden. Dat ging gepaard met zeer grote vreugde. Het element van het water kreeg ook een plaats in de gebeden van het feest. God werd dan namelijk ook gevraagd om in het nieuwe seizoen spoedig regen te geven.

Tegen deze achtergrond van het lichtfeest en het scheppen van water, kunnen we de woorden van de Heere Jezus ook beter begrijpen als Hij zegt: " Ik ben het licht der wereld; die Mij volgt, zal in de duisternis niet wandelen, maar hij zal het licht des levens hebben." (Johannes 8:12). En als Hij tijdens het uitstorten van het water roept: " Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke! Die in Mij gelooft, gelijkerwijs de Schrift zegt, stromen des levenden  waters zullen uit zijn buik vloeien. ". (Johannes 7:37,38)

Sluiten