Tisja Be'av (Treurdag verwoesting van de tempel)

Jodendom Tekst,

Tisja be'Av betekent letterlijk, in Hebreeuws: de negende dag van de maand Av (dat is de 11e maand van het Joodse jaar). Met recht een ramp-datum, want op die dag werd (in 586 v.Chr.) de Eerste Tempel verwoest. Maar óók de Tweede Tempel werd op de negende Av verwoest. (70 na Chr.).

Een dag om stil te staan bij de vele rampen die het Joodse volk hebben getroffen. Volgens de Talmoed was het ook op deze dag, dat Mozes de stenen tafelen verbrijzelde toen hij zag hoe het volk om het gouden kalf danste (Ex.32). Ook wordt gedacht aan de verbanning van de Joden uit Engeland (1290) en later uit Spanje (1492).

Tisja be'Av is een dag van rouw, waarbij dezelfde vasten-voorschriften gelden als op Jom Kippoer. Misschien wel de zwaarste vastendag van het jaar. Daarom worden de Tora-rollen ook omhuld met zwarte doeken. In de synagoge is het licht uit; alleen de ner tamied, (de eeuwig brandende lamp) blijft schijnen. Om uitdrukking te geven aan hun rouw zitten de mensen op de grond of op lage bankjes. Het Bijbelboek Klaagliederen wordt gelezen en rouwgedichten worden voorgedragen.

Aan het einde van deze vastendag wordt herinnerd aan de traditie die zegt dat de Messias op de negende Av zal komen om die dag van rouw te veranderen in een dag van blijdschap. Een teken van hoop!

Sluiten