Wat ging er mis in Qumran?

Achtergronden Tekst, Alfred Esch

Sinds 1947 denkt iedereen bij het horen van de naam Qumran onmiddellijk aan de Dode Zeerollen. Qumran, ten noordwesten van de Dode Zee, kwam in het nieuws door een bijzondere ontdekking van een zoekende herder.

Wat gebeurde er?

Op zoek naar één van zijn geiten, gooide Mohammed een steentje in een grot.. Géén gemekker, maar het geluid van brekend aardewerk klonk hem in de oren. Toen hij later acht kruiken in diezelfde grot vond, viel hem de buit bar tegen. Géén verborgen schatten, maar alleen wat oude boekrollen kwamen tevoorschijn. Voor Mohammed onleesbaar en van weinig waarde. Toch wist hij er in Bethlehem nog wat geld voor te krijgen.

Buitengewoon kostbaar

Toenarcheologen en letterkundigen er lucht van kregen, werd al gauw duidelijk dat de rollen van enorme wetenschappelijke waarde waren. Het gebied werd nauwkeurig afgezocht. Meer dan 900 boekrollen moesten de grotten van Qumran prijsgeven. Wereldbekend werd de Jesaja-rol. Veel andere geschriften gaven inzicht in het leven van de nederzetting, ruim tweeduizend jaar geleden.

Kloostergemeenschap

Latere opgravingen bevestigden het vermoeden dat het in Qumran ging om een religieuze sekte. Tussen 1951 en 1956 werd het gehele complex door archeologen blootgelegd. Naast een hoofdgebouw werd een verdedigingstoren gevonden, een eetzaal en een keuken. Een schrijfzaal met banken, tafels en zelfs inktpotten getuigden van het ‘monnikenwerk’ dat daar verricht is. Ook waterreservoirs voor de opvang van het spaarzame regenwater kwamen aan het licht.

Kerkhof

Bijzonder was de ontdekking van een begraafplaats ten oosten van de nederzetting. Meer dan 1000 graven werden gevonden. Dat hier bijna alleen mannen begraven liggen, bevestigt het vermoeden dat het in Qumran ging om een mannengemeenschap. Schokkend was de constatering dat de gemiddelde leeftijd van de overledenen aanzienlijk lager was dan verwacht. De kloosterlingen, die als gezonde jonge mannen toetraden, vonden veelal door ziekten een vroegtijdige dood.

Essenen

De Romeinse schrijver Plinius Sr en ook andere tijdgenoten als Philo en Flavius Josephus schreven al over de religieuze sekte der Essenen. Ver weg van het ‘wereldse’ Jeruzalem hadden zij zich teruggetrokken om een leven van gebed en meditatie te leiden. De naam zou verwant zijn aan het Hebreeuwse woord tzenuïm met de betekenis: bescheiden, vroom, nederig. Deze vrome broeders leefden vanuit de verwachting van de spoedige verschijning van de Messias en heiligden zich voor Zijn komst.

Strenge regels

Meerdere Qumranrollen maken melding van het strikte celibataire leven van de Essenen. Zij hadden alle dingen gemeenschappelijk en hielden zich aan strenge rituelen in hun streven naar reinheid en heiliging. Zo werd ook bepaald dat er op 500 meter ten noordwesten van de gebouwen, een latrine moest dienen om er hun behoeften te kunnen doen. Zoals Mozes al stelde in Deuteronomium 23:12-13 moest er buiten de legerplaats een ‘toilet’ zijn waar men met een schepje de ontlasting diende te begraven.

Bewijs geleverd

Toen men op de aangegeven plek ging zoeken, werd een veldje ontdekt dat aan alle eisen voldeed. De rulle grond was duidelijk te onderscheiden van de omliggende woestijn. Tot ieders verbazing werden in grondmonsters talloze verdroogde parasieteneieren gevonden. Wormeieren van menselijke darmparasieten (Ascaris sp., Taenia sp., Trichuris sp. en Enterobius vermicularis). Juist door het begraven hadden deze eitjes de woestijn 2000 jaar overleefd.

Rituele reiniging

Andere boekrollen beschreven de noodzaak van dagelijkse reiniging in de rituele baden. Na toiletbezoek was zo’n wasbeurt in een mikwe zondermeer vereist. Water was schaars. Dagelijks werden de vele voeten, die over het latrineveldje gelopen hadden, in hetzelfde badwater afgespoeld. Je hoeft geen bacterioloog te zijn om te begrijpen dat zo’n mikwe fors vervuild moet zijn geweest. Kopje onder gaan in dit water garandeerde dan ook een besmetting met parasieten of bacteriën. Gevolg: bloedarmoede, zwakte, ziekte en vroeg overlijden!

Gods voorschrift

Wat door Mozes werd aanbevolen, was voor Israël van groot hygiënisch belang en heeft juist preventief gewerkt, toen men van microscopische ziektekiemen nog geen weet had. In Qumran begroeven dagelijks zeker 40 man hun ontlasting op een klein akkertje. En dat zo’n 100 jaar aaneen. Het desinfecterende zonlicht had geen vat op de zorgvuldig begraven ziektekiemen. Het raadsel van de honderden jong gestorven, zieke en zwakke Essenen lijkt hiermee opgelost te zijn.

N.a.v. onderzoek verricht in Qumran o.l.v. bijbelwetenschapper James Tabor, verbonden aan de University of North Carolina (V.S.)

Sluiten