Wat is de mens?

Oud Testament | Geloofsopbouw Tekst, Harm Kiefte

Kijkend naar de hemel raakt de schrijver van Psalm 8 diep onder de indruk van Gods grootheid. Met de huidige stand van de wetenschap is het onmogelijk vast te houden aan een toevallig ontstaan van het heelal.

Ons zonnestelsel

In 1977 vond een historische gebeurtenis plaats in de geschiedenis van het ruimteonderzoek. Twee onbemande ruimtevaartuigen werden gelanceerd om de grenzen van ons zonnestelsel te onderzoeken. Ze begonnen hun reis naar de meest afgelegen planeten Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus. Gedurende dertien jaar werden duizenden foto’s overgeseind van onbekende werelden in een onmetelijk heelal. Het heelal is een van de grote ondoorgrondelijke dingen die God tot stand heeft gebracht, een ontzagwekkend wonder van Gods hand. “Die alleen de hemelen uitbreidt, en treedt op de hoogten der zee. Die de Wagen maakt, de Orion, en het Zevengesternte, en de binnenkamers van het Zuiden. Die grote dingen doet, die men niet doorzoeken kan, en wonderen, die men niet tellen kan” (Job 9:8-10). Ook Psalm 8 spreekt erover. “Als ik Uw hemel aanzie, het werk van Uw vingers, de maan en de sterren, die Gij bereid hebt …” (vs. 4).

Bijzondere foto

Een van de meest intrigerende Voyagerfoto’s werd overgeseind in 1990, toen de Voyager 1 de rand van ons zonnestelsel bereikte. Op deze foto (klik op de foto om hem te vergroten) is een smalle bundel zonlicht te zien met daarin een klein bleek lichtvlekje, ruim 6 miljard kilometer ver weg. Dat onbeduidende lichtvlekje is de planeet aarde. De foto doet je beseffen hoe minuscuul de aarde eigenlijk is, temeer als je bedenkt dat het universum nog veel groter is dan het gedeelte dat we op die foto kunnen zien, zelfs miljarden keren groter. Een ontzagwekkend grote ruimte vol met vele miljarden sterrenstelsels. Toen ik die bijzondere foto zag, drongen de woorden van Psalm 8 ineens heel diep tot me door: “Als ik Uw hemel aanzie, het werk van Uw vingers, de maan en de sterren, die Gij bereid hebt: Wat is de mens, dat Gij aan hem gedenkt, en de zoon des mensen, dat Gij hem bezoekt?”
De beelden, afkomstig van de Voyagers en bijvoorbeeld ook de Hubble telescoop, die de astronomen ons de laatste decennia voorschotelen, brengen je als gelovige tot diep ontzag voor de God Die dat universum heeft geschapen en tegelijkertijd tot diepe nederigheid vanwege de kleinheid van ons mensenkinderen. Wat is de mens, dat Hij naar ons omziet!

Hemelse majesteit

De Heere toont Zijn Majesteit aan de hemel, lezen we in Psalm 8:2. Juist om iets van Zijn Majesteit, te kunnen beseffen, schiep de Heere het universum. “De hemelen vertellen Gods eer, en het uitspansel verkondigt het werk Zijner handen; de dag aan de dag stort overvloedig spraak uit, en de nacht aan de nacht toont wetenschap” (Psalm 19:2,3). De hemelen vertellen Gods eer, Zijn glorie. De Heere is onbeperkt in macht, in scheppingskracht. Het is Gods bedoeling geweest dat dit gezien en ook erkend wordt. Niet alleen wat we overdag in de schepping kunnen zien, spreekt daarvan, maar juist ook de nacht predikt die kennis. Als we ’s nachts de sterrenhemel zien, zouden onze gedachten geleid moeten worden naar de Schepper. “Mijn rechterhand heeft de hemelen met de palm afgemeten; wanneer Ik ze roep, staan zij daar te zamen” (Jes. 48:13).
Het universum past in de palm van Gods hand en het is door Zijn roep, Zijn spreken in ruimte en tijd, dat het tot stand is gekomen. “Door het Woord des HEREN zijn de hemelen gemaakt, door de Geest van Zijn mond al hun heer” (Psalm 33:6). Met onmetelijke kracht en intelligentie heeft Hij gesproken en toen was het er.

Kosmische constanten

Met de huidige stand van de wetenschap is het onmogelijk vast te houden aan een toevallig ontstaan van het heelal. Verschillende wetenschappers geven dat de laatste decennia dan ook ruiterlijk toe. Dit heeft vooral te maken met de uiterst nauwkeurig bepaalde natuurconstanten in de natuurwetten die dat heelal in balans houden, de zogenaamde kosmische constanten. Denk daarbij aan bijvoorbeeld de waarde van de lichtsnelheid, de aantrekkingskracht die kerndeeltjes in atomen op elkaar uitoefenen, de zwaartekracht, enz. Die kosmische constanten houden alles wat er is in evenwicht. Als deze constanten maar een fractie zouden veranderen, zou er onmogelijk een heelal kunnen bestaan. Atomen zouden uit elkaar spatten en hemellichamen zouden elkaar niet in evenwicht kunnen houden. Roger Penrose, een wiskundig-natuurkundige, heeft met het oog op die natuurconstanten de kans berekend dat ons heelal bestaat. Die kans is kleiner dan 1 gedeeld door 10 met duizenddertig nullen. Een getal dat toeval uitsluit. Iemand moet die kosmische constanten, die nergens uit te herleiden zijn, dus nauwkeurig hebben bepaald. Een andere wetenschapper, Fred Hoyle, bekend astronoom en vroeger atheïst, zegt: "De kosmische constanten geven de sterke indruk, dat het heelal was ontworpen met het leven in gedachte". Robert Jastrow, directeur van een instituut voor Ruimte Studies, onderdeel van NASA, noemde de kosmische constanten "het meest theïstische resultaat dat ooit uit de wetenschap is voortgekomen".

Geen Big Bang

Hoe meer het universum wordt bestudeerd, hoe duidelijker blijkt dat het universum onmogelijk een product kan zijn van toeval. De hemelen zijn op een hele bijzondere manier door de Heere vast-gesteld, ‘vast als een gegoten spiegel’ zoals Job het uitdrukt in Job 37:18: “Hebt gij met Hem de hemelen uitgespannen, die vast zijn, als een gegoten spiegel?” Het universum bestaat bij de gratie van deze nauwkeurig, vastgestelde constanten. De wetenschap leert dus helemaal geen willekeurige ‘Big Bang’, zoals ons, vooral jongeren op scholen en universiteiten, altijd wordt voorgehouden. Het is een pertinente leugen. Wetenschappelijk onderzoek laat dat steeds duidelijker zien. We maken geen deel uit van een uit elkaar spattend, door toeval bepaald heelal. De Heere heeft de aarde te midden van het universum, uiterst nauwkeurig, met uiterste zorg en liefde gepland, opdat bij het zien en onderzoeken van het heelal om ons heen onze gedachten naar Hem geleid zouden worden.

Helder zicht

Weet u dat het eigenlijk heel uitzonderlijk is dat we vanaf onze planeet zo’n helder zicht op de sterrenhemel hebben? De aardatmosfeer heeft hele bijzondere eigenschappen. Een daarvan is de transparantie, die bestudering van de sterrenhemel mogelijk maakt. Daarbij bevindt zich de aarde precies op een zeer transparante plek in de melkweg, waar het zicht niet door ruimtestof wordt belemmerd. Dat kan onmogelijk toeval zijn. Het is ontegenzeggelijk Gods bedoeling geweest dat we Zijn onmetelijke hemelrijk zouden kunnen onderzoeken.

Hoger dan de Hoogste ster

Een heelal, onmetelijk groot, maar daarboven troont de Here Zelf. “Is niet God in de hoogte der hemelen? Zie toch het opperste der sterren aan, dat zij verheven zijn” (Job 22:12). Tegenwoordig neemt men aan dat de hoogste ster 11 miljard lichtjaar ‘boven ons staat’ (1 lichtjaar = 9500 miljard km). Deze sterrenafstanden zijn zeer aanvechtbaar, maar daar gaat het niet om. Gods troon is hoger dan de hoogste ster! Daar moeten onze gedachten heengeleid worden. Hij troont boven alles, Hij heeft alles geschapen, Zijn wegen zijn hoger dan wat dan ook. “Want gelijk de hemelen hoger zijn dan de aarde, alzo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen, en Mijn gedachten dan uw gedachten” (Jes. 55:9).

Relativerend

Als we dat enorme universum en Gods heerschappij daarboven tot ons laten doordringen, dan werkt dat heel relativerend. Wat is de mens, ... met zijn gedachten over het universum, de werkelijkheid om ons heen, maar ook ons eigen kleine wereldje. Als God in staat is door te spreken een onmetelijk heelal te scheppen, waar maken wij ons dan nog druk over? Nadenkend over een herstel van zijn volk Israël, brengt Jeremia het als volgt tot uitdrukking: “Ach, Heere HEERE! Zie, Gij hebt de hemelen en de aarde gemaakt, door Uw grote kracht en Uw uitgestrekte arm; geen ding is U te wonderlijk” (Jer. 32:17). Gods gedachten zijn altijd onpeilbaar veel hoger dan de onze. Ook daar mogen we bij het zien van de sterrenhemel aan herinnerd worden.

Hoger doel

Dat onmetelijke heelal mag ons tot verwondering brengen, maar toch is dat heelal geen doel op zich. We moeten ons er dus ook weer niet blind op staren. Het gaat namelijk nog veel hoger. Te midden van dat onmetelijke universum gaan Gods gedachten uit naar de mens! Dat was en is Zijn hoge doel. Psalm 8 gaat namelijk verder. “Als ik Uw hemel aanzie, het werk van Uw vingers, de maan en de sterren, die Gij bereid hebt; Wat is de mens, dat Gij aan hem gedenkt, en de zoon des mensen, dat Gij hem bezoekt? En hebt hem een weinig minder gemaakt dan de engelen, en hebt hem met eer en heerlijkheid gekroond? Gij doet hem heersen over de werken Uwer handen; Gij hebt alles onder zijn voeten gezet” (vs. 4-7).
De mens met heerlijkheid en luister gekroond, alles onder zijn voeten gelegd? Alles onder zijn voeten, zelfs het heelal? Maar, dat heeft toch niets met de werkelijkheid te maken. De mens raakt immers juist de controle over zijn leefwereld hoe langer hoe meer kwijt. Als we de aarde al niet onder controle hebben, hoe zouden we dan enige invloed op het heelal kunnen uitoefenen? Hoe moeten we dit begrijpen?

Hij is het

Jesaja geeft ons meer licht op dit raadsel. Ook hij brengt Gods overweldigende schepping, de aarde en het universum in verband met een mens. “Ik heb de aarde gemaakt en Ik heb de mens daarop geschapen; Ik ben het! Mijn handen hebben de hemelen uitgebreid en Ik heb al hun heer bevel gegeven. Ik heb hem verwekt in gerechtigheid, en al zijn wegen zal Ik recht maken; hij zal Mijn stad bouwen en hij zal Mijn gevangenen loslaten, niet voor prijs, noch voor geschenk, zegt de HEERE der heerscharen” (Jes. 45:12-13). Nu wordt het ineens duidelijker. Die mens, waarover hier gesproken wordt, is Degene die Gods stad herbouwen zal, een bevrijder van ballingen, verwekt in gerechtigheid. Hij is de Verlosser, de Messias van Israël! Hij is de Christus, de Gezalfde, Gods hoogste doel achter Zijn schepping. Door Christus is die schepping tot stand gekomen, onder Zijn voeten wordt die schepping gelegd. Uit Hebreeën 2, waar een uitleg wordt gegeven van Psalm 8, leren we dat deze Psalm een profetisch vergezicht op de Heere Jezus laat zien. “Gij hebt hem voor een korte tijd beneden de engelen gesteld.” Christus verliet de troon van God, ver boven het heelal, boven de engelen. Hij werd in gerechtigheid verwekt op dat kleine stofje aarde, dat door de zonde in de val van satan was meegesleurd. Hij verlost ons om met Hem te heersen over al wat is, om ons te laten delen in Zijn heerlijkheid! Wat is de mens! In Hem zijn wij als gelovigen nu al gesteld, hoger dan het onmetelijke heelal “en heeft ons mede opgewekt en heeft ons mede gezet in de hemel, in Christus Jezus” (Ef. 2:6). Het hele universum dat door de zondeval is besmeurd, is weer onder Zijn voeten gelegd. “Doch nu zien wij nog niet, dat Hem alle dingen onderworpen zijn” (Hebr. 2:8). Het moet alleen nog geopenbaard worden dat Christus de rechtmatige positie boven het heelal, ja boven al wat is, heeft verkregen en wij in Hem! Dat is waar we onze gedachten bij mogen laten bepalen, als we de sterrenhemel aanschouwen en kennis nemen van de beelden daarvan vanuit de wetenschap.

Onbegrensde trouw

Door te kijken naar dat onmetelijke universum mogen we onze ogen laten openen voor het wonder van Gods ontzagwekkende genade, onmetelijk als het universum. Ook ons heeft Hij als ballingen, slaven van de zonde, vrijgemaakt, ‘zonder koopprijs en zonder geschenk’. Het was honderd procent genade, een genade die Hij ook aan Zijn volk Israël zal verlenen. Zijn onbegrensde trouw aan Israël illustreert de Heere met de grootsheid van het heelal. “Zo zegt de HEERE: Indien de hemelen daarboven gemeten en de fundamenten der aarde beneden doorgrond kunnen worden, zo zal Ik ook het ganse zaad Israëls verwerpen om alles wat zij gedaan hebben, spreekt de HEERE” (Jer. 31:37). De HEERE is trouw, Hij maakt af wat Hij begonnen is te doen. God schiep het heelal en ons te midden daarvan met een doel. We zijn geen product van toeval. En, als de Heere Zijn doel met dit universum volledig heeft uitgewerkt, schept Hij een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, nog grootser, nog mooier, volmaakt in schoonheid maar met hetzelfde getuigenis: Gods onmetelijkheid in grootheid, majesteit, liefde en genade.

Sluiten