De vijgenboom en zijn vruchten

Feesten en offers | Typologie en beelden Tekst, Pieter van de Lugt

In deze studie staan we stil bij de symboliek van de vijgenboom. Het is wonderlijk om te zien dat de HEERE in Zijn schepping zulke treffende beelden geeft aangaande Zichzelf en Zijn volk. Het is belangrijk om ook bij dit onderwerp de context mee te nemen om tot de juiste conclusie te komen. Het gaat me dan in het bijzonder om Lukas 21:29-31: “Kijk naar de vijgenboom en naar alle bomen. Zodra ze uitlopen en u dat ziet, weet u uit uzelf dat de zomer al nabij is. Zo ook u, wanneer u deze dingen zult zien geschieden, weet dan dat het Koninkrijk van God nabij is”.

De vijgenboom in de Tenach

De vijgenboom is een karakteristieke boom die je veel in het Midden-Oosten tegenkomt. Ook in de tijd van het Oude Testament groeide hij daar en at men zijn vruchten. In Richteren 9 lezen we bijvoorbeeld hoe de jongste zoon van Gideon een gelijkenis vertelt naar aanleiding van de aanstelling van zijn halfbroer Abimelech als leider van Sichem. In de gelijkenis vragen de bomen aan de vijgenboom om koning over hen te zijn. Die zegt echter: “Zou ik mijn zoetigheid en mijn goede vrucht opgeven, en zou ik weggaan om boven de andere bomen te zweven?” (vers 11). We zien hier dat de zoete vruchten kenmerkend zijn voor deze boom. Ook in de rest van de Bijbel gaat het een enkele keer om de boom zelf, maar meestal om zijn vruchten.

In Hosea 9:10 staat: “Ik vond Israël als druiven in de woestijn; als vroege vijgen aan de vijgenboom, zijn eerste opbrengst, zag Ik uw vaderen”. Het gaat hier volgens mij om Israël in de woestijn na de uittocht uit Egypte. Later krijgt de profeet Jeremia een visioen waarin hij twee manden met vijgen ziet, die neergezet zijn voor de tempel van de HEERE. In de ene mand zaten zeer goede vijgen en in de andere zeer slechte. De goede vijgen zijn een beeld van de ballingen die op dat moment al in Babel zijn en de slechte zijn een beeld van koning Zedekia en het overblijfsel dat nog in Juda is (Jer. 24:5-10). Ook hier gaat het dus om de vruchten van de boom.

De vijgenboom in het Nieuwe Testament

Ook wanneer de Heere Jezus handelt met betrekking tot en spreekt over de vijgenboom, ligt de nadruk in de eerste plaats op de vruchten. In Lukas 13 vertelt Hij een gelijkenis over een vijgenboom in een wijngaard. Die vijgenboom staat er al een tijd, maar draagt geen vrucht. Al drie jaar zoekt de eigenaar van de wijngaard naar vrucht, maar hij vindt die niet. Op aandringen van de wijngaardenier krijgt de boom nog een jaar uitstel van executie. Als er dan nog geen vrucht is, zal hij worden omgehakt. De strekking van deze gelijkenis is mijns inziens, dat de Heere al drie jaar naar de vrucht van geloof bij het volk zocht, maar die niet vond. Het jaar uitstel wijst mogelijk naar de periode van Handelingen, waar het volk Israël nogmaals een kans krijgt om de Messias te aanvaarden (zie o.a. Hand. 2:36; 3:19-26).

Na de intocht in Jeruzalem op de eerste dag van de week van Pesach ziet de Heere een vijgenboom langs de kant van de weg staan. Hij gaat ernaartoe en zoekt tevergeefs naar vrucht, want het was de tijd niet voor vijgen (Mark. 11:12-14). De vijgenboom wordt dan door de Heere vervloekt. Hoe moeten we dit zien? We lezen over de Heere Jezus tijdens Zijn intocht: “En toen Hij dichtbij kwam en de stad zag, weende Hij over haar. Hij zei: Och, dat u ook nog op deze uw dag zou onderkennen wat tot uw vrede dient! Nu echter is het verborgen voor uw ogen” (Luk. 19:42). In Gods raadsplan was het de tijd (nog) niet voor de bekering van Israël, maar aan de andere kant is er wel de verantwoordelijkheid van de mens om te geloven. Op ongeloof volgt de vloek. Die staat dan ook beschreven in de volgende verzen: “Want er zullen dagen over u komen dat uw vijanden een wal rondom u zullen opwerpen, u zullen omsingelen en u van alle kanten in het nauw zullen brengen. En zij zullen u met de grond gelijkmaken en uw kinderen in u verpletteren. Ook zullen zij in u geen steen op de andere steen laten, omdat u het tijdstip waarop er naar u omgezien werd, niet hebt onderkend” (Luk. 19:43-44).

De gelijkenis

Laten we nu naar de eerstgenoemde tekst gaan: “Kijk naar de vijgenboom en naar alle bomen. Zodra ze uitlopen en u dat ziet, weet u uit uzelf dat de zomer al nabij is. Zo ook u, wanneer u deze dingen zult zien geschieden, weet dan dat het Koninkrijk van God nabij is” (Luk. 21:29-31). Deze wordt vaak uitgelegd als: “Let op Israël en de omliggende volken in het Midden-Oosten. Als zij weer in beeld komen, zoals sinds 1948 met Israël het geval is, is de tijd van herstel en nieuw leven voor Israël aangebroken”.

Past deze uitleg in de context die al in Lukas 21:5 begint? De Heere spreekt over de verwoesting van de tempel en wat er in de wereld en met de discipelen zal gebeuren. Vanaf vers 20 spreekt Hij over de dagen van wraak, oftewel de Grote Verdrukking. Hij wijst erop dat het dan van levensbelang is om Jeruzalem te verlaten en te vluchten naar de bergen (letterlijk: de bergen in). Vervolgens spreekt Hij over de inname van Jeruzalem, waarvan naar mijn idee een voorvervulling heeft plaatsgevonden in 70 n.Chr. door de Romeinen. Maar uiteindelijk gaat het over de inname door de legers van de volken (Zach. 14:1-14). Na de verdrukking (vgl. Matt. 24:29) zullen er tekenen zijn aan zon, maan en sterren. Dan zal men de Zoon des mensen zien komen op de wolken. “Wanneer nu deze dingen beginnen te geschieden, kijk dan omhoog en hef uw hoofd op, omdat uw verlossing nabij is.”

Daarna volgt de gelijkenis van de vijgenboom en alle bomen: “Zodra ze uitlopen weet je dat de zomer al nabij is”. De Heere Zelf geeft de uitleg: “Zo ook u, wanneer u deze dingen [beschreven in de voorgaande verzen] zult zien geschieden, weet dan dat het Koninkrijk van God [de zomer] nabij is”. Het gaat dus niet om het kijken naar ‘het uitlopen van’ Israël en de omliggende volken, maar om de gebeurtenissen die voorafgaan aan de komst van de Zoon des mensen. Natuurlijk spelen Israël en de omliggende volken daarin een belangrijke rol, maar de uitleg van de Heere is duidelijk. Niet alleen hier in Lukas, maar ook in Mattheüs 24:32-33. Laten we ons dus richten op de gebeurtenissen die de Heere Jezus beschrijft, en uitzien naar Zijn komst als de Koning van Israël. Want Hij komt en zal dan ook zeker Israël en de volken tot leven en bloei brengen!

Sluiten