Pesach en het bloed van het lam

Christologie | Feesten en offers | Typologie en beelden Tekst, Harry Honigh

Pesach of Pascha betekent 'voorbijgaan'. Daarmee wordt bedoeld het voorbijgaan van de verderfengel op de avond voor de exodus, voor de grote dag, de uittocht uit Egypte. Op die avond aten de Israëlieten het Pascha. We willen stilstaan bij de betekenis van het Pascha en in het bijzonder van het bloed aan de deurposten.

Het Lam

Op de tiende van de maand Nisan moest in elk gezin een lam worden afgezonderd en op de avond van de veertiende moest het worden geslacht:  “U moet een lam zonder enig gebrek hebben, een mannetje van een jaar oud. U moet het van de schapen of van de geiten nemen. U moet het in bewaring houden tot de veertiende dag van deze maand, en heel de verzamelde gemeenschap van Israël zal het slachten tegen het vallen van de avond” (Exod. 12:5-6). De volgende dag, de 15e Nisan, was de dag van het grote feest, de dag waarop de Israëlieten de slavernij van Egypte zouden verlaten om de woestijn in te trekken. Het lam, waar geen gebrek aan gevonden mocht worden, is een beeld van de Heere Jezus. Constateerde zelfs Pilatus niet dat er in Hem geen schuld was (Joh. 18:38; 19:4-6; Matt. 27:24)? Heel de oudtestamentische offerdienst, de verbonden, de wet, de feesten en zelfs vele gebeurtenissen wijzen allemaal naar de Christus, onder andere naar het volmaakte offer dat Hij op Golgotha gebracht heeft. Ook de Heere Jezus stierf op de 14e Nisan, op de dag van de voorbereiding voor de ‘die grote dag’ (Joh. 19:31), vermoedelijk op het moment dat in Jeruzalem in de huizen het paaslam geslacht werd. Met Zijn offer bracht Hij bevrijding van de slavernij van de zonde.

Maar lang niet iedereen herkende in deze Messias het Lam van Jesaja 53. Vele Joden hadden een andere redder verwacht, iemand die hen zou verlossen van de Romeinen. Zo waren velen druk met de voorbereiding op hun Pascha, druk met ‘het lam zonder gebrek’, maar tegelijk blind voor het ware Paaslam dat op dat moment voor hen aan het kruis hing. Wat een drama. Wat een verdriet voor de Heere Zelf Die daar hing, in de eerste plaats voor Zijn eigen volk.

Zuurdeeg

Op de eerste dag van het grote feest in Egypte moesten de Israëlieten alle zuurdeeg uit hun huizen verwijderen: “Zeven dagen moet u ongezuurde broden eten. Meteen op de eerste dag moet u het zuurdeeg uit uw huizen wegdoen, want ieder die iets gezuurds eet, van de eerste tot de zevende dag, die persoon moet uit Israël worden uitgeroeid” (Exod. 12:15). Na het verlaten van Egypte aten de Israëlieten zeven dagen lang ongezuurde broden. Ze verlieten Egypte in slagorde en met haast (Deut. 16:3). Hun schoenen en hun kleren versleten niet gedurende de hele reis (Deut. 29:5). Zij werden door de Heere zelfs op arendsvleugels gedragen (Exod. 19:4). Wellicht hadden zij op deze manier in die zeven dagen de Schelfzee bereikt of waren misschien al aan de overkant aangekomen. Het lijkt mij niet onmogelijk dat de Israëlieten op de laatste dag van het feest van de ongezuurde broden aan de overkant van de Schelfzee toekeken hoe de farao en zijn leger door het water bedolven werden. Toen pas waren ze echt bevrijd, niet alleen van Egypte, maar ook van de macht van de farao! Zuurdeeg is een beeld van de zonde. Laat het een les voor ons zijn dat wij niet alleen geloven in het verlossingswerk van de Heere Jezus, maar ook ernst maken met het verwijderen van het zuurdeeg in ons leven. De Heere wil niet alleen onze zonden vergeven, maar ons ook bevrijden van de macht van de zonde. Dat kan als we Hem daarom bidden.

Het bloed

We gaan even terug naar de 14e Nisan, de dag van de voorbereiding in Egypte. Als zij het lammetje hadden geslacht, moesten zij het bloed van het lam nemen en aan de deurposten en de bovendorpel strijken: “Neem dan een bosje hysop en doop het in het bloed dat in een schaal is, en strijk van het bloed dat in de schaal is, op de bovendorpel en op de beide deurposten. Maar wat u betreft, niemand mag de deur van zijn huis uitgaan, tot de volgende morgen. Want de HEERE zal het land doortrekken om Egypte te treffen, maar als Hij het bloed zal zien op de bovendorpel en op de beide deurposten, dan zal de HEERE de deur voorbijgaan en de verderver niet toestaan om uw huizen binnen te komen om u te treffen” (Exod. 12:22-23).

Was dit bloed slechts bedoeld opdat de Heere zou weten in welk huis de Israëlieten woonden? Opdat Hij zich niet zou vergissen? Dat lijkt niet erg aannemelijk. Dat bloed had een veel belangrijkere bedoeling. Wie het bloed aan de deurposten en de bovendorpel had, was niet alleen gehoorzaam geweest door het lam te slachten, maar schuilde letterlijk achter het bloed van het lam. Zoals Adam en Eva bekleed werden met de huid van een klaarblijkelijk geslacht dier. De Israëlieten werden in Egypte opnieuw gewezen op het principe dat iemand moest sterven voor hun zonden.

De deurposten en de bovendorpel

Maar waarom moest het bloed nu juist aan de deurposten en de bovendorpel gestreken worden? Waarom juist die plaats en niet op één van de ramen of op een andere plaats? Allereerst is de deur een beeld van de Heere Jezus, “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Ik ben de Deur voor de schapen” (Joh. 10:7b). Daarnaast heeft de deur in de Joodse wereld een bijzondere betekenis. Hij vormt de overgang van de publieke omgeving (buiten) naar de persoonlijke levensruimte (binnen). Volgens de Talmoed was het in Jeruzalem de gewoonte om tijdens de maaltijd een kledingstuk aan de deur te hangen om voorbijgangers die hongerig waren uit te nodigen voor een goed maal. De deur staat zowel voor gastvrijheid als voor bescherming tegen gevaren.

De deur van het oordeel

Bij de ark van Noach vormde de deur de radicale scheiding tussen de gelovigen en de goddeloze wereld. Toen de deur dichtging, was redding niet meer mogelijk voor de mensen die buiten stonden. Vermoedelijk hebben ze op de deur gebonsd en geroepen: ‘laat ons erin’. Maar de deur was en bleef gesloten. Het oordeel kwam onverbiddelijk. Datzelfde zien we ook in de gelijkenis van de maagden: vijf van hen zullen straks te laat zijn en de deur gesloten vinden (Matt. 25:10). De mensen zullen smeken om binnengelaten te worden: ‘Heer, heer, doe ons open! (vs. 11)’, maar het is te laat. De deur spreekt voortdurend van twee mogelijkheden: hij is open of hij is dicht. Twee is in de Bijbel het getal van de scheiding en dus keuze: ja of nee, vóór of tegen, gered of verloren, vlees of geest, wet of genade, één van tweeën. De boodschap is daarmee voor elk mens net zo eenvoudig als duidelijk: kies dan! Bij het Pascha in Egypte ging buiten de doodsengel rond. Het oordeel werd voltrokken aan alle eerstgeborenen in Egypte. De Israëlieten waren niet automatisch daarvan uitgesloten. Het was niet voldoende als zij maar binnen bleven. Zij moesten kiezen. Alleen zij die het bloed aan de deurposten en bovendorpel hadden gestreken, werden gespaard. Dat geldt ook nu nog: de Israëlieten zijn bevoorrecht, maar alleen door geloof in (het offer van) de Messias Jesjoea is er redding.

De deur van ons hart

Ons hart kent ook een deur. We moeten bijvoorbeeld de deur van ons hart gesloten houden voor de verleidingen die van buiten proberen binnen te dringen. Toen Lot belaagd werd door de mannen van Sodom, trokken zijn twee gasten hem naar binnen en sloten de deur (Gen. 19:10). Maar soms houden we de deur ook dicht om ons erachter te verstoppen. Anders gezegd: zijn wij thuis (binnen) wel dezelfde persoon als voor onze vrienden, collega’s en bekenden (buiten)? Het kan zo maar zijn dat we buitenshuis vriendelijk en joviaal zijn, maar voor onze huisgenoten egoïstisch, onbetrouwbaar of nog erger. Daarom moesten de Israëlieten, zoals we gezien hebben, aan het begin van het feest alle zuurdeeg uit het huis verwijderen. Daarom roept David tot de Heere: “HEERE, zet een wacht voor mijn mond, behoed de deur van mijn lippen” (Ps. 141:3).

We moeten ons bewust zijn van dit gevaar van onoprechtheid en dit dagelijks in gebed bij de Heere brengen. Die waakzaamheid moeten we ook aan de dag leggen als het gaat om ons geestelijk huis, de Gemeente. Opdat de Heere ons niet aantreft zoals Paulus de Korinthiërs: “Als er immers onder u afgunst is en ruzie en tweedracht, bent u dan niet vleselijk en wandelt u dan niet naar de mens?” (1 Kor. 3:3b). De Israëlieten zaten op die avond en nacht ongetwijfeld gespannen te wachten tot het sein van vertrek uit Egypte zou komen. Hoe vieren wij dit jaar Pasen? Laten wij, terwijl de wereld haar oordeel tegemoet snelt, ons bezinnen op de praktijk van ons leven en uitzien naar het grote feest dat ons wacht, de ontmoeting met de Heere Jezus Christus.

Een deur van hoop

Ook voor Israël als volk spreekt de geopende deur van een geweldige toekomst: “Daarom, zie, Ikzelf ga haar lokken, haar de woestijn in leiden, en naar haar hart spreken. Ik zal haar daarvandaan haar wijngaarden geven, en het Dal van Achor tot een deur van hoop. Daar zal zij zingen als in de dagen van haar jeugd, als op de dag dat zij wegtrok uit het land Egypte” (Hos. 2: 14-15).

In de toekomst zal er voor Israël opnieuw redding zijn door die deur, maar niet eerder dan dat zij het bloed aan de deurpost en bovendorpel heeft gestreken. Dat wil zeggen: pas nadat zij erkend heeft dat Jesjoea het Lam is dat haar zonden wegneemt. Dan zal zij opnieuw uitgeleid worden uit de volkeren en het Vrederijk binnengaan: “En Hij zal Zijn engelen uitzenden onder luid bazuingeschal, en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeenbrengen uit de vier windstreken, van het ene uiterste van de hemelen tot het andere uiterste ervan” (Matt. 24: 31).

En tot het zover is, mogen we Joodse mensen nu al wijzen op het bloed van het Lam dat ook, nee, in de eerste plaats voor hen gevloeid heeft.

Sluiten