Toe Bisjwat: het nieuwjaar van de bomen

Achtergronden | Feesten en offers Tekst, Ineke van Lieshout

Het nieuwjaarsfeest van de bomen wordt in heel Israël gevierd. Vanwege de aandacht voor het milieu is het ook voor veel andere landen de aanleiding om extra aandacht te schenken aan dit bomenfeest.

Men hoeft niet Joods of gelovig te zijn om dit feest te vieren. Hoewel het vaak wordt vergeten, heeft dit feest wel een Bijbelse achtergrond. Het stamt al uit de tijd van Mozes, die de wetten van God ontving voor het leven van de Israëlieten in het beloofde land. In de Thora staat: "Wanneer u in het land komt en allerlei vruchtbomen plant, moet u de vruchten ervan als verboden beschouwen. Drie jaar lang zullen ze voor u verboden zijn, er mag niet van gegeten worden. Maar in het vierde jaar zullen alle vruchten ervan heilig zijn, tot lofzegging voor de HEERE. En in het vijfde jaar mag u de vruchten ervan eten om de opbrengst ervan voor u te vermeerderen. Ik ben de HEERE, uw God" (Lev. 19:23-25).

Voorschriften

Vroeger hadden de Israëlieten ieder een stuk land. Zij verbouwden vooral druiven, olijven, dadels, appels, vijgen en granaatappels (zie bijvoorbeeld Joël 1:12). Bij de oogst moest men rekening houden met het zojuist genoemde voorschrift. Het was best ingewikkeld, want per planting moest men voor elk jaar rekening houden met de vierde- en vijfdejaars vruchten. En deze moest men scheiden van de eerste-, tweede- en derdejaars. Een probleem daarbij was hoe men precies de verjaardag van een vruchtboom moest bepalen, want dat kon van boom tot boom verschillen. Men zocht een handige oplossing en kwam overeen om een vaste datum voor alle vruchtbomen te nemen. De keus viel op 15 Sjewat, omdat elk jaar omstreeks deze datum de vruchtbomen beginnen uit te lopen. Dus op 15 Sjewat (in 2018 valt dit op 31 januari) begint voor alle vruchtbomen een nieuw jaar. Vandaar dat deze dag ook wel met 'Nieuwjaar van de bomen' wordt aangeduid.

Vruchten die men na het derde jaar van de boom oogstte, waren bestemd als lofzegging voor de Heere. Dit hield in dat men ze gaf aan de priesters en de Levieten als voorgeschreven heffing van de oogst. Dat was een vijftigste deel voor de priesters en een tiende deel voor de Levieten. Ook groeide het gebruik, buiten de Thora om, dat men de vierdejaars vruchten wel zelf mocht eten, maar alleen in de heilige stad Jeruzalem. Van de vruchten van het vijfde jaar mocht men vrij eten, hetgeen men op Toe Bisjwat juist doet. Ja, ... "wie plant een wijngaard en eet niet van zijn vrucht?" (1 Kor. 9:7).

Nationale feestdag

Toe Bisjwat is, nadat velen zich in Israël vestigden, weer tot een nationale feestdag geworden. Het is een zogenaamd halffeest. Dat betekent dat het geen heilige feestdag is, zoals bijvoorbeeld de dagen van het Loofhuttenfeest. Op een halffeest mag men werken en naar school gaan. Voor de kinderen in Israël is het boomplantdag. Onder het zingen van liederen trekken ze in optocht naar een aangewezen stuk grond, waar zij hun eigen boom planten. Vandaar dat een derde naam voor deze dag is 'feest van het planten'.

Het feest wordt gevierd door vruchten te eten, die vooral uit Israël afkomstig zijn. Gelovige Joden spreken de dankzegging uit: "Wij danken U, God onze Koning van de wereld, Die de Schepper bent van de vruchten der bomen". Hiermee wordt God als Schepper geëerd. Hij geeft het land, het zaad, de kracht om het land te bewerken en de regen op de goede tijd.

Getalswaarde

Het bomenfeest wordt gevierd op de 15e van de elfde Joodse maand Sjewat. ‘Toe’ betekent 15 en ‘Bisjwat’ is de grammaticale vervoeging van deze maand. Het getal 15 wordt door de Joden op een speciale wijze weergegeven. We weten dat de letters van het alefbet ook een getalswaarde hebben. Getallen boven de 10 geeft men weer door na de letter jod ( י, onze J) de letter hee ( ה, onze H) te zetten. De letters jod en de hee zijn ook nodig om Gods Naam JHWH te schrijven. Dat is iets wat Joden willen vermijden. Zij schrijven deze Naam niet, omdat dit Zijn meest heilige Naam is (IK BEN, DIE IK ZIJN ZAL). Daarom maakt men een andere combinatie. Men schrijft 9 plus 6, d.w.z. een tet ( ט, onze T) en een waw (ו, onze W). Door het puntje (voor de klank oe) in het midden van de waw ( וּ) ontstaat de uitspraak toe. Toe is dus het getal 15 (bestaande uit 9 plus 6). Zo komt men ertoe om het nieuwjaar van de bomen ook wel Toe Bisjwat te noemen.

Elke dag bomenfeest

We kennen het spreekwoord 'aan de vrucht herkent men de boom'. Maar, "noch hij die plant is iets, noch hij die begiet, maar God, Die laat groeien" (1 Kor. 3:7). Zo is het. De godvrezende mens is "als een boom, geplant aan waterbeken, die zijn vrucht geeft op zijn tijd, waarvan het blad niet afvalt ..." (Ps. 1:3, zie ook Jer. 17:8). Voor gelovigen in de HEERE is het dus elke dag bomendag, met een belofte: "De vrucht van de rechtvaardige is een boom des levens” (Spr. 11:30).

Sluiten