7 Pesachvieringen en 7 omwentelingen in Israëls geschiedenis

Feesten en offers Tekst, Christian Stier

Ieder jaar viert het Joodse volk in maart en/of april Pesach.  Tijdens het zeven dagen durende feest wordt er uitgebreid stilgestaan bij de slavernij in Egypte en de grote verlossing en uittocht die God bewerkte. Die uittocht werd dan ook één van de grootste omwentelingen in Israëls geschiedenis. Maar ook later in de Bijbel komt Pesach vaak voor in samenhang met andere belangrijke omwentelingen of gebeurtenissen. 

Waarschuwing

Voorafgaand aan de instelling van het Pesach lezen we hoe de HEERE Farao door maar liefst negen plagen waarschuwt (Exod. 7-11). Het is opvallend dat bij de eerste vijf plagen Farao zelf zijn hart verhardt, maar dat vanaf de zesde plaag de HEERE zijn hart verhardt. Vijf is het getal van genade. Vijf keer is de HEERE genadig, maar dan is de grens bereikt. Bij de tiende plaag is het oordeel harder dan ooit, namelijk de dood van de eerstgeboren zoon. Mozes roept Farao voor de laatste maal op om Israël - aangeduid als ‘Gods eerstgeboren zoon’ (Exod. 4:22) - te laten gaan. “Maar de HEERE verhardde het hart … zodat hij de Israëlieten niet uit zijn land liet gaan” (Exod. 11:10).

Instelling van het Pesach

Vervolgens lezen we in Exodus 12 hoe de Heere het Pesach instelt. Het volk krijgt de opdracht om op de 10e dag van de maand Nissan, een “lam zonder enig gebrek” (12:5) in huis te nemen. Na vier dagen (op de 14e) moest het dier tegen het vallen van de avond worden geslacht. Het bloed dat aan de beide deurposten en bovendorpel gestreken moest worden, stond symbool en garant voor bevrijding en verlossing. Het volk mocht voor het komende oordeel schuilen achter het bloed van het lam. “Dit is een Pascha-offer voor de HEERE, Die in Egypte de huizen van de Israëlieten voorbijging, toen Hij de Egyptenaren trof en onze huizen bevrijdde” (Exod. 12:27). Pesach betekent ‘sparend voorbij gaan’. En zo gebeurde het dat de HEERE alle eerstgeborenen van zowel het volk als het vee in Egypte trof, maar degenen spaarde die het bloed op de deurposten en bovendorpel hadden aangebracht (Exod. 12:29). Een totaal nieuwe fase in Israëls geschiedenis was het gevolg. Het volk was vrij om de Heere te dienen.

Pesach in de woestijn

De tweede keer vinden we de Pesach-viering in de woestijn van Sinaï. Het gedeelte wordt ingeleid met de tijdsaanduiding waarop de Heere tot Mozes sprak: “in het tweede jaar nadat zij uit het land Egypte vertrokken waren, in de eerste maand” (Num. 9: 1)1.
De maand waarop het volk Pesach viert. Maar aan die viering is veel ellende voorafgegaan. Het volk was ontrouw geworden aan de Heere door het maken van een gouden kalf (Exod. 32). Mozes moest vervolgens opnieuw de berg Sinaï op om voorbede voor het volk te doen (Exod. 32:30-34:35).
Daarna vindt er een positieve omwenteling plaats. Het volk mag de Heere een vrijwillig hefoffer geven, in de vorm van zilver, goud, koper, purper, etc. (Exod. 35). Dit wordt gebruikt voor het maken van de tabernakel. In de daaropvolgende hoofdstukken lezen we hoe alles gereedgemaakt wordt voor het moment dat “de heerlijkheid van de HEERE de tabernakel vervulde” (Exod. 40:34). Het is dan ook in die maand dat Pesach wordt gevierd en het volk opnieuw wordt bepaald bij de verlossing van de HEERE. Hij alleen zorgt voor redding en ontvangt alle eer, niet het gouden kalf, zoals het volk destijds riep (Exod. 32:4b). Opnieuw wordt het volk bevrijd. Maar deze keer van hun afgoderij en vanaf nu woont de Heere in hun midden. 

Betreding van het land

De derde keer vinden we de Pesach-viering vlak voor de betreding van het beloofde land. Zoals u weet moet het volk eerst 40 jaar wachten, voordat ze Kanaän mogen binnengaan. Mozes is inmiddels gestorven na alles overgedragen te hebben aan zijn dienaar Jozua. Bij Gilgal volgt er zowel een om- als afwenteling. De nieuwe generatie die Egypte niet heeft meegemaakt wordt besneden. “Verder zei de HEERE tegen Jozua: Vandaag heb Ik de smaad van Egypte van u afgewenteld” (Joz. 5:9). Vlak daarna viert de nieuwe generatie Pesach (vs. 10). Het volk was gereinigd en kreeg als wedergeboren volk toegang tot het beloofde land. Een nieuwe periode voor het verloste volk. 

Koningen

Ook in de tijd van de koningen vinden we bij twee belangrijke omwentelingen de Pesach-viering terug. Het eerste moment is onder Hizkia, de opvolger van koning Achaz. “Achaz verzamelde de voorwerpen van het huis van God, hakte de voorwerpen van het huis van God in stukken en sloot de deuren van het huis van de HEERE. Verder maakte hij voor zichzelf altaren op elke hoek in Jeruzalem. In elke stad in Juda maakte hij offerhoogten om aan andere goden reukoffers te brengen”. (2 Kron. 28:24, 25). Hizkia daarentegen “deed wat juist was in de ogen des HEERE, overeenkomstig alles wat zijn vader David gedaan had. Hij was het die in het eerste jaar van zijn regering, in de eerste maand, de deuren van het huis van de HEERE opende en ze herstelde” (2 Kron. 29:2, 3). Er vindt een grote hervorming plaats waarbij de tempel met alle voorwerpen wordt gereinigd. Ook de offerdienst wordt hersteld, waarbij Hizkia begint met een zondoffer “om verzoening te doen voor heel Israël” (2 Kron. 29:24). Na de heiliging en reiniging stuurt Hizkia boden om het volk tot de viering van Pesach op te roepen (2 Kron. 30:6b). Een deel van het volk geeft gehoor, anderen lachten en bespotten hen (vers 10-11). Ondanks dat niet heel het volk meewerkt, werd het paaslam geslacht (vers 15). Tijdens de viering bleken echter veel deelnemers nog onrein te zijn (17-18a). “Hizkia bad echter voor hen en zei: Laat de HEERE, Die goed is, verzoening doen voor hem die heel zijn hart erop gericht heeft om God de HEERE, de God van zijn vaderen, te zoeken, al was dat niet volgens de reinheid die past bij het heiligdom” (18b, 19). De Heere verhoorde zijn gebed en genas het volk. “Zo was er in Jeruzalem grote blijdschap, want vanaf de dagen van Salomo, de zoon van David, de koning van Israël, was iets dergelijks in Jeruzalem niet gebeurd” (vers 26). Een deel van het volk was opnieuw in gemeenschap met de Heere hersteld.

Josia

Evenals onder Hizkia vinden er onder Josia grote hervormingen plaats. In het 18e regeringsjaar geeft Josia opdracht om bouwvallige gedeelten van de tempel te herstellen. Tijdens de werkzaamheden wordt het wetboek gevonden en overhandigd aan de koning. “Het gebeurde nu, toen de koning de woorden van het wetboek hoorde, dat hij zijn kleren scheurde” (2 Kon. 22:11). Josia roept heel het volk samen om “al de woorden van het boek van het verbond dat in het huis van de HEERE gevonden was” voor te lezen (2 Kon. 23:2). Hij laat het hier niet bij, maar begint met een totale reiniging van het land, zet de afgodspriesters af, verbreekt de offerhoogten en vernietigt de afgoden. Tot slot viert Josia met heel het volk Pesach, “zoals in dit boek van het verbond beschreven staat” (2 Kon. 23:21). Een heuse opwekking is het gevolg. 

Ezra

De zesde keer dat we Pesach tegenkomen is onder Ezra. Ook hier vindt een belangrijke wending plaats. Na 70 jaar ballingschap krijgt het volk onder Kores de vrijheid terug te keren naar Jeruzalem en de tempel te herbouwen. Ondanks veel tegenstand wordt de herbouw onder de profeten Haggaï en Zacharia voltooid, waarna we lezen: “De ballingen vierden het Pesach op de veertiende van de eerste maand, want de priesters en de Levieten hadden zich als één man gereinigd – zij waren allen rein – en zij slachtten het paaslam voor alle ballingen, ook voor hun broeders, de priesters, en voor zichzelf” (Ezra 6:19-20). Een nieuw begin in het land van hun vaderen.

De Heere Jezus

Tot slot komen we uit bij de zevende viering van Pesach. Dit keer door de Heere Jezus en Zijn discipelen. Opnieuw wordt deze viering gevolgd door een grote omwenteling in Israëls geschiedenis. In Mattheus 26:2 lezen we: “U weet dat over twee dagen het Pesach is, en dan zal de Zoon des mensen overgeleverd worden om gekruisigd te worden”. Onder de paasmaaltijd onthult de Heere Jezus waar het Pesach naar verwijst en om Wie het werkelijk draait. “En terwijl zij aten, nam Jezus het brood en toen Hij het gezegend had, brak Hij het en gaf het aan de discipelen en Hij zei: Neem, eet, dit is Mijn lichaam. Hij nam ook de drinkbeker en nadat Hij gedankt had, gaf Hij hun die, en zei: Drink allen daaruit, want dit is Mijn bloed, het bloed van het nieuwe verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden” (Matt. 26:26-28). Opnieuw breekt er een nieuwe fase aan. Dit keer met een betere Middelaar, onder een beter verbond en betere beloften. “Nu heeft Hij echter een zoveel voortreffelijker bediening ontvangen, zoals Hij ook van een beter verbond Middelaar is: een verbond dat in betere beloften is vastgelegd” (Hebr. 8: 6).

Het Paaslam in hun midden

Hoewel het volmaakte Lam is geslacht en op grond van geloof, verzoening brengt voor zowel de individuele Jood als heiden, is er ook nog een profetische betekenis voor Israël als volk. Er zal nog een achtste grote omwenteling plaatsvinden. Het getal acht staat voor een nieuw begin. Zoals Israël na Pesach uit Egypte werd geleid, zo zal het volk in de toekomst onder de Meerdere van Mozes, op nog veel grotere schaal uit de wereldwijde diaspora worden geleid. Dan zal Israël bevrijd worden van elke vorm van antisemitisme en onderdrukking en als wedergeboren volk het beloofde land in haar volle omvang mogen betreden. De HEERE zal daarbij een nieuw verbond met hen als volk sluiten. Hij zal hen een hart van vlees en een nieuwe Geest in hun binnenste schenken (Ezech. 11:19, 20; 36:24-29; Jer. 31:31-34; Jes. 42:6, 7). Een eeuwigdurend feest, waarin het volmaakte Paaslam, de Messias, Zelf in hun midden is!

Voetnoot:
1. Dezelfde tijdsaanduiding komen we tegen bij de bouw van de tabernakel (Exod. 40:17).

Sluiten