In het boek Jesaja staan vier gedeelten die spreken over de Knecht. Het gaat om Jesaja 42:1-7; 49:1-7; 50:4-10 en 52:13-53:12. Deze passages worden ook wel de vier liederen van Jesaja genoemd.
In dit artikel behandelen we het eerste lied. Er zijn bijbeluitleggers die geloven dat het in de liederen om het volk Israël gaat, en niet om de Messias Jezus. Maar als je goed leest wat er over en door Hem wordt gezegd, blijkt het bijna altijd om de Messias te gaan. Op andere plaatsen wordt het volk soms wel knecht genoemd zoals in Jesaja 42:19 en 48:20. De vier gedeelten geven elk een eigen kijk op Hem. In het eerste en vierde lied wordt er over Hem gesproken, terwijl Hij in het tweede en derde lied vooral zelf aan het woord is.
Elk lied staat natuurlijk in een context. Voorafgaand aan het eerste lied zien we in Jesaja 41:8 e.v. Israël als de door de heere gekozen dienaar (knecht in S.V.), aan wie geweldige beloften worden gedaan.
Als we verder lezen, zien we dat er van het volk wordt gezegd dat er niemand was die verkondigt, ook niemand die horen doet, er ook geen raadsman was, maar dat het volk de afgoden dient (vs. 26-29).
Dan lezen we in 42:1 over een andere Knecht, die door de heere wordt ondersteund: “Zie, Mijn Knecht, Die Ik ondersteun, Mijn Uitverkorene, in Wie Mijn ziel een welbehagen heeft; Ik heb Mijn Geest op Hem gelegd. Hij zal tot de heidenvolken het recht doen uitgaan.” Datzelfde woord ‘ondersteunen’ vinden we in Exodus 17:12, waar Aäron en Hur de handen van Mozes ondersteunen. Hierdoor behaalt Israël de overwinning op Amalek.
Het vers bepaalt ons ook bij de woorden die God sprak na de doop van de Heere Jezus: “Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb” (Matt. 3:17).
Die Zoon van de Vader is ook de Knecht van de HEERE. Het gaat om twee verschillende verhoudingen. Het is wonderlijk om te zien dat God de Zoon Zichzelf vernederde om de Knecht te worden, zoals in Filippenzen 2:6-7 staat: “maar Hij, Die in de gestalte van God was, heeft Zichzelf ontledigd door de gestalte van een slaaf (= knecht) aan te nemen en aan de mensen gelijk te worden.”
Bij die doop door Johannes werd de Geest van God op Hem gelegd (Matt. 3:16) en was Hij klaar om als de Knecht het werk van God te gaan doen.
Het werk van deze Knecht
Dat werk bestaat uiteindelijk uit het laten uitgaan van het recht; om de door God gegeven Rechter te zijn. Dat was Hij niet bij Zijn eerste komst in de wereld. Toen getuigde Hij: “En als iemand Mijn woorden hoort en niet gelooft, oordeel Ik hem niet, want Ik ben niet gekomen om de wereld te oordelen, maar om de wereld zalig te maken” (Joh. 12:47 SV).
Er zit in Jesaja 42:1b een breuk in de tijd van inmiddels meer dan 2000 jaar tussen de doop van de Heere Jezus en het doen uitgaan van het recht. In Psalm 122:3-5 zien we dat het Rechterzijn vanuit Jeruzalem zal plaatsvinden.
Ook de apostel Paulus spreekt hierover in Handelingen 17:30-31: “God dan heeft … een dag vastgesteld ... , waarop Hij de wereld rechtvaardig zal oordelen door een Man Die Hij daartoe heeft aangesteld. Daarvan heeft Hij aan allen het bewijs geleverd door Hem uit de doden te doen opstaan.”
Het Rechter zijn is dus gebaseerd op het volbrachte werk van de Heere Jezus, met als climax en bewijs Zijn opstanding uit de doden.
Daarnaast wijst dat recht ook naar het onderricht dat in de toekomst vanuit Sion zal uitgaan, zoals beschreven is in Micha 4:2-3a (NBG51): “en vele natiën zullen optrekken en zeggen: Komt, laten wij opgaan naar de berg des heren, naar het huis van de God Jakobs, opdat Hij ons lere aangaande zijn wegen en opdat wij zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan en des heren woord uit Jeruzalem. En Hij zal richten tussen vele volkeren en rechtspreken over machtige natiën tot in verre landen.”
Het gedrag van deze Knecht
In Jesaja 42:2-3 wordt beschreven hoe Hij Zich in de wereld zal openbaren. We lezen dat Hij niet zal schreeuwen en Zijn stem niet zal verheffen. Hij zal niet komen met uiterlijk vertoon of met veel bombarie.
Toen ik deze woorden las, moest ik denken aan Adolf Hitler, de grote vijand van het Joodse volk. In zijn redevoeringen schreeuwde hij vaak en probeerde hij mensen op die manier te indoctrineren. De Knecht van de heere is heel anders dan zovele wereldleiders of zogenaamde vooraanstaande politici, die graag laten weten hoe goed ze wel niet zijn in het oplossen van problemen en dat met luide stem verkondigen.
De verzen 2-4 worden door Mattheüs aangehaald in zijn beschrijving van Jezus de Messias. In hoofdstuk 12:15-21 staat dat daarmee de woorden van Jesaja zijn vervuld.
In de context lezen we dat de Farizeeën na een genezing op de sabbat met elkaar overlegden hoe zij de Heere Jezus zouden kunnen ombrengen. Hij wist dat en vertrok uit hun synagoge, waar dat wonder had plaatsgevonden. Velen volgden Hem en Hij genas hen allen. Hij gebood de mensen die Hem volgden dat zij niet bekend zouden maken Wie Hij was.
Dat zien we vaak, of bijna altijd, na een genezing. De Heere wilde geen spectaculaire wonderdoener zijn. De genezingen die Hij deed waren tekenen, bedoeld om naar Zijn woord te luisteren en in Hem te geloven en zo het leven te hebben (zie Joh. 20:30-31).
Opkomen voor de zwakken
Het is opmerkelijk dat deze Knecht in ‘Zijn bescheiden optreden’ oog heeft voor de zwakken in de samenleving, zoals omschreven in vers 3 en 4 als ‘een geknakt riet’ en ‘uitdovende vlaspit’. Het woord ‘geknakt’ wordt ook gebruikt in de betekenis van onderdrukt.
Het woord wordt bijvoorbeeld gebruikt wanneer de profeet Samuel verantwoording aflegt van zijn handelwijze als richter en priester. Dan vraagt hij aan het volk of hij iemand heeft verdrukt. Het volk zegt volmondig: ‘u hebt niemand verdrukt’ (1 Sam. 12:3-4). Hij heeft met een volkomen toegewijd hart het volk van God geleid.
De Knecht van de HEERE zal wat geknakt is niet breken en de vlam die dreigt te doven niet uitblazen. Hij zal naar waarheid het recht doen uitgaan. Het woord ‘recht’ wordt gebruikt in de zin van rechtspraak, maar ook voor het woord van God, de wet, die vele malen wordt omschreven als rechten (Lev. 18:26 SV).
In de dagen van Zijn bediening op aarde zei Hij tegen de Farizeeën en Schriftgeleerden dat zij het volk gebukt lieten gaan onder de door hen verzwaarde geboden van de heere. Hij, de Waarheid, riep de vermoeide en belaste mensen op om tot Hem te komen en bij Hem rust te vinden voor hun ziel door Zijn juk op te nemen (Matt. 11:28-30).
De Knecht blijft staande
In tegenstelling tot veel mensen zal Hij niet uitdoven en niet geknakt worden. Ondanks de geweldige druk die op Hem werd uitgeoefend in Zijn leven en Zijn lijden zou Hij staande blijven en niet uitdoven, totdat het doel van Zijn Zender zou worden bereikt.
Het is opmerkelijk dat de kustlanden (heidenen) zullen uitzien naar Zijn onderricht, maar dat het volk Israël hier niet wordt genoemd omdat zij zelf bij het geven van dat onderwijs betrokken zullen zijn.
De roeping van de Knecht
In vers 5 zien we dat God, de heere, de Schepper, deze Knecht heeft geroepen. De Almachtige God staat hier garant voor de roeping en bescherming van Zijn Knecht. Hij is geroepen in gerechtigheid, dat wil zeggen dat Hij als Mens zich hield aan de wet. Hij, de Rechtvaardige, bracht de wet in praktijk. Daarom kon God Hem leiden door Zijn hand te grijpen en Hem te gebruiken voor Zijn doel.
Hij garandeert Zijn bescherming en dat zien we in het leven van de Heere Jezus diverse keren gebeuren. In Nazareth wilde men Hem van de steilte werpen, maar Hij liep midden tussen hen door en ging weg (Luk. 4:30). Toen Hij zei dat Hij er eerder was dan Abraham, pakte men stenen om die op Hem te gooien, maar Hij ging midden tussen hen door en zo ging Hij weg (Joh. 8:59).
De Knecht van God voor Jood en heiden
Diezelfde God zegt dat Hij Hem zal stellen tot een verbond voor het volk en tot een licht voor de heidenvolken. Dat woord ‘stellen’ kan ook vertaald worden met ‘geven’.
We zien hier een verbond dat wijst naar het Nieuwe Verbond dat in Jeremia 31 is aangekondigd en door de Heere Jezus is geactiveerd bij Zijn dood. In de nacht voordat Hij zou sterven, spreekt Hij van dat Nieuwe Verbond en zegt dat het gebaseerd is op Zijn bloed dat voor velen wordt vergoten (Matt. 26:28). Met andere woorden, dat verbond werd van kracht bij Zijn dood en bevestigd door Zijn opstanding.
Wij, als gelovigen van de Gemeente, hebben ook deel gekregen aan de geestelijke zegeningen van dat verbond (zie 2 Kor. 3).
Het wonder is dat niet alleen het volk van de HEERE, maar ook de heidenen door deze Knecht van God een geweldige zegen ontvangen. Hij zal een licht voor hen zijn.
Het heilzame werk van deze Knecht
Toen Hij op aarde was, opende Hij de ogen van blinde mensen. Een bijzonder voorbeeld is de blindgeborene uit Johannes 9. Dit wonder, en alle andere, waren een teken van Zijn door God gegeven bediening.
Johannes de Doper, die in de gevangenis door twijfel is overvallen, stuurt twee van zijn discipelen met de vraag: “Bent U het Die komen zou, of verwachten wij een ander?”
Dan staat er: “En Jezus antwoordde en zei tegen hen: Ga heen en bericht Johannes wat u gezien en gehoord hebt, namelijk dat blinden ziende worden, kreupelen kunnen lopen, melaatsen gereinigd worden, doven kunnen horen, doden opgewekt worden en aan armen het Evangelie verkondigd wordt.”
Waar in Jesaja 42:7 gesproken wordt over het leiden van de gevangenen uit de kerker, zien we dat letterlijk gebeuren bij de apostelen in Handelingen 5:19-20, en later ook bij Petrus, Paulus en Silas.
In geestelijke zin is het de Heere Jezus die gevangenen in de kerker van de zonde of duivelse machten bevrijdt en hen die in de duisternis van een leven zonder God zitten, in het licht brengt.
Paulus zegt in Efeze 5:8: “Want u was voorheen duisternis, maar nu bent u licht in de Heere, wandel als kinderen van het licht.” In vers 14 lezen we: “Ontwaak, u die slaapt, en sta op uit de doden (tussen de doden uit) en Christus zal over u lichten.”
Deze bijzondere Knecht kan, door de toerusting die God Hem gegeven heeft, grote dingen doen tot welzijn van de mensheid en bovenal tot eer van God, de heere, Die Hem zond en Hem een Naam boven alle naam gegeven heeft.
Deel dit artikel via
