Moeten christenen zich aan de Wet houden?

Bijbelstudie-Hoe-kan-ik-als-Jood-in-Jezus-geloven.png Naar overzicht Print pagina

In het artikel ‘Heeft Jezus de Wet afgeschaft?’ schreef de Joodse bijbelleraar Michael Brown over de betekenis van de wet ten tijde van Jezus’ dienst op aarde en de interpretatie ervan in de brieven van Paulus. In dit artikel de vraag: Moeten christenen zich aan de Wet houden? 

MOETEN GELOVIGEN UIT DE HEIDENEN ZICH AAN DE HELE WET HOUDEN?

De gelovigen van nu staan zonder uitzondering niet onder het bindende gezag van de Wet van Mozes. Dit is echter een erg simplistisch antwoord, dus laten we eerst kijken naar de positie van niet-Joodse christenen ten opzichte van de Wet.

Moeten christenen uit de heidenen de hele wet of een deel van de Wet houden? Het antwoord op het eerste deel van de vraag is nogal eenvoudig. Het nieuwe testament eist nergens van niet-joodse gelovigen dat zij de hele wet moeten houden.
Toen de eerste heidenen tot geloof kwamen, redeneerden sommige joodse gelovigen ‘dat men hen (de heidenen) moet besnijden en gebieden de wet van Mozes in acht te nemen’ (hand. 15:5). Het evangelie was tenslotte een joodse boodschap over de joodse Messias. Was het voor deze heidenen dan niet noodzakelijk om als praktiserende joden te leven? Petrus gaf daarop het resolute antwoord namens de apostelen: nee! “Maar wij geloven door de genade van de Heere Jezus Christus op dezelfde wijze zalig te worden als ook zij” (vs. 11).In zijn brief aan de Galaten spreekt Paulus zich krachtig uit over dit onderwerp en waarschuwt hij de gelovigen met niet mis te verstane bewoordingen: “U bent van Christus losgeraakt, u die door de wet gerechtvaardigd wilt worden; en daarmee bent u uit de genade gevallen” (Gal. 5:4).

In een andere context maakte Paulus duidelijk dat gelovigen niet meer de wet als tuchtmeester hebben (om hen tot de Messias te brengen; zie Gal. 3:23-25); dat gelovigen niet rechtvaardig gemaakt kunnen worden door de wet (zie Gal. 2:21); dat gelovigen niet de Heilige Geest ontvangen op grond van het houden van de wet (zie Gal. 3:1-5); dat gelovigen niet meer onder de wet zijn, maar onder de genade (zie Rom. 6:14); en dat de ware besnijdenis, een geestelijke besnijdenis, ofwel de besnijdenis van het hart is (zie Fil. 3:2-3; Kol. 2:11, 12; zie ook Rom. 2:28, 29; 1 Kor. 7:19; Gal. 6:15).  

MOETEN GELOVIGEN UIT DE HEIDENEN ZICH AAN EEN DEEL VAN DE WET HOUDEN?

Dat brengt ons dan bij de tweede vraag: “Zouden gelovigen uit de heidenen zich aan enig deel van de wet moeten houden?” Laten we Handelingen 15 nogmaals bekijken. Jacobus verklaarde bondig: “Daarom ben ik van oordeel dat men het hun die zich uit de heidenen tot God bekeren, niet lastig moet maken, maar aan hen moet schrijven dat zij zich dienen te onthouden van de dingen die door de afgoden besmet zijn, van ontucht, van het verstikte en van bloed. Want Mozes heeft van oude tijden af in elke stad mensen die hem prediken, want hij wordt elke sabbat in de synagogen voorgelezen” (vs. 19-21).

Sommigen leggen de woorden van Jacobus als volgt uit: “Deze tot geloof gekomen heidenen bezochten al de synagogen. Als godvrezende mensen, geloofden ze in de God van Israël en omdat ze iedere week de Thora hoorden, zouden ze spoedig ook de rest van de wet leren kennen. De gedachte was: 'We maken het hen in eerste instantie gemakkelijk, dan zullen ze later toch wel de hele Thora omarmen'. 

Deze interpretatie is echter in strijd met veel verzen in Paulus' brieven, waarvan al enkelen zijn geciteerd. Het weerspreekt ook de gehele context van Handelingen 15, waar de consensus van Petrus, Barnabas, Paulus en Jacobus niet was: “Nu deze heidenen gered zijn, moeten we hoe dan ook zorgen dat ze volledig naar de Thora gaan leven”.

Het kan ook niet zo zijn dat van deze heidenen verwacht kon worden dat zij in alle opzichten de morele wet van de burgerlijke en ceremoniële wet van het oude Israël konden onderscheiden. De Thora laat zich namelijk niet zo gemakkelijk in deze categorieën indelen. Als Paulus in zijn brieven verwijst naar de wet, doet hij dat niet op een bindende manier. Toen hij opriep tot moraliteit en reinheid en heiligheid, zei hij niet ‘doe wat in de wet geschreven staat’. In zijn onderwijs legde hij de nadruk anders: “Want dit is de wil van God: uw heiliging, dat u uzelf onthoudt van de ontucht, … Want God heeft ons niet geroepen tot onreinheid, maar tot leven in heiliging. Daarom, wie dit verwerpt, verwerpt niet een mens, maar God, Die ook Zijn Heilige Geest in ons heeft gegeven” (1 Thes. 4:3, 7-8).

Het is waar dat hij in Efeze 6: 1-3 een beroep doet op de Tien Geboden als hij de kinderen in Efeze leert hun ouders gehoorzaam te zijn. Maar merk daarbij op, dat hij zegt: “… want dit is juist” (Ef. 6:1), in plaats van het gebod uit de Thora te citeren. In Kolossenzen 3:20 vertelt hij de kinderen dat zij hun ouders moeten gehoorzamen “want dat is welbehaaglijk voor de Heere”. Het is duidelijk dat Paulus de gemeenten uit de heidenen niet leerde dat ze zich aan alles moesten houden wat in de Thora geschreven is. Hij kon echter altijd verwijzen naar de hele Tenach als bron van geestelijke autoriteit en waarheid.

Maar zijn gelovigen uit de heidenen dan niet vrij om ieder Bijbels gebod, of deze nu in de Thora, de Profeten, het boek Spreuken of het Nieuwe Testament staan, na te volgen? Natuurlijk, zo lang: 
1. ze de principes die door Paulus zijn uiteengezet en hierboven zijn geciteerd in gedachten houden en begrijpen dat ze hun geestelijke status niet opschroeven door zich aan de wet te gaan houden; 
2. ze anderen niet veroordelen op het wel of niet houden van bepaalde geboden (zie vooral Rom. 14:1-13 en Kol. 2:16-19); 
3. ze niet in beslag worden genomen door bijzaken. De kern van het Nieuwe Testament is dat ons leven in Hem is, in Christus Jezus, de Zoon van God (lees b.v. Efeze 1 en de brief aan de Hebreeën). 

Dit gezegd hebbende, zijn er natuurlijk bepaalde wetten van de Thora gebaseerd op universele principes, waar de Kanaänieten in de oudheid op veroordeeld werden. Die staan voornamelijk in Leviticus 18, waar verschillende vormen van seksualiteit, van incest tot bestialiteit tot homoseksualiteit worden verboden. Het spreekt voor zich, dat als de Heere heidense volken voor bepaalde zonden veroordeelde, Hij deze zonden zeker niet bij Zijn verloste volk zal tolereren.
Op dezelfde manier berispte God de heidenvolken (nog voordat Hij Israël berispte voor het schenden van de Thora) voor het schenden van Zijn universele morele principes, zoals het breken van een verbond en wreedheid (Amos 1:1-2:5). 

Alle gelovigen zouden dus moeten worden aangemoedigd om de morele standaard van de Thora te volgen. De meeste van deze wetten worden in het Nieuwe Testament herhaald en uiteengezet, zodat ook iemand, die alleen het Nieuwe Testament ter beschikking heeft, genoeg kan begrijpen van Gods morele, geestelijke en reinheidsvoorschriften.

IS ER IN DIT VERBAND EEN VERSCHIL TUSSEN JOODSE EN NIET-JOODSE GELOVIGEN?

Hoe zit het nu met Joodse gelovigen in het bijzonder? Moeten zij zich aan de Thora blijven houden? Opnieuw is het antwoord niet in termen van ‘moeten’. Met de komst van de Messias is de verhouding tot de Thora voor zowel Joodse als voor niet-Joodse gelovigen ingrijpend veranderd. We zijn niet meer onder de veroordeling van de Thora, de wet is niet langer een leermeester om ons tot de Messias te brengen (Gal. 3:24) en we zijn niet langer onder de Thora als systeem om ons tot rechtvaardiging of gerechtigheid te brengen. De heerlijkheid van de Thora is verbleekt in het licht van de heerlijkheid van de Messias. Niet omdat de Thora slecht is, maar omdat de Messias beter is. 

Veel Messiaanse Joden voelen zich geroepen om herkenbaar als Joden te leven en zo bij te dragen aan het behoud van de identiteit van hun volk, in het vasthouden aan Gods doel en beloften (zie Jer. 31:35-37). Op die manier zorgen ze ook voor een doorgaand getuigenis aan hun volk, waarbij ze laten zien dat het niet waar is dat Joden die in Jezus geloven altijd assimileren. De meeste Joden doen dat gewoonlijk door de Sabbat te vieren en zich aan de spijswetten en de Bijbelse kalender te houden.

Toch moet worden benadrukt, dat dit slechts tot op bepaalde hoogte gedaan moet worden, als: 

  1. God het bij individuen (of een gemeente) op het hart legt; 
  2. het gedaan wordt vanuit de werkelijkheid van het Nieuwe Verbond en het leven door de Geest, zoals hiervoor is benadrukt; 
  3. Jezus altijd het Middelpunt blijft; 
  4. het gedaan wordt in vrijheid en niet in gebondenheid; 
  5. andere Joodse en niet-Joodse gelovigen, die dit niet op hun hart hebben niet veroordeeld worden; 
  6. zij zich niet afscheiden van de rest van het Lichaam van Christus.

Roeping van sommigen

De Joodse gelovige Jeremiah Greenberg, die zich bezighoudt met Hebreeuwse liturgie in Messiaanse gemeenten, brengt het duidelijk onder woorden.
Nadat hij eerst tien jaar in de kerk had doorgebracht, gaf God hem de ‘Messiaanse Visie’, die voor hem tweeledig is. Ten eerste, als God heeft gezegd dat Joodse mensen in de eindtijd de Messias zullen leren kennen, dan is het zinvol dat in ieder geval een aantal van hen zichtbaar en herkenbaar Joods blijven als gelovigen, in plaats van op te gaan in andere culturen.

Ten tweede is het een heel krachtig getuigenis naar onze Joodse vrienden en familie wanneer we als Joodse gelovigen herkenbaar blijven. Ze kunnen dan zien dat we niet van religie zijn veranderd, maar evenals de Israëlische gelovigen in de eerste eeuw, we de Messiaanse vervulling hebben ontvangen in Jesjoea. Het zijn immers de Schriften die van Hem getuigen (Joh. 5:39).

Voor Jeremiah is het een roeping. Het is niet iets dat iedereen zou moeten doen, maar alleen diegenen, die zich in deze richting geleid voelen. Aan de andere kant zou de kerk iets meer respect kunnen terugwinnen voor haar Joodse wortels en bijvoorbeeld kunnen erkennen, dat Bijbelse feesten ook echt Bijbelse feesten zijn, die een geestelijke betekenis hebben voor alle gelovigen en onophoudelijk naar de Messias wijzen.
Jeremiah is geworteld gebleven in de Messiaanse gemeenschap, terwijl hij Joden en niet-Joden als gelijkenziet in het Lichaam van de Messias.

Lees meer artikelen van Michael L. Brown en bestel zijn boek: 60 vragen van christenen over stromingen, opvattingen & tradities binnen het Jodendom.

Deel dit artikel via


Meer van zulke artikelen lezen?

Neem voor slechts € 12,50 p.j. een abonnement op IB Magazine. Het magazine bevat o.a. getuigenissen van Messiaanse Joden, interessante Bijbelstudies, nieuws, verhalen van de Bijbelverspreiding en achtergrondartikelen. Of abonneer u gratis op onze digitale nieuwsbrief.

Gratis nieuwsbrief IB Magazine

Sluiten