Profetie en tijd

iBasics.jpg Naar overzicht Print pagina

Een van de dingen die het bestuderen van Bijbelse profetieën ingewikkeld maakt, is het begrip tijd. Profetieën over de toekomst staan regelmatig in de verleden of de tegenwoordige tijd. Andere keren slaat een profetie binnen een zin honderden jaren over of lijkt hij twee keer vervuld te worden. Hoe moet je daarmee omgaan?

Allereerst moeten we beseffen dat profetie niet hetzelfde is als toekomstvoorzegging. Van Abraham, de eerste persoon die een profeet genoemd wordt (Gen. 20:7), lezen we geen enkele voorzegging. Denk ook aan Jona in wiens boek we maar één korte profetie vinden.
Aäron wordt geen profeet van God genoemd, maar die van Mozes (Exod. 7:1). Wat dat inhoudt had God al aan Mozes uitgelegd bij zijn roeping: “Híj zal voor u tot het volk spreken. Dan zal het zó zijn: Híj zal voor u tot een mond zijn en ú zult voor hem tot een god zijn” (Exod. 4:16).
Een profeet is dus een spreekbuis en een profetie de boodschap van God. Dat is veel breder dan toekomst voorzeggen. Profetie gaat over verleden, heden en toekomst. Dat zien we bijvoorbeeld terug bij Jesaja. “Laten zij naar voren brengen en ons bekendmaken de dingen die zullen gebeuren. De dingen van vroeger – wat waren ze? Maak het bekend, en wij zullen het ter harte nemen en het einde ervan weten, of doe ons de komende dingen horen” (Jes. 41:22).

Profeten vertellen vaak over Gods daden uit het verleden als lessen voor vandaag of als voorbeelden voor de toekomst. Ze vertellen over de verandering die vandaag plaats moet vinden vanwege de consequenties in de toekomst. Dit zou ons ook niet moeten verbazen als God spreekt. Hij kijkt tenslotte vanuit de eeuwigheid op de tijd. Vandaar dat veel profetieën over de toekomst in de verleden tijd staan. Dat wordt ook wel ‘perfectum profeticum’ genoemd.

Zo staat er in Jesaja 9:5 ‘een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven’, terwijl dat nog moest gebeuren. God ziet de toekomstige gebeurtenis alsof het al voltooid is, zo zeker is het dat het gaat gebeuren.

Van buiten de tijd ziet God dus verleden, heden en toekomst tegelijk. Daarom wordt profetie ook wel eens vergeleken met een sterrenhemel. Als wij ’s nachts naar de lucht kijken, lijkt het alsof de sterren vlak naast elkaar staan, terwijl er in werkelijkheid een enorme afstand tussen zit. 

BREUKPROFETIEËN

Hoe groot die afstand kan zijn, blijkt bij breukprofetieën. Bij deze profetieën worden meerdere gebeurtenissen in een adem genoemd, terwijl er in werkelijkheid soms honderden jaren tussen zitten. 

Het duidelijkste voorbeeld is Jesaja 61, dat door de Heere Jezus wordt voorgelezen in de synagoge van Nazareth: “Aan Hem werd het boek van de profeet Jesaja gegeven, en toen Hij het boek opengedaan had, vond Hij de plaats waar geschreven stond: De Geest van de Heere is op Mij, omdat Hij Mij gezalfd heeft; Hij heeft Mij gezonden om aan armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen die gebroken van hart zijn, om aan gevangenen vrijlating te prediken en aan blinden het gezichtsvermogen, om verslagenen weg te zenden in vrijheid, om het jaar van het welbehagen van de Heere te prediken. En toen Hij het boek dichtgedaan en aan de dienaar teruggegeven had, ging Hij zitten, en de ogen van allen in de synagoge waren op Hem gevestigd. Hij begon tegen hen te zeggen: Heden is deze Schrift in uw oren in vervulling gegaan” (Luk. 4:17-21).

De Heere Jezus stopt halverwege een zin en zegt: “Heden is deze Schrift in uw oren in vervulling gegaan”. Deze zin eindigt eigenlijk met “en de dag van de wraak van onze God; om alle treurenden te troosten” (Jes. 61:2). Waarom leest Hij dat niet voor? Omdat dat nog zal gebeuren bij Zijn wederkomst! Hij geeft dus heel nauwkeurig aan waar de breuk ligt bij deze profetie.

Een ander voorbeeld is Jesaja 9:5 dat we eerder lazen. ‘Het Kind’ is geboren, maar de heerschappij rust nog niet op Zijn schouder (vgl. Hebr. 2:8). Dit moet dus nog gebeuren bij Zijn wederkomst.

In Zacharia 9:9-10 vinden we dezelfde breuk tussen Jezus’ eerste komst en Zijn wederkomst. Daar lezen we hoe de Heiland rijdend op een ezel naar Jeruzalem zal komen. Dat is gebeurd. Opnieuw gaat het volgende vers over Zijn heerschappij, die zal zijn ‘van zee tot zee, van de rivier de Eufraat tot aan de einden der aarde’.

DANIËL

Bij deze voorbeelden is de breuk redelijk goed te herkennen. Maar soms is het ook moeilijker, zoals in het boek Daniël. Het beeld uit de droom van Nebukadnezar in Daniël 2 blijkt meerdere wereldrijken voor te stellen, waarbij de ijzeren benen voor het Romeinse rijk staan. Dat is geweest, maar het volgende rijk moet nog komen. De voeten van ijzer en leem stellen namelijk een koninkrijk voor dat er is tijdens de komst van ‘de steen die losraakt’ (Dan. 2:34). Deze steen is de komst van de Heere Jezus en Zijn Koninkrijk. Het kan niet over Zijn eerste komst gaan, omdat dit het moment beschrijft dat alle voorgaande rijken worden verbrijzeld (Dan. 2:44). De Heere Jezus kwam tijdens het Romeinse rijk en heeft toen geen enkel rijk verbrijzeld. Tussen de ijzeren benen en de voeten van ijzer een leem zit dus een ‘breuk’ van honderden jaren. Iets soortgelijks zien we bij de profetie van de zeventig jaarweken in Daniël 9. Deze voorbeelden vragen eigenlijk om een uitgebreidere studie. Luister daarom ook eens de audiostudies op www.israelendebijbel.nl/profetiebestuderen.

VOORWAARDE VOOR DE VERVULLING

Nu kun je je afvragen waarom God de profetieën met een breuk erin heeft laten opschrijven. Dat is zo omdat er aan de vervulling van de tweede helft een voorwaarde is verbonden. De wederkomst, het herstel van Israël en de vestiging van het Koninkrijk zijn allemaal verbonden aan de bekering van Israël (Deut. 30:1-3; Hos. 5:15; Matt. 23:37-39). Vandaar dat Petrus tegen zijn Joodse volksgenoten zegt: “Kom dus tot inkeer en bekeer u, opdat uw zonden uitgewist worden en er tijden van verkwikking zullen komen van het aangezicht van de Heere, en Hij Jezus Christus zal zenden, Die tevoren aan u verkondigd is. Hem moet de hemel ontvangen tot de tijden waarin alle dingen worden hersteld, waarover God gesproken heeft bij monde van al Zijn heilige profeten door de eeuwen heen” (Hand. 3:19-21). Het aantal jaren tussen de vervulling van het eerste en tweede deel van breukprofetieën hangt dus af van wanneer het volk Israël tot bekering komt. Pas als dat gebeurt gaat de tweede helft in vervulling. 

Naast dat profetieën wijzen op het belang van de bekering van Israël leren ze ons nog iets. Ze bewijzen dat we profetie niet moeten vergeestelijken. Het zou heel onlogisch zijn dat het eerste gedeelte letterlijk is vervuld, maar het tweede gedeelte geestelijk gezien moet worden.

VOOR- EN EINDVERVULLING

Iets anders wat het begrip tijd ingewikkeld maakt, is voor- en eindvervulling van een profetie. Een goed voorbeeld is Jeremia 29, een brief van Jeremia aan de Judese ballingen in Babel. Aan hen wordt geschreven dat ze na 70 jaar zullen terugkeren. Wat opvalt, is dat in vers 14 staat dat de HEERE het volk bijeen zal brengen uit alle volken en uit alle plaatsen. Maar de geadresseerden zitten toch alleen in Babel? Welke van de twee is nu waar? Beide. Juda is inderdaad na 70 jaar teruggekeerd. Maar God zal het hele volk in de toekomst uit alle plaatsen bijeenbrengen. Deze profetie kent dus twee vervullingen, een gedeeltelijke eerste vervulling en een eindvervulling waarbij hij volledig uitkomt.

Een ander voorbeeld is Joël 2:27-32, waar wordt geschreven over dat God ‘Zijn Geest zal uitstorten op alle vlees’. We zijn geneigd direct te zeggen dat die profetie is vervuld op de Pinksterdag. Petrus haalt het gedeelte dan tenslotte zelf aan (Hand. 2:16-21). Dat is ook inderdaad een voorvervulling geweest. Maar de profetie is toen niet volledig vervuld. Joël zegt namelijk ook dat Israël niet meer beschaamd zal zijn, dat men zal zien dat God te midden van Israël is en dat er in Jeruzalem ontkoming zal zijn. Dat is allemaal nog niet gebeurd.
Waarom is dit dan geen breukprofetie? Een gedeelte is toch vervuld? Inderdaad, maar dit gedeelte zal nogmaals en volledig vervuld worden. In andere profetieën lezen we namelijk dat de Heilige Geest nog een keer op het volledige volk Israël uitgestort zal worden (Zach. 12:10; Ezech. 39:29; Jes. 32:15). Bij een breukprofetie gaat het eerste deel niet opnieuw in vervulling.

TOT SLOT

Profetie en tijd zullen voor ons mensen waarschijnlijk een ingewikkelde combinatie blijven. Het is dan ook Gods boodschap van buiten de tijd. Maar dat hoeft ons niet te ontmoedigen. Zoals we hebben gezien, is de Bijbel nooit onlogisch, mits we de tijd en aandacht hebben om te studeren. Dan bieden de profetieën troost en zekerheid in onze tijd, omdat we er zeker van zijn dat God op Zijn tijd alles in vervulling zal doen gaan.

Deel dit artikel via


Meer van zulke artikelen lezen?

Neem voor slechts € 12,50 p.j. een abonnement op IB Magazine. Het magazine bevat o.a. getuigenissen van Messiaanse Joden, interessante Bijbelstudies, nieuws, verhalen van de Bijbelverspreiding en achtergrondartikelen. Of abonneer u gratis op onze digitale nieuwsbrief.

Gratis nieuwsbrief IB Magazine

Sluiten