Het is najaar 1943. In Denemarken verandert de sfeer snel. De nazi’s bereiden razzia’s voor en de angst onder Joodse mensen groeit met de dag.
Langs de Deense kust nemen moedige vissers een bijzonder besluit. Zij kennen de zee en weten dat Zweden dichtbij is. Daar, aan de overkant, is geen bezetting maar vrijheid. In het holst van de nacht helpen zij Joodse mannen, vrouwen en kinderen aan boord van hun boten. Dit gebeurt in stilte. De vluchtelingen zitten verstopt onder visnetten of diep in het ruim.
De overtocht is levensgevaarlijk. Duitse patrouilles varen langs de kust en zoeklichten scheren over het water. Eén geluid kan alles verraden. Maar het weerhoudt de Deense vissers niet om Joodse mensen over te varen. Dankzij hun moed zijn duizenden Joden ontsnapt aan de Duitsers. Onder hen waren ook de grootouders en de vader van Esther (niet haar echte naam).
Verstoppen en vluchten
“Mijn vader werd in 1943 geboren op de zolder van een kerk in Denemarken,” vertelt Esther. “Mijn opa en oma zaten daar ondergedoken met andere Joden. De razzia’s waren al begonnen.” Esthers vader was nog maar enkele maanden oud toen zijn ouders besloten om te vluchten naar Kopenhagen. “Dat was een zware reis van ruim driehonderd kilometer. Voortdurend was er gevaar, en dat met een baby.”
“Ik kan me nauwelijks voorstellen hoe bang mijn grootouders moeten zijn geweest,” zegt Esther. “Zo werd tijdens de vlucht hun kinderwagen gecontroleerd door de Gestapo. Ze zochten naar wapens, maar hadden niet door dat de familie Joods was. Op een ander moment verstopten verpleegsters mijn grootouders en hun baby in hun ambulance. Zij brachten hen naar een plaats dichter bij de kust. Steeds opnieuw bleven ze gespaard."
Een barre boottocht
Uiteindelijk bereikten ze de kust. “Daar kwamen ze in contact met de Deense vissers die Joden naar Zweden brachten,” vertelt Esther verder. “Op een zekere nacht was het ook hun beurt om over te steken."
De baby kreeg een kalmeringsmiddel en werd verstopt in een doos onderin de vissersboot. “Want ieder geluid kon ontdekking betekenen, en daarmee de onvermijdelijke dood.” Na een barre tocht bereikten ze het veilige en neutrale Zweden.
Esther noemt de redding van de Deense Joden een verhaal van moed en wonderen. “De vissers hebben meer dan zevenduizend Joden naar Zweden gebracht. Door hun moed leven wij vandaag. Maar niet iedereen had dat geluk: bijna mijn hele familie in Oekraïne werd in 1941 vermoord bij Babi Yar. Redding en verlies liggen zo dicht bij elkaar."
Zoekend naar God
Ondanks deze geschiedenis groeide Esther op zonder Joodse of religieuze opvoeding. “Wat ik wist, was dat je óf Joods óf christelijk was,” zegt ze. “Allebei ging blijkbaar niet samen." En God? "Voor mij was Hij vooral ver weg en abstract."
Toen een buurmeisje Esther uitnodigde voor een kerkdienst, ging ze toch mee. “Daar ontmoette ik warme, vriendelijke mensen en zij spraken over God alsof ze Hem persoonlijk kenden. Dat begreep ik niet: hoe kon je God kennen?”
Het bleef Esther bezighouden. “Ik begon te verlangen naar wat zij hadden. Ik wilde ook God leren kennen.” Esther probeerde te bidden, maar het bleef stil. Ze probeerde beter te leven, maar er veranderde niets. “Hoe meer ik zocht, hoe groter de leegte werd. Vaak lag ik wakker en dacht ik aan God. Hij leek zo onbereikbaar. Hoe konden deze mensen Hem kennen, en ik niet?”
De zondebok
Op een zomerdag ging Esther naar een bijeenkomst op het platteland. “We zaten op hooibalen in een schuur,” vertelt ze. “Een man legde Leviticus 16 uit, met eenvoudige tekeningen. Het fascineerde me.” Hij sprak over de Grote Verzoendag en over de zondebok, die de zonden van het volk op zich nam en daarna werd weggestuurd.
“Terwijl ik luisterde, begon ik het echt te begrijpen,” zegt Esther. “Als God zonden zo kon wegdoen, dan kon Hij dat ook met mijn zonden.” Voor het eerst voelde ze hoop: “Ik begreep dat redding niet afhing van míjn inzet, maar van God.”
Dat heerlijke besef drong diep tot Esther door: “Het was alsof een zware last van me afviel. Wat een opluchting, wat een vrijheid!”
‘Wij allen waren als schapen afgedwaald… en de HEERE heeft de ongerechtigheid van ons allen op Hem gelegd’ (Jesaja 53:6).
Bij Esther viel alles op zijn plek. Ze voelde zich diep geliefd door God en begon de Bijbel met nieuwe ogen te lezen.”
Joods én christen?
Toch bleef er iets knagen: “Het leek alsof christenen om mij heen geloofden dat ik afstand moest doen van mijn Joodse wortels. Nooit spraken ze erover dat Jezus en Zijn discipelen Joods waren, of over de duizenden Joodse gelovigen op die pinksterdag. Ik ontmoette ook geen gelovigen die van het Joodse volk hielden en kende ook geen Messiasbelijdende Joden. Het was alsof Joods-zijn en Christus volgen niet samen konden gaan.”
Pas jaren later ontdekt Esther het tegendeel. “Toen ik een Joodse gelovige hoorde spreken, gingen mijn ogen open.”
Ze besefte: de Messias was Joods! “Gods plan met Israël is nog steeds actief. De Messias kwam in de eerste plaats voor Zijn eigen volk.”
Toen Esther eenmaal dit inzicht kreeg, opende het Nieuwe Testament zich op een andere manier voor haar. “Joods-zijn en Jezus Christus volgen, versterken en vullen elkaar aan.”
Van oorlog naar vrede
Esther vertelt ook over de bijzondere manier waarop God haar en haar man heeft samengebracht. “Dat ging via brieven, toen mijn man diende in de oorlog in Irak. We correspondeerden vooral over het leven en de Bijbel. Mijn man had altijd voor het leger geleefd en streefde naar een militaire carrière. Maar de verwoesting die hij in Irak zag, maakte hem bewust van de leegte van een leven alleen voor jezelf.”
Na zijn terugkeer hoorde hij voor het eerst een Bijbelse boodschap over het einde der tijden, uit het boek Openbaring. “Die boodschap raakte hem diep. Alles waarvoor hij had geleefd, leek ineens zo betekenisloos." Die nacht bad hij tot God. “Mijn man wist weinig van de Bijbel, maar besefte dat hij een Redder nodig had. Hij zag in dat zonde niet onbestraft kon blijven, maar ook dat Christus onze straf op zich had genomen. Uiteindelijk gaf hij zijn leven aan Christus en vond hij rust en vrede.”
Gods trouw
Esthers verhaal gaat over overleven in de Holocaust, je Joods-zijn omarmen en God echt kennen. Ooit redde de moed van Deense vissers het leven van haar vader; Gods genade redde Esthers leven, voor eeuwig! Tenslotte zegt Esther: "Er is altijd hoop, want Gods liefde houdt stand. Zijn trouw reikt verder dan één leven, van generatie op generatie.”
Deel dit artikel via
