Joodse christenen in het verzet

Bijbelstudie-Joodse-christenen-in-het-verzet.png Naar overzicht Print pagina

Tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben Joden in Nederland een actieve rol in het verzet gespeeld. Dat daarbij ook Joodse christenen betrokken waren, is helaas nauwelijks bekend.

Joods verzet

Het is algemeen bekend dat tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland Joden een actieve rol hebben gespeeld in het verzet tegen de Nazi’s. Dat valt goed te begrijpen. Door de vele discriminerende maatregelen van de Duitse bezetters werd de Joodse bevolkingsgroep eerst in een isolement gebracht en uiteindelijk naar de gaskamers gedeporteerd. Het was voor hen een zaak van leven en dood.

Er is echter maar weinig bekend of en in hoeverre ook de kleine groep van Joodse christenen betrokken zijn geweest bij het verzet tegen de Nazi’s. Dit zou je wel verwachten, omdat zij evengoed aan de anti-Joodse maatregelen waren onderworpen. Velen van hen waren echter gemengd gehuwd en dat bood enige bescherming tegen deportatie, althans zolang ze zich maar rustig hielden. Een kleine daad van verzet kon namelijk al grote gevolgen hebben. De twee Joodse Nederlands Hervormde predikanten Ds. J. Rottenberg en Ds. J. Cohen die beiden gemengd gehuwd waren, werden vanwege een anti-Duitse preek opgepakt en naar een concentratiekamp gedeporteerd. Ds. Rottenberg vond de dood in Mauthausen en Ds. Cohen in Dachau. Dat ze gemengd gehuwd waren en ook nog eens christen, kon hen niet redden.

Warschau

In zijn studie over het onderduiken van Joden in Warschau tijdens de Tweede Wereldoorlog, schrijft Gunnar Paulsson over het verzet van de kleine groep Joodse christenen. Paulsson noemt dit ‘the greatest prison-break in history’. De grootste ontsnappingspoging uit een getto ooit was dan ook die van het getto van Warschau.
Naar schatting zijn uit dit getto, waar zo’n half miljoen Joden gevangen zaten, tussen de 35.000 en 40.000 Joden ontsnapt. Zes tot acht procent van de bevolking van Warschau was betrokken bij hulp aan Joodse onderduikers. Bij deze reddingsoperatie heeft de kleine groep van Joodse christenen een belangrijke rol gespeeld, omdat ze veelal gemengd gehuwd waren en daardoor nauwe contacten onderhielden met de niet-Joodse Polen. Zelfs families die al in de negentiende eeuw christen waren geworden en niet meer onder de rassenwetten vielen, hadden veel sympathie voor Joden en boden als eersten hulp.

Er zijn veel overeenkomsten tussen de situatie in Polen en die in Nederland. In beide landen zijn relatief veel Joden vermoord, maar hebben ook relatief veel mensen zich ingezet voor hulp aan Joden. Inwoners van Polen en Nederland zijn het vaakst onderscheiden als rechtvaardigen onder de volken door Jad Vashem. Ook in Nederland zijn christenen van Joodse komaf actief betrokken geweest bij het verzet. Ik wil hiervan twee voorbeelden noemen.

Nederland

Nathan Levi Berlijn (1903-1999) uit Rotterdam was gemengd gehuwd en kwam na de geboorte van hun oudste dochter in de dertiger jaren tot levend geloof in de Messias. Samen met zijn vrouw raakte hij betrokken bij het werk van de Nederlandsche Vereeniging van Joden-Christenen (NVJC). Zij bereidden zich voor op emigratie naar Palestina om daar in een Joods-christelijke kibboets te gaan werken. Door de onzekere politieke situatie ging dit niet door en kwamen ze in Soest terecht. In januari 1942 kwam hij via een vriend, ook een Joods christen, in contact met een van de leiders van het ondergrondse verzet. Deze vroeg hem mee te doen. Nathan Berlijn stemde daarmee in op voorwaarde dat hij nooit een mens zou hoeven te doden, of letsel zou hoeven toe te brengen. Evenmin wilde hij treinen saboteren of bruggen opblazen. Hij wilde vooral Joden en niet-Joden buiten de Duitse concentratiekampen houden. Zo werden hij en zijn vrouw belast met het distribueren van valse persoonsbewijzen en voedselbonnen ten behoeve van ondergedoken Joden.
Getrouwd en vader van vijf kinderen was hij de meest onwaarschijnlijke kandidaat voor verzetswerk. Hij liep zelfs met een ster op en was daardoor extra kwetsbaar. Bovendien was hij als gevolg van een ongeluk in 1939 zwaar gehandicapt geraakt aan zijn ene been. Hij kon moeilijk lopen en niet fietsen. Hij kreeg daarom een vals paspoort op naam van Gijsbertus Calis, waar hij buiten zijn woonplaats Soest gebruik van maakte. Er werd een speciale fiets met drie wielen voor hem vervaardigd en hij kreeg vervolgens van een ambtenaar van de gemeente Soest een vervalst bewijs, dat hij als Jood in de gemeente Soest mocht fietsen (dit was namelijk voor Joden verboden). Hij en zijn vrouw brachten niet alleen persoonsbewijzen, maar ook Joden van en naar onderduikadressen. Ook namen ze een Joodse onderduiker in huis.
Wanneer je zijn autobiografie leest, raak je onder de indruk van de moed van dit echtpaar, maar bovenal van hun grote vertrouwen in God. Hij en zijn vrouw baden vooraf wanneer ze op pad gingen om verzetsdaden te plegen en probeerden hierin Zijn leiding en stem te verstaan.

Een tweede voorbeeld vinden we in het boek ‘Tante Bettina vertelt’. Het is het verhaal van een Surinaamse vrouw van Joodse komaf, die - omdat ze uit Suriname afkomstig is - zich niet als Joods had laten registreren. Ook zij bood actief hulp aan Joodse onderduikers en kwam daardoor in een concentratiekamp terecht, dat ze overleefde.

In 1941 werd de Nederlandsche Vereeniging van Joden-Christenen (NVJC), de organisatie waar een aantal Joodse christenen bij was aangesloten, opgeheven. In Soest en Rotterdam kwamen leden van deze vereniging, voor zover ze nog niet waren opgepakt, bij elkaar om voorbede te doen voor de gedeporteerden, en tevens voor het samenstellen van hulppakketten om naar de kampen te sturen.

Conclusie

Joden die tot het christendom overgingen, hebben in de Joodse geschiedenis geen goede naam. In het verleden zouden ze zich vaak als antisemieten ontpopt hebben en ijverige vervolgers van hun vroegere geloofsgenoten geworden zijn. Dit stereotype beeld gaat zeker niet op voor de periode van de Tweede Wereldoorlog. Joodse christenen hebben aanwijsbaar hulp geboden aan hun Joodse volksgenoten, ook als dat extra gevaar voor hen zelf meebracht.

Gebruikte Literatuur:
- Ben Braber, Passage naar vrijheid. Joods verzet in Nederland 1940-1945, Amsterdam 1987 - Ben Braber, Zelfs als wij zullen verliezen. Joden in verzet en illegaliteit in Nederland 1940-1945, Amsterdam 1990.
- J. Akker in een lezing op 1 mei 2007, hadderech.nl/Hadderech.doc.
- Michal M. Bergen, Tante Bettina vertelt, Terugblik op haar traumatische jeugd en oorlogservaringen, Hoofddorp 2009
- Nathan Levi Berlijn en Anna Maria Petronella Berlijn-Horde, The Reborn Shamash. A book of recollections, West-Pymble, Australia 1983.
- Gunnar S. Paulsson, Secret City. The hidden Jews of Warsaw 1940-1945, New Haven 2002.

Deel dit artikel via


Meer van zulke artikelen lezen?

Neem voor slechts € 12,50 p.j. een abonnement op IB Magazine. Het magazine bevat o.a. getuigenissen van Messiaanse Joden, interessante Bijbelstudies, nieuws, verhalen van de Bijbelverspreiding en achtergrondartikelen. Of abonneer u gratis op onze digitale nieuwsbrief.

Gratis nieuwsbrief IB Magazine

Sluiten