De Tenach en het Oude Testament

Oud Testament Tekst, David van Capelleveen

Hoewel we dezelfde boeken delen, is de canonvolgorde van de Hebreeuwse Tenach anders dan die van het Oude Testament. In dit artikel zullen we ingaan op de grote verschillen en op zoek gaan naar een historische verklaring.

Wet, Profeten en Geschriften

Het woord Tenach is een acroniem dat is gevormd uit de eerste letters van de drie hoofddelen van de Joodse canon: Wet (Thora), profeten (Nevi’iem) en geschriften (Ketoeviem). 1 De Thora bevat uiteraard de vijf boeken van Mozes en hier zijn de christelijke en Joodse canon qua indeling gelijk. Maar na de Thora wordt het anders. De Tenach rekent namelijk de historische serie Jozua, Richteren, Samuël en Koningen tot de profeten. De geschiedenissen die in deze boeken beschreven staan – vanaf Jozua tot aan de Babylonisch Ballingschap – worden de vroege profeten genoemd. Samen met de late profeten (Jesaja, Jeremia, Ezechiël en de twaalf kleine profeten) vormt dit het tweede hoofddeel van de Tenach. Het onderscheid tussen ‘vroege’ en ‘late’ profeten is overigens niet direct chronologisch, maar refereert aan de plaats in de canon. Het derde hoofddeel betreft de Ketoeviem. Hieronder vallen de wijsheidsliteratuur (Psalmen, Spreuken, Job), de feestrollen (Hooglied, Ruth, Klaagliederen, Prediker, Esther) en de overige boeken (Ezra, Nehemia, Daniel, Kronieken). Ook hier zijn de verschillen groot. De feestrollen (de megillot, letterlijk; rollen) worden traditioneel gelezen op Joodse feestdagen en zijn daarom samen gegroepeerd. In tegenstelling tot de christelijke canon vinden we Ruth, Esther, Ezra, Nehemia en Kronieken niet in de historische reeks. Bovendien worden Klaagliederen en Daniël niet tot de profeten gerekend.

Historische aanwijzingen

De oudste verwijzing naar een canonieke driedeling in de Heilige Schrift vinden we in het boek de Wijsheid van Jezus Sirach. Dit werk behoort tot de Joodse wijsheidsliteratuur en is geschreven rond 180 v. Chr. Hiervan is een Griekse vertaling bekend aan de hand van Ben-Sirach, de kleinzoon van de auteur. In de proloog, geschreven in 132 v. Chr., heeft Ben-Sirach het al over de “de Wet, de Profeten en de andere boeken van onze vaderen”. Bovendien bevat het werk een reeks hoofdstukken waarin een groot aantal Bijbelse helden uit het verleden worden beschreven (Sirach 44–49). De chronologische volgorde waarin zij de revue passeren komt volledig overeen met de volgorde van de Thora en de Nevi’iem. Dit geeft dus aan dat er op dat moment waarschijnlijk al een vaste orde was van de Bijbelboeken, maar dat ‘Ketoeviem’ nog geen geijkte term was. Verder vinden we een driedeling in de canon bij de Joodse geschiedschrijver Josephus (contra Apion 1.8). In een oude Talmoedtraditie (Baba Batra 14b) wordt bovendien de volgorde van de profeten en de ketoeviem uitgebreid besproken. Ook in de Evangeliën vinden we een belangrijke aanwijzing. In het bekende verhaal van de Emmaüsgangers (Luk. 24:13–35) legt Jezus aan twee teleurgestelde volgelingen uit dat de Messias moest lijden en sterven om Zijn heerlijkheid in te gaan: “En Hij begon bij Mozes en al de profeten en legde hun uit wat in al de Schriften over Hem geschreven was”.

De Septuaginta

Waarom heeft het christendom de Joodse driedeling niet aangehouden? Zeker weten doen we het niet, maar naar alle waarschijnlijkheid komt dit door de Septuaginta. De Septuaginta is een Griekse vertaling van de Tenach. Hoewel er allerlei curieuze legendes zijn over diens ontstaan, vermoeden we dat het werk in de derde eeuw voor Christus is geschreven. Het Grieks was destijds de gemeenschappelijke voertaal van de bewoonde wereld en is ook de taal waarin het Nieuwe Testament is geschreven. De Septuaginta is dan ook eeuwenlang gelezen door de Joden in de diaspora. De bekende Joodse wijsgeer Philo van Alexandrië beschouwde de vertaling zelfs gelijkwaardig aan de Hebreeuwse tekst. In de tweede eeuw na Christus raakte de Septuaginta echter in onbruik bij het Joodse volk. Voor de vroege kerk was dat anders. Naarmate er steeds meer heidenen Christus gingen volgen, werd de noodzaak naar een vertaling groter. Omdat de meeste van hen geen Hebreeuws spraken, werd de Septuaginta dus het meest gebruikte ‘Oude Testament’ van het vroege christendom. De boekvolgorde van de oudste Septuaginta manuscripten (3e en 4e eeuw na. Chr.) komt overeen met de huidige volgorde van de christelijke canon. Zeker is dus dat hier de oorsprong ligt van de vierdeling: wet (Genesis–Deuteronomium), geschiedschrijving (Jozua–Esther), wijsheidsliteratuur (Job–Hooglied) en profeten (Jesaja–Maleachi). Aangezien we alleen maar christelijke manuscripten hebben van de Septuaginta, weten we niet of deze vierdeling oorspronkelijk ook in de Joodse Septuaginta stond.

Deutrocanonieke boeken

De Septuaginta bevat niet alleen het Oude testament, maar ook een groot aantal boeken die niet in de canon zijn opgenomen. Deze ‘deuterocanonieke’ boeken heeft de vroege kerk qua statuut nooit gelijkwaardig geacht aan de geïnspireerde canonieke boeken. Ze zijn echter wel altijd door de kerk gebruikt en in de meeste oude Bijbels terug te vinden. Pas sinds de periode van de reformatie zijn ze op aandringen van de reformators uit de protestantse Bijbels verdwenen. Op die manier kreeg het Oude Testament dus weer dezelfde omvang als de Tenach. 

Indeling van de Joodse canon

THORA (Wet)

Genesis (B’resjiet)

Exodus (Sjemoot)

Leviticus (Wajikra)

Numeri (Bemidbar)

Deuteronomium (Devariem) 

 

NEVI’IEM (Profeten)

Vroege profeten (Nevi’iem rishoniem)

Jozua (Jehosjoe’a)

Richteren (Sjofetiem)

1 & 2 Samuël (Sjemoeël)

1 & 2 Koningen (Melachiem)

 

Latere profeten (Nevi’iem acheroniem)

Jesaja ( Jesja‘jahoe)

Jeremia (Jirmejahoe)

Ezechiël (Jechezkel)

Hosea (Hosjea)

Joël ( Joël)

Amos (Amos)

Obadja (Ovadja)

Jona (Jona)

Micha (Micha)

Nahum (Nachoem)

Habakuk (Chavakoek)

Zefanja (Tsefanja)

Haggai (Chaggai)

Zacharia (Zecharja)

Maleachi (Mal’achi) 

 

KETOEVIEM (Geschriften)

De drie poetische boeken (sifrei emet)

Psalmen (Tehiliem)

Spreuken (Misjlee)

 Job (Iov)

 

De vijf feestrollen (megillot)

Hooglied (Sjier Hasjiriem)

Ruth (Roet) Klaagliederen (Eicha)

Prediker (Kohelet)

Esther (Esther)

 

De overige boeken

Daniël (Daniël)

Ezra (Ezra)

Nehemia (Nechemja)

1 & 2 Kronieken (Divrei Hajomiem)

 

1. De Hebreeuwse letter kaf, waarmee het woord Ketoeviem begint, wordt hier als ch-klank uitgesproken.

Sluiten