De wijzen uit het Oosten

Bijbelse personen | Nieuw Testament Tekst, Sergey Dariy

Rond 312 na Christus schreef Eusebius dat het Mattheüsevangelie oorspronkelijk door deze ‘apostel voor de Joden’ in hun eigen taal was geschreven - Hebreeuws of Aramees. Het is daarbij opvallend dat Mattheüs, een Jood uit de priesterstam van Levi, als enige de geschiedenis van de wijzen uit het Oosten heeft opgetekend. Wat zou hiervan de achtergrond kunnen zijn?

Traditionele verklaringen

Volgens de traditionele uitlegging waren de wijzen uit het Oosten Babylonische magiërs en astrologen die slechts de heidense gelovigen in de Messias vertegenwoordigden. Vanuit de Joodse context van dit - aan Joodse lezers gerichte - Evangelie, rijzen daarbij enkele vragen. Het was voor magiërs, die astrologie bedreven (verboden in de Thora), ongebruikelijk om de wereld rond te reizen en zich vervolgens voor buitenlandse heersers neer te buigen.

De kerkvader Origenes geeft echter een interessante verklaring: “We kunnen aannemen, dat op het moment van Jezus’ geboorte de hele wereld vervuld werd van Gods heerlijkheid, waardoor alle magische en demonische activiteit geblokkeerd werd. Hierdoor waren de magiërs niet in staat hun bovennatuurlijke krachten te doen. Ze waren daar zo van onder de indruk, dat ze op weg gingen om de pasgeboren Koning van het Heelal te vinden”.

Een andere verklaring, dichter bij de Joodse denkwereld, is dat Babylonische magiërs het boek Daniël in hun bezit hadden en dus zijn aanwijzingen opvolgden. Daniël leefde immers aan het hof van de Babylonische en Perzische koningen, waar hij als hoofd van de magiërs was aangesteld (Dan. 2:48). Het feit dat het boek gedeeltelijk in het Aramees was geschreven, zou het voor hen toegankelijk en begrijpelijk gemaakt kunnen hebben. Er zou zelfs mogelijk een school op basis van Daniëls onderwijs kunnen zijn gesticht. Toegegeven, we kunnen niet veel informatie in de Bijbel vinden over de wijzen, hun afkomst en achtergrond, uit welk land zij kwamen, enz. Daarom is er ook zoveel ruimte voor verschillende verklaringen. Het enige wat we van hen weten is dat ze wijs waren, vanuit het Oosten naar Bethlehem reisden toen het kind Jezus tussen de 40 dagen en twee jaar oud was.

Voor Mattheüs moet het volkomen duidelijk zijn geweest over wie hij schreef en de reden waarom hij deze geschiedenis in zijn Evangelie heeft opgenomen.
Laten we daarom de mogelijke context van de eerste eeuw na Christus wat nader bekijken, en daarbij het uitgesproken Joodse karakter van het Evangelie in gedachten houden.

Joodse diaspora in Babel

Traditioneel werd Babel als de thuisbasis voor de wijzen beschouwd. Het lag oostelijk van Israël en stond bekend als het land waar de Joodse ballingschap zich eeuwenlang afspeelde. Onder de Joodse krijgsgevangenen waren duizenden jongemannen uit adellijke families. Zij waren religieus, goed onderlegd, in staat om assimilatie te weerstaan en trouw te blijven aan Gods verbond. Veel jesjiva’s (religieuze scholen) en synagogen werden in Babel gesticht. Toen in 70 na Chr. Jeruzalem en de Tempel werden verwoest, vluchtten honderdduizenden naar Babel, waar in die tijd een Joodse ‘staat in een staat’ floreerde. Met de verwoesting van de Tempel en de beëindiging van de offerdienst, was in feite het hele Joodse religieuze systeem ten val gekomen. Het religieuze leven in Babel had zich echter al eerder aan de nieuwe omstandigheden aangepast. Er waren bijvoorbeeld principes ontwikkeld voor rituele reinheid te midden van een heidense samenleving, er waren allerlei koosjere leefregels, een liturgie voor de synagogen en later de ontwikkeling van de Babylonische Talmoed (200 - 500 n.Chr.). Deze was veel uitgebreider dan de Jeruzalemse Talmoed, geschreven in het land waar oorlogen en vervolgingen voortdurend het werk van de wetenschappers verstoorden.

Zo was Babel gedurende 1500 jaar een belangrijk centrum van het Joodse leven! Zelfs na het decreet van de Perzische koning Kores, waarin de Joden toestemming kregen om terug te keren naar Israël en de Tempel te herbouwen, gaf slechts 5% van hen daaraan gehoor. De boeken Ezra en Nehemia verhalen ons hoe moeilijk de economische en politieke levensomstandigheden in Israël in die tijd waren (Neh. 1:3). Joodse kolonisten ervoeren daarbij een permanente dreiging van de Samaritanen. Later, toen de gebeurtenissen rond Poerim de Joodse populatie in het Perzische rijk opschudden, verliet een relatief groter aantal Joden het land, hoewel veel rijke Joodse families en beroemde geleerden in Babel achterbleven. Het Joodse leven werd daardoor niet alleen bewaard, maar ook versterkt en ontwikkeld. De gemeenschap had dan ook niet te lijden van vervolging, zoals dat bij hun volksgeno- ten in Israël veelal het geval was.

Perzische koningen, die het Babylonische rijk innamen, gaven de Joden het recht om een eigen ‘koning’ aan te stellen – de Resj Galut genaamd – (Aramees voor ‘hoofd van de Diaspora’). Ongeveer 500 jaar regeerden afstammelingen van koning David over de Babylonische ballingen! Toen uiteindelijk in 363 na Chr. Byzantijnse keizers het Sanhedrin verboden, bleef Babel het enige centrum van het nog altijd in ontwikkeling zijnde Judaïsme.

Mogelijke alternatieve uitleg

Interessant is nog te melden dat de grote geleerde en hoofd van het Sanhedrin (in 8 v.Chr. gestorven) Hillel van Babel werd genoemd. In Babel geboren, verhuisde hij op 40-jarige leeftijd naar Israël. Zijn kleinzoon, rabbijn Gemaliël, was leraar van de apostel Paulus (Hand. 5:34; 22:3). Naar mijn mening is het dus mogelijk dat de wijzen uit het Oosten Joodse geleerden waren, die de pasgeboren Messias wilden aanschouwen. ‘Babel’ zal ook voor de tijdgenoten van Mattheüs niet de negatieve klank gehad hebben, zoals deze later in het boek Openbaring zou krijgen als ‘de moeder van de hoeren en van de gruwelen van de aarde’ (Opb. 17:5). In de Joodse denkwereld van midden eerste eeuw na Christus, stond Babel symbool voor wetenschap en politieke en economische stabiliteit. Het Griekse woord magoi (magiërs) in Matteüs 2:1 wordt in de Septuagint ook gebruikt voor de vertaling van het Hebreeuwse ‘chachamim’, dat ‘wijzen’ betekent. Als het waar is, dat het Mattheüsevangelie oorspronkelijk in het Hebreeuws is opgetekend, zou hier dus het woord chachamim kunnen zijn gebruikt.

En zoals al gezegd, een groot aantal van de wijzen leefde in Babel. Zij verwachtten mogelijk de Messias uit het geslacht van David en zullen de verschijning van de ster eerder in verband hebben gebracht met de profetie van Bileam (“Er zal een ster uit Jakob voortkomen, er zal een scepter uit Israël opkomen”; Num. 24:17), dan met een astrologische voorspelling.

Deze openbaring werd nog twee keer herhaald: toen ze in Bethlehem kwamen om te zoeken waar het Kind Jezus woonde met Zijn ouders en toen hen werd meegedeeld niet naar Jeruzalem terug te keren. Geïnspireerd door de Heilige Geest heeft Matteüs deze geschiedenis opgetekend om de Joodse lezers ervan te overtuigen dat de Schrift was vervuld en de beloofde Messias was geboren. De wijzen kwamen mogelijk uit een land waar een afstammeling van David hoofd was van de Joodse ballingen, terwijl de hogepriesters in Jeruzalem aangesteld waren door de Romeinse autoriteiten en een ‘niet-Joodse koning’, aangewezen door Rome, op de troon zat. In tegenstelling tot de geestelijke en politieke leiders van Israël, herkenden de wijzen uit het Oosten een Kind geboren uit Maria als de ware Messias, de Koning van Israël. In dit opzicht zou de geschiedenis van de wijzen, religieuze Joden, die in de eerste eeuw na Christus in Judea en de diaspora leefden, tenminste tot nadenken gestemd moeten hebben.

Strijdpunten

Ik begrijp dat er zwakke punten zijn in deze uitleg. Men zou bijvoorbeeld kunnen vragen waarom de wijze mannen, als ze echt Joodse geleerden waren, niet direct naar Bethlehem waren gereisd, maar eerst naar Jeruzalem? Wisten ze dan niet dat de Messias volgens de Schrift (Micha 5:1) in Bethlehem geboren moest worden?

Het Evangelie vertelt ons niet dat ze de plaats niet wisten waar de Messias geboren zou moeten worden. Er wordt enkel gezegd dat Herodes het niet wist en het daarom aan de Joodse schriftgeleerden en overpriesters vroeg. De wijzen, die nadat de Messias geboren was Babel meteen verlieten, moesten een grote afstand afleggen. Het kostte hen een bepaalde tijd voordat zij hun uiteindelijke bestemming bereikten. Ze dachten waarschijnlijk dat de pasgeboren Koning de stad van zijn stamvader al verlaten had en naar Zijn verblijf in Jeruzalem was verhuisd.

Samenvatting

Uiteraard zou de vermoedelijke grondtekst van het Evangelie van Mattheüs (Hebreeuws of Aramees) ons meer inzicht kunnen geven, maar deze heeft het niet overleefd. Dit betekent echter niet dat de Griekse tekst van het Evangelie onttoereikend zou zijn om tot diepere kennis te komen van de beloofde Messias van Israël, de Redder van de wereld en onze geliefde Heere Jezus Christus, aan Wie alle lof en eer toekomt! Amen.

Sluiten